• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Wetsvoorstel Politiegegevens (TK 30327)

    In oktober heeft de regering een wetsvoorstel ingediend dat ter vervanging van de Wet Politieregisters dient. De regering ziet ontwikkelingen op het vlak van informatie- en communicatietechnieken, ontwikkelingen binnen de politie (bv naar een landelijke informatiehuishouding) en de complexiteit van de samenleving waardoor de behoefte informatie te delen met derden is toegenomen als belangrijkste argument om de Wet Politieregisters te wijzigen. Knelpunten zouden, wat de regering betreft, zitten in het vastleggen van gegevens van personen die (nog) niet als verdachte zijn aangemerkt. Volgens de regering eisen bepaalde maatschappelijke ontwikkelingen, zoals inzicht in terroristische activiteiten, uitbreiding van de mogelijkheden tot opslag en verwerking van persoonsgegevens, ook van niet verdachte personen.


    Het wetsvoorstel sluit hiermee aan op het rapport van de Rekenkamer uit 2003 (Uitwisseling van opsporings- en terrorisme-informatie). In dat rapport werd voorgesteld om themaregister te openen bij de politie, waarin relevante informatie rond een bepaald strafrechtelijk thema worden opgeslagen, zoals bijvoorbeeld terrorisme. Hierin zou informatie over onverdachte personen langer dan vier maanden opgeslagen kunnen worden. In het regime van de Wet Politieregisters kan die informatie maar 4 maanden worden opgeslagen.
    Na de bevindingen van de Rekenkamer heeft het KLPD de systemen tijdelijk aangepast. In een terugblik uit 2005 op haar rapport beschrijft de Rekenkamer dat het geautomatiseerde Register Bijzondere Recherchezaken is begin 2004 is overgebracht naar een tijdelijk register terrorismebestrijding’ in het nationale recherchesysteem OCTOPUS. Het KLPD verzamelt in dit register alle terrorisme-informatie die uit opsporingsonderzoeken voortkomt. In OCTOPUS zijn alle landelijke en regionale onderzoeken naar terrorisme ondergebracht. Het KLPD legde vervolgens wekelijks alle verzamelde terrorisme-informatie wekelijks via de Verwijsindex Recherche Onderzoeken (VROS) langs alle overige bekende opsporingsinformatie.
    In feite werd hier werd een (wettelijke) truc toegepast: door voor het onderwerp terrorismebestrijding een tijdelijk register te openen werd de verplichting ontlopen om informatie over onverdachte personen na vier maanden te vernietigen. Het OM is akkoord gegaan met deze werkwijze.
    De Rekenkamer constateert wel 1 probleem: “Punt is wel dat de informatie in dit register niet is verzameld voor het doel waarvoor het nu is vastgelegd. Het gebruik van deze informatie in een strafproces kan daarom problemen geven. Dit heeft zich in de praktijk echter nog niet voorgedaan.”

    In de wet Politiegegevens is het opstarten van de themaregisters terug te vinden in artikel 10. Volgens de regering blijk “in de praktijk dat de verwerking van gegevens over – ook onverdachte – personen noodzakelijk kan zijn omdat de politie een informatiepositie moet opbouwen om zicht te kunnen krijgen en behouden op ontwikkelingen en verschijnselen die een ernstige bedreiging van de rechtsorde kunnen vormen. Hierbij moet gedacht worden aan de zware criminaliteit, terrorisme en ernstige verstoringen van de openbare orde door bijvoorbeeld voetbalvandalen of activisten. Door middel van omvangrijke en op bepaalde personen gerichte gegevensverzameling wordt geprobeerd een beeld te verkrijgen van de betrokkenheid van die personen bij handelingen of misdrijven van een bepaalde ernst. Dit betreft een min of meer permanent proces van analyse dat leidt tot het vastleggen van gegevens over veelal nog onverdachte personen. Op basis van de informatiepositie kan worden besloten tot een operationeel opsporingsonderzoek, dan wel tot operationele maatregelen in de sfeer van de openbare orde”.
    Het grote risico is dat dergelijke themaregisters ontzettend veel mensen registreren die nergens van verdacht worden. In de negentiger jaren is na het onderzoek van de Commissie van Traa juist de categorie ‘grijze subjecten’ opgeheven, omdat het aantal registraties de pan uitrees.
    Wet Politiegegevens
    Memorie van toelichting
    Rapport Rekenkamer
    Terugblik rapport Rekenkamer
    Rapport van de Commissie van Traa