• Buro Jansen & Janssen, gewoon inhoud!
    Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, overheid in Nederland en de EU kritisch volgt. Een grondrechten kollektief dat al 40 jaar, sinds 1984, publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, veiligheid in breedste zin, bevoegdheden, overheidsoptreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Migratie

  • Politieklachten

  • Politie is laatdunkend naar burgers Slechts 1 van de 8 dagelijkse klachten over onheuse bejegening door de politie wordt gegrond verklaard. (samenvatting)

    Volgens de jaarverslagen van de Nationale politie staat bejegening sinds 2013 op de eerste plek van de klachten top drie. In het oprichtingsjaar 2013 is er 1.919 keer geklaagd over bejegening door politieagenten en in 2016 was dit al gestegen tot 2.480. Na een korte daling in 2017 steeg het door naar 3.331 in 2021 om vervolgens te dalen en opnieuw te stijgen naar 2.948 in 2024. In twaalf jaar zijn er ruim dertig duizend (28.866 zonder gegevens van 2018) klachten over de houding van agenten jegens burgers ingediend.

    Bij de beschrijvingen van de klachtencommissies gaat het niet alleen over onbeschoft gedrag van politiepolitiefunctionarissen: “ongepast taalgebruik; tutoyeren; kauwgom kauwen; niet behulpzaam zijn; zonnebril ophouden; roken; geen uitleg geven.” Burgers spreken ook over intimidatie: “Veel klachten wordt geschreven over onfatsoenlijk, brutaal, intimiderend, autoritair of arrogant gedrag van politiemedewerkers.” De eenheid Den Haag schrijft in 2013 dat “burgers geregeld klaagden dat zij een politieambtenaar intimiderend vonden overkomen.”

    De politie-eenheid Amsterdam spreekt daarom over een ongelijkwaardige verhouding. “De verhouding tussen een burger en een politieambtenaar die verbaliserend of anderszins optreedt, is per definitie een ongelijkwaardige verhouding.” Deze ongelijkwaardigheid lijkt zijn weerslag te hebben op de relatie tussen burger en politie. Politie Noord-Nederland schrijft dat “klagers zich niet altijd gehoord en begrepen voelen en ervaren dat politiemedewerkers niet altijd open staan voor dialoog.” Deze eenheid schrijft ook dat “politiemedewerkers zich soms moeilijk kunnen verplaatsen in de beleving van de klager” en dat politiemensen “een gesloten houding” aanmeten bij hoorzittingen.

    De enige politie-eenheid die vooral wijst naar de burger als schuldige in de verstoorde relatie tussen politie en het volk is de politie-eenheid Zeeland West-Brabant. Die eenheid vindt dat de klagers “onbehoorlijk gedrag hebben vertoond.” De klachtencommissie schrijft dat het gedrag van die klagers door de agenten “uiteraard niet is beschreven,” maar deze beschuldigende insinuatie wordt door ‘onafhankelijke’ commissie niet toegelicht en lijkt vooral het AGFA (Adviescommissie Grondrechten en Functie-uitoefening Ambtenaren) oordeel over de jarenlange “hardnekkige cultuur van discriminatie, racisme en seksueel overschrijdend gedrag” bij deze eenheid te bevestigen.

    De meeste eenheden blijven aangeven dat er ongelijkwaardigheid, intimidatie en geen dialoog is. Dat leidt tot een heldere maatstaaf voor politie optreden: “Van de politieambtenaren mag worden verwacht dat dat zij steeds professioneel, onpartijdig en de-escalerend optreden. Het vereiste van correcte bejegening impliceert dat de politie burgers zoveel mogelijk correct te woord staat en op zakelijke wijze ingaat op vragen of opmerkingen, ook wanneer de communicatie stroef verloopt.” In 2012 publiceerde de Nationale Ombudsman al enkele kernwaarden van overheidsoptreden: “Open en duidelijk, Respectvol, betrokken en oplossingsgericht en eerlijk en betrouwbaar.”

    Politieoptreden kan natuurlijk weleens misgaan, maar drieduizend keer per jaar? Ruim acht keer per dag. En dertigduizend keer in twaalf jaar. En dat zijn klachten van mensen die de moeite hebben genomen om in de pen te kruipen, wat de meerderheid toch niet overweegt. De meeste klachten worden in de zogenaamde eerste fase (informeel) door de klachtenbehandelaar van de politie zelf behandeld. De eenheid Limburg schrijft in 2019 dat “de klachtbehandelaar bemiddelingsgesprekken voert en zo probeert te komen tot een voor de klager bevredigende oplossing.” Wat die ‘oplossing’ voor de klager precies inhoudt wordt niet duidelijk. Slechts een fractie van de bejegeningsklachten komt uiteindelijk bij de ‘onafhankelijke’ commissies terecht.

    Dezelfde Limburgse eenheid stelt dat de “maatstaf voor de beoordeling van politieoptreden voor de commissie de behoorlijkheid is.” Wat behoorlijkheid inhoudt, definieert deze commissie niet, maar zij stelt wel dat “in de ogen van een burger evident onbehoorlijk optreden, het meest geëigende politieoptreden is.” Dit is een opvallende uitspraak van een politie-eenheid waarbinnen jarenlang politieambtenaren functioneerden van seksistische, racistische appgroepen als ‘Game of Thrones’. Deze opvatting van de Limburgse politie lijkt bij de beoordeling van klachten geen rekening te houden met de ongelijkwaardige tussen politie en burger. Of dat bij andere eenheden ook speelt is de vraag gezien het lage percentage van gegronde oordelen door de klachtencommissies.

    In 2014 en 2015 werden nog 24% van de bejegeningsklachten gegrond verklaard (in 2013 was dat 16%), maar in 2024 dat was gedaald naar 17,56%). In 2020 was er zelfs een dieptepunt van 11,97% gegronde bejegeningsklachten terwijl “zakelijk, professioneel, onpartijdig” optreden toch een duidelijk te verifiëren leidraad zou zijn. Burgers krijgen bij het overgrote deel van de bejegeningsklachten geen gelijk, zelfs niet met verwijzingen naar bodycams (komen slechts in twee jaarverslagen voor). Die worden niet aangezet of de beelden worden vernietigd zodat de burger nog steeds met lege handen staat.

    Het percentage gegronde bejegeningsklachten (gemiddeld 20%) ligt hoger dan het aantal discriminatieklachten (gemiddeld 3%). Een verklaring kan zijn dat discriminatie een strafbaar feit is en dat de klachtencommissies dus eigenlijk moeten aanbevelen betrokken politiefunctionarissen te vervolgen. Geen enkele commissie maakt daar melding van. In de jaarverslagen van sommige eenheden liggen discriminatie en bejegening dicht bij elkaar, ook voor burgers die klagen over racisme: “Klager vermoedt dat hij is aangesproken omdat hij allochtoon is.” De eenheid Zeeland West-Brabant schrijft over bejegening dat “een groot aantal klachten zijn weggeschreven onder deze rubricering.” Bejegening is dan een veilige klacht waar geen consequenties voor de politie aan hangen.

    Dat is zorgelijk omdat de voorbeelden die in deze analyse worden aangehaald, een beeld van politieoptreden schetsen dat gekenmerkt wordt door tanend gezag, “fysiek en verbaal agressie”, een “starre houding van agenten”, “stemverheffing, machtsvertoon, machtsmisbruik”, belediging van familieleden van klagers, het schenden van fundamentele vrijheden, discriminatoir, “nors, onvriendelijk en onbeschoft”, “ernstig te kort is geschoten” met als tragisch hoogtepunt klagers die “uitsluitend door de vasthoudendheid uiteindelijk een opsporingsonderzoek en een veroordeling door een rechter afdwongen.”

    De laatste klachten van de analyse gaan over nabestaanden en van slachtoffers van seksuele misdrijven die het strafproces moesten afdwingen. Deze klachten roepen de vraag op of het niet alleen gaat om falend gezag, maar om een falend apparaat. De voorbeelden zijn volgens de Amsterdamse klachtencommissie exemplarisch: “De zaken zijn representatief voor de klachten die worden ingediend.” De klachten en de behandeling door de ‘onafhankelijke’ commissies schetsen niet een beeld van professioneel, zakelijk en onpartijdig optreden, maar een zelfingenomen apparaat dat kritiek niet serieus neemt en wegwuift.

     

    Politie laat zich laatdunkend uit over burgers. Slechts 1 van de 8 dagelijkse klachten over onheuse bejegening door de politie wordt gegrond verklaard. (analyse)

    Politie laat zich laatdunkend uit over burgers. Slechts 1 van de 8 dagelijkse klachten over onheuse bejegening door de politie wordt gegrond verklaard. (tabellen, grafieken en documenten)