• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Justitie en Veiligheid

  • Nieuwsblog

  • Openbaarheid

  • Nationaal Veiligheidsarchief

  • Publicaties

  • Crisis en Onveiligheid

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Preventief fouilleren omdat het mag!/moet?

    Over selectief fouilleren, discriminatoir handelen, willekeurige hoogten van boetes, drugs fouilleren, verdwenen ‘wapens’, afgenomen joints, einde van het gedoogbeleid, steunen van coffeeshophouders, vage cijfers en bizarre motivering (deel 1, 2003 – 2007).

    De overheid heeft door een recentelijke wijziging van de bevoegdheid tot preventief fouilleren aangegeven dat de maatregel niet werkt. Natuurlijk wordt dat niet met zoveel woorden gezegd, maar de krampachtigheid waarmee de maatregel wordt verdedigd is veelzeggend.

    Om vast te stellen of ‘het selectief fouilleren’ wel genoegzaam werkt, wordt er een experiment uitgevoerd in Rotterdam. In een bepaalde wijk fouilleert de politie burgers aan de hand van een aantal criteria. De burger als proefpersoon van een veiligheidsexperiment. Bij het testen van medicijnen zou de wereld op zijn kop staan, maar blijkbaar is het genoeg om de mannelijke guinea pigs in de leeftijd tussen ongeveer 14 en 34 jaar te betasten. Wat dit voor het rechtsgevoel van mensen betekent, lijkt allang geen punt van discussie meer.

    Het Rotterdamse experiment is overigens niet nieuw. Zoals al vastgesteld lijkt het voor gemeenteraden een hamerstuk om de overheid de bevoegdheid te geven onschuldige mensen aan te wijzen als dragers van wapens. Voormalig fractievoorzitster Marleen Thissen (GL) verbaasde zich op 21 januari 2003 tijdens de vergadering over de wijziging van de APV om preventief fouilleren in Maastricht mogelijk te maken dat “zo’n zware maatregel zo weinig discussie oproept.”

    Thissen vond “deze maatregel te zwaar voor de situaties in Maastricht.” Op 20 mei 2003 voegde zij daar in een debat over een initiatiefvoorstel van de VVD, genaamd ‘Veiligheid Samen werken aan een veilige en schone stad’, aan toe dat Maastricht “veiligheid hoog op de agenda heeft staan, de gemeente enorm veel aan veiligheid doet en dat er wijkteams, de wijkagenten en andere initiatieven zijn.” Ze had ook het biketeam, allerlei drugs ontmoedigingsinitiatieven, cameratoezicht, een noodverordening met bestuurlijke ophouding en de inzet van allerlei andere overheidsdiensten in de stad kunnen noemen.

    Tien jaar later lijkt de brand in Maastricht alleen maar verder om zich heen te hebben gegrepen en heeft zelfs de minister van Veiligheid en Justitie extra agenten beloofd. Wie de gebrekkige rapportages, evaluaties, onderbouwingen met betrekking tot preventief fouilleren of beter gezegd selectief fouilleren bekijkt, kan alleen maar concluderen dat Maastricht geen ‘zero tolerance’ beleid voert, maar ‘zero brains’.

    Geen evaluatie

    In de eerste jaren van fouillering in Maastricht werd de maatregel nog niet geëvalueerd. Men was blij met fouillering, een preventief middel dat 12 april 2003 voor het eerst werd toegepast. De politie verspreidde naderhand een neutraal persbericht met de resultaten en waar de actie plaats had gevonden. Aan de actie namen vijftig politiemensen, leden van de KMar (Koninklijke Marechaussee) en de Douane deel. Dit zou in de loop der jaren niet veranderen, al deden in een later stadium ook Belgische politieagenten eraan mee.

    De onderbouwing van noodzaak van fouillering van onschuldige burgers is uiterst curieus. Bij het Maastrichtse raadsvoorstel om de APV te wijzigen om fouillering in 2003 mogelijk te maken, voegde het College van Maastricht een overzicht van overtredingen met betrekking tot wapenbezit, wapengebruik en straatroof toe. Over straatroof merkte het College van B&W op dat ‘hiervan bekend is dat een deel plaatsvindt onder bedreiging van een wapen.’

    Cijfers van het aantal straatroven in 2000 en 2001 werden niet vermeld. In 2002 vonden er 230 straatroven plaats, verdere details ontbreken. De cijfers met betrekking tot het wapenbezit lijken de noodzaak van preventief fouilleren onderuit te halen. Het ging begin deze eeuw goed in Maastricht, het wapenbezit was van 102 in 2000 naar 86 in 2002 gedaald. Dit komt overeen met de trend in de gehele regio Limburg-Zuid, van 260 in 2000, 312 in 2001 naar 187 in 2002 (cijfers CBS Statline).

    In tegenstelling tot het wapenbezit nam het wapengebruik in de stad toe, van 53 gevallen in 2000 naar 75 in 2002, een toename van 144 procent. Deze stijging stond in schril contrast met de daling in de gehele regio van 3322 in 2000 naar 2778 in 2002. Een analyse of duiding van de cijfers ontbrak, er werd slechts geconcludeerd dat ‘op basis van deze analyse de politie adviseert dat de toepassing van de wet preventief fouilleren binnen de Singels moet plaatsvinden.’

    ‘Preventief fouilleren moet plaatsvinden’, terwijl een goede onderbouwing van nut en noodzaak ontbreekt. De burgemeester gaf op 16 januari 2003 aan dat het ‘een zwaar middel is dat slechts incidenteel zal worden ingezet en met de nodige waarborgen is omkleed.’ Bij die waarborgen behoort ook een onderbouwing van de maatregel in de vorm van een politie-rapportage.

    De Maastrichtse gemeenteraad vond het tabelletje met wat cijfers en enkele mooie grafische plaatjes van de spreiding van de delicten voldoende en had geen verdere behoefte meer aan motivering in de jaren die zouden volgen. Zelfs de onderzoekers van COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement en Advies- en Onderzoeksgroep Beke, voorstanders van preventief fouilleren, lijken zich in Leren (van) Preventief Fouilleren: Een analyse van het proces en Leren (van) Preventief Fouilleren (januari 2005) enigszins te verbazen over het fouilleerbeleid in Maastricht. ‘Toch wordt dit stadscentrum niet primair in verband gebracht met criminaliteit en overlast. Maastricht kent immers en fraai stadscentrum met talrijke alom bekende en gewaardeerde bestemmingen. Het betreft onder meer horeca voor jongeren.’

    Slapende officieren van justitie

    Het openbaar ministerie (OM) dat in principe een controlerende functie heeft met betrekking tot nut, noodzaak en onderbouwing van de bevoegdheid, houdt zich in de eerste jaren stil. Pas op het driehoeksoverleg van 12 januari 2007 stelt dhr. Jansen van het parket Maastricht dat ‘in de onderbouwing voor de verlenging van het preventief fouilleren de nadruk moet liggen op wapengerelateerde feiten. Enkel deze kunnen als basis dienen voor de vaststelling van een veiligheidsrisicogebied.’ Er wordt opgemerkt dat het document cijfers en verantwoording hierop zal moeten worden aangepast. Of dit ook daadwerkelijk is gebeurd, wordt niet duidelijk.

    Eigenlijk is het vreemd dat het OM van Maastricht niet eerder aan de bel heeft getrokken. In een memo van 16 april 2004 schrijft het arrondissementsparket dat de vrees voor de verstoring van de openbare orde ‘objectiveerbaar moet zijn, in die zin dat er in redelijkheid sprake van moet zijn.’ Het parket geeft zelfs aan waaraan een verantwoording om te gaan fouilleren moet voldoen. ‘In het politievoorstel tot ‘aanwijzing veiligheidsrisicogebied’ voor een bepaald gebied kan gebruik gemaakt worden van bijvoorbeeld de volgende elementen: cijfermatige analyse van het aantal vuurwapen- geweldsincidenten, sfeerrapportage, handhavingsbeleid in breed perspectief, gebiedsaanpak en resultaten, onveiligheidsanalyse afkomstig uit de politiemonitor.’

    Het document ‘cijfers en verantwoording 2006’ van 12 januari 2007 bevat echter een opsomming van het aantal voertuigen, inzittenden en passanten dat is onderzocht. Ook het aantal blaastesten wordt vermeld, alsmede het aantal aanhoudingen en de geïnde boetes. Eigenlijk de resultaten van de elf fouilleeracties van 2006. Pas op de laatste pagina is een overzicht opgenomen van het aantal overtredingen van wapenbezit en het aantal straatroven.

    Cijfers over het wapengebruik in Maastricht worden niet gegeven, terwijl die in 2003 nog wel werden gebruikt ter onderbouwing van de wijziging van de APV. Wie de cijfers van het wapenbezit bekijkt ziet een gestage groei van 46 gevallen in 2002 naar 2003 in 2006. Hoe deze cijfers moeten worden gezien ten opzichte van de cijfers uit het raadsstuk van 21 januari 2003 waarin het wapenbezit in heel Maastricht werd gepresenteerd, is niet duidelijk.

    In ‘cijfers en verantwoording 2006’ lijken slechts de cijfers van vier wijken te worden weergegeven. Dit zou kunnen kloppen bij het aantal geregistreerde voorvallen van wapenbezit dat volgens het raadsstuk in 2002 86 betrof en volgens het document ‘cijfers en verantwoording 2006’ 46. De cijfers van de straatroven lijken die conclusie tegen te spreken, aangezien het aantal straatroven in 2002 in vier wijken (162) meer is dan in de gehele stad (75 in het raadsstuk van 2003). Het gebruik van het cijfer 162 lijkt te willen benadrukken dat preventief fouilleren succesvol is. Per slot van rekening daalt het aantal straatroven dramatisch van 162 in 2002 naar 96 in 2006.

    Wie echter het getal 75 voor de gehele stad als uitgangspunt neemt, zal voor vier wijken op een lager aantal straatroven uitkomen in 2002 en dan moeten constateren dat het aantal fors is toegenomen. De getallen roepen überhaupt vragen op wanneer naar het wapenbezit en het aantal straatroven in 2004 wordt gekeken. Het lijkt er welhaast op alsof dat het jaar van de vrede was, afgaande op de lage cijfers. In het document ‘cijfers en verantwoording 2006’ wordt geen enkele duidelijkheid of duiding gegeven van de cijfers met betrekking tot straatroven en wapenbezit.

    In het aanwijzingsbesluit van de burgemeester voor een nieuwe golf fouilleeracties wordt echter wel verwezen naar ‘een analyse waaruit blijkt dat er een groot aantal wapendelicten plaatsvinden’, maar of dit dezelfde analyse is, wordt niet duidelijk. De aanwijzingsbesluiten bevatten steeds twee standaardzinnen, die keer op keer terugkomen, als reactie op het aantal gevonden wapens. De eerste stelt dat de gevonden wapens ‘het effect van de aanwijzing als veiligheidsrisicogebied en de daaruit voortvloeiende acties preventief fouilleren’ aantoont. En het aantal wapens is tegelijkertijd volgens de burgemeester een onderbouwing ‘van de noodzaak voor een verlenging van de aanwijzing van dit gebied als veiligheidsrisicogebied.’

    De twee standaardzinnen komen in alle aanwijzingsbesluiten van 2003-2006 terug (4 september 2003, 20 april 2004, 26 augustus 2004, 21 oktober 2004, 25 mei 2005, 14 januari 2006 en 13 juli 2006). Ook is in elke aanwijzing de zin opgenomen dat ‘voor de verdere motivering van deze nieuwe aanwijzing verwezen wordt naar de rapportage van de politie welke dient als toelichting bij dit besluit.’ Die motivering is door zowel politie, gemeente en parket niet openbaar gemaakt, maar lijkt ook nooit te zijn opgesteld. Het document ‘cijfers en verantwoording 2006’ was de eerste ‘serieuze’ motivering.

    Naast de halfjaarlijkse verlenging is in de loop der jaren het risicogebied twee keer uitgebreid. De motivering van die uitbreiding is een variatie op de verlenging van de ‘Maastrichtse warzone’. Op 26 augustus 2004 ondertekende toenmalig burgemeester Leers de uitgebreide aanwijzing van het risicogebied. In de aanwijzing verwijst hij naar het aantal wapendelicten in het nieuwe gebied (16 in 2001, 15 in 2002 en 21 in 2003).

    Opnieuw wordt er verwezen naar ‘een analyse’, maar die is niet toegevoegd aan de aanwijzing en lijkt te slaan op de drie getallen. Deze cijfers zijn blijkbaar voldoende om de omvang van Maastrichtse warzone uit te breiden, zoals de simpele tabel begin 2003 genoeg was om te beginnen met fouilleren. Bij de tweede uitbreiding in 2007 is er even opnieuw een kritische opmerking van de zijde van justitie tijdens het driehoeksoverleg op 20 juni 2007: ‘Van de zijde van justitie wordt opgemerkt dat om de gebiedsaanwijzing uit te breiden een betere onderbouwing nodig is: aangetoond moet worden waarom juist die betreffende wegen ook onder het veiligheidsrisicogebied dienen te worden gebracht.’

    Leers en zijn korps willen graag op de toegangswegen tot Maastricht kunnen fouilleren. De aanvraag voor de uitbreiding en het document ‘cijfers en verantwoording 2007’ lijken niet aangepast omdat de datum van de aanvraag 12 juni 2007 is. Hard-liner Leers is ook niet geïnteresseerd in verdere onderbouwing. Het feit dat er in 2004 198, in 2005 153 en in 2006 195 wapens zijn gevonden, maakt volgens de burgemeester duidelijk ‘dat het effect van de aanwijzing als veiligheidsrisicogebied en de daaruit voortvloeiende acties preventief fouilleren is aangetoond.’ De standaardzinnen zijn altijd inzetbaar.

    Selectief bekeuren

    Het openbaar ministerie heeft de uitbreiding van het risicogebied niet tegengehouden. Het bevel tot fouillering van 27 november 2007 vermeldt: ‘Gezien het aantal en de aard van de wapens die vanaf 2003 en tot nut toe in 2007 zijn aangetroffen, was onverminderd sprake van het gebruik van, voorhanden hebben van en/of dragen van wapens in de zin van de Wet wapens en munitie (WWM). Ook de tot nu toe in 2007 gehouden acties preventief fouilleren leverden een bevestiging op van het gegeven dat nog altijd sprake is van – kort gezegd – verboden wapenbezit.’ De officier van justitie rept met geen woord over daadwerkelijke wapengerelateerde feiten, enkel dat er geen daders zijn aan te wijzen van de delicten waarvan onduidelijk is dat deze zijn of nog worden begaan.

    Het ‘bevel preventief fouilleren’ lijkt een weerspiegeling van het eigen optreden tijdens eerdere fouilleeracties. Wie bijvoorbeeld met een stanleymes op zak of in zijn auto wordt betrapt, kan op allerlei manieren worden bestraft. Een stanleymes, ook wel hobbymes of afbreekmes genoemd van het merk Stanley (goedkoopste rond de 7 euro), wordt gezien als een steekwapen en zou bij een preventieve fouilleeractie 65 euro kosten (E900 feitcode) en de bezitter is het kwijt.

    Op deze manier raakten op 4 juni 2005 en 19 november 2005 twee burgers hun stanleymessen kwijt. Twee stanleymessen is niet automatisch twee keer 65 euro. Op 9 maart 2005, 12 oktober 2005 en 9 maart 2007 krijgen drie personen een E900 Tobias uitgereikt voor het bezit van twee stanleymessen (meestal levert een tobias E900 een bekeuring van 65 euro op). Een stanleymes alleen kan echter ook 15 euro duurder zijn, 7 april 2006, stanleymes in dashboardkastje 80 euro.

    Ook in combinatie met een ander ‘wapen’ betekent een stanleymes niet meteen een verdubbeling van de prijs. Op 19 maart 2005 wordt iemand betrapt op het hebben van een stanleymes en een schroevendraaier, kosten 65 euro. En op 15 september 2006 heeft iemand zelfs twee stanleymessen en een schroevendraaier bij zich voor 65 euro.

    Gefouilleerde burgers kunnen echter ook pech hebben. Twee schroevendraaiers in het rechterportier en stanleymes onder stoel leidt op 17 mei 2006 tot een boete van 130 euro. Op 9 maart 2007 bedraagt de boete voor de combinatie stanleymes in de middenconsole van een voertuig en een klapmes in het handschoenenvak 145 euro en op 19 november 2005 voor een stanleymes, broodmes en schroevendraaier 195 euro.

    De slachtoffers van fouilleeracties kunnen ook geluk hebben. De boete voor een stanleymes en drie zakjes wiet bedraagt 12 oktober 2005 slechts 35 euro en op 7 april en 8 december 2006 zelfs helemaal niets, al raakten deze burgers hun ‘wapen’ wel kwijt (7 april 2006, stanleymesachtig mes in voorportier afgenomen en 8 december 2006, stanleymes afgenomen).

    Het openbaar ministerie neemt bij het vaststellen van de hoogte van de boete de ‘omstandigheden waaronder het wapen is gevonden mee’. Politie-functionarissen moeten daarvoor de ‘plaats van aantreffen’ omschrijven in het proces-verbaal. Dat gebeurt niet altijd zoals de processen-verbaal van 2004 tot en met 2007 ons laten zien. Toch geven ze een redelijk beeld van de locatie van de ‘wapens’: linker- of rechterportier, onder of tussen stoel, in jas- of broekzakken, in het dashboardkastje, kofferbak of op een andere plaats in het voertuig, of zelfs aan de kleding van de gefouilleerde. Draaiboek preventief fouilleren uit 2003: ‘Een schroevendraaier in een kofferbak van een auto kan vrij normaal zijn.’

    De plaats waarop een wapen wordt aangetroffen, lijkt echter niet van invloed op de hoogte van de boete. ‘Wapens’ die in de kofferbak worden gevonden, worden soms even zwaar bestraft als op een andere plaats in een voertuig of aan de kleding van de persoon. Een keukenmes in de kofferbak is een tobias E900 waard (65 euro) [24 januari 2006]. ‘In het voertuig’ is hetzelfde keukenmes 130 euro [19 november 2004] waard. Samen met een schroevendraaier ergens in het voertuig loopt de boete op tot 150 euro [19 november 2004] en in de middenconsole en het opbergvak in het linkerportier ben je met twee keukenmessen en twee schroevendraaiers met 65 euro boete ineens weer een stuk goedkoper uit [29 september 2003].

    Is het keukenmes echter een broodmes dan wordt het je afgepakt en kost het je niets [23 november 2006]. Een gewoon mes in de kofferbak kan je ook worden afgepakt [23 november 2006] of worden afgepakt en beboet [6 april 2006, 31 augustus 2007]. Een machette in de kofferbak is dan weer gratis [9 maart 2007], maar een kapmes levert een boete van 65 euro op [8 december 2008], zo ook een valmes [65 euro, 15 september 2006] alsmede een dolk [130 euro, 15 september 2006].

    En na de steekwapens komen de slagwapens. Een honkbalknuppel in de kofferbak kost je niets [15 september 2006], in de achterbak van een bedrijfsbus 65 euro [8 maart 2006], in een voertuig 65 euro [4 juni 2005], onder bestuurdersstoel 65 euro [24 januari 2006], of onder bestuurdersstoel 80 euro [7 april 2006], achter bestuurder 80 euro [7 april 2006], samen met een mes ergens in een auto 65 euro [19 maart 2005], met een opvouwmes in een voertuig 160 euro [16 maart 2006], twee knuppels zijn 80 euro [19 november 2004], een knuppel met 2 messen (stiletto en broodmes) ergens in een voertuig 100 euro [19 november 2004] en een knuppel onder de stoel en 2 messen in het dashboardkastje 240 euro [15 september 2006].

    Naast knuppels en broodmessen worden er allerlei andere spullen aangetroffen. Soms betreft het echte wapens, zoals een luchtbuks en vlindermes, soms wellicht collectors items, wapenstok ‘precies dezelfde als diegene welke door ons korps gebruikt wordt !!!!!!!!!!’

    In Trouw van 29 december 2003 zegt voormalig burgemeester van Maastricht Gerd Leers: “Balkenende wist dan ook niet wat hij zag, een uurtje preventief fouilleren leverde twintig steekwapens en een paar revolvers op, voornamelijk van Belgen en Fransen. Dat is meer dan wat ik lees over Rotterdam.” Leers had Balkenende uitgenodigd voor een uitstapje fouilleren, om te laten zien hoe ernstig de situatie in Maastricht was.

    De cijfers en de persberichten van de politie reppen echter maar over één vuurwapen dat op 12 april 2003 bij een fouilleeractie werd aangetroffen. In totaal werden er volgens een evaluatie van het fouilleren [16 april 2008] 97 wapens aangetroffen in 2003 bij diverse acties. Naast het vuurwapen worden er misschien wel stiletto’s en wapenstokken aangetroffen, maar veel van de steekwapens zijn eenvoudige zakmessen of schroevendraaiers. Tussen de in beslag genomen slagwapens bevinden zich niet louter honkbalknuppels, ook stuursloten van autobezitters behoren hiertoe. De boete voor een stuurslot in een voertuig varieerde van 0, 65 tot 80 euro, waarbij de plaats waar het slot ligt overigens niet uitmaakt.

    Veel mensen betalen de boete, maar een enkeling windt zich op over de absurditeit van de fouilleerbevoegdheid: ‘Hij, de baas van man van het stuurslot, had het verhaal gehoord en was het er niet mee eens dat […] een proces-verbaal kreeg en dat het stuurslot in beslag genomen was. Hij had op hoge poten justitie gebeld en wilde er het fijne van weten, of een stuurslot een wapen was. Hem getracht uit te leggen dat een stuurslot in deze omstandigheden tijdens een actie preventief fouilleren als wapen gezien wordt [16 maart 2006].’

    ‘Een stuurslot wordt tijdens een actie preventief fouilleren als wapen gezien’, maar gewoonlijk is het een voorwerp om een voertuig mee te beschermen tegen diefstal. Draaiboek preventief fouilleren: ‘Kort gezegd voorwerpen die naar aard en omstandigheden een wapen worden. In het veiligheidsrisicogebied of bij bepaalde uitgangsgebieden kunnen schroevendraaiers, messen, honkbalknuppels, biljartballen in een sok etc. aangemerkt worden als een wapen.’

    In 2006 betrof een aangetroffen stuurslot in Maastricht bijvoorbeeld slechts 11 van de 365 dagen een wapen, in 2003 slechts gedurende 4 dagen. Gedurende 2003 t/m 2007 worden er meer stuursloten (13) in beslag genomen dan vuurwapens (8), evenveel als het aantal wieldopsleutels (8). Alle voorwerpen die de politie tijdens het fouilleren in beslag nam, werden vernietigd, althans dat zegt de overheid.

    Soms procederen burgers om niet onnodig een nieuw stuurslot, schroevendraaier, tuinpaal, hockeystick, wieldopsleutel of ander gereedschap of sportartikel aan te hoeven schaffen. Meestal zonder succes, de ‘wapens’ moesten worden vernietigd, maar of dat ook echt gebeurt is dus de vraag. Mutatie rapport 2004136202 is wat dat aangaat de enige die openbaar werd gemaakt ten aanzien van de vernietiging van in beslag genomen voorwerpen: ‘Van het Arrondissementsparket hebben wij nu een beslissingsformulier ontvangen om de wieldopsleutel te vernietigen. Helaas is de wieldopsleutel niet meer te vinden en kan dus niet vernietigd worden.’

    Selectieve machtstoepassing

    Wie de processen-verbaal doorbladert, krijgt de indruk dat er sprake is geweest van selectieve machtstoepassing. Soms hebben burgers geluk, soms hebben ze pech en om rechterlijke toetsing te vermijden wordt geprobeerd zoveel mogelijk meteen te cashen. Fouillering met een pinautomaat, omdat deze bedragen weer bijdragen aan de getallen waarmee de politie naar buiten kan treden omtrent het succes van de acties.

    Die selectieve machtstoepassing blijkt niet alleen uit de ondoorzichtige wijze waarop burgers worden bekeurd. Het is natuurlijk ernstig dat de ene knuppel wel wordt bekeurd en de ander niet, of juist zwaarder, terwijl het binnen handbereik vergelijkbaar, beter of slechter is. De officier van justitie heeft dan wel een discretionaire bevoegdheid en kan dan ook in individuele gevallen anders beoordelen, maar zolang het ene voorwerp in een kofferbak gratis van je wordt afgepakt en de ander voor 65 euro of een ander bedrag, dan lijkt dat op een zekere mate van willekeur.

    Die willekeur wordt versterkt zodra er geen toetsing plaatsvindt als gevolg van directe pin-betaling. Weigeren om mee te werken is ook geen optie, want dan beland je in een politiecel en word je alsnog gefouilleerd. Zoals de willekeurige en onzorgvuldige bekeuringen lijken op belabberde onderbouwing van de maatregel, zo komt het woord willekeur terug bij de politie-functionaris op straat tijdens de fouilleeracties.

    In het draaiboek preventief fouilleren uit 2003 wordt vermeld bij de ‘te voet’ controles dat ‘willekeurige passanten aan een onderzoek worden onderworpen.’ Bij preventief fouilleren zou het woord willekeur kunnen betekenen dat het gaat om een niet selectieve actie, maar in Maastricht denkt men daar anders over. ‘Voertuigen rijden een fuik in of worden door motorrijders geselecteerd’, lezen we in het kader van voertuigcontrole. Bij aandachtspunten schrijft de politie dat ‘controles zoveel mogelijke objectief plaats vinden (en niet enkel selectief).’

    Wordt er in Maastricht dan al sinds 2003 selectief gefouilleerd, is dan de vraag? Als dat zo is, dan is het Rotterdamse experiment niet meer nodig. In de evaluatie preventief fouilleren van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijk relaties van 2004 wordt over Maastricht vermeld [3.8.8.6 selectiviteit]: ‘Tijdens de eerste actie werd iedereen gefouilleerd, dit was dan ook a-selectief. Tijdens de tweede actie is niet iedereen gefouilleerd. Hierbij werd ook a-selectief te werk gegaan, maar het werd wel aan de politieambtenaar overgelaten.’

    Wordt er nu niet selectief gefouilleerd of juist wel geselecteerd? Volgens de evaluatie hebben de politie, het bestuur en het openbaar ministerie geen behoefte aan selectiecriteria, maar waarom wordt dan niet iedereen gefouilleerd?

    De processen-verbaal wekken de indruk dat er geselecteerd wordt, maar nergens wordt het woord ‘selectie’ gebruikt. Ook het woord ‘profiel’ komt nergens terug. Op 29 september 2004, tijdens een fouilleeractie, lijkt de politie wel gericht te hebben gezocht naar bekenden: ‘Enkele bekende runners werden door ons gecontroleerd, deze hadden echter geen vedomi bij zich.’ Twee jaar later is eenzelfde opmerking tussen de mutaties te vinden: ‘Bleken de ons bekende drugsrunners … [bestuurder] en … [bijrijder] in PA te zitten. Op de achterbank twee Fransozen met een niet plausibel verhaal omtrent hun verblijf in de PA [15 september 2006].’

    Advocaten van verdachten die in 2007 staande zijn gehouden tijdens preventieve fouilleeracties twijfelen er niet aan dat er geselecteerd wordt. Dagblad de Limburger kopt op 27 juli 2007 ‘Politie selecteert verdachten op hun uiterlijk.’ In het artikel komen diverse advocaten aan het woord. Zij stellen dat ‘de Maastrichtse politie Noord-Afrikaanse verdachten van witwassen van crimineel geld vaak op hun uiterlijk selecteert. Dat het in beslag genomen geld afkomstig zou zijn uit enig misdrijf, blijkt helemaal nergens uit. Verdachten als hij worden geselecteerd op hun uiterlijk en hun auto. Raadsvrouwe Straatman heeft momenteel drie à vier Noord- Afrikaanse cliënten die zijn aangehouden tijdens acties preventief fouilleren. […] Een Marokkaan in een Golfje zal altijd worden gecontroleerd.’

    De politie en het openbaar ministerie lijken schuld te bekennen van discriminatoir optreden: ‘Afgelopen vrijdag zou Straatman de rechtbank vragen een van haar cliënten zijn spullen terug te geven, maar een dag voor de zitting kreeg ze bericht dat de man zich bij de politie kon melden om zijn spullen terug te halen.’

    Op drugs fouilleren

    De gedachte dat het de politie, gemeente en openbaar ministerie in het geheel niet om wapens maar om drugs of drugshandel gaat, is niet vreemd. Bij een willekeurige actie van de politie in Maastricht op 8 december 2006 worden naast een broodmes, stuurslot, honkbalknuppel (twee), traangasbusje, stanleymes, kapmes (twee), vlindermes, zakmes en een mes, een grote hoeveelheid softdrugs in beslag genomen. De meeste mensen die worden staande gehouden hebben echter geen ‘wapen’ bij zich, maar minder dan de gedoogde hoeveelheid softdrugs. Zij moeten deze afstaan aan de politie. Op 8 december 2006 werd van minstens 34 bewoners of bezoekers van Maastricht hun gedoogde hoeveelheid wiet afgepakt. Onder hen iemand die 0,87 gram marihuana bij zich had.

    Vaak wordt er meer wiet in beslag genomen van mensen met de gedoogde hoeveelheid softdrugs dan dat er beboet wordt. Iemand die meer dan 5 gram marihuana bij zich heeft, krijgt een bekeuring van 100 euro. Het aantal WWM (Wet Wapens en Munitie) bekeuringen verbleekt bij het aantal staande houdingen in verband met gedoogde hoeveelheden softdrugs. ‘Tijdens de Aktie preventief fouilleren d.d. 15 september 2006, werd bij betrokkene twee zakjes hennep minder dan 5 gram, benevens een joint aangetroffen. Betrokkene deed hiervan vrijwillig afstand’, aldus een van de vele mutaties rond gedoogde softdrugs die worden afgepakt. Of het hier vooral om ‘Noord-Afrikanen’ of om buitenlanders gaat, is niet vast te stellen. De politie lijkt wel geobsedeerd door het aantal Belgen, Fransen en Duitsers dat wordt gecontroleerd, dus er kan naast uiterlijk, soort auto ook op kenteken worden geselecteerd.

    Buitenlanders hebben het gedaan

    Dat het bij het fouilleren in Maastricht niet om wapens gaat, maar om drugs en buitenlanders is bepaald geen vreemde gedachte. Vanaf de wijziging van de APV om fouillering mogelijk te maken, proberen gemeente, politie en parket de buitenlandse toeristen en drugs de schuld te geven van het ‘geweld’, de ‘overlast’ of de ‘onveiligheid’ in de stad. Op 16 januari 2003, tijdens een vergadering over de APV-wijziging, wijst burgemeester Leers nog naar alle ondernemers of (horeca)ondernemers. ‘De wijziging van de APV is tevens bedoeld als een signaal naar de (horeca)ondernemers’, zegt hij, terwijl het onduidelijk blijft of dit een waarschuwing of als steun in de rug is bedoeld.

    In het raadsstuk over de APV-wijziging is het College van B&W al een stuk duidelijker: ‘In het bijzonder kan worden gedacht aan gebieden waar zich concentraties van uitgaansgelegenheden bevinden die in de avond en nacht uit oogpunt van openbare orde en veiligheid een bijzondere gevaarzetting meebrengen. Ook kan worden gedacht aan grote manifestaties met een verhoogd risico op verstoring van de openbare orde en veiligheid en aan gebieden met voortdurende drugsoverlast (21 januari 2003).’

    De algemene opmerking ten aanzien van (horeca)ondernemers wordt toegespitst op uitgaansgelegenheden, grote manifestaties (onduidelijk welke) en drugsoverlast. In de publicatie van Beke en het COT van januari 2005 wordt naar aanleiding van interviews met mensen uit Maastricht aan toegevoegd dat ‘het wapengeweld door de politie vooral in verband wordt gebracht met de softdrugs- en uitgaanscircuits.’ De manifestaties zijn inmiddels afgevallen.

    In 2007 worden de horecagelegenheden nog wel aangewezen, maar verschuift de focus naar de drugs. ‘Binnen het veiligheidsrisicogebied is een sterke concentratie van horecagelegenheden gelegen. […] Deze horecagelegenheden zorgen voor een groot gedeelte van de overlastmeldingen binnen de stad Maastricht. Met grote regelmaat vinden er binnen deze horecagelegenheden dan wel in de directe nabijheid van deze horecagelegenheden, vechtpartijen plaats waarbij politie interventie noodzakelijk is. Een aantal van deze vechtpartijen is wapen gerelateerd (aanvraag aanwijzingsbesluit 8 januari en 30 juli 2007).’ Over het uitgaanscircuit wordt vervolgens geen woord vuil gemaakt. Hoewel er door dronken stappers wel wordt gevochten, lijken vooral de coffeeshops, de drugsrunners en de buitenlanders voor de onveiligheid in de stad te zorgen.

    ‘Tevens is er een sterke concentratie van coffeeshops welke een sterke aantrekkingskracht hebben op, voornamelijk, buitenlandse drugstoeristen’, vermeldt de aanvraag aanwijzingsbesluit. En dan komen naast de buitenlanders de ‘Noord-Afrikanen’ om de hoek kijken. ‘Deze ‘drugsscene’ trekt verder een groot aantal Noord-Afrikanen aan welke proberen hun harddrugs te verkopen aan deze buitenlandse drugstoeristen.’ Hoe groot de kennis is van deze scene beschrijft de politie eveneens. ‘Deze Noord-Afrikanen zijn verder verantwoordelijk voor een groot aantal zogenaamde rip-deals. Zij beroven buitenlandse drugstoeristen, veelal onder bedreiging van wapens, van hun net gekochte softdrugs. Van deze rip-deals wordt zelden of nooit melding gemaakt bij de politie.’

    Volgens de politie worden ook buitenlanders het slachtoffer van berovingen, maar dat melden zij niet. Hoe de politie dat weet, wordt niet duidelijk. Beke en het COT beschrijven in 2005 dat Maastricht 17 coffeeshops telt. ‘Jaarlijks bezoeken naar schatting 1,5 miljoen drugstoeristen deze maasstad’, zo hebben de onderzoekers berekend. Deze laten zich blijkbaar niet afschrikken door de ‘rip-deals’ waar de politie over rept. Keer op keer pakt de politie ook nog drugs van deze buitenlandse ‘drugstoeristen’ af, maar die blijven terugkomen. Coffeeshops maken op de dagen van de fouilleeracties een dubbele winst, want de ‘drugstoeristen’ gaan niet meteen weg. Zij blijven en zullen de volgende dag een nieuwe aankoop doen.

    ‘Door de hele binnenstad van Maastricht treft men buitenlandse personenauto’s aan die meestal binnen zogenaamde vergunninghouder zones parkeren. Het betreft hier voornamelijk Fransen en Belgen. Deze groep drugstoeristen verblijft meestal een aantal dagen binnen de stadsgrenzen van Maastricht waarbij zij een groot gedeelte van de tijd in de directe nabijheid verblijven van hun auto. Dit rondhangen en kamperen, zorgt voor een onveilig gevoel voor de mensen die in deze buurten wonen gerelateerd [aanvraag aanwijzingsbesluit 8 januari en 30 juli 2007].’

    Alles is plots de schuld van de Noord-Afrikaanse, Franse en Belgische drugtoeristen. Zij zorgen voor onveiligheidsgevoelens onder de Maastrichtenaren vanwege hun ‘drugsgerelateerde zaken.’ Wat ‘drugsgerelateerde zaken’ zijn, is niet meteen duidelijk, maar het gaat om de ‘mystiek van rondhangende buitenlandse drugstoeristen rond coffeeshops’ en ‘een groot aantal gewapende straatroven die er in Maastricht worden gepleegd [aanwijzingsbesluit 6 juli 2007].’ Door straatroven te noemen in relatie met buitenlandse drugstoeristen, coffeeshops en drugsgerelateerde zaken, insinueert politie en de gemeente dat alles de schuld is van de drugsscene. Dronken overlast bezorgende Maastrichtenaren zijn allang niet meer de focus.

    Dat preventief fouilleren in Maastricht allang niets meer te maken heeft met het zoeken naar wapens onder burgers, blijkt ook uit andere delen van het aanwijzingsbesluit van 6 juli 2007. De buitenlandse drugstoeristen komen Maastricht niet binnen op mystieke maar fysieke wijze. ‘Uit recente informatie is gebleken dat er een aantal (hieronder genoemde) buiten het huidige veiligheidsrisicogebied gelegen wegen door buitenlandse drugstoeristen gebruikt worden om Maastricht binnen te komen c.q. te verlaten.’ Die drugstoeristen verblijven er alleen maar om rond te hangen rond coffeeshops, aan drugs te komen, beroofd te worden door Noord-Afrikanen of door de politie tijdens fouilleeracties. Een enkeling heeft een ‘wapen’ bij zich, maar op ‘1,5 miljoen drugstoeristen’ zal dat een fractie zijn.

    De drugstoeristen zijn overigens niet de enigen die van deze wegen gebruik maken. Ook de drugsrunners natuurlijk, naast inwoners en bezoekers van Maastricht. ‘Er is geconstateerd dat er een toename is van het aantal drugsrunners die hun werkgebied naar deze buiten het huidige veiligheidsrisicogebied gelegen wegen hebben verlegd (aanwijzingsbesluit van 6 juli 2007).’

    En omdat er bij ‘toevallige controles op een aantal van deze wegen reeds in 2006 diverse wapens zijn aangetroffen’, zijn het de drugsrunners (lees: Noord-Afrikanen), de buitenlandse toeristen (lees: Fransen en Belgen) die wapens dragen en verantwoordelijk zijn voor ‘gewapende’ straatroven en andere vergrijpen, zoals de rip-deals, waarvan de lokale politie eigenlijk niet weet of ze wel plaatsvinden.

    Deze wijze van redenatie is stuitend. Van alle kanten lijkt het erop dat de overheid niet alleen discriminatoir handelt, maar dito redeneert. En waarom? Is discriminatoir taalgebruik in het kader van de ‘Maastrichtse warzone’, gelegen op de grens met België, noodzakelijk om grensbewaking in de stad in te voeren?

    De deelnemende partijen aan de fouilleeracties aanschouwend in de stad, lijkt dit het geval. Net als bij grote acties aan snelwegen in het oosten van het land, de zogenaamde ‘Ochtendgloren acties’ van het KLPD, nemen in Maastricht de Douane, het KLPD, de KMar, het Permanent Autoteam, de Vreemdelingendienst en andere diensten deel. ‘Wapens’ zijn in 2007 al lang niet meer interessant, preventief fouilleren is ‘een extra instrument aan de gereedschappenkist van de politie’, zoals burgemeester Leers op 16 januari 2003 het al omschreef.

    En hoewel Maastricht preventief fouilleren omschrijft als ‘een extra instrument aan de gereedschappenkist van de politie’, is het niet een maatregel die te pas en te onpas kan worden ingezet. Het is een ‘zwaar middel’, om aan te sluiten bij GL en ook voormalig burgemeester Leers. De vraag is of het effectief is voor het oorspronkelijke doel, vermindering van aan wapen-gerelateerd geweld.

    De fouilleeracties zijn een succes, waarom is onduidelijk, want per slot van rekening worden allerlei ‘wapens’ van onschuldige burgers afgenomen, waarvan je je kunt afvragen of het daadwerkelijk wapens zijn. ‘Het project dat verder goed georganiseerd was, had een goed resultaat (12 oktober 2005). De resultaten van de actie waren volgens de projectleider zeer positief en hier zouden wij nog een mailtje van ontvangen (7 april 2006). Tijdens het maken van de mutatie waren er nog geen resultaten bekend gezien diverse locatie plaatsen, maar het bleek wel een geslaagde actie (15 september 2006).’

    Over de resultaten was de burgemeester in 2003 glashelder. ‘We moeten niet te hoge verwachtingen hebben van dit middel’, zei Leers tijdens een gemeenteraadsvergadering op 16 januari 2003. Een jaar later oordeelde de politie van Maastricht dat er ‘over de effectiviteit van het instrument niets kan worden gezegd (evaluatie Preventief fouilleren ministerie Binnenlandse Zaken 2004)’.

    De gemeente deelde die mening terwijl het openbaar ministerie de mening was toegedaan dat er gefouilleerd moest blijven worden totdat er geen wapens meer werden gevonden. Advies- en Onderzoeksgroep Beke en COT Instituut voor Veiligheids- en Crisismanagement oordeelden in 2005 dat de pakkans in Maastricht uiterst laag is. ‘De kans lijkt ons groot dat met name gemotiveerde wapenbezitters niet bepaald worden afgeschrikt door een actie per drie maanden.’ Misschien is dat de reden waarom de politie in 2006 elf keer de straat op ging, maar vervolgens in 2007 weer terugviel naar het tempo van het jaar daarvoor.

    Het openbaar ministerie vindt dat er moet worden gefouilleerd tot er geen wapens meer worden gevonden. Echter, gereedschap, keukengerei, sportartikelen, tuinartikelen en incidentele echte wapens zullen in lengte van dagen worden gevonden in auto’s en aan kleding van burgers. Het aantal gevonden wapens kan ook niet echt een richtsnoer zijn. In 2003 werden er 97 ‘wapens’ aangetroffen, in 2004 waren dat er 174/181, in 2005 137 of 153. In 2006 195 en in 2007 66 of 74. Veel zeggen deze vondsten niet over de veiligheid in Maastricht.

    De veiligheidsanalyse binnenstad Maastricht 2003 laat zien dat het geweld in dit deel van Maastricht van 2000 tot 2003 fors is toegenomen. Diefstal en inbraak zijn afgenomen en vandalisme is gelijk gebleven. Een nieuwe uitgebreide veiligheidsanalyse is in de jaren 2004 t/m 2007 niet opgesteld. In het document resultaten preventief fouilleren van 16 april 2008 is te zien dat het aantal straatroven van 2003 tot en met 2007 langzaam afneemt (135 in 2003, 28 in 2004, 109 in 2005, 96 in 2006 en 74 in 2007). De cijfers gaan echter niet over de binnenstad, maar over de gehele gemeente Maastricht. Het is dan ook moeilijk te zeggen of het aantal straatroven daadwerkelijk is afgenomen.

    CBS Statline maakt sinds 2005 onderscheid tussen gemeenten, maar daarvoor werden de resultaten over geweld en diefstal per politieregio gepresenteerd. Een aparte rubriek straatroven heeft de CBS niet opgenomen, maar het aantal vermogensdelicten is van 2005 tot en met 2011 redelijk stabiel. Van 2005 op 2006 daalt het iets, maar stijgt weer in 2007. Diefstal en inbraak met geweld laat wel een dalende trend zien van 2005 tot en met 2009, daarna stijgt het in 2011 weer naar het niveau van 2005. Openlijk geweld tegen een persoon daalt ook van 2005 tot en met 2008, maar stijgt vervolgens tot een niveau hoger dan in 2005.

    Wie naar de regio Limburg-Zuid kijkt, ziet dat het aantal geweldsmisdrijven van 2002 tot en met 2007 flink toeneemt, het aantal vermogensmisdrijven flink afneemt, vernieling en openbare orde toeneemt evenals misdrijven die onder de Wet Wapens en Munitie vallen.
    artikel als pdf
    wob stukken gemeente Maastricht
    Wob stukken politie Limburg
    processen verbaal politie Limburg
    Wob stukken parket Limburg