• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Nieuw Zeelandse anti-terreur-eenheid bespioneert vakbonden, actiegroepen, politiepartijen en andere parlementaire en buitenparlementaire groepen

    Nieuw Zeelandse anti-terreur-eenheid bespioneert vakbonden, actiegroepen, politiepartijen en andere parlementaire en buitenparlementaire groepen.

    “Bedrijfsspionnen in Nieuw Zeeland” uit de observant 47 berichtte in november 2007 over de infiltratie van milieugroepen, dierenrechtenactivisten en de vredesbeweging in Nieuw Zeeland. Onder de groepen die het slachtoffer waren geworden van private inlichtingenbureaus bevinden zich
    Save Happy Valley groep, een actiegroep die protesteert tegen een mijnbouwproject van het staatsbedrijf Solid Energy, de Wellington Animal Rights Network en de Peace Action Wellington. In december 2008 biechtte Rob Gilchrist, een vooraanstaand activist van de Save Happy Valley groep op dat hij werd betaald als informant door de Special Investigation Group van de politie. Naast Save Happy Valley was Gilchrist ook actief voor Greenpeace, organisaties die campagne voeren voor klimaatverandering, anti-vivisectie- groepen, vakbonden en politieke partijen. Hij werd bijna tien jaar door de overheid betaald. In 2007 luidde hij nog de klok over de infiltratie door private inlichtingenbureaus.
    De Special Investigation Group (SIG) werd in 2004 door een sociaal democratische regering opgezet. De politie-eenheid vormde het verlate antwoord van Nieuw Zeeland op de aanslagen van 11 september 2001. De eenheid zou zich richten op terrorisme en bedreigingen van de nationale veiligheid. De SIG teams vallen onder de Strategic Intelligence Unit, een eenheid die zich richt op terrorisme, grensoverschrijdende activiteiten zoals mensensmokkel, identiteitsfraude en witwassen. Er zijn SIG eenheden in Auckland, Wellington en Christchurch. De anti-terreur-eenheid richtte zich volgens politiecommissaris Howard Broad bij de operatie van Gilchrist op de actievoerders die een gevaar voor de nationale veiligheid vormden. Daarbij ging het om specifieke actievoerders. “We’re not interested in the to-ings and fro-ings of protest groups who might be wanting to stand outside a building and put placards up or do all the sorts of things that you would associate with lawful protest in a free and democratic society,” zei Broad tegen The Dominion Post. “The threshold is that someone or something has alerted us to the fact that there is some real risk that a person might carry their intentions through into some violent acts.”

    Voor welke eenheid Gilchrist voor 2004 werkte is onduidelijk. De premier van Nieuw Zeeland, John Key vond in december 2008 een onderzoek naar SIG niet noodzakelijk. De politie had de premier overtuigd dat de geheime operaties noodzakelijk en geoorloofd waren. Gilchrist verzamelde echter informatie over een grote verscheidenheid aan groepen en leden die actief waren binnen en buiten het parlementaire stelsel. De informant ging zo ver dat hij details over het persoonlijke leven van verschillende actievoerders doorspeelde aan de politie alsmede informatie over relaties en waar mensen werkten of hoe ze hun geld verdienden. Niets wijst erop dat de politie op enig moment in de carrière van Gilchrist heeft aangegeven dat over bepaalde organisaties geen informatie mocht worden verzameld of dat het alleen om individuen ging zoals commissaris Broad beweert. Gilchrist communiceerde met de politieagenten Peter Gilroy en John Sjoberg van de politie in Christchurch.

    Gilchrist werd ontmaskerd door zijn toenmalige vriendin, Rochelle Rees. Zij voerde samen met Gilchrist diverse acties onder andere rond dierenrechten. Hij had haar begin oktober 2008 gevraagd naar zijn computer te kijken omdat er volgens hem iets aan de hand was. Zij ontdekte een zeer uitgebreide email-correspondentie met leden van de SIG. Een van de berichten ging over een manifestatie tegen het gebruik van een stroomstootwapen door de politie voor het parlementsgebouw. De bijeenkomst was georganiseerd door de Green party, een politieke partij met negen zetels in het 49 zetels tellende Nieuw Zeelandse parlement. Ook een interne notitie van de Green party over een bijeenkomst over activiteiten voor een samenleving zonder genetisch gemanipuleerde gewassen zat tussen de elektronische communicatie aan de politie. Volgens de politieke partij heeft Gilchrist ook binnen de hun kantoren in het parlement rondgesnuffeld naar informatie. Zij doorzocht de gehele computer van haar vriend nadat zij de e-mails aan de anti-terreur-eenheid had gevonden. Reese, een computer programmeur installeerde een programma waardoor al het email-contact van de computer van Gilchrist ook bij haar terecht kwam. Ook plaatste zij spyware op zijn telefoon om zijn sms berichten en zijn telefoongesprekken af te tappen en verzamelde zijn telefoongegevens van enkele jaren. Zo kwam zij bij de agenten Peter Gilroy en John Sjoberg, door Gilchrist oom Peter en oom John genoemd, terecht.

    De ironie van de infiltratie van Rob Gilchrist is dat hij zelf degene was die de infiltratiepoging van particuliere inlichtingenbureaus in de Save Happy Valley groep naar buiten bracht. Hij vertelde in 2007 te zijn benaderd om voor geld te spioneren voor een bedrijf. Hij sprak verschillende keren af met Gavin Clark van het ‘beveiligingsbedrijf’ Thompson and Clark Investigations (TCIL). Gilchrist zou door de firma betaald worden voor het bespioneren van activisten tegen de kolenmaatschappij Solid Energy. Na een aantal afspraken met Clark vertelde Gilchrist zijn verhaal aan journalist Nicky Hager van The Sunday Star-Times. Hager is nu ook de auteur van het artikel van 14 december 2008 dat Gilchrist als informant van de SIG ontmaskerd. Op 21 april 2008 noemde de woordvoerder van de Save Happy Valley groep, Alan Liefting “Gilchrist a ‘man of principles’, who had not passed on information to Clark.” Een man met principes die de gespreken met Clark opnam. “The tapes record Clark’s efforts to recruit Gilchrist and long conversations where Clark explains the spying he wants,” vertelde Gilchrist The Sunday Star-Times.

    Bij zijn werk voor de SIG was Gilchrist zeker niet “a man of principles.” En het internet-verkeer tussen Gilchrist en de SIG was geen eenrichtingsverkeer. Rochelle Rees, de vriendin van de informant, bracht enkele vragenlijsten van de politie naar buiten. Aan de hand van de vragenlijst moest Gilchrist details verzamelen over allerlei acties van een grote verscheidenheid van actiegroepen. “Climate Change Groups: What is happening with climate change groups in Auckland? Who is involved? What actions might they be considering for the future? What specific plans are in place for Climate Day of Action 07/07?” staat er in de vragenlijsten van de politie. En over de vredesbeweging: “Anti-War/Anti-American Groups: What is happening within these organisations? What sort of numbers are now involved? What activities or targeting do they have planned for the future?” Over een dierenrechten-actiegroep moest Gilchrist telefoonnummers, adressen, kentekennummers en autotypen verzamelen.

    Collega actievoerders zijn geschokt door de onthulling van de infiltratie. Simon Oosterman zag Gilchrist altijd als een goede vriend, maar zijn optreden in het verleden komt sinds de onthulling in een ander daglicht te staan. Oosterman herinnert zich dat hij in 2005 een rechtszaak voerde over het gebruik van pepperspray tegen hem door de politie. Gilchrist had aangeboden te getuigen. Op de dag van de rechtszaak kwam Gilchrist de rechtzaal binnen in een t-shirt met een afbeelding van een revolver erop. Onder het revolver stond de tekst “this is my Glock, her name is Susan, there are many like her, but this one’s mine.” Volgens de advocaat van Oosterman had het gedrag van Gilchrist een negatieve uitwerking op de rechter en de uitspraak. Oosterman daagt de politie opnieuw voor het gerecht na de openbaarmaking van de infiltratie.

    Rob Gilchrist zat niet stil voor de 300 euro per week die hij naast onkostenvergoeding voor reis- en verblijfkosten van de staat kreeg voor zijn werk. Vanaf 2005 hield hij acht vakbonden in de gaten, waaronder Unite. Matt McCarten van Unite en ook columnist voor de Herald on Sunday vertelt de New Zealand Herald dat zijn bond in 2005 een campagne voerde voor verhoging van het minimumloon. Tussen de mails van informant zaten ook afspraken tussen Unite en parlementsleden. Volgens McCarten probeerde Gilchrist indruk te maken op de jonge vakbondsleden en hen aan te zetten tot stevigere acties. McCarten zegt dat het spioneren van Gilchrist gevolgen heeft gehad voor een werkneemster in de vleesverwerkende industrie. Zij werd vier uur vastgehouden op het vliegveld van Auckland Airport bij terugkomst uit Australië. De douaniers wisten veel van haar politieke activiteiten. Zij deed bij de laatste verkiezingen in Nieuw Zeeland mee voor de communisten.

    De vakbond voor maritiem personeel (the Maritiem Union) heeft een onderzoek geëist naar de infiltratie-operatie en dreigde zelfs met een staking. Een andere vakbond die regelmatig in de mail van Gilchrist aan de SIG opduikt is de Engineering Printing and Manufacturing Union (EPMU). Gilchrist had het schema van picket lines door-gemaild aan SIG. Ook de notulen van vergaderingen in het kader van de campagne tegen de verruiming van de ontslagmogelijkheden had de informant doorgestuurd. Andrew Little van de EPMU vindt een onderzoek noodzakelijk om vast te stellen of “Gilchrist was acting as a police-sponsored inguided missile or whether something more sinister is afoot.” De National Distribution Union (NDU) eist van de overheid het openbaar maken van alle informatie over de vakbond naar aanleiding van de infiltratie.

    Was Gilchrist de topinformant die nooit opviel en vervolgens een fout maakte door zijn vriendin, een computer programmeur, zijn computer te laten nakijken. Nee, veel mede actievoerders hadden hun bedenkingen bij Rob. Sommigen hadden afstand van hem genomen en voerden geen actie meer met hem. Toch duurde zijn infiltratie en relatie met de politie tien jaar voordat hij ontmaskerd werd, terwijl het voor velen duidelijk was dat er iets met hem aan de hand was.

    Gilchrist leefde van de adrenaline. Als er een tijd geen acties waren, stelde Gilchrist voor om iets illegaals te doen. Zo is er op het internet een film van hem te vinden tijdens een inbraak bij een grote kippenboerderij. Hij zette mede-actievoerders aan om mee te doen en deelde brochures uit over ‘eco-sabotage’, illegale acties bij de grootschalige veeteelt. Hij was een groot voorstander van geweld tegen politieagenten en fascisten. Tijdens demonstraties provoceerde hij op ongelukkige momenten, terwijl hij zelf meestal een rol op afstand speelde als politiewoordvoerder, chauffeur of de persoon die naar de politiecommunicatie luisterde. In de tien jaar van zijn carrière als politie-informant heeft hij naar alle waarschijnlijkheid verschillende geplande acties aan de politie doorgegeven. Zo werd de vernietiging van een veld met genetische gewassen door de politie voorkomen. Gilchrist beschuldigde meteen mensen die twijfels bij zijn rol hadden. Hij had altijd geld en deelde mobiele telefoons en andere apparatuur uit. Volgens hem was het geld afkomstig uit een erfenis, want zijn kleine elektronica-winkel liep niet heel goed.

    Mensen uit de actiewereld van Nieuw Zeeland somden een grote verscheidenheid aan ‘verdachte’ handelingen van Gilchrist op en toch werd hij in al die jaren niet met zijn gedrag geconfronteerd. Of hij het zo gepland had of dat hij een voorliefde had voor hele jonge meiden, Gilchrist deelde het bed met vele vrouwelijke actievoerders ook zestienjarigen. Zijn vriendin vond van deze jonge meiden naaktfoto’s, foto’s terwijl zij sliepen en foto’s van de vrouwen met wapens op zijn computer. Verschillende van deze foto’s zijn ook in de handen van de SIG gevallen. Rochelle Rees ontdekte een email dat verzonden was op 30 juli 2005 aan de anti-terreur-eenheid. De email met attachments was getiteld “needs a shave….”.

    Naast kortstondige en seksuele relaties vormde Gilchrist een magneet voor mensen met problemen. Zij huilden bij hem uit, konden geld lenen, hun liefdesverdriet verdrinken of samen actievoeren. De complexe relaties van Gilchrist, maakten een ontmaskering onmogelijk. Michael Morris schrijft op 24 december 2008: “I never liked Gilchrist personally, but while he was such a close mate of Mark’s I never questioned his loyalty, because I trusted Mark as a more experienced and politically savvy activist.” “Although I thought he was a friend, I had suspicions that he might be an informant which I had raised with my previous girlfriend, an animal rights activist who was also very close friend with Rob,” vertelt Simon Oosterman die een aanklacht tegen de politie had ingediend voor het gebruik van pepperspray. “It led to serious problems in my friendship with her.”

    Terughoudendheid bij het beschuldigen van een persoon van het verzamelen van inlichtingen voor de politie is op zijn plaats. Goed onderzoek en de ‘feiten’ zijn bij een confrontatie van groot belang, anders worden mensen voor het leven beschadigd. Gilchrist had echter al in de jaren negentig aangegeven voor de politie te hebben gewerkt. Hij was werkeloos en was naar eigen zeggen benaderd door de politie om een vereniging van bijstandsgerechtigden in de gaten te houden. Hij vertelde The Sunday Star Times dat hij voor weinig geld de politie vertelde dat zijn vrienden van de vereniging geen veiligheidsrisico waren. Hij wilde toen naar eigen zeggen ook keer op keer stoppen, maar de politie bleef hem benaderen. Gilchrist zegt nu dat hij zijn spionage voor de politie aan zijn vrienden heeft opgebiecht en dat hij blij was dat hij het niet meer deed. Enkele dagen na de ontmaskering zegt hij tegen de Weekend Herald dat hij in de aanloop van de Apec conferentie in Nieuw Zeeland in 1999 al voor de politie is gaan werken. Tien jaar later blijkt dat zijn dat hij vrolijk is doorgegaan met het bespioneren van allerlei buitenparlementaire en parlementaire organisaties voor het volgens hem luttele bedrag van 300 euro per week.

    Gilchrist boodt begin december 2008 zijn excuses aan. Volgens hem waren alle mensen waarover hij informatie aan de politie doorgaf “good people trying to make a better World.” De goede bedoelingen van Gilchrist staan in schril contrast met de verschillende acties die hij heeft doorgegeven aan de politie, de arrestaties die zijn verricht op basis van de door hem verschafte informatie in het kader van een gecoördineerde politieactie tegen leden van de inheemse volken Maori en Tuhoe die werden verdacht van lidmaatschap van een terroristische organisatie, het doorzenden van naaktfoto’s van jonge meiden, het creëren van ruzie binnen dierenrechtengroepen en het bespioneren van vakbonden en politieke partijen. Of Gilchrist werkelijk spijt had valt te betwijfelen. Hij vertelt de Weekend Herald trots dat hij bezoek had gekregen van een hoge functionaris van de SIG. “He appreciated the work I’d done over the last 10 years [and] understood how difficult it might have been.” En volgens hem moet de bevolking van Nieuw Zeeland hem bedanken voor zijn werk “some of which ‘saved the country economically’.” Gilchrist wil niet aangeven of de Nieuw Zeelandse staat hem nog betaalt en of hij al de tijd van zijn infiltratie in dienst was van de SIG.
    News clip from when story first broke