• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Van stickeractie tot huiszoeking

    Een jongeman uit Groningen, die een boete kreeg opgelegd voor het plakken van proteststickers tegen de gaswinning, werd vervolgens benaderd door de politie als informant. Tevens werd zijn kamer op illegale wijze doorzocht.

    Op 25 april 2018 plakt Alex in de binnenstad van Groningen stickers voor een protestactie tegen de omstreden gaswinning in de provincie. Onderweg van het treinstation naar de Vismarkt ontmoet hij in de Folkingestraat twee personen waarmee hij opliep. Met hen bespreekt hij de actiedagen van het internationale klimaatplatform Code Rood die in augustus plaats zullen vinden.

    Doordat Alex wat langzamer loopt en niet oplet, wordt hij aan het eind van de Folkingestraat staande gehouden door twee geüniformeerde agenten op de fiets. Zij vragen hem naar zijn identiteitspapieren. In eerste instantie weigert hij deze te tonen. Alex zegt tegen de agenten dat ze eerst maar eens duidelijk moeten maken waarom ze hem staande hebben gehouden en dat ze zichzelf ook maar moeten legitimeren.

    Na wat heen en weer gepraat, vertellen ze hem dat hij staande is gehouden in verband met het plakken van stickers in de openbare ruimte en dat dit is verboden in het kader van de lokale APV. Alex vraagt naar dat bewuste APV-artikel maar dat kunnen ze hem niet zeggen. Het lijkt erop dat de agenten niet de enige zijn die Alex’s wandeltocht door de stad hebben geobserveerd. Een stukje verderop ziet hij twee agenten in burger staan die hij al eerder heeft gezien, al besefte hij toen nog niet dat ze specifiek naar hem op zoek waren.

    Uiteindelijk toont Alex zijn ID-pas, hij heeft een eetafspraak met zijn vriendin en is al laat. Daarnaast heeft hij een hartaandoening (Wolff-Parkinson-White syndroom) en vermijdt zoveel mogelijk stressvolle situaties. De agenten noteren zijn gegevens en melden dat de boete 140 euro bedraagt plus 9 euro administratiekosten. De agenten vragen hem vervolgens of er ook anderen stickers aan het plakken zijn. Alex heeft geen idee.

    Tevens krijgt hij de opdracht alle stickers die in de omgeving geplakt zijn zelf moet verwijderen. Alex weigert, voelt zich niet verantwoordelijk voor de stickers die anderen hebben geplakt. De agenten stellen daarop dat ze hem verantwoordelijk zullen houden voor elke sticker die ze aantreffen in de stad. Ook zou de rekening voor het verwijderen van die stickers worden toegevoegd aan zijn boete. Het klinkt allemaal heel dreigend. Alex wil desondanks niet teveel gedoe en zegt toe de stickers langs zijn route eigenhandig te zullen verwijderen. De stickers die hij nog in zijn jaszak heeft, overhandigt hij aan de agenten.

    Alex is nog nooit gearresteerd. Hij heeft wel vaker stickers verspreid maar niet in grote hoeveelheden en is daarvoor nooit eerder staande gehouden. Hij heeft ooit een boete gehad voor fietsen zonder licht en is een keer staande gehouden toen hij verdacht werd van het kopen van drugs op straat. Hij had even daarvoor een tijdje met een dakloze man staan praten en toen hij doorliep werd hij plots staande gehouden. De agenten doorzochten zijn tas en jas doorzoeken op drugs, maar troffen niets aan.

     

    Agent ‘Jansen’

    Twee dagen nadat hij een boete had gekregen voor het stickeren, wordt Alex om negen uur ’s ochtends gebeld door een privénummer. Een beller introduceert zich als agent van de politie Groningen. Hij vraagt waar Alex zich bevindt en krijgt als antwoord “thuis”. Het gesprek krijgt dan een nogal vreemde wending omdat de man hem vraagt of hij dat wel zeker wist. “Ja natuurlijk”, antwoordt Alex, hij was thuis bij zijn vriendin. De agent vraagt vervolgens waar zijn vriendin dan woonachtig is. Alex wordt nu achterdochtig, wat is er aan de hand?

    Tot nu toe hebben ze in het Nederlands met elkaar gesproken, maar Alex schakelt over naar Engels. Hij vertelt de agent dat zijn vriendin in de buurt van de Aa-kerk woont, ergens in het centrum van de stad. De agent vraagt hem naar het woonadres, of dat hij anders even bij het politiebureau langs wil komen. Alex is het beu en weigert beide verzoeken. De agent blijft echter aanhouden. Zij willen echt met hem praten en ze kunnen daarvoor waar dan ook langskomen. Alex zegt dat hij geen behoefte heeft aan een ontmoeting.

    Vervolgens vraagt Alex naar de naam en de rang van de agent. De man weifelt wat, zegt dat hij ‘Peter Jansen’ heet en dat hij werkzaam is op de onderzoeksafdeling van de politie. Alex vraagt hem wat hij van hem wil. Agent Jansen meldt dat hij heeft vernomen dat Alex gisteren staande is gehouden. Jansen stelt dat het plakken van stickers prima is, maar dat de boodschap ervan een zeker ideologisch standpunt verraadt. Hij vraagt Alex hoeveel mensen van Code Rood in Groningen verblijven, wat voor acties er gepland zijn en waar die plaats zullen vinden. Alex antwoordt dat hij onlangs is opgenomen in het ziekenhuis en hij niets van de actieplannen af weet.

    Alex krijgt het gevoel dat hij telefonisch verhoord wordt. Hij vraagt de agent van wie hij zijn telefoonnummer heeft gekregen. “Van je buurman.” “Welke buurman dan?”, vraagt Alex. Plotseling raakt de agent geprikkeld. Hij zegt niets meer te vertellen te hebben zolang Alex hem niets vertelt. De situatie wordt steeds belachelijker. Alex vindt dat de agent geen reden heeft om hem iets te vragen, het zijn per slot van rekening zijn persoonsgegevens.

    ‘Jansen’ beantwoordt nu geen enkele vraag meer, maar zegt nog wel toe dat de politie hem zal bellen wanneer ze willen. Dit is duidelijk intimiderend bedoeld. Gedurende het gehele gesprek van negen minuten en acht seconden verzocht de agent Alex verscheidene malen om met hem af te spreken. De agent vroeg hem ook steeds of het wel klopt dat hij niets van de actieplannen van Code Rood afwist. Uiteindelijk had Alex genoeg van het gesprek en zei dat zijn telefoon bijna leeg was. De agent zei dat te begrijpen.

     

    Illegale huiszoeking

    Op zaterdag 28 april 2018 constateert Alex, die dan al enkele dagen bij zijn vriendin verblijft, dat zijn huisgenoot hem een dag eerder tot tien keer toe heeft proberen te bellen. Zakaria vertelt hem dat de politie in zijn kamer is geweest. Een dag later keert Alex terug naar zijn eigen woning alwaar Zakaria hem inlicht over het verloop van de huiszoeking.

    Vrijdagochtend belden twee agenten in burger, een man en een vrouw van rond de dertig, bij hem aan. Ze zeiden aanvankelijk niet dat ze agenten waren en probeerden het gebouw binnen te komen door te zeggen dat ze er woonden en hun sleutels waren vergeten. Zakaria opende voor hen de deur en wilde daarop terugkeren naar zijn kamer om verder te gaan slapen. Toen hij net de deur van zijn kamer achter zich dicht wilde trekken, weerhielden de agenten hem daarvan en toonden hun identiteitskaarten.

    Ze wilden weten waar Alex zich bevond. Zakaria zei dat hij hem al een paar dagen niet had gezien. Wanneer was dan de laatste keer, vroegen ze verder. Zakaria herinnerde zich nog dat hij Alex voor het laatst in het ziekenhuis had gezien. De agenten vroegen naar het telefoonnummer van Alex. Dit was achteraf gezien duidelijk bedoeld om Zakaria af te leiden, aangezien Alex een dag eerder al door agent ‘Jansen’ gebeld was. Zakaria ging naar zijn kamer voor zijn gsm met het nummer van Alex. Toen hij terugkeerde, zag hij dat de mannelijke agent de kamer van Alex doorzocht.

    Zakaria vroeg of de agent de kamer van Alex wilde verlaten, maar volgens de agent was er geen sprake van een probleem. De agent was wel degelijk in overtreding, meldde Zakaria, want er was geen huiszoekingsbevel van het OM. Onder valse voorwendselen waren ze een huis binnengetreden. Zakaria gaf hen het telefoonnummer van Alex en vroeg of ze weg wilden gaan. De agenten verlieten daarop het gebouw. De agenten hadden niets over Alex verteld, maar het feit dat ze aan zijn deur waren geweest, bezorgde Zakaria een ongerust gevoel.

    Alex heeft een vervelend gevoel over gehouden bij het idee dat twee vreemden, politieagenten, in zijn kamer zijn geweest en zonder toestemming hebben rondgeneusd. Hij voelde zich daardoor erg onprettig en het lukte hem zeker een maand niet om rustig te slapen in zijn kamer. Die maand vermeed hij in zijn geheel de woning. Ondertussen heeft Alex hulp gezocht, wordt er een klacht ingediend en heeft hij zijn verhaal opgeschreven.

     

    Van stickeractie tot huiszoeking (pdf)

    Gehele Observant #72 / augustus 2018 De geheime politie van Nederland (pdf)

    Inhoudsopgave Observant #72 / augustus 2018 De geheime politie van Nederland