• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • De stilte rond Opstand bedriegt

    Benaderingen door de politie Haaglanden in februari en maart 1995

    Uit: NN, 24 maart 1995, buro Jansen & Janssen

    Het is al weer een tijdje stil rondom Opstand. Het juridische gevecht is voorlopig in het voordeel van justitie geëindigd. De dossiers blijven gesloten, de persofficier mag Opstand openlijk verdacht maken en getuigenverhoor van een aantal rechercheurs is afgewezen. Opstand gaat een deel van de procedu- res doorvoeren tot aan het Europees Hof, maar dit is een procedure die zeer lang zal duren.
    Toch is die stilte maar schijn, politie en justitie hebben voortvarend het onderzoek tegen Opstand ter hand genomen. Op diverse plaatsen in het land zijn rechercheurs van de Haagse politie bezig met een uitgebreid onderzoek. Aan de hand van de inbeslaggenomen spullen gaat men de contacten van Opstand langs. Opzoek naar het bewijs dat Hans Krikke en Jan Müter ‘lid’ zijn van RaRa.


    De na de huiszoeking opgemaakte verslagen van in beslag genomen spullen geven eigenlijk al aan welke richting het onderzoek op gaat. Normaal gesproken bevat zo’n lijst een vrij droge opsomming van alle spullen die in beslag zijn genomen. Zo niet de lijsten bij de Stichting Opstand. Door uitvergroting van alles wat maar enigszins verband houdt met een kritische visie op het vreemdelingenbeleid, artikelen in openbare bladen of kranten over aanslagen en discussies of verbanden met `radicaal links’ wordt meer dan de suggestie gewekt dat Opstand spil is in een `terroristisch netwerk’. Waar de naam van oud-RaRa verdachte René R. in een artikel valt, wordt deze zeer nadrukkelijk met hoofdletters op de lijst vermeld. Bij een aantal brochures wordt gemeld “dat die gemaakt zijn door diverse bekenden”. De beschrijving van een voorstel van Stichting Opstand om te pleiten voor een collectieve aanvraag voor een verblijfsvergunning voor een groep illegale buitenlanders wordt geflankeerd door de beschrijving “waarin voorkomt het woord xenofobie (denk aan de claimbrief)”. Ook uit de vele archiefdozen van BONK (Burgelijke Ongehoorzaamheid en Non-Koöperatie), een actiegroep uit het brede spectrum van de anti-kernwapenbeweging, is zeer selectief geciteerd. Vooral twee aanslagen in Bergen op Zoom en Gouda zijn er uitgelicht (“met heel interessante passages”), aanslagen die niets met BONK te maken hadden.
    Met deze lijsten geeft justitie aan dat het gelieerd zijn aan een radicaal linkse actiebeweging en het verspreiden van gegevens en ideeën die dicht bij het gedachtengoed van RaRa staan, genoeg kan zijn om zelf in het verdachtenbankje te worden geplaatst.
    Toch is dat niet het enige wat je uit de lijst kan halen. Bestond altijd al het vermoeden dat het RaRa onderzoek een alibi was om de hele ‘radicale’ beweging te registreren, aan de hand van de lijst kunnen we zien dat dat ook werkelijk zo is. Waarom zouden anders schrijvers of schrijfsters van artikelen en brochures als ‘bekenden’ in een RaRa onderzoek opduiken?

     

    Benaderingen

    Het Haagse rechercheteam heeft zich ondertussen door de stapel papieren heengeworsteld. De opmerkingen van de inbeslagname lijst gaven al aan welke richting ze op wilden en nu alles netjes geordend is zijn ze weer op pad gegaan. Als een van de eersten kreeg Marc bezoek van twee teamleden.
    Op 27 februari 1995 stonden ze voor zijn deur. Of hij even de tijd had om over Opstand te praten. Identificeren was niet gebruikelijk in dit soort zaken, wel lieten ze hun pasjes zien waarop een nummer en rang vermeld was.
    Marc is vroeger, net als Hans Krikke, actief geweest in BONK (Burgelijke Ongehoorzaamheid en Non Koöperatie). Sinds de opheffing van BONK hebben ze geen contact meer met elkaar. Toch waren de rechercheurs uitermate geïnteresseerd in hun contact. In het bijzonder ging het om een brief die Marc in 1984 naar Hans had gestuurd. Die had hij ondertekend met de leus ‘No Pasaran’. Of hij wel wist dat die leus ook was aangetroffen bij een onopgehelderde aanslag op een drukkerij in Schiedam? Marc legde uit dat de leus van oorsprong uit de Spaanse burgeroorlog komt en in de tachtiger weer populair werd omdat de Sandinisten in Nicaragua de leus ook gebruikten in hun strijd tegen de Contra’s. In zijn brief aan Hans had de leus betrekking op de komst van de kruisraketten naar Nederland.
    Na een half uur eindigde het gesprek en de rechercheurs vroegen Marc de verklaring te ondertekenen. Dat hoefde niet, maar hij deed het wel. Op eigen initiatief heeft hij nog laten toevoegen dat ‘Naar mijn overtuiging Hans Krikke niet bij gewelddadige acties betrokken is. Ons (en ook zijn) standpunt is altijd geweest dat protestacties altijd geweldloos zouden moeten zijn’.
    De, overigens mislukte, aanslag op de drukkerij Elba waar de rechercheurs aan refereerden is trouwens één van de weinige die wel opgehelderd is. RaRa verdachte René R. werd hiervoor tot 9 maanden veroordeeld.
    Marc is de niet de enige waarbij het team op bezoek is geweest. Al eerder ging de Haagse politie langs in Nieuwersluis. Daar zat in december 1994 het Dev Sol lid K. vast. Na het uitzitten van zijn straf, werd hij in Nieuwersluis geplaatst in afwachting van zijn uitzetting. Op een dag kreeg hij bezoek van twee Haagse rechercheurs. Ze vertelden dat ze in zijn agenda het telefoonnummer van Hans Krikke hadden gevonden en vroegen hem naar contacten met hem. K. ging hier niet op in.
    Vorige week kregen ook een aantal leden van het Platform Illegale Vluchtelingen (PIV) bezoek van twee rechercheurs. Ook bij hen wilden ze zich niet identificeren (‘je weet wel voor de veiligheid’) en vroegen naar contacten met Hans en Jan. De rechercheurs hadden een dikke map met PIV notulen bij zich.
    De komende tijd zullen nog wel mee mensen en organisaties de twee heren op bezoek krijgen. Als ze alle organisaties en contacten van Opstand af gaan werken hebben ze nog wat de doen de komende jaren.

    Artikel 140

    De richting die het onderzoek opgaat, is ondanks de schijnbare knulligheid, toch verontrustend. RaRa onderzoek is altijd al gebruikt om het radicale linkse spectrum in de gaten te houden. De frustratie over het falen in de daadwerkelijke opsporing van RaRa is blijkbaar hoog opgelopen. Een frustratie die zich nu uit in het aanpakken van een organisatie die actief is op hetzelfde terrein als RaRa.
    Justitie gebruikt hiervoor een ‘politieke’ uitbreiding van artikel 140, oftewel oprekking van het begrip lidmaatschap.

    Bij de Hoge Raad uitspraak in de Mariënburchtzaak werd bepaald dat er van deelneming sprake is als ‘de betrokkene behoort tot het samenwerkingsverband en een aandeel heeft in, dan wel ondersteunt, gedragingen die strekken tot of rechtstreeks verband houden met de verwezenlijking van het in artikel 140 bedoelde oogmerk’. Dit komt erop neer dat van iemand bewezen moest worden dat hij of zij ook iets had ondernomen om het doel van de organisatie te verwezenlijken. Dat beide voorwaarden niet op gaan voor Hans en Jan moge duidelijk zijn, anders had justitie ze natuurlijk allang gearresteerd. Justitie heeft de begrippen samenwerking en ondersteuning zo’n invulling kunnen geven dat de rechtbank tot nu toe met de aanpak akkoord is gegaan. Als de verdachtmakingen naar Opstand inderdaad de vorm hebben zoals die zichtbaar is op de inbeslagname lijsten is het hek van de dam. Een netwerk van ‘verkeerde’ relaties is dan voldoende om in het verdachtenbankje, en daarmee in een opsporingsonderzoek, terecht te komen.
    Daadwerkelijk vervolging is niet eens het belangrijkste. Uitbreiding van het inlichtingenwerk met behulp van opsporingsmethodes heeft men ondertussen al voor elkaar.

    Aangezien de dossiers tot nu toe gesloten blijven is het van belang dat zoveel mogelijk mensen die een bezoekje krijgen van de Haagse recherche dit opschrijven en doorgeven aan Opstand of Jansen & Janssen. Op deze manier kan er dan in ieder geval een schaduwdossier worden samengesteld.