• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Politiële gegevensverwerking en Privacy

    In dit proefschrift stellen we vast in hoeverre met de wijziging van het wettelijke regime rond de verwerking van persoonsgegevens door de politietegemoet is gekomen aan de knelpunten die onder het regime van de Wetpolitieregisters zijn geconstateerd. Sinds 1990 zijn er regels en normen voorhet gebruik van politiële gegevensverzamelingen. Aanvankelijk waren zeopgenomen in de Wpolr; vanaf 1 januari 2008 is de Wpolg van kracht. Metde invoering van de Wet politiegegevens heeft de wetgever tegemoet willenkomen aan de knelpunten die bij de uitvoering van de Wet politieregistersen de Wet bijzondere politieregisters naar voren zijn gekomen. De volgendeprobleemstelling (PS) is als leidraad van het onderzoek genomen.

    PS: In hoeverre waarborgt de Wet politiegegevens de goede uitvoering van de politietaak en de grondrechten van de burger effectiever dan de Wet politieregisters? Om deze probleemstelling te beantwoorden onderzoeken we de volgende drie onderzoeksvragen.

    OV1: Op welke wijze zijn de politietaak en de grondrechten van de burger betrokken bij het verwerken van politiegegevens?OV2: Welke knelpunten zijn er in de literatuur en de praktijk geconstateerd ten aanzien van de waarborgende werking van de Wet politieregisters?OV3: In hoeverre komt de Wet politiegegevens, mede in het licht van de ervaringen met de Wet bescherming persoonsgegevens, tegemoet aan de geconstateerde knelpunten?

    Bij de regulering van de verwerking van politiegegevens heeft de wetgeverdrie waarborgen geïntroduceerd die ervoor moeten zorgen dat het gebruikvan persoonsgegevens plaatsvindt in overeenstemming met de regels ennormen uit het wettelijk regime. Zowel onder het huidige wettelijke regime(Wpolg) als onder het oude regime van de Wet politieregisters (Wpolr) zijndit er drie, te weten:

    (1) Wet: de wettelijke beperkingen in het gebruik van persoonsgegevenszelf.

    (2) Kennisnemingsrecht: het recht van iedere individuele burger om inbeginsel kennis te nemen van de gegevens die over hem zijn opgenomenin een politieregister.

    (3) Controle en toezicht: de controle en het toezicht op het gebruik vanpersoonsgegevens.

    Aan de hand van deze drie waarborgen is in dit proefschrift het oude wettelijke regime vergeleken met het nieuwe wettelijke regime (hoofdstukken 4, 5 en 6). Binnen dit onderzoek is ervoor gekozen, mede als gevolg van eensoortgelijke keuze binnen het ANITA-project (Administrative NormativeInformation Transaction Agents), om het onderzoek te beperken tot gegevensverwerking door Criminele inlichtingen eenheden (CIE) op nationaalniveau. Om het onderzoek in het juiste kader te plaatsen is in hoofdstuk 2eerst een beschrijving gegeven van de CIE. In hoofdstuk 3 zijn de bij gegevensverwerking betrokken belangen besproken.In hoofdstuk 2 is allereerst is de ontwikkeling van de CID naar de CIEbeschreven. Daarbij is aandacht besteed aan de wijzigingen in de taken enbevoegdheden van de CID. De informatievoorziening van de recherchefunctiekwam centraal te staan bij de opsporing en bij het voorkomen van zwarecriminaliteit. Deze ontwikkeling heeft geleid tot een flinke hoeveelheidregelgeving die ziet op (1) de verwerking van politiegegevens door de CIEen (2) de wijze waarop de CIE haar informatie verkrijgt. Vervolgens is uitgebreid stilgestaan bij de informatie-inwinning en -veredeling door de CIE.Het inwinnen van informanteninformatie kan ten slotte worden teruggevoerdop twee verschillende bevoegdheden: (1) de algemene politietaakbepalinguit art. 2 Pw1993 en (2) de bijzondere opsporingsbevoegdheid voorhet stelselmatig inwinnen van informatie bij informanten, neergelegd in art.126v Sv.In hoofdstuk 3 wordt OV1 beantwoord. De twee belangen, die bij de politiëlegegevensverwerking zijn betrokken, komen uitvoerig aan de orde: (A) degoede uitvoering van de politietaak en (B) het beschermingsbelang. Zowelvoor belang A als voor belang B is het onderkennen van de technologiegestuurde ontwikkeling noodzakelijk. Technologische ontwikkelingen gevenmeer instrumentele mogelijkheden voor belang A en stellen om die redentegelijkertijd hogere eisen aan belang B. Hoewel technologie niet als een zelfstandigbelang kan worden aangemerkt bij de opstelling van regelingen vanhet gegevensbeschermingsrecht, blijkt zij dus wel een belangrijke sturendefactor te zijn in het denken over de betrokken belangen bij de inzet van gegevensverwerkingen. Vanuit deze achtergrond worden in de hoofdstukken 4,5, en 6 de drie voornoemde waarborgen behandeld.In hoofdstuk 4 is het proces van informatieverwerking door de CIE-enbesproken. Daarbij is antwoord gegeven op OV2 en OV3 voor zover het dewet als waarborg betreft. We hebben beschreven op welke wijze de Wpolgtegemoet komt aan de onder de Wpolr geconstateerde knelpunten als hetgaat om (1) het opslaan, (2) het bewaren, (3) het verstrekken, (4) het koppelen en (5) het analyseren van politiegegevens door de CIE. Bij de beschrijving van de knelpunten onder de Wpolr en de daarvoor door de Wpolg geboden oplossingen, is gebleken dat deze zich op drie gebieden laten voelen, namelijk (1) de vaagheid in toepassingsvoorwaarden, (2) de oplossingen die vooral instrumenteel van karakter zijn en (3) de noodzaak van sterkere overige waarborgen.Ad(1) Vaagheid in toepassingsvoorwaardenAls veruit het belangrijkste knelpunt onder de Wpolr is de vaagheid in deregeling naar voren gekomen. Dit werd vooral veroorzaakt door het gebruikvan het begrip ‘noodzakelijkheid’ als toepassingsvoorwaarde voor de activiteiten bewaren, de weigeringsgrond voor het verstrekken van informatie,het koppelen en het analyseren. Ondanks de in de praktijk bestaande problemenis deze voorwaarde onder de Wpolg onverkort gehandhaafd. Sterkernog, zoals gezien is bij de activiteit ‘bewaren’ de noodzakelijkheid als voorwaarde een prominentere rol gaan spelen en introduceert de Wpolg met dethemaverwerking een nieuwe vaagheid in toepassingsvoorwaarden. Ook bijde geconstateerde classificiatieknelpunten blijven de toepassingsvoorwaardenonverkort gehandhaafd.Ad(2) Oplossingen vooral instrumenteel We hebben gezien dat de Wpolg ook een aantal prangende knelpuntenheeft opgelost. Dit betrof echter vooral knelpunten vanuit een instrumenteelbelang. We noemen het afbakeningsprobleem tussen het voorlopig registeren het register zware criminaliteit. Daarnaast zijn met de Wpolg oplossingengekomen voor de te knellende bewaartermijn van 5 jaar, de toegangsproblementot het informantenregister, en de te beperkte verstrekkingsmogelijkhedennaar derden buiten de politieorganisatie. Voorts worden met deintroductie van themaverwerkingen meer mogelijkheden geboden tot gegevensverwerking.De mogelijkheden in het verwerken van politiegegevens zijn onder de Wpolg dan ook ontegenzeglijk ruimer dan onder de Wpolr. Dit gaat echter ten koste van de grondrechten van de burger.Ad(3) Meer mogelijkheden, sterkere waarborgen?Tegenover deze ruimere instrumentele mogelijkheden staat volgens de wetgeverook een strenger systeem van waarborgen. Maar die extra beschermingkan echter niet van de eerste waarborg worden verwacht. Die eerstewaarborg is het verwerkingsregime voor politiegegevens zelf. Daarin zit watde bevoegdheden betreft nu juist een aanzienlijke verruiming van de mogelijkheden.In de toepassingsvoorwaarden blijft de vaagheid bovendien eengrote factor van betekenis. Op grond van het nieuwe verwerkingsregimeconcluderen wij dat het regime van de Wpolg aan waarborgende werkingten aanzien van de grondrechten van de burger inboet. Dat vraagt dus, bijwijze van compensatie, meer van de overige twee waarborgen, die in dehoofdstukken 5 en 6 aan bod zijn gekomen. In hoofdstuk 5 wordt het kennisnemingsrecht als waarborg behandeld. De daarbijgeconstateerde knelpunten zijn vooral praktische problemen bij de uitvoeringvan het kennisnemingsrecht die voortkomen uit de volgende tweebelangen: (1) de CIE probeert heimelijk informatie over personen en groepente verzamelen en (2) de crimineel wil graag weten wat de politie over hemweet. Deze twee belangen die lijnrecht tegenover elkaar staan, maken datniet zonder meer alle bij de CIE aanwezige informatie kan worden verstrektaan de persoon die om inzage verzoekt. Daar moet, in verband met de goedeuitvoering van de politietaak, eerst een selectie in gemaakt worden. Dit zorgt ervoor dat het recht op kennisneming van informatie uit de CIE-databanken een vrijwel onmogelijke taak is.Doordat in het geval van kennisneming bij de CIE een groot deel van deinformatie geheim blijft, is het voeren van een discussie over het al dan niet terecht geregistreerd hebben van een deel van die informatie niet goedmogelijk. We hebben daar in hoofdstuk 5 de conclusie aan verbonden dat dewaarborgende werking van het kennisnemingsrecht te wensen overlaat. Hetgeringe aantal verzoeken en de wijze waarop die afgedaan worden dragennaar ons idee slechts marginaal bij aan de waarborgende werking. Net als bijde eerste waarborg, het wettelijk systeem zoals dat in hoofdstuk 4 is behandeld, leidt het gebrek aan waarborgende werking van het kennisnemingsrecht tot de conclusie dat daardoor meer moet worden verwacht van de derde en laatste waarborg, controle en toezicht.In hoofdstuk 6 worden controle en toezicht op de informatieverwerking als waarborg behandeld. Daarbij is een antwoord gegeven op OV2 en OV3 voor zoverhet controle en toezicht als waarborg betreft. In het hoofdstuk hebben webeschreven op welke wijze de Wpolg tegemoet komt aan de onder de Wpolrgeconstateerde knelpunten als het gaat om controle en toezicht door (1) deverantwoordelijke, (2) de privacyfunctionaris, (3) het CBP, (4) protocollering en auditing, (5) de CIE-ovj, en (6) de strafrechter.Deze personen en instanties vormen in potentie zeer sterke controle- entoezichtmechanismen. Het succes daarvan lijkt in elk van de gevallen echterin te moeten boeten door een gebrek aan capaciteit. De manier waarop decontrole en het toezicht op de verwerking van politiegegevens bij de CIEthans is vormgegeven, is naar onze mening te versnipperd. De Wpolg lostvoor de individuele controle- en toezichtmechanismen weliswaar een aantalpraktische knelpunten op, maar niet op de punten van capaciteit en versnippering.Integendeel, het systeem onder de Wpolg raakt door de invoeringvan de functionaris gegevensbescherming en de verplichte auditing meerversnipperd dan onder de Wpolr.Geen van de genoemde personen en instanties is in staat om inhoudelijk,bij iedere regio en op regelmatige basis, toezicht te houden. Er is te gemakkelijk een aantal mechanismen in de wet opgenomen, zonder dat specifiekvoor de CIE wordt bepaald of die in de praktijk ook effect zullen hebben.Zeker nu capaciteitsgebrek bij de meerderheid van voornoemde personenen instanties een knellend probleem blijkt te zijn waar de Wpolg geen oplossing voor biedt, is aanpassing van deze mechanismen aangewezen. Dat moetwat ons betreft, anders dan onder de Wpolg, gezocht worden in kwantitatieveversobering enerzijds en kwalitatieve investering anderzijds.

    Met het voorgaande zijn de drie waarborgen (de wet, het kennisnemingsrecht,en controle en toezicht) besproken.In hoofdstuk 7 wordt een antwoord gegeven op de probleemstelling. Bij debeantwoording van de probleemstelling is het de vraag of met de doorgevoerdewijzigingen de politietaak (belang A), alsmede de bescherming vande grondrechten van de burger (belang B) effectiever gewaarborgd wordendan onder de Wpolr.De politietaak De Wpolg lost voor de politiepraktijk een aantal prangende knelpunten op door het verwerkingsregime op een aantal punten te wijzigen. De wijzigingen zijn echter vooral wijzigingen op detailniveau en bevatten geen fundamentele wijzigingen in de wijze waarop politiegegevens dienen te wordenverwerkt. Alleen voor deze knelpunten was naar onze overtuiging geennieuwe wet nodig geweest.De zingeving van nieuwe wetgeving is erin gelegen dat juist de meerfundamentele knelpunten worden aangepakt. We bedoelen met fundamenteleknelpunten de knelpunten die voortkomen uit de wijze van reguleringof de opzet van de regulering. We hebben aangetoond dat aangaande de verwerking van politiegegevens er zich drie van deze fundamentele knelpuntenvoordoen, te weten (1) de vaagheid in toepassingsvoorwaarden, (2) hetcapaciteitsgebrek, en (3) de geconstateerde versnippering. We zien dat deWpolg deze drie punten ongemoeid laat. We zagen zelfs dat op sommigepunten te verwachten is dat de geconstateerde knelpunten zich in verhevigdevorm zullen voordoen. Dit betekent dat de CIE zich in de praktijk geconfronteerd zal blijven zien met dezelfde of soortgelijke knelpunten bij de verwerking van politiegegevens.De grondrechten van de burger Tegenover de ruimere instrumentele mogelijkheden staat volgens de wetgever ook een strenger systeem van waarborgen. Echter, op grond van het nieuwe verwerkingsregime moet worden geconstateerd dat het verwerkingsregime van de Wpolg aan waarborgende werking afneemt als het gaat om de bescherming van de grondrechten van de burger. Van de waarborgende werking die van het kennisnemingsrecht uit zou moeten gaan, moet ook onder de Wpolg niet veel worden verwacht. Het recht werd onder deWpolr immers weinig gebruikt en de invulling van die verzoeken die werdengedaan was dusdanig dat daarvan vrijwel geen waarborgende werkinguitging.Dit maakt dat de noodzakelijke extra waarborgende werking door decontrole- en toezichtmechanismen geboden moet worden. We hebben op ditpunt echter gezien dat de knelpunten op het gebied van controle en toezicht– capaciteit en versnippering – onder de Wpolg worden versterkt in plaatsvan afgezwakt. Met de invoering van extra controle- en toezichtmechanismen is het dus sterk de vraag of de effectiviteit van die controle en dat toezichtgroter wordt dan onder de Wpolr. Zonder extra maatregelen, waarvantot nu toe niet is gebleken, moet worden geconcludeerd dat dit niet het gevalis.In conclusie kunnen we stellen dat de Wpolg weliswaar meer mogelijkhedenbiedt voor de verwerking van politiegegevens, maar dat deze ruimeremogelijkheden vooral gepaard gaan met het oplossen van praktische knelpunten.Daarmee is de politietaak gediend. Die ruimere instrumentele mogelijkhedenmaken echter niet dat de politietaak effectiever gewaarborgdwordt, aangezien de meer fundamentele knelpunten niet worden aangepakt.Als het gaat om de waarborging van de grondrechten van de burger hebbenwe laten zien dat zich daar soortgelijke problemen voordoen. In plaatsvan de fundamentele knelpunten (het bestaansrecht van het kennisnemingsrecht,alsmede versnippering van de controle en het toezicht en het daarmeegepaard gaande capaciteitstekort) aan te pakken, introduceert de Wpolgextra knelpunten.Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de Wpolg niet in staat is geblekenom de vrijheid van gegevens effectiever te waarborgen dan de Wpolr.Met wetgeving zijn de problemen niet opgelost.

    Politiële gegevensverwerking en Privacy