• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • 17 argumenten tegen peperspray

    17 argumenten tegen een nieuw politiewapen

    Voor de opvulling van het gat tussen de wapenstok en het pistool lijkt zich eindelijk een oplossing aan te dienen. Peperspray, een goedje gefabriceerd van het extract uit cayennepeper en geleverd in handzame spuitbusjes, moet de politie nieuwe mogelijkheden geven onwillige arrestanten tijdelijk uit te schakelen – zonder blijvend letsel toe te brengen. Vanuit de politie is een stevige  lobby op gang gekomen om het middel in te voeren, wat niet wil zeggen dat alle politiemensen onverdeeld voor zijn. De politiek was tot nu toe terughoudender: de ministers vroegen om nader onderzoek door TNO.
    Inmiddels zijn er twee onderzoeken van TNO verschenen. In 1997 kwam het eerste TNO-rapport uit, een uitgebreid literatuuroverzicht van buitenlands onderzoek naar de geschiktheid van dit wapen als geweldsmiddel bij de politie. Het tweede TNO-rapport met aanvullend onderzoek naar eventuele gevaren voor mensen met longaandoeningen (op basis van experimenten met cavia’s) is van november 1998.

    De conclusie van het eerste TNO-rapport is ronduit positief: ‘Peperspray lijkt over het algemeen een veilig wapen’. Het middel is volgens TNO voldoende effectief, zeer snel werkzaam, het heeft een korte werkingsduur, het geeft geen aanleiding tot acuut letsel en lijkt ook op lange termijn veilig. Die conclusie is koren op de molen van politiemensen die zich sterk maken voor invoering van peperspray.

    De minister van binnenlandse zaken wacht met het vormen van zijn oordeel nu nog op de uitkomsten van het onderzoek van het Landelijk Selectie en Opleidingscentrum en het Korps Landelijke Politie naar de vraag in welke situatie peperspray kan worden toegepast en welke nazorg is vereist.
    Vermoedelijk in januari 1999 zal er in de Tweede Kamer worden gediscussieerd over de invoering dit nieuwe politiewapen.

    Om te voorkomen dat de lobby voor invoering van peperspray aan kracht wint bij gebrek aan tegenargumenten, zijn in dit Jansen & Janssen dossier allerlei gegevens verzameld die de andere kant van de zaak belichten.

    Nauwkeurige analyse van de TNO-onderzoeken naar de risico’s van peperspray bracht ons tot de conclusie dat de verslagen van TNO niet objectief zijn en met name argumenten naar voren te brengen die invoering van het nieuwe politiewapen ondersteunen.
    Bovendien geeft de minister van binnenlandse zaken -daar waar TNO nog voorzichtig is- een te sterk positief gekleurde samenvatting van het tweede TNO-onderzoek. ‘Geen beletselen voor de gezondheid’ geldt niet in het algemeen, maar slechts dan wanneer zeer nauw geformuleerde richtlijnen voor het gebruik door de politie strikt worden opgevolgd.

    In het Jansen & Janssen Dossier Peperspray zijn ernstige incidenten uit het buitenland verzameld waaruit blijkt dat het opvolgen van zulke precieze instructies in onoverzichtelijke situaties niet altijd realistisch is.
    Daarnaast wordt recent onderzoek uit het buitenland besproken dat aantoont dat er wel degelijk medische gevaren kleven aan de inzet van peperspray.
    Uit ander onderzoek is gebleken dat politiemensen de neiging hebben zich agressiever op te stellen als ze gewapend zijn met peperspray, omdat ze zich zekerder van zichzelf voelen. Dat leidt eerder tot een vermeerdering van gewelddadige confrontaties, dan tot de gewenste vermindering.
    Bovendien is er een tendens waar te nemen dat politiemensen peperspray niet in-plaats-van potentieel dodelijk geweld gebruiken, maar als een extra geweldsmiddel. Peperspray blijkt favoriet als nieuw wapen om in te zetten tegen met name geweldloze demonstranten. In Dossier Peperspray is een aantal voorbeelden opgenomen van dit soort ernstige incidenten.

    De belangrijkste argumenten tegen peperspray staan hieronder kort samengevat. Elders in Dossier Peperspray komen ze uitgebreider en gedocumenteerd terug.
    Opmerkingen bij het eerste TNO-onderzoek naar de risico’s van peperspray

    1.
    TNO deed literatuuronderzoek naar de geschiktheid van peperspray als geweldsmiddel bij de politie. De conclusie van de Toxicologische evaluatie is ronduit positief: ‘Peperspray lijkt over het algemeen een veilig wapen’. Het middel is volgens TNO voldoende effectief, zeer snel werkzaam, het heeft een korte werkingsduur, het geeft geen aanleiding tot acuut letsel en lijkt ook op lange termijn veilig.
    Wie het TNO-rapport zelf leest komt tot heel andere conclusies. De opsomming onder het kopje Gewenste Effecten, lijkt eerder betrekking te hebben op de omschrijving van een soort van martelwerktuig, dan op die van een fijn nieuw wapen voor de politie.

    pijn1

    Gewenste Effecten

    “De effecten op de ogen zijn heftige tranenvloed, onvrijwillig sluiten van de ogen, tijdelijk (snel voorbijgaande) verblinding. De ogen zijn gedurende enige tijd niet meer te openen.
    “Peperspray veroorzaakt een sterk branderig gevoel op de huid, roodheid en heftige pijn. Na verloop van tijd ontstaat ongevoeligheid van de aangedane huid voor pijn en temperatuurprikkels. Pijn en roodheid verdwijnen meestal binnen 30 minuten, de ongevoeligheid kan dagen aanhouden.
    “Kortdurende verlamming van de keel, kortademigheid. De slijmvliezen vertonen acute ontstekingsreactie, slijmafscheiding, heftige hoestbuien. Diepe ademhaling sterk bemoeilijkt.
    “Verlies van controle over de lichaamsmotoriek, gedwongen, reflexmatig aannemen van een voorovergebogen houding, ernstig trillen over het gehele bovenlichaam en gevoelens van desoriëntatie en paniek.

    (Bron: eerste TNO-onderzoek)

    2.
    TNO baseert zich voor een niet onbelangrijk deel op een onderzoek van de FBI waarvan de objectiviteit recentelijk serieus in twijfel is getrokken.
    In de jaren tachtig deed de FBI in Quantico uitgebreid onderzoek naar de effecten van peperspray. De conclusies waren bijzonder positief en deden veel Amerikaanse politiekorpsen besluiten tot invoering. Alle research sindsdien neemt het FBI-werk als uitgangspunt, en ook in andere landen speelt het FBI-onderzoek bij de besluitvorming een grote rol – tot op de dag van vandaag.
    Pas onlangs werd bekend dat Thomas Ward als leider van dit onderzoek in de jaren tachtig in totaal ruim 57.000 dollar aan steekpenningen heeft geaccepteerd van de peperspray-fabriek waarmee de FBI in zee ging.
    Voor TNO is het gebruik van deze FBI-onderzoeksresultaten geen punt van discussie.

    3.
    Om tot de conclusie te komen dat peperspray ‘over het algemeen een veilig wapen’ is heeft TNO onderzoeksliteratuur uit het buitenland verzameld en de gegevens op een rijtje gezet. Waar onderzoeksgegevens elkaar tegenspreken is TNO geneigd de conclusie te trekken die invoering positief ondersteunt.
    Bij de behandeling van de tientallen sterfgevallen die in de literatuur steeds terugkomen, benadrukt TNO dat in slechts één geval niet kan worden uitgesloten dat peperspray heeft bijgedragen aan de dood van de arrestant. In alle andere gedocumenteerde gevallen wordt de doodsoorzaak toegeschreven aan andere oorzaken.
    Ondanks het gebrek aan medisch onderzoek naar de rol van peperspray bij dit soort doodsoorzaken, concludeert TNO: ‘kennelijk is het risico op acuut levensgevaar na gebruik van OC erg klein.’
    Naar het verhoogde risico dat het gebruik van peperspray oplevert bij genoemde doodsoorzaken werd tot voor kort niet gezocht, eenvoudigweg omdat er te weinig bekend was over eventuele verergerende effecten van peperspray.

    4.
    De onderzoekers van TNO hebben de neiging tot creatief citeren. Soms is het aantrekkelijker om negatieve conclusies weg te laten. Zo blijkt uit een studie uit 1993 dat wetenschappers van het Amerikaanse leger zeer gereserveerd staan tegenover het gebruik van peperspray. Gewaarschuwd wordt voor ernstige bijwerkingen: ‘Mutagene en carcinogene effecten, overgevoeligheid, toxische effecten op de hartslagaders, de longen en het zenuwstelsel en mogelijk ook een dodelijke afloop’.
    Volgens TNO laat dit onderzoek, samen met dat van de FBI, zien ‘dat het gebruik van peperspray veilig is’. De inhoud van het rapport wordt verder niet behandeld.
    Opmerkingen bij het tweede TNO rapport naar risico’s voor mensen met longaandoeningen

    5.
    Vanuit de gezondsheidsoptiek zijn er geen beletselen voor de invoering van peperspray, concludeert de minister van binnenlandse zaken uit de bevindingen van TNO. De onderzoekers zelf zijn een stuk voorzichtiger in hun aanbevelingen. Slechts onder bepaalde voorwaarden levert peperspray geen gevaren op voor mensen met longproblemen. De betreffende richtlijnen voor gebruik van TNO zijn zeer strikt geformuleerd:

    * De politieagent dient nauwgezet te worden geïnstrueerd en getraind voor correct gebruik van dit peperspray-wapen.
    * Dit houdt onder meer in spuiten van een afstand van 2-4 meter, gedurende 0,5-1 sec.
    * Herhaald sprayen wordt niet zonder meer aangeraden, hoewel zeker tot een totaal van 4 sec. de veiligheid geen probleem zal zijn.

    6.
    Uit voorbeelden elders in dit Dossier Peperspray blijkt dat deze richtlijnen stuk voor stuk behoorlijk problematisch zijn. Uit buitenlandse onderzoeken blijkt dat als er al duidelijke instructies zijn, de handhaving ervan vaak niet realistisch is.

    7.
    De voorschriften voor praktisch gebruik zijn door TNO wel zéér nauw geformuleerd. Juist in een voor politiemensen dreigende situatie kan het praktisch gezien ondoenlijk zijn de aanbevolen afstand in acht te nemen en de wel zeer korte tijd aan te houden die veilig wordt geacht om te sprayen.

    8.
    TNO adviseert nu nader experimenteel onderzoek op menselijke vrijwilligers. De minister van binnenlandse zaken wil daar vooralsnog niet aan beginnen, gezien de positieve ervaringen met peperspray bij politie in het buitenland. In dit Dossier Peperspray verzamelde voorbeelden bewijzen dat er ook veel niet zo positieve ervaringen zijn – met ernstige gevolgen.
    Recente opvallende onderzoeken en belangrijke gebeurtenissen uit het buitenland

    9.
    Politieagenten moeten niet meer worden blootgesteld aan peperspray bij trainingen.
    Dat is de belangrijkste conclusie van een onderzoek aan de Amerikaanse Duke-universiteit uit 1996 naar de gevolgen van het gebruik van peperspray voor het menselijk lichaam (nog niet in het TNO rapport opgenomen).
    Omdat er toch geoefend moet worden, bevelen de onderzoekers de volgende voorzorgsmaatregelen aan:

    – Politieagenten te voorzien van een met beschermende uitrusting, waaronder een bril.
    – Medische observatie te organiseren voor personen die mogelijk gevoelig reageren op peperspray.
    – Agenten te trainen volgens de Amerikaanse wetgeving betreffende de omgang met gevaarlijke chemische stoffen.
    – Personen die last hebben van hoge bloeddruk, astma, oog- problemen, borstinfecties of gevoelige luchtwegen zouden niet in contact mogen komen met peperspray.

    Over de gevolgen van peperspray voor gewone burgers laat dit onderzoek zich niet uit.

    10.
    Een intern memo van een van de grootste peperspray fabrikanten, geciteerd in het onderzoek van de Amerikaanse mensenrechtenorganisatie ACLU, concludeert dat er al serieuze risico’s voor de gezondheid kunnen ontstaan als iemand bespoten wordt met meer dan een enkele straal die een seconde duurt.

    11.
    Pepersprayfabrikanten realiseren zich wel degelijk dat er een risico zit aan het gebruik van peperspray, vertelde advocaat Chris Haberman aan PolitieMagazine. Hij behartigt in Californië de belangen van de familieleden van drie dodelijke ongevallen door peperspray. Haberman: ‘Nadat wij de zaak van de dood van Michael Coleman de pepersprayfabrikant hadden ingelicht, werd de zaak razendsnel afgekocht. Autopsie wees namelijk uit, dat het OC-ingrediënt in Coleman’s bloed de toevoer van zuurstof door de rode bloedlichaampjes zodanig had verlaagd, dat hij door de combinatie met bloeddrukverhoging en ademhalingsmoeilijkheden was overleden.’

    12.
    Politieagenten hebben de neiging méér gewelddadige confrontaties aan te gaan, als ze gewapend zijn met peperspray. Dit blijkt uit recent Amerikaans onderzoek van de universiteit van North Carolina uit 1997 (nog niet in het TNO rapport opgenomen).
    De onderzoekers vragen zich af of bewapening met peperspray het zelfvertrouwen van politiemensen dusdanig -overdreven- positief beïnvloedt dat daardóór een dreigende situatie ontstaat.
    Bovendien bestaat het gevaar dat peperspray niet zozeer als alternatief voor geweld wordt gebruikt, maar als extra optie voor meer – en misschien onnodig -geweldsgebruik.
    Ervaringen elders in dit Dossier Peperspray opgenomen bevestigen dit vermoeden.

    Niet alle politiemensen zijn zonder meer voor invoering Argumenten uit onverwachte hoek

    13.
    Voormalig korpschef van Hulst (inmiddels directeur van de BVD) staat niet te trappelen: ‘De gretigheid waarmee het wordt gepresenteerd maakt mij niet minder gereserveerd’. Hij vreest onder meer dat invoering bij de politie het gebruik buiten de politie zal stimuleren.

    14.
    Voor het Politie Instituut Openbare Orde en Veiligheid staat de meerwaarde van peperspray nog niet vast. Het PIOV is gespecialiseerd in het trainen van mobiele eenheden en verzorgt cursussen waarbij het gaat om geweldsaanwending en voorkomen van geweld. Woordvoerder van de Burgt benadrukt dat het vooral gaat om ‘het totaal van vaardigheden’ van politiemensen. Het komt er op aan om snel en goed te taxeren hoe dreigend een situatie is.

    15.
    Ook de Nederlandse Politiebond is terughoudend. Ondanks het feit dat de hedendaagse politieagent volgens voorzitter H. van Duijn te vaak met lege handen staat, is peperspray allerminst de allesomvattende oplossing. ‘De politie-organisatie moet beter getoetst worden aan de hedendaagse situatie. Dat betekent bijvoorbeeld dat er niet uren gewacht hoeft te worden op inzet van Mobiele Eenheid. Dat heeft te maken met prioriteiten.’

    16.
    De Koninklijke Marechaussee bepleit het gebruik armen en benen om te voorzien in het gat tussen pistool en wapenstok. Op het symposium ‘Onder Schot’ een paar jaar geleden gaf een speciaal team een demonstratie. Met snelle arm- en beenbewegingen uit diverse vechtsporten werd de agressieve arrestant steeds in een mum van tijd overmeesterd en geboeid afgevoerd.

    17.
    Er bestaat direct verband tussen de effectiviteit van het wapen en de richtlijnen voor het gebruik van peperspray, zegt het hoofd van de sectie Fire Arms en Chemical Weapons bij de Los Angeles Police Department. ‘Zolang die correct worden opgevolgd, hoeven zich geen uitwassen voor te doen.’ Niet gebruiken bij kinderen en ouderen met medische problemen, van een meter afstand en niet dichterbij en niet te lang.
    Dat er een grijs gebied ligt tussen de richtlijnen en het gebruik in praktijk kan ook hij niet ontkennen. ‘Daarbinnen kunnen zich ongelukken voordoen’, zegt hij in een artikel in PolitieMagazine onder de kop: ‘Een wolkje chemie met een bedenkelijk randje’.