• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • TNO onderzoek naar gevaar voor astmatici

    Cavia’s gaan niet dood van een beetje peperspray

    Peperspray vormt geen verhoogd risico voor mensen met astmatische longaandoeningen, rekeninghoudend met bepaalde gebruiksvoorwaarden. Dat heeft TNO vastgesteld na uitgebreid dierexperimenteel onderzoek – en onder voorbehoud van vertaling van de proefdiergegevens naar de mens.
    TNO deed dit onderzoek als vervolg op de literatuurstudie naar ervaringen met dit geweldsmiddel bij politie in het buitenland, dat in januari van dit jaar uitkwam. Met dit proefdierenonderzoek dat in november 1998 werd gepresenteerd lijkt de lobby voor invoering weer een stapje verder te zijn.

    Vanuit de gezondsheidsoptiek zijn er geen beletselen voor de invoering van peperspray, concludeert de minister van binnenlandse zaken uit de bevindingen van TNO.
    Wie het rapport leest waarop deze conclusies zijn gebaseerd, ziet dat TNO tot aanbevelingen komt die veel voorzichtiger zijn geformuleerd. De gebruiksvoorwaarden die moeten garanderen dat peperspray risicovrij is, bestaan uit een aantal richtlijnen voor toepassing die zeer precies luisteren.

    * De politieagent dient nauwgezet te worden geïnstrueerd en getraind voor correct gebruik van dit peperspray-wapen.
    * Dit houdt onder meer in spuiten van een afstand van 2-4 meter, gedurende 0,5-1 sec.
    * Herhaald sprayen wordt niet zonder meer aangeraden, hoewel zeker tot een totaal van 4 sec. de veiligheid geen probleem zal zijn.

    Uit voorbeelden elders in dit Dossier Peperspray genoemd blijkt dat deze richtlijnen stuk voor stuk behoorlijk problematisch zijn.
    In bijna alle buitenlandse onderzoeken wordt er op gewezen hoe belangrijk duidelijke instructies zijn en een goede training met het wapen; meestal ontbreekt het daar aan of is de handhaving ervan niet realistisch. Bovendien blijkt uit evaluaties dat politiemensen peperspray niet in-plaats-van een ander wapen gebruiken, maar als nieuwe, extra mogelijkheid tot het inzetten van een geweldsmiddel.
    Verder zijn de voorschriften voor praktisch gebruik door TNO wel zeer nauw geformuleerd. Juist in een voor politiemensen dreigende situatie kan het praktisch gezien problematisch zijn de aanbevolen afstand in acht te nemen en de wel zeer korte tijd aan te houden die veilig wordt geacht om te sprayen.
    Over de door TNO aanbevolen snelle en effectieve nazorg hoeven we ons geen illusies te maken. Dat iemand die met het nodige geweld is ingerekend, onmiddellijk daarna uitgebreid met water behandeld wordt door dezelfde politiemensen en indien nodig meteen een dokter te zien krijgt lijkt ons niet echt waarschijnlijk. Voorbeelden uit andere landen geven aan dat bij excessief gebruik (een situatie dus waarbij goede nazorg meer dan nodig is), de politie eerder geneigd zal zijn het slachtoffer te verwaarlozen of het effect van peperspray te verhogen, bijvoorbeeld door de verwarming in de politiewagen extra hoog te zetten (zoals in de VS is gebeurd).
    Afgezien van deze -hopelijk- uitzonderlijke gevallen lijkt het ons niet echt aannemelijk dat iedere politieman voortaan met een kannetje water, al dan niet in spuitbusvorm, gaat rondlopen – zoals de Rotterdamse politieman Arie Ponsen als voorstander onlangs in een radiodiscussie suggereerde. Het is al een probleem waar de peperspray aan de gordel bevestigd moet worden tussen het pistool en de handboeien. Het water moet in de auto aanwezig zijn, maar je hoeft geen cynicus te zijn om te voorspellen dat zo’n voorziening in de praktijk niet de hoogste prioriteit heeft – en net als het nodig is blijkt te ontbreken. Samengevat zijn er bij de conclusie van de minister van binnenlandse zaken dat peperspray geen verhoogd risico vormt voor astmatici de nodige vraagtekens te zetten. TNO is een stuk voorzichtiger in haar aanbevelingen dan Minister Peper in zijn begeleidende brief.
    Over de vertaalbaarheid van proeven met gestresste cavia’s naar opgewonden mensen met astma durven wij geen uitspraken te doen. Dat TNO het eigenlijk nodig vindt nog onderzoek op menselijke vrijwilligers te doen is in ieder geval veelzeggend. De minister heeft besloten dit vooralsnog niet te laten uitvoeren, gezien de ‘reeds bestaande positieve ervaringen met peperspray in diverse landen.’ Dat er ook indrukwekkende negatieve ervaringen zijn in andere landen is in dit Dossier Peperspray te lezen.
    Het wachten is nu op de openbaarmaking van het gezamenlijk onderzoek van het Landelijk Selectie en Opleidingscentrum en het Korps Landelijke Politie naar de vraag in welke situatie peperspray kan worden toegepast en welke nazorg is vereist.

     

    cavia

    Zielig!

    Voor dit onderzoek werden tientallen cavia’s besmet met iets dat op astma moest lijken. Ze kregen een zendertje geïmplanteerd waarmee hun conditie (hartslag, bloeddruk etc) gemeten kon worden. Om stress te simuleren werd een deel van de cavia’s in een zwembadje gegooid om na tien minuten trappelen hijgend opgetild een volle lading peperspray in het gezicht te krijgen. Van tien minuten gifgas gingen ze dood, maar een paar seconden was goed te doen volgens de onderzoekers.