• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Astmapatiënten geen doelgroep

    Politie ziet geen gevaar voor astmapatiënten omdat ze geen “doelgroep” zijn

    In het Algemeen Dagblad van 8 april wordt ACP-voorzitter Vogel geciteerd. Hij ziet geen enkel gevaar voor astmapatiënten bij het gebruik van peperspray, aangezien astmapatiënten geen “doelgroep” van de politie zijn. Astmapatiënten veroorzaken namelijk geen problemen.

    Na pepperspray hulp verplicht

    ‘Agent moet verdachte desnoods naar ziekenhuis rijden’

    Algemeen Dagblad 8 april 2000

    van onze politieke redactie

    Den Haag – Een agent die pepperspray heeft gebruikt tegen een verdachte, moet deze desnoods met zijn politiewagen naar het ziekenhuis brengen als een snelle doktersbehandeling nodig is. Dat kan het geval zijn bij astmapatiënten.

    Minister De Vries (Binnenlandse Zaken) schrijf dit in een brief aan de Tweede Kamer. Een aantal politiekorpsen experimenteert met peperspray. De Vries werkt aan regels voor het gebruik ervan.
    Kern daarvan is dat een agent nauwlettend de reacties van het bespoten slachtoffer moet gade slaan om te kunnen beoordelen of deze in een medisch gezien gevaarlijke situatie dreigt terecht te komen, schrijft de bewindsman.
    “In dat geval dient onmiddelijk een ambulance opgeroepen te worden of, indien dit sneller mocht gaan, vervoert de politieambtenaar de betrokkene zelf naar het ziekenhuis. In zo’n situatie zal gekozen moeten worden voor de snelste oplossing”, aldus DeVries.
    De agent moet in elk geval de ogen en het gezicht van het slachtoffer afspoelen met water na het gebruik van de spray. De Vries ziet ervan af de agent ook verantwoordelijk te maken voor de eerste medische hulp. Agente hebben onvoldoende kennis in huis om de juiste diagnose te stellen.
    Astmapatienten kunnen in ademnood raken door vernauwing van de luchtpijp. In ernstige gevallen hebben ze een luchtpijpverwijdend middel nodig. Mensen die zeer veel pepperspray in hun mond krijgen, hebben een -kleine- kans op glottisoedoem, waarbij het slijmvlies in de keelholte opzwelt.
    In dat laatste geval zijn volgens De Vries ‘ingrijpende maatregelen’ nodig, zoals het inbrengen van een buisje via de mondholte. Om zo’n calamiteit te voorkomen, draagt De Vries agenten op zo kort mogelijk te sprayen en niet op de mond te richten.
    Volgens de politievakorganisatie ACP zijn de regels voor het gebruik van pepperspray al duidelijk. Wat De Vries aan de Tweede Kamer schrijft, maakt bij de korpsen deel uit van de trainingen in het gebruik van de spray. Voorzitter J. Vogel: “En pepperspray is geen middel tegen astmapatiënten.
    Die vormen geen doelgroep, want die veroorzaken geen problemen. De spray is tegen mensen die, bijvoorbeeld door pillen of drank, onbenaderbaar zijn. Met die spray kunnen die mensen worden aangehouden. We laten ze dus sowieso niet zomaar achter”