• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Uit: Verboden Vruchten Hoofdstuk 3 van De Snuffelstaat, Nederland en de BVD

    Uit: Verboden Vruchten
    Hoofdstuk 3 van De Snuffelstaat, Nederland en de BVD

    ……

    Officieel moest de informatiestroom van BVD en politie lopen via de landelijke officier van justitie terreurbestrijding. Informatie van de BVD gaat via een ambtsbericht naar de politie.
    Deze ‘verboden-vruchtenregeling’ is de belangrijkste manier om BVD-informatie wit te wassen. Het is een regeling die refereert aan een brief die minister van Justitie Hirsch Ballin op 28 februari 1992 aan de Tweede Kamer stuurde. Hij stelde simpelweg door de BVD dat verzamelde informatie en materiaal wel degelijk de basis kunnen vormen om een strafrechtelijk onderzoek in te stellen, een rechtmatige verdenking kunnen opleveren en wettig bewijsmateriaal kunnen vormen.
    Het komt erop neer dat de bvd een ambtsbericht schrijft dat geen inzicht in zijn eigen bronnen of werkwijze geeft. Via de landelijke officier van justitie terreurbestrijding gaat het bericht door naar de atbt, die het vervolgens doorsluist naar het betreffende opsporingsteam. De landelijke officier van justitie krijgt als enige inzage in de achterliggende informatie.
    Docters van Leeuwen meldde de Commissie-van Traa dat onder zijn bewind (1989-1995) zo’n zestig ambtsberichten naar het om zijn gestuurd. In 1997 en 1998 zijn 67 ambtsberichten uitgebracht en gingen volgens de BVD in 1999 58 ambtsberichten de deur uit, waarvan 23 aan het om. In 2000 zijn er veertig ambtsberichten verstuurd, waarvan 18 aan het om.
    Maar meer dan de twijfel naar de rechtmatigheid bestaat er ook twijfel over de inhoudelijke kant van de ambtsberichten. De afgelopen jaren waren veel ambtsberichten in de ogen van een aantal rechters en wetenschappers kwalitatief ver onder de maat.

    Neem het ambtsbericht over twee taxichauffeurs van de Taxicentrale Amsterdam. In beide gevallen vond de rechter dat er onvoldoende aanwijzingen waren hen als verdachten aan te merken. Gebrandmerkt waren ze ondertussen wel.

    Begin 2001 kwam de BVD onder vuur te liggen over de kwaliteit van een ambtsbericht. Het betreft hier de gevoelige geschiedenis van de irt-affaire. Nadat de Commissie-Van Traa in 1995 al uit de doeken had gedaan hoe het irt Noord-Holland Utrecht op grote schaal drugs doorliet om een informant te laten groeien binnen het criminele milieu, volgde in 1999 de parlementaire Commissie-Kalsbeek met schokkende feiten. Parallel aan de containers softdrugs zouden containers met coke zijn gesmokkeld. De groei-informant van de CID-Kennemerland en een aantal opsporingsambtenaren zouden hier actief aan hebben meegewerkt.
    Op aandringen van de Tweede Kamer moest Justitie de handel en wandel van een aantal uit de irt-affaire aangebrande opsporingsambtenaren natrekken. Bewijzen voor de parallelle import van coke zijn niet gevonden.
    In een ambtsbericht van 12 juni 1997 meldde de BVD dat [NN] in opdracht van iemand anders in het irt geïnfiltreerd zou zijn, dat hij grote partijen drugs op de Nederlandse markt zou hebben gebracht, dat hij samen met anderen en op grote schaal allerlei winkels en horeca-gelegenheden zou hebben opgekocht, dat hij samen met anderen, onder wie Klaas Langendoen en Joost van Vondel (ex-cid-Kennemerland), een vermogen zou hebben belegd in buitenlandse ondernemingen, en dat hij gebruik zou hebben gemaakt van de diensten van een Amsterdamse makelaar. De BVD tekende aan dat men de genoemde informatie niet zelf had onderzocht en ook de juistheid ervan niet kon beoordelen.
    Op aandrang van de Tweede Kamer onderzochten de wetenschappers H.Nelen, H van de Bunt en C. Fijnaut de manier waarop dit onderzoek heeft plaatsgevonden. Over het BVD-ambtsbericht zijn ze duidelijk: ‘Hoe het ook zij, er zijn zelfs geen aanknopingspunten gevonden om de vermeende hoofdrolspelers Langendoen en van Vondel als verdachten aan te merken. Er zijn geen aanwijzingen gevonden dat zij grote sommen geld hebben verdiend en dat zij miljoenen guldens hebben belegd in een met name genoemde Oostenrijkse onderneming.’

    Dat de BVD de bronnen van zijn ambtsberichten niet altijd checkt bleek na de aanslagen van 11 september 2001 in de vs. Op 16 oktober 2001 viel midden in de nacht een arrestatieteam binnen bij Masoud Aghahassannejad. Op verdenking van het aanmaken van brieven met antraxpoeder werden Aghahassannejad en zijn vriendin Jarka Jankovicova zes dagen vastgehouden. Aanleiding voor de arrestatie vormde een ambtsbericht van de BVD. Daar was een tip binnengekomen dat ze samen in een weiland in de omgeving enveloppen met poeder hadden gevuld. Na zes dagen voorarrest liet de rechter-commissaris beide verdachten echter gaan. Er was geen enkel bewijs gevonden van ook maar mogelijke sporen van antrax. Volgens advocaat C. Boonman lieten politie en BVD zich mee slepen door de hysterie die er toen heerste rondom poederbrieven. Zelf vermoedt hij dat er een lugubere grap is gemaakt: ‘Ik denk dat het iemand uit zijn naaste omgeving moet zijn. Hoe komt men anders aan zijn adres?’ verklaarde Boonman in NRC Handelsblad van 26 oktober 2001.

    De Commissie-Van Traa had ernstige twijfels over de verstrekking van BVD-informatie aan de politie: ‘Gezien de Europese jurisprudentie is het de vraag of de artikelen 11 en 12 wiv voldoende basis bieden voor de verstrekking van informatie door de BVD aan opsporingsinstanties’.
    De landelijke officier van justitie terreurbestrijding, van der Molen-Maesen, kan slechts de achtergrond van het ambtsbericht inzien, maar zij kan niet controleren of de BVD zich bij het vergaren van de informatie wel aan zijn wettelijke taak heeft gehouden.
    Toen de commissie onder leiding van Van Traa ook nog van Docters van Leeuwen zelf vernam dat er ernstige twijfels waren over de rechtmatigheid van het verstrekken van BVD-informatie aan de politie, had de regeling wellicht overboord moeten worden gegooid. Docters van Leeuwen legde uit dat het Europese Hof stelde dat ook de BVD duidelijk moet voldoen aan het kenbaarheidsvereiste en het voorzienbaarheidsvereiste. ‘Dat slaat ook terug op deze situatie. De burger moet weten wanneer de BVD zich met iets bemoeit en wat er dan kan gebeuren. In dat kader lijkt het mij dat wij zeer goed moeten kijken of die procedure niet toch een wettelijke grondslag moet krijgen.’
    In de nieuwe Wet op de Inlichtingen- en Veiligheidsdiensten is zonder horten en stoten de ‘verboden vruchtenregeling’ opgenomen. Belangrijkste argument van regeringszijde was dat burgers door de nieuwe wet wel weten wanneer ze object van onderzoek van de AIVD kunnen zijn.