• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Italiaanse anarchiste gearresteerd in Amsterdam.

    Een maandagochtend in januari. Paola Lo Vecchio heeft haar zoontje naar school gebracht en loopt in de Amsterdamse Kalverstraat. Plotseling krijgt ze een zak over haar hoofd en wordt ze afgevoerd door een arrestatieteam van de politie. De volgende dag staat er een klein berichtje in de krant. De 34-jarige vrouw is opgepakt op verzoek van de Italiaanse justitie, de verdenking luidt lidmaatschap van de ‘revolutionaire beweging de opstandige anarchisten’, een equivalent van het Nederlandse artikel 140. Paola L.V. is intussen overgebracht naar het huis van bewaring in Zwolle in afwachting van haar uitlevering naar Italië. Dinsdag 17 februari behandelt de uitleveringskamer haar verzoek om vrijlating.

    De arrestatie van Paola Lo Vecchio valt samen met de start van een massaproces tegen 68 anarchisten in Italië. De aanklacht is steeds dezelfde: gewapende bendevorming en lidmaatschap van een criminele vereniging, de eerder genoemde ‘revolutionaire opstandige anarchistische organisatie’, de ‘Organizzazione Rivoluzionaria Anarchica Insurrezionalista’ (ORAI).

    De manier waarop de anarchisten in Italië momenteel worden aangepakt doet denken aan het onderzoek tegen Hans Krikke en Jan Müter van Opstand op verdenking van betrokkenheid bij RaRa. De Italiaanse justitie gaat echter een stap verder. Een grote groep individuen die in het verleden is geassocieerd met anarchistische acties wordt met terugwerkende kracht beschuldigd van lidmaatschap van een door justitie geconstrueerde organisatie. Daarbij zijn mensen die jaren geleden zijn veroordeeld voor overvallen, aanslagen en ontvoeringen en intussen hun straf hebben uitgezeten. Ze worden echter niet vrijgelaten in afwachting van dit nieuwe proces. Maar onder de aangeklaagden zijn ook mensen die niet meer deden dan het onderhouden van een website op Internet met verslagen over processen tegen anarchisten.
    Dit massaproces moet de restanten van deze Italiaanse buitenparlementaire beweging de genadeslag toebrengen. Met de bewijsvoering komt het niet zo nauw, dat is bij eerder processen tegen anarchisten gebleken. Verdenkingen zijn gebaseerd op verklaringen van kroongetuigen, die uiteindelijk aantoonbaar onjuist blijken te zijn. Manipulatie met bewijsmateriaal is geen uitzondering. Neem bijvoorbeeld het proces tegen de ontvoerders van de echtgenote van staalmagnaat Silocchi in 1989. Na een vruchteloze speurtocht van bijna twee jaar werd op basis van anonieme verklaringen van politie-agenten een aantal anarchisten opgepakt. Het enige bewijs waarop zij veroordeeld dreigden te worden was een getypte brief aan de familie van Silocchi gevonden bij een huiszoeking. Het verweer van de verdediging, dat de bewuste tiepmachine pas twee jaar na de ontvoering in produktie was genomen, werd tot in hoger beroep verworpen. Pas in cassatie werd de veroordeling tot 22 jaar gevangenisstraf ongedaan gemaakt, de zaak moet nu opnieuw worden behandeld. De verdachten zitten inmiddels zes jaar in voorarrest, en bovendien zijn ze toegevoegd aan de lijst van verdachten voor het massa-proces tegen de criminele vereniging.

    Ook de verdenkingen tegen de in Amsterdam gearresteerde Paola Lo Vecchio lijken nogal willekeurig tot stand te zijn gekomen. Het rechtshulpverzoek van de Procureur van de Republiek, Antonio Marini, omvat een opsomming van de misdrijven waar Paola Lo Vecchio van wordt verdacht. Naast twee overvallen op juweliers in Pescare en verboden wapenbezit in 1989 en 1990, staat de verdenking voor het massa-proces op de lijst: deelname aan een criminele vereniging met als doel het met geweld omverwerpen van de economische en sociale orde binnen de Staat (art. 270), deelname aan een criminele vereniging met als doel terrorisme en omverwerpen van de democratische orde (art. 270 bis). Als verzwarende omstandigheid is toegevoegd dat de misdrijven zijn begaan met als doel terrorisme (op basis van een speciale Italiaanse noodtoestand-wet uit 1980 ter bestrijding van het terrorisme).

    Vanuit de Penitiaire Inrichting te Zwolle legt Paola Lo Vecchio uit dat de processen over de twee overvallen inmiddels het stadium van het hoger beroep hebben bereikt. Tot nu toe had de Italiaanse justitie weinig belangstelling voor haar, maar het feit dat andere anarchisten inmiddels jarenlang in voorarrest zitten deed haar besluiten het land te verlaten. Het voorarrest lijkt de functie van de uiteindelijke straf zelfs te overtreffen.
    De bewijzen voor de betrokkenheid van Paola Lo Vecchio bij de overvallen op de juweliers in Pescare zijn mager. “In 1990 heb ik een maand lang een vakantiewoning gehuurd op zo’n 50 km van Pescare. Vijf jaar na dato kwam de politie met de verklaring van een kroongetuige als bewijs dat ik de overvallers naar de juwelier zou hebben gereden. Ik had destijds niet eens een rijbewijs. Bovendien was ik al zeven maanden in verwachting, ik kon bijna niets meer doen omdat ik last had van zwangerschapsvergiftiging.”
    Ook de vermeende betrokkenheid van Paola Lo Vecchio bij de overval in 1989 is in feite nergens op gebaseerd. “Na aanwizjingen van een kronngetuige deed de politie na vier jaar een huiszoeking in een huis, waar niks werd gevonden dat met de overval in verband gebracht kon worden. De politie heeft toen ook een foto van mij getoond aan de eigenaresse van het betreffende huis. Zij herkende mij als huurder van de woning, terwijl ik daar zelfs nooit was geweest. In Italië is het trouwens verplicht een legitimatie te tonen als je een woning huurt. En dat was niet de mijne. Ik had die woning niet gehuurd, en die woning had ook niets met de overval te maken”.
    Hoewel het bewijs in beide zaken van twijfelachtige kwaliteit is, lijkt Paola Lo Vecchio in het huidige klimaat tegen anarchisten een fikse straf te wachten te staan. Eind 1996 kwam er nog een extra aanklacht bij: de verdenking van het lidmaatschap van de criminele organisatie. In de aanklacht tegen Paola Lo Vecchio wordt niet duidelijk gemaakt wat haar rol in die vermeende organisatie is of is geweest.

    Het onderzoek naar de criminele organisatie “ORAI” begon na een overval op een bank in de Noord-Italiaanse stad Trento. Vier anarchisten werden daar in 1994 op heterdaad betrapt. Met een veroordeling variërend van 3 tot 4 jaar leek de zaak afgedaan. De Italiaanse justitie dacht daar echter anders over. De anarchisten werden na hun veroordeling plotseling ook verdacht van twee onopgeloste bankovervallen in de buurt van Trento. Het bewijs hiervoor kwam van een zogeheten ‘pentito’, een kroongetuige, die in ruil voor een verklaring zelf niet vervolgd zou worden. De geloofwaardigheid van de kroongetuige, de Iraanse Mojdeh Namsetchi -een ex-vriendin van één van de overvallers- moest blijken uit het feit dat ze zelf deelgenomen zou hebben aan de overvallen. Volgens haar verklaringen was er een tweede vrouw betrokken bij de overvallen. Merkwaardig genoeg waren alle getuigen, waaronder betrokken bankemployés, het er over eens dat er sprake van slechts één vrouw. Toch wordt die vrouw veroordeeld, de kroongetuige gaat vrijuit.
    De verklaringen van de kroongetuige riepen meer vragen op. De 19-jarige Namsetchi bleek er een nogal ingewikkeld academisch taalgebruik op na te houden. Voor de rechtbank gebruikte ze begrippen als ‘proselitisme’ (agressieve overtuigingsdrang, hersenspoeling) en ‘prosevitisme’ (propaganda) alsof ze die dagelijks bezigde. En waar iedereen zou zeggen dat ‘de brommers verstopt werden’, legt Namchetsi uit dat ‘de brommers werden geocculteert’.
    De kroongetuige wist ook het een en ander te vertellen over het netwerk dat schuil gaat achter deze overvallers. Niet langer was er sprake van een eenvoudig plan van vier mensen. Namchetsi legde de rechter uit er dat de vier actief zijn binnen een anarchistische organisatie die uit twee lagen bestaat – een legale en een illegale. Woningen zijn ‘bases van de organisatie’, opslagplaatsen voor boeken verworden tot ‘geheime depots voor wapens en springstof’ en de huurders van die woningen en opslagplaatsen heten ‘leden van de tweede laag’.
    Ondanks het ontbreken van enig ander bewijs worden de vier veroordeeld tot straffen variërend van zes tot zeven jaar. Tijdens het hoger beroep werd de geloofwaardigheid van de kroongetuige Namchetsi flink aangetast. Het grootste deel van de vragen van de advocaten beantwoorde zij met ‘weet ik niet’ of ‘dat herinner ik me niet’. De openbare aanklager werd dermate in verlegenheid gebracht dat hij de kroongetuige terugtrok, en vrijspraak voor de andere vrouw vroeg. Desondanks werden de vier ieder tot twee jaar veroordeeld.
    Sindsdien richt de Italiaanse Justitie haar aandacht niet langer uitsluitend op wetsovertreders, nu wordt een veel grotere groep anarchisten onder de loep genomen. Dit onderzoek, genoemd naar openbare aanklager Marini, startte in november 1995 met huiszoekingen bij anarchisten in heel Italië. Een jaar later volgde een tweede golf waarbij 60 woningen werden doorzocht en 20 mensen gearresteerd.
    De naspeuringen resulteerden in de eerdergenoemde lijst van 68 anarchisten, verdacht van lidmaatschap van de criminele vereniging. De constructie is als volgt: alle misdaden waar de verdachten eerder voor veroordeeld zijn, aanslagen, moorden, ontvoeringen en roofovervallen hadden achter bezien tot doel de eigen drukkerijen en bladen van de bende te financieren.
    Om de strafbare feiten direct te kunnen koppelen aan het politiek gedachtengoed wil aanklager Marini alle processen waar Italiaanse anarchisten de afgelopen jaren bij betrokken waren, aan dit onderzoek toevoegen. Volgens Marini is er sprake van een bende die volgens een zogenaamde ‘twee-lagenstructuur’ is georganiseerd – een zichtbare, schijnbaar legale en een geheime, in de praktijk illegale – met van elkaar afgeschermde afdelingen.
    Het bewijs hiervoor moet komen van dezelfde Iraanse kroongetuige en verder wil de openbare aanklager gebruik maken van het netwerk van persoonlijke contacten tussen de verschillende mensen en groepen, waarvan sommigen eerder zijn veroordeeld.
    Alfredo Bonanno is door de Italiaanse justitie tot leider van de ‘ORAI’ gebombardeerd. Volgens de stukken heeft hij in 1993 de basis voor de organisatie hebben gelegd tijdens een ‘conspiratieve bijeenkomst’ van anarchisten in Griekenland. De daar door Bonanno gepropageerde ‘affiniteitgroepen en basiscellen’ houden zich volgens Marini ‘ook bezig met verschillende activiteiten om aanhangers te werven, door middel van het drukken van pamfletten, documenten en alternatieve bladen, waarin wordt aangezet tot delicten die tot doel hebben de grondwettelijke orde te vernietigen’.
    De conspiratieve bijeenkomst waar Marini aan refereert was in werkelijkheid een lezing in reeks voordrachten over het thema ‘Opstand’. De voordrachten vonden plaats op de universiteit van Saloniki voor een gehoor van 1500 mensen, met pers en televisie erbij. Bonanno’s lezing, later gepubliceerd onder de titel ‘Nieuwe Veranderingen van het Kapitalisme’ is een ingewikkeld staaltje van theorievorming te noemen, typerend voor de Italiaan-se anarchisten maar zeker geen blauwdruk voor een revolutionaire bende.
    Saillant detail. Op 10 juli 1996 ligt bij de vrije radiozender Black Out een intern document in de brievenbus van de ROS, het speciale politie-team dat het Marini-onderzoek uitvoert. Het rapport – 14 pagina’s, gedateerd december 1994- gaat over de onderzoeken tegen de ‘revolutionaire anarchisten’ (‘anarchici insurrezionalisti’) de laatste 20 jaar, onderzoeken die nooit afgerond konden worden. Het document ziet er zeer authentiek uit. Geconcludeerd wordt dat “het noodzakelijk is het speurwerk te intensiveren en alles te doen om de revolutionaire ideologie tot staan te brengen, om te voorkomen dat die verder uitgedragen wordt. De activiteiten van ‘de beweging’ – bladen, bezettingen, solidariteits-initiatieven – kunnen potentieel de openbare orde verstoren, maar vormen op zich geen gevaar voor de staatsveiligheid; toch zijn het de eerste stappen op weg naar misdadige activiteiten.”
    De ROS gaat in het document uitgebreid in op de te volgen strategie. (Let wel, het is december 1994, vlak na de eerste veroordelingen van de vier anarchisten in Trento op basis van verklaringen van de kroongetuige). “… alle aandacht is momenteel gericht op Mojdeh Namsetchi, die een relatie heeft met Tesseri Carlo … ze lijkt geen binding te hebben met het anarchisme … zodat ze niet door een ideologie verbonden is met de andere verdachten … ze zit in financiële moeilijkheden … ze is gaan werken als animeermeisje in een nachtclub … al deze elementen afwegend heeft onze afdeling besloten met Namsetchi in contact te treden, en haar voor te stellen met ons samen te werken. Het is te verwachten dat Namsetchi onder druk te zetten is, aangezien we haar inschatten als een kwetsbaar en bijzonder meegaand element.
    De rechercheurs van de ROS stellen “voor haar naar voren te schuiven als medeplichtige bij criminele activiteiten als roofovervallen rond Trento, … aangezien haar erkenning als kroongetuige door de rechtbank de mogelijkheid opent om alle reeds geïdentificeerde anarchisten te vervolgen wegens bewapende bendevorming, of tenminste wegens criminele vereniging”.

    Het rapport eindigt met een aanzet voor het Marini-onderzoek: “…alhoewel het belastende materiaal dat de afgelopen jaren door de diverse instellingen verzameld is niet voldoende elementen bevatten om feitelijk vast te stellen wie verantwoordelijk zijn voor de aanslagen met anarchistische signatuur, kan men er vanuit gaan dat die uitgevoerd zijn door figuren uit de bewuste beweging, met hulp of tenminste met instemming van alle andere leden. Zoals eerder aangegeven is het openlijk uitdragen van de revolutionaire ideologie op zich niet onwettig, maar aangezien het een ongebruikelijk hoge criminaliteits-potentieel herbergt is het legitiem een justitieel onderzoek tegen alle sympathisanten in gang te zetten”.
    Zie hier een handleiding voor het opsporingsonderzoek dat moest uitmonden in het massa-proces waarvan de voorbereidende hoorzittingen op dat moment in volle gang zijn. De advocaten van de anarchisten vragen op grond van de onthulling van dit rapport onmiddellijke vrijlating van alle verdachten en een onderzoek naar de achtergrond van het document zelf. De onderzoeksrechter en de aanklager leggen deze eisen naast zich neer, als poging van de advocaten om de hoorzitting uit te laten lopen tot over de termijn waarbinnen voorlopige hechtenis mogelijk is.
    Op 25 juli 1997, een week na de laatste hoorzittingsdag, doet de ROS een inval bij radio Black Out. Aanklacht: vervalsing van officiële documenten. Radio Black Out zou ze zelf gefabriceerd hebben om de procesgang te beïnvloeden.
    Eind vorige maand is het proces tegen de 68 anarchisten in Italië van start gegaan met de getuigenverhoren. Politieagenten en kroongetuigen zullen de komende weken de theorieën van openbare aanklager Marini moeten ondersteunen. Een aantal van de verdachten waaronder de zogenaamde leider van de groep Bonnani, is intussen vrijgelaten – op vormfouten.
    Ook de in oktober vorig jaar in Frankrijk gearresteerde anarchist Massimo Passamani is sinds 5 februari weer op vrije voeten. Belangrijker nog: Frankrijk zal hem niet uitleveren. Italië heeft geen enkele moeite gedaan om de verdenkingen tegen hem te staven, een eis die de Franse rechters hadden gesteld voor zijn uitlevering.
    Of Paola Lo Vecchio’s uitleveringsverzoek hierdoor beïnvloed zal worden is nog afwachten. Ties Prakken, de advocate van Paola legt uit dat een uitleveringsverzoek van een Europees land meestal niet inhoudelijk bekeken wordt: “Italië maakt deel uit van Europa en wordt hier ten lande ook als een rechtsstaat gezien. Het bewijs dat Paola betrokken is bij de aanklachten zal dáár geleverd moeten worden. Formeel kijkt de Nederlandse rechter daar niet naar. Alleen als de officiële papieren niet in orde zijn, kunnen ze weigeren uit te leveren. Maar als een ander Europees land weigert uit te leveren, zou dan van invloed kunnen zijn op deze zaak.”
    Dinsdag 17 februari buigt de Uitleveringskamer zich over een schorsingsverzoek dat de advocaat heeft ingediend. Het eerste verzoek, direct na de arrestatie is afgewezen. “De rechtbank behandelt dinsdag niet het uitleveringsverzoek zelf, maar de vraag of er vluchtgevaar bestaat”, aldus Prakken. “Paola woonde al een aantal jaar met haar zoontje in Amsterdam. Ze voorzag in haar eigen levensonderhoud en haar kind ging hier naar school; ze was meer dan geïntegreerd in haar woonomgeving.” Volgens Prakken is er dan ook geen enkele enige reden waarom Paola Lo Vecchio gedurende het uitleveringsverzoek in voorarrest zou moeten blijven. Prakken: “Ze moet onmiddellijk worden vrijgelaten.”

    Eveline Lubbers

    Wil van der Schans

    Buro Jansen & Janssen