• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Niet iedereen die geen geweld gebruikt is ook onschuldig.

    door Wil van der Schans

    Gepubliceerd in Ravage nr 3, 25 februari 2000

     

    Twee februari jl. debatteerde de Tweede Kamer over minister Korthals voorstel om openlijke geweldpleging voortaan harder aan te pakken. Niet alleen diegenen die zelf geweld plegen zouden strafbaar moeten zijn, iedereen die een ‘significante’ bijdrage levert wordt binnenkort ook aangepakt.

    ‘Zij die openlijk met vereende krachten geweld plegen tegen personen of goederen worden gestraft met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar en zes maanden’, zo luidt het huidige artikel 141. Een arrest van de Hoge Raad bepaalde jaren geleden dat het enkel uitmaken van de groep waaruit geweld is gepleegd is niet voldoende is voor veroordeling als niet vast is komen te staan dat zelf geweld is gebruikt. Daarmee werd het individuele karakter van het Nederlands strafrecht bevestigd.

    Naar aanleiding van de Eurotop-arrestaties meldde oud minister van Justitie Sorgdrager dat zij vond dat het artikel verouderd was. Haar redenatie was dat schuld anno 1997 niet meer hetzelfde is als in 1866, toen het wetsartikel werd gemaakt.” Niet iedereen die geen geweld gebruikt is in onze ogen onschuldig. Hun aanwezigheid kan het plegen van geweld door anderen bevorderen. Geweldplegers zijn temidden van gelijkgezinden moeilijk aan te pakken. De aanwezigheid van gelijkgezinden kan een ontremmend effect hebben op de geweldplegers”, aldus Sorgdrager vorig jaar in haar brief aan de Kamer.

    Volgens Sorgdrager was het niet fair dat iemand tegenwoordig wel veroordeeld kan worden voor het medeplegen van moord of zware mishandeling, maar niet voor het met vereende krachten geweld plegen tegen die persoon. De wet zou aangepast moeten worden in die zin: medeplegen ook strafbaar. “Degene die welbewust meegaat naar een plaats waar vanuit een groep openlijk geweld zal worden gepleegd, en zich als lid van die groep manifesteert, is niet onschuldig. Ook de vocale, intellectuele en andere bijdragen aan het verband dat openlijk geweld pleegt, tellen mee”.

    Het wetsvoorstel werd op 6 mei 1999 in de Tweede Kamer ingediend. Het afsluitende plenaire debat vond plaats op 2 februari jl.  De huidige minister van Justitie, Korthals, is op Sorgdragers weg doorgegaan. De term ‘met vereende krachten’ zou vervangen moeten worden vervangen door de term ‘in verenging’. Het zelf plegen van geweld blijft strafbaar, maar ook ‘significante bijdragen’ daaraan. En daar wrikt natuurlijk de schoen. Iedereen die wel eens bij een demonstratie, aktie of manifestatie is geweest weet hoe snel dit soort situaties uit de hand kunnen lopen.
    Laten we eens kijken wat de minister van Justitie er zelf van vindt. In de notities aan de Tweede Kamer en het debat van 2 februari jl. omschrijft Korthals de reikwijdte van de wet.

    Welbewust

    Om te beginnen wordt het ‘het welbewust mee gaan naar een plaats waar vanuit een groep geweld zal gebruiken’ strafbaar. Een omschrijving die geredigeerd is op basis van de supportersrellen in Beverwijk en de Eurotop arrestaties. Met artikel 140 werd Justitie terechtgerwezen door de rechters. Op deze manier wil men nu bewijsproblemen oplossen .
    Maar wat is nu ‘welbewust’? Ook na de debatten blijft dit onduidelijk. Een paar voorbeelden:
    Bij de grote werklozendemonstratie tijdens de Eurotop wilde een grote groep demonstratie naar de Nederlandse Bank. Op het Weteringcircuit ontstonden wat schermutselingen. De groep die die poging ondernam, ook al gebruikten maar enkelen geweld, kan in de nieuwe situatie opgepakt worden.
    Ook de scholieren demonstratie van eind vorig jaar zal onder dit nieuwe bereik vallen. Een aantal mensen begint eieren te gooien, zet daarmee aan tot geweld. Vervolgens vertrekt een grote groep scholieren tegen de zin van de organisatie in de richting van het Binnenhof en daar loopt het uit de hand.
    Ook groepen als GroenFront!, Onkruit Vergaat Niet en fietsdemonstranten kunnen op deze manier fiks aangepakt worden. Gedrag van individuen wordt bepalend voor de inzet van artikel 141. Neem bijvoorbeeld de ontruimingen van de Betuwepandjes. GroenFront! Bepleit geweldloos verzet en de organisatoren staan daar ook voor. Toch is het niet ondenkbeeldig dat op een dag een aktievoerder (gefrustreerd of niet) stenen gaat lopen gooien. Zijn alle GroenFront!’ers Dan ‘welbewust’ naar die plek gegaan, hebben zij de ‘significante’ voorwaarden geschept voor het geweld? De toekomst zal het uitwijzen, maar gezien het extensieve gebruik van artikel 140 in het verleden vrees ik het ergste.

    Oproepen

    Een tweede belangrijke omschrijving is dat ook intellectuele en vocale bijdragen strafbaar worden.
    Eerst de ‘intellectuele’ bijdrage.
    Een voorbeeld. In Ravage nr 234 van 2 mei 1997 stond een stukje getiteld ‘Ya Basta’. Ene Marc komt daar tot de conclusie dat ‘we niet verder komen dan gezellige acties (‘gezinnsuitjes’) van MilieuDefensie en neemt de Zapatista’s en ELF-Utrecht (die net een mislukte aanslag had gepleegd) als voorbeeld van hoe het ook kan. Echt oproepen voor een bepaalde aktie deed Marc nog net niet. Maar stel hij roept bij de komende Bulderbos manifestatie van MilieuDefensie op om niet alleen ballonnen op te laten . ‘Verzamel voor echte aktie bij pier acht ‘, staat er op het pamflet dat hij uitdeelt. Op het moment dat het daar dan uit de hand loopt, is deze Marc onder de nieuwe wet net zo strafbaar als de mensen die geweld plegen. Betreft het een anoniem pamflet en jij bent toevallig een van de mensen die het uitdeelt dan staat je hetzelfde lot te wachten.
    Nu was deze Marc Witteveen toevallig een infiltrant van de BVD (zie de website van Jansen & Janssen), maar wat te denken van toekomstige demo’s. Fietsers aller lande verzamel U! Blokkeer de Witbautstraat. Tja, het hoeft maar even mis te gaan (een kleine provocatie kan genoeg zijn) en ook de oproepers/organisatoren zijn de lul. Waarschijnlijk kan zelfs Ravage aansprakelijk worden gesteld, als de oproep anoniem geplaatst is, en de redactie weigert te zeggen wie hem heeft gestuurd (of het echt niet weet).

    Ontremming

    De strafbaarstelling van vocale bijdrage aan het geweld heeft tot veel discussie in het parlement geleid. ‘Ontremming’ is hierbij het toverwoord. Geweld wordt volgens Korthals bevorderd of versterkt doordat anderen vocale bijdragen leveren in de vorm van gejoel, ander lawaai of aanmoediging. De Tweede Kamerleden vroegen zich vooral af hoe de politie in godsnaam die ‘ontremming’ kan constateren. Hoe is ‘geweldsbevorderend’ gejoel te onderscheiden van ‘gewoon’ gejoel. Halsema van GroenLinks merkte terecht op dat hier al snel de vrijheid van meningsuiting in gevaar komt.
    En wat als mensen in een ander taal joelen? Moeten er constant vertalers van de politie meelopen? Uiteindelijk stelde Korthals dat ‘het gejoel gericht moet zijn op de gewelddadige handeling’.
    Als iemand roept ‘die auto op z’n kant’ en vervolgens doet een groep dat, dan is die persoon strafbaar. Maar wat als tijdens een gemiddelde fietsdemonstratie twee mensen staan te kletsen over het ongemak dat niet alle auto’s gewoon naar de kant gaan. Een gemiddeld agent, met oordopjes van z’n porto in zijn of haar oor kan dit al gauw verkeerd opvangen. En wie wordt er geloofd in de rechtszaal?
    En bekijk eens een gemiddelde charge van de ME. Dikke kans dat er een paar onschuldige voorbijgangers een klap krijgen. Als vervolgens een ander dan weer gaat schelden op de ME, kwaad is en dat duidelijk laat blijken, terwijl naast hem mensen stenen gooien, ben je al gauw strafbaar.
    Als je iets roept, maar het gebeurt niet, ben je overigens niet strafbaar. Dat zou er voor pleiten om voortaan in ieder geval de meest waanzinnige dingen te roepen tijdens een demonstratie. Een vervolg op de ‘jubeldemonstraties’ van de Eurotop is natuurlijk ook een oplossing. Kreten als ‘meer politie’, ‘aai die vent’, etc. zijn moeilijk te vatten onder ‘ontremmende aanmoedigingen’. Wees gerust creatief. (of wordt zelfs dat strafbaar?)

    Ervaringsregels

    Een derde belangrijke invulling van de strafbaarstelling van artikel 141 wordt de toepassing in situaties waarbij volgens Justitie sprake is van een gewilde en voorbereide confrontatie met de politie, waarbij belemmering van de bewijsgaring een onderdeel van een welbewust gekozen strategie is.
    Korthals doelt hiermee op situaties waarbij de ware toedracht wordt verhuld of dat bivakmutsen en andere kleding, herkenning onmogelijk maken. Maar ook het aandragen van stenen of stokken en het afschermen personen, bijvoorbeeld door een cordon te vormen. Het van te voren afspreken je mond te houden bij arrestatie. De Kamer vindt dit allemaal wel erg ver gaan en op aandringen van PvdA, D’66 en GroenLinks omschreef Korthals in tweede instantie de voorwaarden:
    Er moet voldoende nauwe en volledige samenwerking zijn, en de enkele aanwezigheid in een groep vanwaaruit geweld wordt gepleegd is niet genoeg. Voldoende is in beginsel wel, dat uit ervaringsregels kan worden afgeleid dat het betreffende gedrag een geweldpleging bevorderende werking heeft.
    Tja, een blik op de gemiddelde ontruiming in Amsterdam levert al gauw bovenstaand beeld op. In die enkele gevallen dat er dan toch met stenen gegooid wordt, is voortaan alsnog de hele groep verantwoordelijk.
    Interessant is natuurlijk ook welke ‘ervaringsregels’ de politie gaat hanteren. In Amsterdam schijnt men al zonder blikken of blozen de gewelddadigen te kunnen scheidden van de geweldlozen. Als we zien hoe Nordholt tijdens de Eurotop reageerde, ‘het is toch goed dat dat zooitje hanekammen en punkers met veiligheidsspelden van de straat is’, zal het uiterlijk tijdens demonstraties weer bepalend worden.
    Over het dragen van identieke kleding en bivakmutsen was ook de nodige discussie. Dittrich (D66) en Santi (PvdA) kwamen beiden met het voorbeeld van asielzoekers uit Iran of Irak, die tijdens een demonstratie ter bescherming van zichzelf en familieleden een bivakmuts of sluier dragen. Op het moment dat het dan uit de hand loopt moet het volgens hun toch niet zo zijn dat deze mensen ook opgepakt kunnen worden.
    Korthals benadrukte hierbij dat dit pas zou gebeuren als het een opzettelijke significante bijdrage levert aan geweld. Of de politie dit onderscheid zo letterlijk kan maken (zeker in combinatie met dat gejoel) is natuurlijk zeer de vraag. In praktijk komt het erop neer dat je je toch uit de voeten moet maken, op het moment dat er geweld wordt gepleegd.
    Binnen de ‘ervaringsregels’ lijkt ook het ‘zwijgen’ na arrestatie te vallen. Korthals redeneert dat er blijkbaar sprake is van een nauw samenwerkingsverband, als mensen afspreken hun mond te houden. Op zich een omgekeerde redenatie in dit verband, want er moet toch al sprake zijn van een andere verdenking, op grond waarvan iemand opgepakt kan worden. Het zou hooguit van toepassing kunnen zijn bij oproepen voor akties of demonstraties, waarbij van te voren wordt gevraagd geen naam te noemen bij arrestatie. Uiteindelijk blijft opzet en daadwerkelijke significante bijdrage wel nodig, bewijs daarvan kan niet komen van zwijgen van verdachte, vindt ook Korthals.

    De inwendige mens

    Een andere opmerkelijke oprekking vormt de strafbaarstelling van diegenen die voor de etenswaren van de geweldsplegers zorgen. Als het aan Kothals ligt moet je het voortaan niet meer in je hoofd halen om iemand die geweld gebruikt ‘te voeden met repen, chocola en ijs’. Dat vormt wel degelijk een ondersteuning in de zin van de wet. De Wit van de SP vroeg zich af hoe dit nu een relatie kon hebben. Je richt je toch op het vullen van iemands maag, niet op het geweld.
    Maar Korthals is duidelijk, het hangt van de omstandigheden af, ‘maar als mensen gaan pichnicken en de ene groep voorziet de andere van proviand, waarna de laatste groep vervolgens geweld gaat plegen, zijn die eerste mensen ook strafbaar’.
    Een duidelijker opzet voor de vervolging van ‘voorzienende’ clubs als bijvoorbeeld Rampenplan en Theaterstraat had Korthals hier niet kunnen geven. Terreinbezettingen, axiekampen, blokkades, het hoeft maar enigszins uit de hand te lopen en daar ga je als vervoerder, kok of mede-organisator. Hoewel Korthals steeds benadrukt dat er sprake moet zijn van opzet en een significante bijdrage rekt hij het bereik van het nieuwe artikel 141 met dit voorbeeld toch weer flink op. Het geweld hoeft namelijk nog niet gepleegd te zijn op het moment van de voorziening, maar of het voorspelbaar moet zijn is erg onduidelijk. Moet Rampenplan stoppen met koken als ergens uit de hand loopt, moet de bus van Theaterstraat rechtsomkeerd maken als de aktievoerders geweld gebruiken? Gezien het extensieve gebruik van artikel 140 zullen ook de grenzen van artikel 141 wel verkend gaan worden.

    Nieuwsgierig

    Bovenstaande uitleg van het nieuwe artikel 141 geeft aan dat er de reikwijdte enorm zal toenemen. Dat de wet er komt staat na de behandeling in de Tweede Kamer vast, liefst voor de EK 2000 in juni begint. Het aantal onschuldigen dat vast komt te zitten zal behoorlijk toenemen. Korthals gaat vooralsnog helemaal af op de constatering van de Amsterdamse politie dat onschuldigen bij opstootjes meestal vanzelf weg gaan. Mijn ervaring is een ander: opstootjes trekken meestal alleen maar een hoop nieuwsgierige, maar onschuldige mensen aan. Korthals vindt ‘nieuwsgierigheid wellicht een slechte karaktereigenschap, het is geen toereikende grond voor strafbaarstelling.’
    Belangrijk toetsingscriterium is dat “vereist is de vaststelling dat de betrokkene welbewust de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat hij met zijn gedrag een wezenlijke bijdrage heeft geleverd aan het geweld. Betrokkene moet het geweld hebben gewild, welke duidelijk wordt aan de bijdrage aan het geweld. Enkele aanwezigheid is niet voldoende.”

    Uitlokking

    De grote vraag bij relletjes is natuurlijk altijd wie er is begonnen. In het verleden is maar al te vaak gebleken dat er vanuit bestuur en politie ‘geweldsbevorderende’ beslissingen worden genomen. Bekend voorbeeld is de studentendemonstratie gehouden op 8 mei 1993 in Den Haag. Door stompzinnig politie-optreden liep het daar gigantisch uit de hand. Iets dat later bevestigd werd door een onderzoek van de Ombudsman. Maar ook het onterecht inzetten van artikel 140 bij de Eurtop in 1997 te Amsterdam had gemakkelijk op een veldslag met de politie uit kunnen lopen.
    Zijn bestuur en politie voortaan dan ook vervolgbaar op grond van het nieuwe artikel 141. De ‘intellectuele’ (hoewel….) bijdrage van de Amsterdamse driehoek was immers onweerlegbaar. En leverde de Haagse ME niet meer dan een ‘significante’ bijdrage aan het geweld?
    Voer voor advocaten en aktievoerders zou ik zo zeggen.

    Je was een groep, je bent een groep, je zult een groep zijn

    Veel meer dan in het verleden het geval was krijgen politie en Justitie machtsmiddelen in hand, die het individuele karakter van het strafrecht ondermijnen. Naast uitbreiding van artikel 141 staat ook ‘Bestuurlijke ophouding’ op het programma. Als individu wordt je steeds verantwoordelijker gesteld voor het gedrag van de groep waarin je je begeeft. Nog meer dan in het verleden kan de overheid op momenten dat zij dat wil repressief optreden. Waar de grenzen komen te liggen zal de toekomst wijzen. Het verleden laat zien dat die vaak aan de uiterste rand liggen van wat (niet) mag.

    Wil van der Schans