• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veiligheid van de bijeenkomsten van de Europese Raad en andere evenementen die een soortgelijke impact kunnen hebben

    RAAD VAN
    DE EUROPESE UNIE
    Brussel, 11 juli 2001 (12.07)
    (OR. fr,en)
    10731/1/01
    REV 1
    LIMITE
    JAI 74
    NOTA
    van: het voorzitterschap
    aan: de Raad (Justitie en Binnenlandse Zaken)
    Betreft: – Veiligheid van de bijeenkomsten van de Europese Raad en andere evenementen die een soortgelijke impact kunnen hebben
    – Ontwerp-conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten

    1. Op 11 juli 2001 heeft het Comité van permanente vertegenwoordigers zich gebogen over de ontwerp-conclusies van de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten betreffende de veiligheid van de bijeenkomsten van de Europese Raad en andere evenementen die een soortgelijke impact kunnen hebben.
    2. Het resultaat van zijn besprekingen gaat hierbij.
    3. Het voorzitterschap wijst erop dat verscheidene delegaties tijdens de Raadszitting verdere besprekingen willen wijden aan punt 2, onder d), van de ontwerp-conclusies, dat betrekking
    heeft op de uitwisseling van gegevens over verstoorders van de openbare orde die gewelddaden
    hebben gepleegd, door middel van ofwel toegang tot de bestaande nationale
    gegevensbestanden, ofwel de oprichting van een Europese gegevensbank en aan punt 3,
    onder b), inzake het vrije verkeer van personen die als verstoorders van de openbare orde
    bekend staan.
    4. Het voorzitterschap verzoekt de Raad de ontwerp-conclusies in de bijlage aan te nemen
    10731/1/01 REV 1 dau/DL/vj 2
    BIJLAGE DG H NL
    BIJLAGE
    Betreft: Ontwerp-conclusies van de Raad JBZ en de vertegenwoordigers van de regeringen
    der lidstaten – 13 juli 2001
    I
    De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten memoreren dat een van de doelstellingen
    van de Europese Unie is, de Unie te handhaven en te ontwikkelen als een ruimte van vrijheid,
    veiligheid en rechtvaardigheid. In een dergelijke ruimte moeten de burgers het recht genieten
    om:
    i) hun meningen vrij te uiten en vreedzaam bijeen te komen, rechten die worden weerspiegeld in
    het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens; en
    ii) dit te doen in omstandigheden waarin er geen gevaar voor hun eigen veiligheid bestaat noch
    voor die van andere burgers of eigendommen.
    De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten betreuren de daden van
    degenen die deze democratische rechten misbruiken door het opzetten, plannen en uitvoeren van
    gewelddaden die samenvallen met openbare demonstraties.
    Voorts spreken zij hun bezorgdheid uit over de dreiging waaraan politieambtenaren die verantwoordelijk
    zijn voor de handhaving van de openbare orde zijn blootgesteld.
    Om ervoor te zorgen dat deze doelstellingen ook in de context van bijeenkomsten van de Europese
    Raad en andere vergelijkbare vergaderingen kunnen worden bereikt, herinneren de Raad en de vertegenwoordigers
    van de regeringen der lidstaten, naast de noodzaak van een dialoog met nietgouvernementele
    organisaties, sociale partners en civiele samenleving, met name aan het belang
    van
    – een opbouwende dialoog tussen de organisatoren van openbare demonstraties en de wetshandhavingsautoriteiten
    van het gastland en,
    – nauwe internationale contacten, vooral tussen de wetshandhavingsautoriteiten van de lidstaten
    zelf, om ervoor te zorgen dat dergelijke legitieme demonstraties niet door andere elementen
    worden uitgebuit of misbruikt met als enig doel het plegen van collectieve of individuele
    gewelddaden.
    10731/1/01 REV 1 dau/DL/vj 3
    BIJLAGE DG H NL
    Voortbouwend op de mogelijkheden die worden geboden door bestaande rechtsinstrumenten en de
    binnen de Europese Unie opgezette organen, met name de bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering
    van het Akkoord van Schengen (vooral artikel 46) en het gemeenschappelijk optreden van
    26 mei 1997, door de Raad aangenomen op grond van artikel K.3 van het Verdrag betreffende de
    Europese Unie met betrekking tot de samenwerking op het terrein van de openbare orde en veiligheid,
    zijn de Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten van mening dat het
    belang van doeltreffende Europese samenwerking op het terrein van de openbare orde moet worden
    benadrukt. Zij zijn van oordeel dat de Task Force van Politiechefs een aanzienlijke bijdrage moet
    leveren tot de praktische uitvoering van de samenwerking tussen de wetshandhavingsinstanties van
    de lidstaten.
    De Raad en de vertegenwoordigers van de regeringen der lidstaten erkennen dat het gastland
    verantwoordelijkheid is voor de handhaving van de openbare orde en veiligheid in de context van
    bijeenkomsten van de Europese Raad en andere vergelijkbare vergaderingen draagt, maar zijn van
    oordeel dat de volgende operationele maatregelen ertoe kunnen bijdragen de risico’s van ernstige
    verstoringen van de openbare orde te beperken.
    II
    1. Politiële samenwerking
    a) de activering in de lidstaten van een vast nationaal contactpunt voor het inwinnen,
    analyseren en uitwisselen van relevante informatie;
    b) de instelling op verzoek van het land waar het evenement plaatsvindt, van een groep
    verbindingsfunctionarissen die vóór, tijdens en na het evenement door de lidstaten
    waaruit de risicogroepen afkomstig zijn, kunnen worden afgevaardigd;
    c) de inzet van politie- of inlichtingenfunctionarissen die in staat zijn tot identificatie van
    de personen of groepen die een bedreiging voor de openbare orde en veiligheid kunnen
    vormen en die ter beschikking worden gesteld door de lidstaten waaruit zij afkomstig
    zijn;
    10731/1/01 REV 1 dau/DL/vj 4
    BIJLAGE DG H NL
    d) de permanente follow-up van dit operationele proces door de in artikel 3 van bovengenoemd
    gemeenschappelijk optreden vermelde hoofden van de centrale instanties. Deze groep kan op
    verzoek van het gastland in de formatie Task Force van Politiechefs bijeenkomen om met
    name:
    – advies uit te brengen over de geschiktste operationele maatregelen om te zorgen voor de
    doeltreffende politiebewaking en veiligheid van Europese Raden en soortgelijke
    evenementen;
    – bij te dragen tot doeltreffende politiële samenwerking binnen de EU ter ondersteuning
    van de lidstaat die gastland is;
    – en toe te zien op de doeltreffendheid van deze regelingen en deze en beste praktijken
    mee te delen aan de bevoegde Raadsgroepen.
    De Task Force van Politiechefs kan een beroep doen op deskundigen op het gebied van
    openbare orde om hen in deze taken bij te staan;
    e) het maken, telkens als dat mogelijk is, van een gemeenschappelijke analyse van de ordeverstoringen,
    delicten en groepen. In het kader van het beraad over de wijziging van de
    Overeenkomst tot oprichting van Europol zal de Raad de mogelijkheid bespreken van
    uitbreiding van de bevoegdheden van Europol ter zake;
    f) de organisatie van specifieke opleidingen door de Europese Politieacademie (EPA) met
    inbegrip van de uitwisseling van beste praktijken. De Raad is ingenomen met het voorstel van
    enkele lidstaten om onder zijn auspiciën in Frankrijk een seminar te organiseren op het gebied
    van handhaving van de openbare orde en is verheugd over het in het kader van het programma
    OISIN met het oog op communautaire financiering ingediende project.
    10731/1/01 REV 1 dau/DL/vj 5
    BIJLAGE DG H NL
    2. Uitwisseling van informatie, met inachtneming van het recht op bescherming van
    persoonsgegevens
    a) het inwinnen, inzamelen en uitwisselen van de in artikel 1 van bovengenoemd gemeenschappelijk
    optreden vermelde informatie, met inbegrip van open bronnen, in overeenstemming
    met de nationale wetgevingen;
    b) in dit kader, in de aanloop naar en tijdens de evenementen, de uitwisseling van
    informatie via de in punt 1 genoemde verbindingsfunctionarissen;
    c) de opstelling door de betrokken lidstaat, onmiddellijk nadat zich verstoringen van de
    openbare orde hebben voorgedaan, van een verslag van incidenten en vervolgens van
    een evaluatieverslag, en de toezending daarvan aan de in artikel 3 van bovengenoemd
    gemeenschappelijk optreden bedoelde centrale instanties;
    d) het nagaan van de juridische mogelijkheden voor en de noodzaak van uitwisseling van
    gegevens op basis van de bestaande nationale gegevensbestanden of de oprichting van
    een Europese gegevensbank inzake onruststokers die gewelddaden hebben gepleegd.
    3. Maatregelen aan de grenzen
    a) in overeenstemming met het communautair recht, het nationaal recht en de
    fundamentele rechtsbeginselen:
    – verwijderingsmaatregelen uitvoeren die zijn genomen in het kader van de handhaving
    of het herstel van de openbare orde en meewerken aan de repatriëring van
    de verwijderde onderdanen;
    10731/1/01 REV 1 dau/DL/vj 6
    BIJLAGE DG H NL
    – de juridische mogelijkheden nagaan om te verhinderen dat personen die als
    verstoorders van de openbare orde bekend staan, de lidstaat verlaten, door een
    andere lidstaat reizen of binnendringen in het land dat het evenement organiseert,
    indien is komen vast te staan dat deze personen zich verplaatsen met het oogmerk
    ernstige verstoringen van de openbare orde te organiseren, te veroorzaken of
    daaraan deel te nemen;
    b) toepassing, door de betrokken landen van de bepalingen van de Overeenkomst ter uitvoering
    van het Akkoord van Schengen, met name indien dit onontbeerlijk blijkt, van
    artikel 2, tweede alinea, of, zo nodig, met de betrokken landen regelingen overeenkomen
    om gemeenschappelijke of gecoördineerde preventieve patrouilles mogelijk te
    maken of gezamenlijke controles uit te voeren.
    4. Justitiële samenwerking
    a) De bevordering van rechtstreekse samenwerking tussen de justitiële autoriteiten of
    andere bevoegde autoriteiten, met name de tenuitvoerlegging van verzoeken om rechtshulp,
    door uitwerking van modellen voor rogatoire commissies en de aanwijzing van
    contactpunten die 24 uur per dag bereikbaar zijn, waardoor de noodzakelijke rechtshulp
    op gang kan worden gebracht. Deze rechtstreekse contacten kunnen worden vergemakkelijkt
    door het Europees justitieel netwerk.
    b) De toepassing van adequate middelen voor constatering en onderzoek zodat plegers van
    gewelddadige ordeverstoringen snel kunnen worden vervolgd en veroordeeld.
    10731/1/01 REV 1 dau/DL/vj 7
    BIJLAGE DG H NL
    5. Organisatorische maatregelen
    a) het ontwikkelen van een gemeenschappelijke communicatieaanpak, zowel wat de
    betrekkingen met de verschillende betrokken actoren, als wat de algemene communicatie
    betreft;
    b) het betrekken van de organisator van een evenement bij het nemen van interne veiligheidsmaatregelen;
    c) het uitwisselen, met het oog op de ontwikkeling van een gemeenschappelijke aanpak,
    van informatie, onder meer via het Europees netwerk inzake criminaliteitspreventie,
    over de beste praktijken voor het aangaan van opbouwende dialogen met organisatoren
    van demonstraties om ervoor te zorgen dat legitieme demonstraties niet door groepen
    met gewelddadige plannen worden uitgebuit.