• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • NSA − Uncle Sam’s grote oren (1984)

    Het onderstaande artikel is verschenen in het tijdschrift AMOK van juni 1984. Ook toen al de NSA! AMOK wist te te melden dat deze dienst bij insi¬ders ook bekend stond als als ‘No Such Agency’ of ‘Never Say Anything’. De aanleiding voor het artikel was de ontmaskering van een infiltrant in het vredeskamp Woensdrecht, John Gardiner. Gardiner had verklaard dat hij een veldagent was van de National Security Agency, op pad gestuurd door de dienst om de komst van de kruisraketten naar Nederland te beveiligen. In plaats daarvan smokkelde hij granaten het kamp binnen die hij in België gestolen had. Hij werkte voor de BVD en de CIA, maar voor NSA-werkzaamheden bestaat geen enkel bewijs.
    James Bamford: The Puzzle Palace. A report on America’s Most Secret Agency. Boston 1982.

    De geboortedatum van de National Security Agency is momenteel bekend. De dienst begon zijn bestaan op 4 november 1952. Wie echter openbare bronnen uit dat jaar erop na slaat, zal niets vinden. Er was geen verslaggeving in de pers van de ge¬boorte, geen debat in het Congres, geen enkele vermelding van het bestaan van de dienst in regeringsdokumenten, zelfs geen gerucht. Elf dagen tevoren had president Truman zijn handtekening gezet onder een zeven bladzijden tellend presidentieel me¬morandum. Het memorandum werd geklassífi¬ceerd als “top secret” en gerubriceerd onder een kodewoord dat zelf weer geheim was. Slechts enkele leden van de regering konden kennis nemen van dit stuk dat op¬dracht gaf tot de oprichting van de NSA. Tot op heden blijven deze zeven bladzijden de grondslag voor alle inlíchtingen-aktí¬viteiten van de Amerikaanse regering met betrekking tot kommunikatiesistemen.De inhoud ervan is nog steeds een van Was¬hington’s best bewaarde geheimen. Er is geen enkele wet die de aktiviteiten van de NSA reguleert, er bestaan alleen wetten die het verstrekken van welke in¬lichting dan ook over deze dienst belem¬meren. Dit is een duidelijk verschil met de andere Amerikaanse inlichtingendien¬sten zoals bijvoorbeeld de CIA, die bij wet in het leven werd geroepen. De National Security Act van 1947 omschrijft de op¬dracht die de CIA heeft en stelt een aan¬tal beperkingen aan de aktiviteiten van deze dienst. Hoewel die beperkingen in de praktijk natuurlijk vaak genoeg een was¬sen neus blijken, geven ze in teorie een mogelijkheid om de CIA aan te pakken. Bij de NSA ontbreekt zelfs dit teoretiese handvat.
    De reden voor het ontstaan van de NSA in 1952 moet gezocht worden in het gebrek¬kige funktioneren van de diensten die be¬last waren met het volgen van de vijande¬lijke kommunikatie tijdens de Koreaanse oorlog. Het grootste probleem was een gebrek aan koördínatie tussen de verbin¬dingsinlichtingendiensten van de verschillende krijgsmachtonderdelen. De oplossing werd gevonden in het kreëren van een nieuwe eenheidsorganisatie die zich zou bezighouden met het gehele proces van verzamelen, bewerken, analyseren en dis¬tribueren van verbindingsinlichtingen. De nieuwe dienst zou komen te vallen on¬der het departement van defensie. Dit in tegenstelling met de tot dan toe bestaan¬de situatie waarbij dit werk onder de be¬velhebbers van de verschillende krijgs¬machtonderdelen viel hetgeen aan de on¬derlinge rivaliteit vrij spel gaf.

    Taak en interne organisatie

    Zoals vele inlichtingendiensten heeft de NSA een dubbele taak, één ten aanzien van de vijand en één ten aanzien van de eigen strijdkrachten. De eerste taak wordt in het dieventaaltje van de inlichtingen¬diensten aangeduid als COMINT (Communi¬cations Intelligence) hetgeen kan worden gedefinieerd als het onderscheppen en verwerken van buitenlands kommunikatie¬verkeer via radio, kabel of andere elek¬tromagnetische middelen en het verwerken van buitenlandse gekodeerde berichten, onverschillig langs welke weg deze wor¬den verzonden.
    De tweede taak van de NSA wordt aange¬duid met COMSEC (Communications Securi¬ty) en kan worden omschreven als de be¬scherming die het gevolg is van elke maatregel welke genomen wordt om te voor¬komen dat onbevoegden kennis nemen van informatie die vervat is in de telekom¬munikatie van de Verenigde Staten welke met de nationale veiligheid verband houdt.
    Deze wat ingewikkeld klinkende definities zijn ontleend aan Amerikaanse regerings¬dokumenten. In meer alledaags taalgebruik komt het erop neer dat de NSA zich be¬zighoudt met het afluisteren van allerlei buitenlandse kommunikatiesistemen en met het beveiligen van de verbindingen van de Verenigde Staten zelf. Een belang¬rijk onderdeel van dit werk is het breken van de buitenlandse kodes. Opgemerkt moet nog worden dat de term “buitenlands” erg breed wordt opgevat. Het omvat name¬lijk tevens het gehele in- en uitgaande grens-overschrijdende berichtenverkeer van de Verenigde Staten.
    Het hoofdkwartier van de NSA is gevestigd in Fort Meade, halverwege tussen Washing¬ton D.C. en Baltimore. Het is een kom¬plete stad met eigen winkels, busvervoer, politie, onderwijsinstelling, TV-station, postkantoor en elektriciteitscentrale. Het verschil met een gewone stad is dat je in Fort Meade alleen binnenkomt na een maandelange screeningsprocedure. (..)

    Overlopers

    Een organisatie als de NSA is er natuur¬lijk als de dood voor dat zijn medewerkers overlopen ‘naar de andere kant’. Een be¬langrijk middel om dit te voorkomen is de screening die plaatsvindt voordat iemand in dienst wordt genomen. De NSA staat bekend als een klub die daarbij gebruik maakt van de leugendetektor als belang¬rijkste middel. Er zit echter één groot gat in deze procedure: de NSA ontheft alle militaire personeelsleden van de plicht om de test met de leugendetektor te ondergaan op grond van de redenering dat detachering van militair personeel bij de NSA niet op vrijwillige basis ge¬schiedt. En op grond van de Amerikaanse wetgeving dient onderwerping aan een test met de leugendetektor altijd op basis van vrijwilligheid te geschieden. In dit op¬zicht verschilt de politiek van de NSA van.die van de CIA die ook zijn militaire personeel aan de test onderwerpt en daar¬bij argumenteert dat hun verbintenis met de CIA een vrijwillig karakter heeft.Bij de interne gang van zaken bii de NSA wordt erg veel nadruk gelegd op de geheimhou¬ding van namen, gezichten en funkties van het personeel. Volgens Daniel Schwartz, de officiële advokaat van de NSA is de reden hiervoor dat talrijke personeelsleden in het buitenland ge¬plaatst zijn met “covert assignments” (gedetacheerd onder schuilnaam) en dat “leven of veiligheid” van deze personen “gevaar zou kunnen lopen” als hun namen bekend zouden worden. (Puzzle Palace, p. 123).

    Het netwerk

    De NSA kan beschikken over een sisteem van afluisterposten dat de hele wereld omspant maar vooral dichtgekoncentreerd is rond de grenzen van de belangrijkste potentiële tegenstanders. Belangrijke in¬stallaties zijn er bijvoorbeeld in Japan, Zuid-Korea, Turkije en West-Duitsland. De omvang van een luisterpost kan variëren van een legertruck tot een stelsel van gigantiese schotelantennes, dat bediend wordt door 1500 militairen zoals er een gevestigd is in Edzell in Schotland. Daarnaast zijn er de spionagevliegtuigen, volgepakt met elektroniese apparatuur. Deze kunnen ook in gevechtssituaties worden gebruikt, zoals bijvoorbeeld in de Vietnamese oorlog gebeurde om artille¬rievuur en luchtaanvallen te leiden. Hoewel er niet zoveel organisatoriese details over bekend zijn staat wel vast dat de NSA ook nauw betrokken is bij het stelsel van spionagesatellieten waarover de Verenigde Staten beschikken. Hierbij wordt samengewerkt met de luchtmacht en de CIA.
    In de zestiger jaren exploiteerde de NSA ook een vloot van spionageschepen, maar na incidenten met de USS ‘Liberty’ (in 1967 tijdens de zesdaagse oorlog aan barrels geschoten door de Israeli en de USS Pueblo (1968 onderschept door de Noord-Koreaanse marine) werd het program¬ma beëindigd.
    (..)
    Het voorgaande is een korte samenvatting van de inhoud van het boek van Bamford, dat 465 bladzijden telt en voorzien is van een goed register. Ten slotte een woord ter beoordeling. Het boek maakt een erg gedegen indruk en is gebaseerd op overheidsdokumenten (deels verkregen met behulp van de Amerikaanse wet op de openbaarheid van bestuur), persartikelen en interviews met (ex)medewerkers van NSA. In theorie is het mogelijk dat de auteur een deal heeft gesloten met de NSA om bepaalde NSA-aktiviteiten niet te behandelen, in ruil waarvoor de NSA dan zou hebben afgezien van juridiese procedures. Gezien de onafhankelijke po¬sitie die de schrijver duidelijk inneemt zou dit dan ergens in het boek vermeld moeten zijn. Aangezien dit niet het ge-val is, lijkt mij dat het boek een korrek¬te weergave van de aktiviteiten van de NSA is voorzover die voor een onafhanke¬lijk publicist zijn te achterhalen.

    Kees Kalkman (eerder verschenen in Vredesmagazine jaargang 6 nummer 4)

    De originele spelling van het artikel is gehandhaafd.
    website vredesmagazine
    artikel als pdf
    nsa files verzameling niet compleet