• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • De strijd om de openbaarheid dossiers

    Vanaf 1992 heeft Louis Sévèke zich hard gemaakt voor inzage in dossiers van inlichtingendiensten. Louis Sévèke was lid van de landelijke Vereniging Voorkom Vernietiging (VVV), die met behulp van de Wet op de Openbaarheid van Bestuur inzage probeerde te krijgen in dossiers van inlichtingendiensten. Bij de VVV ontstond het idee om naast de landelijke vereniging ook plaatselijke verenigingen op te zetten, die met de dossiers van de Plaatselijke Inlichtingendiensten aan de gang zouden gaan. Louis Sévèke nam daarop samen met anderen het initiatief voor het Steunpunt Inzage PID-Nijmegen (SIP).

    Het doel van het SIP werd tweeërlei: het bepleiten van zelfbeschikkingsrecht voor en inzagerecht in de PID-dossiers en daarnaast het bewaren van een representatief deel van de PID-dossiers als historisch erfgoed. Verder wil het SIP de discussie over het bestaan van geheime dossiers in Nijmegen en het functioneren van inlichtingendiensten aanzwengelen.

    Het SIP richtte zich daarbij in eerste op dossiers van de Politieke Inlichtingendienst (PID, tegenwoordig RID) Nijmegen. Zo’n 70 mensen en een twintigtal organisaties (oa. GroenLinks-Nijmegen, de stichting Anti-Militaristisch Buro, Aktie Komitee Kritiese Universtiteit en Vrouwenboekhandel de Feeks) sloten zich aan bij het SIP. Van de VVV nam het SIP de begeleiding van de Nijmeegse leden over.

    Louis Sévèke begeleide veel van procedures van het SIP-leden. Verscheidene verzoeken van leden om inzage in dossiers zijn afgewezen. Of omdat inwilliging de veiligheid van de staat zou schaden, of omdat de RID zegt geen persoonsdossiers bij te houden dan wel verstrekking van gegevens de privacy van RID-ers of bronnen van de Dienst zou schaden. Deze afwijzingen waren voor het SIP aanleiding beroepsprocedures te starten bij verschillende rechters. Zeventien leden van het SIP hebben bij de BVD inmiddels inzage in (delen van) het eigen dossier gekregen.

    Dankzij het werk van het SIP hebben veel mensen en organisaties na eerste afwijzing toch hun dossiers in kunnen zien. Zo bestreed het SIP de houding van de AIVD dat anti-apartheid een nog actueel thema was de dienst en daardoor over dit onderwerp niets vrijgegeven kon worden. Na lang doorprocederen gaf de afdeling Bestuursrecht van de Raad van State het SIP hierin gelijk (uitspraak van 8 juni 2005 zaaknummer 200406122/1; LJN: AT6965).

    Het betrof een procedure die al in 1993 startte. Toen verzocht het SIP namens een aantal mensen de minister van Binnenlandse Zaken om inzage in hun eigen dossiers bij de toenmalige Binnenlandse Veiligheidsdienst (BVD). Alles over de “context” anti-apartheid werd geweigerd, dat zou nog actueel zijn. In 2003 concludeerde de Raad van State dat ‘niet van alle contexten duidelijk is geworden dat zij kunnen worden bestempeld als “actueel”. De Raad van State noemde toen expliciet de context “anti-apartheid”. Het spel ging echter door, want ook het hernieuwde verzoek werd afgewezen. Als reden daarbij gaf de AIVD dat betrokken personen nu actief waren in een nieuwe actuele context. De beroepsprocedures die daarop volgden zette het SIP voluit door. Uiteindelijk resulteerde dit op 8 juni 2005 tot de uitspraak van de Raad van State dat ‘de Afdeling onvoldoende acht duidelijk gemaakt waarom de omstandigheid dat een persoon mogelijk actief is in een nieuwe, actuele context noopt tot het oordeel dat de op zichzelf niet meer actuele context “anti-apartheid”, waarbinnen die persoon zich aanvankelijk bewoog, toch nog actueel is.” Gevolg van deze uitspraak is, is dat de minister wederom een beslissing moet nemen.

    Ook bij de Militaire Inlichtingendienst (MIVD) werd door leden van het SIP inzage gevraagd in hun dossiers. Tot 2001 kreeg iedereen een afwijzing binnen. De redenatie van de diensten was dat het antimilitarisme één ondeelbaar actiegebied was met betrekking waartoe inzage uitgesloten is. Het SIP heeft altijd gesteld dat er binnen het antimilitarisme ‘geknipt’ moest worden. In ieder geval wat tijdsverloop betreft, maar ook inhoudelijk. Actiegroepen bestaan niet meer en bepaalde ontwikkelingen zijn afgesloten.

    In 2001 veranderde de houding van de MID. Via het SIP dienden begin van dat jaar 18 mensen en 2 organisaties een verzoek tot inzage in bij de minister van Defensie. In juni kwam er bericht van de MID dat 12 mensen hun dossiers (gedeeltelijk) in konden zien. Op dezelfde dag kreeg het SIP bericht dat de BVD inzage in de contaxt ‘anti-militarisme’ nog weigerde. Louis Sévèke schreef daarover: “Het lijkt er sterk op dat de MID en BVD aanvankelijk van mening verschilden. De MID was bezig inzagemappen samen te stellen, terwijl de BVD nog van geen inzage wilde weten. Vervolgens stelt de BVD dat er in goede harmonie met de MID heroverweging plaatsvindt. Die kan nog alle kanten op, aldus de BVD. Dan geeft de MID gewoon stukken vrij. De BVD kan zich daar alleen nog maar bij aansluiten. Het heeft er veel van weg dat de MID ruimere inzage heeft geforceerd”.