• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Veilig Internetten

  • Jansen Library

  • Het eerste TNO-onderzoek

    Steekpenningen, medische risico’s en méér geweldgebruik

    Tekortkomingen van het TNO-onderzoek en aanvullingen

    In verschillende landen is onderzoek gedaan naar de geschikt heid van peperspray als wapen en de risico’s van het gebruik. De Verenigde Staten was het eerste land waar peperspray werd ingevoerd, de meeste evaluatie-onderzoeken komen dan ook daar vandaan. Het is interessant om een aantal rapporten naast elkaar te leggen, enerzijds onderzoeken die de invoering van peperspray als politiewapen ondersteunen, anderzijds evaluaties van praktijksituaties.
    De vier onderzoeken die we onder de loep nemen zijn:
    – Het TNO-onderzoek dat Peperspray onderzocht heeft op ge schiktheid als wapen voor de Nederlandse politie;
    – Het zogenaamde Ward-report dat voor de FBI aanleiding was peperspray in Amerika als politiewapen te introduceren;
    – Het Lumb/Friday-rapport dat onderzocht wat de invloed van de introductie van peperspray is op geweldgebruik door de poli tie;
    – Het Duke-rapport dat kijkt naar de medische effecten van peperspray op agenten die met het middel moeten trainen.

    Uit deze beschouwing blijkt dat het TNO literatuuronderzoek verre van objectief is, en voor een belangrijk deel gebaseerd op het Ward FBI-rapport waarvan de objectiviteit recentelijk serieus in twijfel is getrokken (het kwam met behulp van steekpenningen uit de peperspray-industrie tot stand). De praktijkevaluaties laten zien dat er wel degelijk medische risico’s zijn aan de inzet van peperspray, en dat het geweld gebruik na invoering zeker niet vermindert. Integendeel.

    TNO rapport
    (Toxicologische evaluatie van Pepper Spray als mogelijk wapen voor de Nederlandse politie. Dr. R.W. Busker en Dr. H.P.M. van Helden / TNO Prins Maurits Laboratorium, 1996)

    TNO deed in opdracht van de minister van binnenlandse zaken een literatuuronderzoek naar de gevaren van peperspray. Dit rapport vormt de wetenschappelijke basis voor de huidige discussie in de politiek over het wel of niet invoeren van peperspray als wapen voor de Nederlandse politie.
    (In dit Dossier Peperspray wordt aan dit onderzoek gerefereerd als het eerste TNO rapport. Het tweede betreft een aanvullend onderzoek met experimenten op dieren, dat wordt hier besproken.)

    Het Ministerie van Binnenlandse Zaken wilde van TNO antwoord op de volgende vragen:
    – Wat zijn de fysieke gevolgen van blootstelling aan peper spray?
    – Wat is de effectiviteit van peperspray als anti-geweldsmid del?
    – Zijn er acuut schadelijke effecten op het menselijk lichaam bekend ten gevolge van blootstelling en/of zijn er gezond heidsrisico’s op langere termijn?
    – Zijn er categorieën mensen in de samenleving die bovenmatig of juist minder gevoelig zijn voor peperspray?
    – Zijn personen onder invloed van alcohol en/of drugs kwets baarder of minder gevoelig voor peperspray dan anderen?
    – Wat is het effect van de combinatie van peperspray-gebruik en ‘physi cal restraint’ (een bepaalde methode van boeien)?

    TNO beantwoordt deze vragen middels een uitgebreid literatuuronderzoek.
    De eerste vraag, naar de fysieke gevolgen, wordt beantwoord met een opsomming van effecten op diverse lichaamsdelen: de ogen (onvrijwillige sluiting en tijdelijke verblinding), de huid (roodheid, pijn en ongevoeligheid), luchtwegen (verlam ming van de keel, kortademigheid, hoesten en slijmafscheiding) en motoriek (verlies van controle over de lichaamsmotoriek, dubbelklappen, ernstig trillen en gevoelens van desoriëntatie en paniek).

    De beantwoording van de tweede vraag, naar de effectiviteit, gaat aan de hand van een aantal Amerikaanse onderzoeken (waar onder het Ward-rapport). Volgens deze onderzoeken is peper spray gemiddeld in 90% van de gevallen effectief. Problemen deden zich voor wanneer personen onder invloed van alcohol en drugs waren. Hiermee is de 10% van de gevallen waarbij peper spray niet effectief was verklaard.
    Als bijkomend voordeel wordt gemeld dat peperspray ook goed werkt tegen honden en paarden.

    De derde vraag, naar schadelijk effecten van peperspray, wordt uitgesplitst naar effecten op korte en effecten op langere termijn. Voor de korte termijn is het antwoord geruststellend: peperspray is veilig. Als belangrijkste bron voor deze bewe ring wordt het Ward-rapport aangehaald.

    Vervolgens komt de vraag aan de orde in hoeverre peperspray een doodsoorzaak is geweest in de Verenigde Staten. In diverse onderzoeken wordt gesteld, dat er rond de dertig zaken zijn waarbij peperspray een mogelijke doodsoorzaak is geweest. Nadere bestudering leert volgens TNO dat er in alle gevallen uiteindelijk een andere doodsoorzaak is geconstateerd (stikken door manier van boeien, drugs). Slechts in één geval wordt peperspray als mogelijke doodsoorzaak opgevoerd (the Robinson case). Robinson werd 10-15 keer bespoten, hij was onder in vloed van alcohol en stond bekend als astmaticus. Hij overleed aan ernstige acute bronchospasmen, waar peperspray ‘waar schijnlijk betrokken was bij het optreden hiervan.’
    Conclusie van TNO: het gevaar van het gebruik van peperspray is erg klein. Als enig potentieel risico worden al bestaande aandoeningen aan de luchtwegen als versterkende factor ge noemd.

    De effecten op langere termijn zijn onduidelijk. Verschillende onderzoeken waarbij onder andere uitgebreid op dieren is getest, geven tegenstrijdige resultaten. In een aantal rappor ten wordt geconcludeerd dat bestanddelen van peperspray kan kerverwekkend kunnen zijn of genetisch materiaal kunnen aan tasten, terwijl dit in andere onderzoeken juist wordt ontkend.
    Deze risico’s worden door TNO gebagatelliseerd.
    In alle aangehaalde onderzoeken zijn de effecten slechts waar te nemen na langdurige toediening, en dus niet voor de Neder landse situatie van belang, stelt het Laboratorium. Personen die in contact komen met peperspray zullen immers slechts kortstondig blootstaan aan deze stoffen.
    ‘Er wordt daarom geconcludeerd dat enkelvoudige of incidentele blootstelling aan relatief lage doseringen capsicum, zoals plaatsvinden bij gebruik van peperspray, geen aanleiding geven tot significante verhoging van het risico op kanker.’

    De vierde vraag is of er categorieën personen extreem gevoelig of juist ongevoelig voor peperspray zijn.
    Bij een aantal onderzoeken op proefdieren blijken zich diverse problemen voor te doen door opzwelling van de luchtpijp, met als gevolg ademhalingsproblemen. Bij proeven op mensen met doses vergelijkbaar met die in peperspray, blijken deze pro blemen zich ook voor te doen, maar geen ernstige gevaren op te leveren. In één onderzoek wordt melding gemaakt van de moge lijkheid dat in zeldzame gevallen peperspray de dood tot gevolg kan hebben bij personen die reeds ademhalingsproblemen hebben.
    TNO waarschuwt dat wanneer peperspray ingevoerd wordt, er aandacht besteed moet worden aan medische nazorg bij een allergische reactie op de spray.
    TNO stelt tevens dat er op dit gebied nog te weinig onderzoek is gedaan en dan met name naar de mogelijke gevolgen voor astma-patiënten. Risico’s voor hartpatiënten en voor ongeboren vruchten worden door TNO uitgesloten.

    De laatste vraag behandelt het effect op personen onder in vloed van alcohol en drugs. Deze vraag kan TNO onvoldoende beantwoorden, omdat er te weinig over bekend is. Wel wordt gemeld dat peperspray bij personen onder invloed theoretisch gezien beter moet werken dan bijvoorbeeld traangas, omdat de pijnstillende werking van alcohol en drugs geen invloed heeft op de effecten van peperspray.

    TNO doet vervolgens een aantal suggesties voor eisen die aan het gebruik gesteld moeten worden. De in te zetten peperspray zou moeten bestaan uit een vastgestelde verhouding van een aantal stoffen. Als dit niet zo is, komt een agent voor ver rassingen te staan qua effect. Verder moeten er duidelijke richtlijnen voor het gebruik komen, vergelijkbaar met het gebruik van vuurwapens door de politie, en moet er een goede verslaglegging plaatsvinden. Ook moet er goede training plaatsvinden voor een goed resultaat. Tevens moeten gebruikers bekend zijn met methodes om de effecten van peperspray weer ongedaan te maken, wanneer iemand die besproeid is zich heeft overgegeven. Verder wordt er op gewezen dat mogelijk gezorgd moet worden voor voorzieningen om personen die allergisch reageren op peperspray te helpen.

    Ook het doel van peperspray-gebruik wordt nog eens duidelijk genoemd: ‘Gewelddadig en agressief gedrag onder controle krijgen en letsel bij beide partijen en publiek te beperken. Het gebruik is ook bedoeld om politiefunctionarissen een gevoel van veiligheid te geven en om schadeclaims bij de politie te beperken.’

    Opvallend is de eindconclusie van het TNO-rapport.
    Zijn tot nu toe alle vragen zó beantwoord, dat invoering van peperspray nauwelijks een probleem zou moeten zijn – in de eindconclusie komen toch nog wat twijfels en onduidelijkheden bovendrijven.
    Zo worden de risico’s van peperspray verwaarloosbaar genoemd voor personen die niet zwanger zijn en niet onder invloed van alcohol en drugs verkeren. Nergens in het onderzoek wordt überhaupt gewag gemaakt van de risico’s voor die categorieën mensen.
    Even verderop wordt gemeld dat het onduidelijk is wat de risico’s voor kinderen en zwangere vrouwen zijn, waarbij alweer een categorie -namelijk kinderen- opduikt die niet eerder in het onderzoek voorkwam.

    In één alinea worden verder nog de mening van Amerikaanse mensenrechtenorganisatie ACLU en Amnesty International ver woordt. De ACLU staat gereserveerd positief tegenover peper spray en Amnesty International wil eerst nader onderzoek en eist maatregelen om misbruik tegen te gaan.
    In de opsomming van voor- en nadelen van peperspray, staat een belangrijke tip voor actievoerders en andere potentiële slachtoffers. Gezichtsbescherming, door bijvoorbeeld een bril of bivakmuts, kan de werking van peper spray aanzienlijk belemmeren.
    De enige aanbeveling die TNO doet is nader onderzoek naar het gebruik van peperspray bij mensen met longaandoeningen.
    (Dat onderzoek heeft inmiddels plaatsgevonden, en is in november 1998 gepresenteerd.).

    Het Ward-Rapport
    (Chemical Agent Research Oleoresin Capsicum (OC) door Monty B. Jett / U.S. Department of Justice, Federal Bureau of Investigation, 1989)

    In 1987 raakt de FBI geïnteresseerd in peperspray als wapen voor haar agenten. Uit literatuuronderzoek bleek dat er over Oleoresin Capsicum (OC, het werkzame bestanddeel van peper spray) te weinig kennis was. Eind jaren tachtig deed de Fire arms Training Unit op het hoofdkwartier van de FBI in Quantico uitgebreid onderzoek naar de effecten van het nieuwe wapen. Tot op heden is er geen ander onderzoek waarbij op zo’n grote schaal verschillende proefpersonen zijn blootgesteld aan peperspray; en alle research sindsdien neemt het FBI-werk als uitgangspunt.
    Bijna duizend mensen werden in verschillende omstandigheden blootgesteld aan pepersprays van variërende sterktes. De FBI constateert bij deze experimenten als directe effecten van OC: spastische sluiting van het ooglid, brandend gevoel in de keel, hoesten, ademnood, misselijkheid, brandend gevoel op de huid, verlies van controle over de lichaamsmotoriek en verlam mingsverschijnselen (onder andere van het strottehoofd).
    Maar zodra er is gespoeld met koud water en zeep en de proef personen blootgesteld zijn aan frisse lucht, verdwijnen de verschijnselen weer. Ook ademhalingsproblemen houden volgens de FBI binnen 10 minuten op. Geen van de proefpersonen vraagt om medische hulp.
    Verder wordt aan 39 politiebureaus en drie gevangenissen waar peperspray wordt gebruikt, een vragenlijst toegezonden. De reacties daarop zijn juichend, samengevat voldoet peperspray goed als wapen. Er wordt slechts één probleem gemeld. Bij iemand die onder invloed van drugs was had het middel geen enkel effect.
    Na testen op bijna duizend mensen kwamen de onderzoekers tot zeer gunstige conclusies: veilig wapen, geen bijwerkingen of nadelige effecten.

    De positieve toon van het hele rapport is opvallend.
    De gevolgen van de spray worden, in vergelijking met latere onderzoeken en ervaringen in de praktijk, in zeer neutrale termen beschreven en soms zelfs gebagatelliseerd. Het Ward- rapport doet het voorkomen alsof iemand bespoten met peper spray, slechts voor korte tijd is uitgeschakeld.
    Op basis hiervan besloot de FBI in 1989 tot invoering van Cap- Stun Spray. De leider van het onderzoek, FBI-senior Thomas Ward ging de jaren daarna actief de boer op met het nieuwe wondermiddel. Veel politiekorpsen en andere gewapende diensten in de Verenigde Staten volgden het voorbeeld van de FBI. Ook bij de invoering van peperspray elders in de wereld spelen de bevindingen van de FBI -nog steeds- een belangrijke rol.

    Pas onlangs werd bekend dat Thomas Ward als leider van dit onderzoek in de jaren tachtig in totaal ruim 57.000 dollar aan steekpenningen heeft geaccepteerd van de peperspray-fabriek in kwestie. De FBI-chef was tot zijn arrestatie en veroordeling in 1996 verantwoordelijk voor de training van collega’s overal in het land, en hij trad op in veel-gebruikte instructie-films over het gebruik van peperspray.

    TNO baseert zich voor een niet onbelangrijk deel op dit onder zoek van de FBI. De frauduleuze achtergrond wordt in het TNO- rapport niet genoemd, het gebruik van deze onderzoeksresulta ten was kennelijk geen punt van discussie.

    Het Lumb/Friday rapport
    (Impact of peper spray availability on police officer use-of- force decisions. Door Richard C. Lumb en Paul C. Friday, Department of Criminal Justice, University of North Carolina, 1997)

    Dit rapport dat is verschenen na het literatuuroverzicht van TNO, is een interessant verslag van een onderzoek naar de gevolgen van gebruik van peperspray in de praktijk. Aanleiding is een dodelijk incident, waarbij peperspray in het spel is. De agenten van het onderzochte korps moeten naar aanleiding van dit incident hun spuitbusjes inleveren. De onderzoekers zijn door deze beslissing in staat het geweldgebruik van de agenten voor, tijdens en na de uitrusting met peperspray te bekijken.

    Het onderzoek wil drie vragen beantwoorden:
    – Heeft peperspray de frequentie van geweldsgebruik door de politie gereduceerd?
    – Is de hoeveelheid gebruikt geweld of de omstandigheden waarbij geweld werd gebruikt door politie-agenten veranderd door het gebruik van peperspray?
    – Is het aantal gewonde verdachten of agenten veranderd door het gebruik van peperspray?

    Eerst worden de voordelen van peperspray opgesomd: het is minder schadelijk en gewelddadig dan andere wapens, het werkt erg snel en de kans op verwonding is praktisch nihil.
    Vervolgens wordt op basis van bekende literatuur bekeken hoe effectief het wapen is. De Amerikaanse politie-onderzoeken die worden aangehaald melden allemaal een effectiviteit van ruim 90%.

    Hierna beperkt het onderzoek zich tot het gebruik van peper spray in het plaatsje Concord in North Carolina. Daar is een arrestant, Robinson, overleden. Omdat er aanwijzingen waren dat het gebruik van peperspray met de doodsoorzaak te maken had, wordt peperspray tijdelijk aan de politie-uitrusting onttrokken. Hierdoor is het goed mogelijk de drie bovengenoemde vragen te beantwoorden. Dit leidt tot de volgende constateringen:
    De invoering van peperspray blijkt tot een spectaculaire toename van het aantal geweldsgevallen te leiden. Ten opzichte van de periode voorafgaand aan introductie van het middel is er een toename van geweldgebruik van 33,3%. Nadat het middel aan politiegebruik onttrokken is daalt het geweldgebruik met 57,1%. Mogelijk heeft die enorme daling niet alleen met het afschaffen van peperspray te maken, maar ook met de terughou dendheid van geweldgebruik in het algemeen door de politie na de publiciteit rond het dodelijke slachtoffer.

    Het onderzoek splitst het geweldgebruik uit in fysiek geweld (stompen, wapenstok e.d.) en dodelijk geweld (pistool). Na de introductie van peperspray nemen beide vormen van geweld procentueel gezien af, het gebruik van fysiek geweld loopt het meest terug. In situaties waarbij een agent met een wapen wordt bedreigd, blijkt peperspray soms wel een alternatief voor het trekken van het dienstwapen.
    Het aantal gewonde agenten neemt toe nadat peperspray is geïntroduceerd. Maar deze gewonden vallen uitsluitend wanneer andere vormen van fysiek geweld worden toegepast, niet wanneer peperspray wordt gebruikt.

    Het onderzoek concludeert dat de introductie van peperspray leidt tot meer zelfvertrouwen bij politieagenten in bedreigen de situaties. Dit kan er toe leiden dat agenten zich agressie ver opstellen en eerder geneigd zijn een fysiek conflict aan te gaan. Hierdoor neemt het geweldgebruik toe.
    Het onderzoek waarschuwt met name dat de hoeveelheid gewonden niet per definitie zal afnemen. Weliswaar is het risico dat iemand gewond raakt door het gebruik van peperspray minder hoog, maar doordat een agent zich zekerder van zijn zaak voelt met peperspray op zak, zal de zaak eerder escaleren. En dat leidt weer tot meer gewonden.
    “This suggests that the use of spray may not necessarily be an alternative to force, but provides officers with options to use more force – perhaps unnecessarily. In other words, if it is there, they will use it.”

    Het Duke rapport
    (Statement of Dr. Woodhall Stopford, MD, MSPH, concerning the pathophysiology of capsaicin and risks associated with oleore sin capsicum exposure, maart 1996)

    Een ander belangrijk rapport dat nog niet in het literatuur overzicht van TNO is opgenomen is dat van de Amerikaanse Duke- universiteit. Dit onderzoek bekijkt de gevolgen van het ge bruik van peperspray voor het menselijk lichaam, uitsluitend ten behoeve van politiemensen die moeten trainen met peper spray. Over de risico’s van gebruik tegen burgers wordt in het Duke rapport niet gesproken.

    Dit onderzoek van de Amerikaanse Duke-universiteit onderzocht naar de korte- en lange-termijn effecten van capsaïcine (het werkzame bestanddeel van peperspray) ten behoeve van agenten die met peperspray oefenen.

    Eerst worden de bekende chronische effecten van het werkzame bestanddeel van peperspray opgesomd:
    – Statistisch onderzoek laat zien dat capsaïcine bij regelma tige consumptie een verhoogde kans op kanker geeft.
    – Regelmatige blootstelling kan tot verlies van het gezichts vermogen leiden.
    – Bepaalde types zenuwen en zenuwuiteinden kunnen beschadigd worden door regelmatige blootstelling aan capsaïcine.
    – Regelmatige consumptie van capsaïcine leidt tot verhoogde kans op leverschade, nierbeschadigingen en maagzweren.
    – Regelmatige blootstelling aan capsaïcine kan leiden tot ziektes aan de bronchiën.

    Vervolgens wordt in gegaan op acute effecten van capsaïcine:
    – Rode plekken en branderigheid van de huid
    – Branderigheid van de neus
    – Hoestbuien
    – Bronchospasmes (ongecontroleerde spasmes van het ademha lings-systeem)
    – Verhoogde bloeddruk

    Daarna worden de risico’s van peperspray-gebruik op een rijtje gezet:
    – Doordat het gebruik van peperspray een sterke reactie van de ogen geeft, zijn de ogen daarna voor circa een week ongevoelig en reageren niet of nauwelijks op stoffen of voorwerpen die in het oog komen. Dit kan tot beschadiging leiden.
    – Blootstelling aan capsaïcine kan resulteren in ongevoelig heid van de huid voor warmte en pijnlijke reacties op chemica liën. Dit kan bij blootstelling aan hitte of chemicaliën tot verwonding leiden.
    – Astmatici reageren heftiger op capsaïcine dan gezonde perso nen. Bij hen kan de ademhaling met 40% afnemen. Het gebruik van peperspray kan bij astmatici, of personen met andere afwijkingen aan de ademhalingswegen, leiden tot het stoppen met ademhalen of tot strottenhoofd-spasmen met hetzelfde resultaat.
    – Blootstelling aan capsaïcine kan leiden tot long-oedeem bij kinderen en astmatici.
    – Mensen die al gevoelige longen hebben wegens een griepvirus, roken, astma of iets anders hebben grotere kans op bronchos pasmes, wanneer ze in contact met capsaïcine komen.
    – Plotselinge toename van de bloeddruk, die het gevolg is van inademing van capsaïcine, wordt in verband gebracht met een toename van het risico op hartaanvallen.
    – Door het plaatselijk stimuleren van warmte-receptoren (zenuwuiteinden die temperatuur voelen) is er een toename van het risico op onderkoeling, met name wanneer het slachtoffer vervolgens afgespoeld wordt met water. Tijdens testen waarbij systematisch lage doses capsaïcine zijn toegediend aan proef personen zijn afnames van 6 graden Celsius van de lichaamstem peratuur geconstateerd.

    Bij trainingen van politie-agenten moest 5% van diegenen die besproeid waren met peperspray zich onder medische behandeling stellen. Een aantal van hen had problemen die langer dan een week aanhielden, anderen hadden levensbedreigende problemen zoals bronchospasmes en extreem hoge bloeddruk.

    De aanbevelingen die de onderzoeker daarom doet is om:
    – Politieagenten niet meer bloot te stellen aan peperspray bij trainingen.
    of om:
    – Politieagenten uit te rusten met beschermende uitrusting, waaronder een bril en
    – medische observatie te organiseren voor personen die moge lijk gevoelig reageren op peperspray en
    – agenten te trainen volgens de Amerikaanse wetgeving betref fende de omgang met gevaarlijke chemische stoffen (de Hazard Communication Standard van de Occupational Safety & Health Administration van het Amerikaanse Ministerie van Arbeid).

    Personen die last hebben van hoge bloeddruk, astma, oog-pro blemen, borstinfecties of gevoelige luchtwegen zouden niet in contact mogen komen met peperspray.

    Al deze aanbevelingen gelden dus voor politie-agenten die getraind worden met peperspray. De resultaten zijn echter ook zonder meer van belang voor het inzetten van peperspray tegen derden.

    Conclusie

    Wanneer we de vier onderzoeken bekijken moet er onderscheid gemaakt worden. Het eerste rapport, het Ward-rapport, is geschreven voordat peperspray ergens was ingevoerd als poli tiewapen. In die zin is het vergelijkbaar met het eerste TNO- rapport, dat ook is geschreven als oriëntatie op eventuele invoering. Een andere overeenkomst tussen Ward en TNO is de luchtige toon over de gevaren die het gebruik van peperspray met zich meebrengt. Er worden wel risico’s opgesomd, maar die klinken in het uiteindelijke oordeel niet of nauwelijks door.
    De twee andere rapporten (Duke-rapport en het Lumb/Friday- onderzoek) gaan allebei over praktijkervaringen en geven zeer specifiek aan wat de gevolgen van peperspray-gebruik zijn.

    Het Duke-rapport gaat uitgebreid in op de gevolgen van de invoering van peperspray voor het totale geweldgebruik door de politie. Daaruit blijkt dat de hoeveelheid geweld bij invoering van peperspray toeneemt. De onderzoekers stellen dat dit komt omdat agenten zich zekerder voelen, als zij peperspray bij zich hebben.
    Het Lumb/Friday-rapport kijkt naar de lichamelijk gevolgen van het gebruik van peperspray voor agenten die er mee moeten trainen. Het rapport bevat een flinke lijst met risico’s en problemen. Deze risico’s gelden met name voor mensen die regelmatig met peperspray in aanraking komen en mensen die om één of andere reden gevoelig zijn voor de ingrediënten van peperspray. De belangrijkste aanbeveling is de overweging niet meer te trainen met peperspray. Omdat de onderzoekers beseffen dat dit geen haalbaar advies is wordt als alternatief aanbevo len om agenten met gevoeligheid voor peperspray-ingrediënten niet bij de trainingen te betrekken.
    Deze lijn is door te trekken naar het gebruik van peperspray door de politie tegen anderen. De problemen die ontstaan door regelmatig gebruik kunnen hopelijk buiten beschouwing gelaten worden, aangezien niet direct te verwachten is dat er mensen zeer regelmatig met peperspray bespoten zullen worden. Daarbuiten blijft een indrukwekkend aantal risico’s over. Met name voor mensen die lijden aan hoge bloeddruk, astma, oog-problemen, borstinfecties of gevoelige luchtwegen. Zij zouden volgens de conclusies van het Duke-rapport niet in contact moeten komen met peperspray. Omdat het in de praktijk niet mogelijk is deze categorieën van mensen van te voren te selecteren, is het gebruik van peperspray in feite af te raden.

    Zowel op basis van het Duke-rapport als van het Lumb/Friday is samenvattend te concluderen dat er veel risico’s verbonden zijn aan het invoeren van peperspray.
    Dit staat lijnrecht tegenover de conclusies van het Ward- rapport en die van TNO. Dat het Ward-rapport een positieve aanbeveling geeft is niet verbazingwekkend gezien de corrupte ontstaansgeschiedenis. Hoe TNO tot deze conclusie komt is echter verrassend.
    Waar onderzoeksgegevens in de literatuur elkaar tegenspreken is TNO geneigd de conclusie te trekken die invoering positief ondersteunt.
    Dat gebrek aan objectiviteit blijkt vooral bij de behandeling van de 30-37 sterfgevallen die in de literatuur steeds terug komen. TNO benadrukt dat in slechts één geval niet kan worden uitgesloten dat peperspray heeft bijgedragen aan de dood van de arrestant. In alle andere gedocumenteerde gevallen wordt de doodsoorzaak toegeschreven aan pre-existing conditions (zwak hart bijvoorbeeld), aan een hoge staat van opwinding veroor zaakt door drugs in combinatie met de stress van confrontatie met de politie, of aan ‘houdingsverstikking’ waarbij de arres tant in een positie terechtkomt die ademhalen onmogelijk maakt.
    Ondanks het gebrek aan medisch onderzoek naar de rol van peperspray bij dit soort doodsoorzaken, concludeert TNO: ‘kennelijk is het risico op acuut levensgevaar na gebruik van OC erg klein.’
    Naar het verhoogde risico dat het gebruik van peperspray oplevert bij genoemde doodsoorzaken werd tot voor kort niet gezocht, eenvoudigweg omdat er te weinig bekend was over eventuele verergerende effecten van peperspray.
    De onderzoekers van TNO hebben wel vaker de neiging tot crea tief citeren. Soms is het aantrekkelijker om negatieve conclu sies weg te laten. Zo blijkt uit een studie uit 1993 dat wetenschappers van het Amerikaanse leger zeer gereserveerd staan tegenover het gebruik van peperspray. Gewaarschuwd wordt voor ernstige bijwerkingen: ‘Mutagene en carcinogene effecten, overgevoeligheid, toxische effecten op de hartslagaders, de longen en het zenuwstelsel en mogelijk ook een dodelijke afloop’. Conclusie: ‘Het gebruik van dit produkt op een grote en gevarieerde populatie heeft een zeker risico in zich.’
    Volgens TNO laat dit onderzoek, samen met dat van de FBI, zien ‘dat het gebruik van peperspray veilig is’. De inhoud van het rapport wordt verder niet behandeld.

    Peperspray is volgens TNO voldoende effectief, zeer snel werkzaam, het heeft een korte werkingsduur, het geeft geen aanleiding tot acuut letsel en lijkt ook op lange termijn veilig. Die conclusie is koren op de molen van politiemensen die zich sterk maken voor invoering van peperspray. Het lijkt er veel op dat TNO doelbewust naar deze conclusie heeft toege schreven.
    Het is van groot belang dat in de besluitvorming over de invoering van peperspray in Nederland moeten de conclusies van het hier besproken recentere onderzoek worden meegenomen.