• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Financiën – Overzichten investeringen Langendoen

    7.4. Overzichten investeringen Langendoen

    Het Fort-team kreeg de beschikking over door Langendoen opgemaakte overzichten met bij lagen waarop betalingen, investeringen en aanschaffingen zijn gemuteerd.

    De overzichten zijn niet op alle onderdelen even duidelijk. Niet duidelijk is bijvoorbeeld of er naast vermelde investeringen nog andere gelden zijn ontvangen. Uit verklaringen kan worden opgemaakt dat naast de informant, waarop in deze overzichten mogelijk wordt geduid nog tenminste door één andere informant gelden aan de RCID ter beschikking zijn gesteld ten behoeve van CID operaties.

    De financiële mutaties op de overzichten zijn niet gedateerd en ook niet onderbouwd door andere bescheiden, waaruit de juistheid van het vermelde zou kunnen blijken. Ervan uitgaande dat de cijfers uit de overzichten juist zijn, betekent dit dat de CID Haarlem/RCID Kennemerland de beschikking heeft gehad over grote bedragen, waarvan de herkomst volstrekt onbekend is gebleven. Het is niet gebleken dat de bedragen afkomstig zijn uit binnenkomende geldstromen (formele geld stromen).

    De juistheid en de volledigheid van deze cijfermatige opstellingen konden niet worden beoordeeld, omdat:

    – bijbehorende basisdocumenten ontbraken;

    – er geen relatie kon worden gelegd met bekende geldstromen en

    -Langendoen niet in staat was of niet wenste diverse gestelde vragen bij deze overzichten te beantwoorden.

    In de verstrekte overzichten zijn diverse investeringen in voertuigen opgenomen. In een laat stadium van het onderzoek is alsnog besloten nader onderzoek te doen naar relevante gegevens. Voorzover deze gegevens beschikbaar zijn, zijn deze verwerkt in dit hoofdstuk.

    Langendoen verklaarde over deze overzichten samengevat dat:

    -alle kosten met betrekking tot de invoer van containers niet in het financiële verslag zijn opgenomen;

    – de invoerrechten door een informant aan de CID zijn betaald;

    -de gelden voor de chauffeur aan De Jongh werden over gedragen. In de gevallen waarin sprake was van verdovende middelen transporten de chauffeur f 25.000 heeft ontvangen, terwijl voor de containers waarin van tevoren bekend was dat er geen verdovende middelen in zaten (dummy’s) f 2.500 aan hem is betaald en

    -door bedoelde informant ook betaald werd voor de huur van opslag- en kantoorruimte.

    Langendoen verklaarde voorts dat van een gesloten CID-traject niets werd bewaard.

    *Een deel van de verklaring van Langendoen lijkt ongeloofwaardig. Nog afgezien van het feit dat er niets werd bewaard, wat uit het oogpunt van controle en decharge van activiteiten ongewenst is, is het zeer bevreemdend, dat van die, blijkbaar gesloten, CID-trajecten wel financiële overzichten beschikbaar zijn.

    7.4.1. Overzicht investeringen 1992

    In het overzicht investeringen 1992 wordt aangegeven dat in dat jaar met criminele gelden (afkomstig van een informant) is betaald c.q. aangeschaft:

    -aan huur betaald voor opslagruimtes ca. f 9.000;

    -aan borgstellingen betaald ca. f 43.000;

    -aangeschaft voertuigen met een totaal bedrag van f 210.000 en

    -aangeschaft een met name genoemde personenauto ten bedrage van ca. f 35.000

    Tevens wordt de aanschaf vermeld van diverse voertuigen en enkele containers zonder dat daarbij bedragen worden genoemd.

    Tenslotte bevat het overzicht een verantwoording voor onderhoud en motorbrandstoffen alsmede voor diverse kleinere artikelen.

    Het totaal aan uitgaven en investeringen beloopt een bedrag van ca. f 250.000.

    In bedoeld overzicht komt ook een opsomming voor van voertuigen en communicatieapparatuur welke kennelijk door de informant werden aangeschaft en ter beschikking gesteld aan de CID.

    Bij dit overzicht zijn aan Langendoen diverse vragen gesteld, die niet zijn beantwoord. Zo is niet duidelijk geworden waar de bedragen zijn gebleven die aan borgstellingen zijn betaald.

    Ook onduidelijkheden over de samenstelling van het bedrag ad f 210.000 zijn niet geheel opgehelderd.

    Ter zake werd gehoord de getuige B., medewerker van een autobedrijf te Eindhoven, de leverancier van op het overzicht aangeduide voertuigen.

    Deze verklaarde:

    “U vraagt mij hoeveel voertuigen ik aan de CID van de politie Haarlem heb verkocht. In de periode dat ik bij S. werkte, verkocht ik een gebruikte BMW een gebruikte Opel, een nieuwe BMW, een vrachtauto, met een zeecontainer. U vraagt mij of dat geen truck met oplegger was met 2 zeecontainers. Ja, dat is correct. Verder verkocht ik aan de CID Haarlem, een gebruikte Volkswagen Golf Dat was in de ‘periode S.’. Deze voertuigen betroffen één koop, waarbij ik moet opmerken dat de personenauto’s op één en dezelfde dag werden geleverd doch dat de vrachtauto op een ander tijdstip werd afgeleverd.”

    “U vraagt mij wanneer deze verkoop tot stand kwam. ik denk dat dit in februari/ maart 1992 is geweest. U vraagt mij thans hoeveel geld daarmee gemoeid was. Deze verkoop/ koop deed ik met Klaas Langendoen. Hij was de man met wie ik deze zaak regelde. Klaas Langendoen kwam in die periode bij mij en vroeg mij of ik 5 auto’s wilde leveren waaronder een vrachtauto. Hij beschreef mij daarbij welke voertuigen hij wilde hebben en gaf mij per auto aan hoeveel die auto’s mochten kosten. Ik zei hem dat ik daaraan wel zou kunnen voldoen waarna hij mij verzocht om deze auto’s ‘te zoeken’ (eventueel aan te kopen) en te leveren. Vervolgens overlegde ik enkele keren met Klaas Langendoen over de kostprijs van een door hem gezochte en door mij aan te kopen auto. Ik herinner mij bijvoorbeeld dat de vrachtauto ongeveer f 100.000. kostte. Ik herinner mij dat voor de aankoop van die voertuigen in het totaal ongeveer f 300.000. werd betaald.

    De hiervoor genoemde auto’s werden cash betaald door Klaas Langendoen. Deze auto ‘S waren bestemd voor de CID. Klaas zei mij dat deze auto’s voor speciale acties bedoeld waren. Ik weet dat Klaas over de aankoop van deze auto’s meermalen telefonisch contact opnam met een meerdere van hem. Hij kon dat niet zelf beslissen. Hij moest daartoe, zo zei hij, altijd eerst overleg plegen.

    Met betrekking tot de BMW moet ik opmerken dat ik deze slechts heb afgeleverd aan Klaas. Dat ging wel in dezelfde partij. Die BMW stond bij ons bedrijf en was reeds door de CID Haarlem gekocht en moest door ons worden voorzien van een alarminstallatie. Die BMW werd door ons gelijktijdig met de andere door mij genoemde auto’s geleverd. Dit impliceert dat de CID Haarlem ons bedrijf ongeveer f 260.000 betaalde in plaats van, zoals ik eerder verklaarde f 300.000.”

    “De vorenstaande transactie, met uitzondering van de BMW die ik zojuist noemde, is terug te vinden in de administratie van S.”

    “Met betrekking tot de vrachtauto moet ik nog opmerken dat ik daarbij op verzoek van Langendoen ook een heftruck leverde. Ik meen mij te herinneren dat die heftruck (een gebruikte) ongeveer f 20.000 kostte.”

    “In de periode dat ik bij het autobedrijf T. werk verkocht ik aan de CID Haarlem, 2 Ford Escorts en 3 Ford Scorpio ‘s. Op deze auto’s werden twee auto’s (de Opel en de Golf) die ik tevoren aan de CID had verkocht, ingeruild. Deze auto’s werden niet in één partij aangekocht en geleverd.”

    “Voor deze bij T. aangekochte auto’s betaalde de CID Haarlem in de persoon van of Klaas Langendoen of Joost van de Vondel, netto ongeveer f 260.000.

    Ook deze auto’s werden telkenmale cash betaald door Klaas Langendoen of door Klaas en Joost van Vondel gezamenlijk Bij aflevering werd er telkenmale correct afgerekend. De door het autobedrijf T. op deze wijze aan de CID Haarlem verkochte en geleverde auto’s zijn in de administratie van ons bedrijf verantwoord”

    Een andere getuige G., eveneens werkzaam bij autobedrijf S. te Eindhoven verklaarde:

    “Ik ben administratief medewerker van het autobedrijf & te Eindhoven. Het auto bedrijf S. heeft een zakelijke relatie gehad met de gemeentepolitie Haarlem voor wat betreft de verhuur en verkoop van auto’s”

    De getuige overhandigde aan het Fort-team een aantal facturen betrekking hebbend op de aankoop van voertuigen.

    Deze facturen hebben volgens getuige alle betrekking op door het autobedrijf S. te Eindhoven aangegane transacties met de gemeentepolitie Haarlem.

    Een factuur betreft de verkoop en levering van een personenauto voor een totaalbedrag van f 31.000. Naar het oordeel van de getuige is de factuur gesteld op naam van een niet bestaand bedrijf.

    Een andere factuur heeft betrekking op de inbouw van een telefoon in deze auto.

    Een volgende factuur heeft betrekking op de inbouw van een autotelefoon in een personenauto, merk BMW Deze auto zou niet door S. zijn verkocht en geleverd doch door de gemeentepolitie Haarlem zelf.

    Weer een andere factuur betrof de verkoop en levering van een nieuwe personenauto, merk BMW. Ook deze auto zou door het autobedrijf S. geleverd zijn aan de gemeentepolitie Haarlem.

    De factuur vermeldt een inruilauto welke niet afkomstig zou zijn geweest van de politie Haarlem.

    De factuur kent als adressering de naam van een persoon die naar de getuige meent daarvan niet op de hoogte is.

    De betreffende naam en adressering is vermoedelijk gebruikt omdat deze persoon in die periode een auto bij het bedrijf heeft gekocht en de naam in de administratie voorkwam.

    Middels een volgende factuur werd de inbouw van een autotelefoon en een radio in laatstbedoelde auto doorberekend.

    In de administratie werd tevens een factuur aangetroffen betreffende de verkoop en levering van een truck met oplegger. Op deze oplegger waren twee zee-containers aangebracht. Als adressering zou opnieuw een gefingeerde naam en adres zijn gebruikt.

    Een laatste factuur betreft de verkoop en levering van een vorkheftruck en een handpallettruck aan de gemeentepolitie Haarlem.

    Met betrekking tot de levering van een personenauto, merk Volkswagen, type Golf, welke het autobedrijf S. in diezelfde periode verkocht en leverde aan de politieHaarlem kon de getuige geen schriftelijke bescheiden tonen.

    Hij sloot met betrekking tot deze auto niet uit dat S. wellicht slechts bemiddeld heeft in de aanschaf van deze auto en deze niet zelf heeft ingekocht en vervolgens verkocht aan de politie Haarlem.

    De getuige verklaarde zeker te weten dat zij (S.) met deze auto in relatie tot de politie Haarlem bemoeienis hebben gehad.

    De getuige herinnerde zich met betrekking tot de transacties de namen van Van Vondel en Langendoen.

    De getuige meende dat de transacties altijd met contant geld werden betaald.

    De getuige B. bevestigde op hoofdlijnen de verklaring van getuige G. met betrekking tot de transacties met de politie Haarlem.

    Gelet op bovenstaande verklaringen en het onderzoek in de door genoemde getuige getoonde documenten is aannemelijk dat in 1992 ongeveer f 250.000 is betaald aan S. autobedrijf te Eindhoven voor de aankoop van voertuigen en accessoires.

    De aanschaf van deze voertuigen werd door Langendoen bevestigd.

    Hij verklaarde dat de transportmiddelen altijd werden gekocht via een relatie van hem die bij S. autobedrijf in Eindhoven en later bij autobedrijf T. in Breda werkte.

    Tevens verklaarde hij dat bedoelde voertuigen waren aangekocht voor een bedrag van f 210.000 als vermeld op het overzicht investeringen.

    Dit bedrag zou afkomstig zijn geweest van een informant.

    Langendoen verklaarde zich niets te kunnen herinneren aangaande de tenaamstellingen van de voertuigen.

    Gelet evenwel op de aangetroffen facturen is het niet waarschijnlijk dat de genoemde voertuigen voor een totaal bedrag van f 210.000 door S. zijn verkocht. In dat geval zou een totaalfactuur voor dat bedrag zijn opgemaakt. S. heeft geen reden om een hoger bedrag in zijn administratie te verantwoorden, integendeel, fiscaal zou een lager bedrag voordeliger zijn geweest. De verklaring van Langendoen lijkt derhalve niet op waarheid te berusten.

    Het verschil van ca. f 40.000 is niet nader door Langendoen verklaard.

    B. heeft verder nog medegedeeld dat hij halverwege 1993 een voertuig van de politie Haarlem in de persoon van Langendoen heeft gekocht voor ca. f 12.000. Hieruit blijkt dat dit voertuig niet via die informant is afgevoerd. Het ontvangen bedrag komt niet voor op het financieel overzicht dat door Langendoen ter beschikking werd gesteld.

    Langendoen kon niets verklaren over een op dat overzicht vermelde aankoop van een personenauto voor een bedrag van ongeveer f 35.000. Niet is gebleken waar deze auto is aangeschaft.

    Langendoen verklaarde voorts dat alle bedragen, voorkomende op meergenoemd financieel overzicht, afkomstig zijn van een informant.

    Ook werden op die lijst, volgens Langendoen, aanschaffingen vermeld van die informant zelf welke tijdelijk ter beschikking zijn gesteld van de CID Kennemerland.

    De vraag waarom die investeringen dan op deze overzichten werden vermeld bleef onbeantwoord.

    Op basis van het bovenstaande en hetgeen over de financiën verklaard werd, is het waarschijnlijk dat in 1992 door de RCID Kennemerland het volgende bedrag betaald is:

    Overzicht Langendoen f 250.775

    Borgsommen 1992 f 42.600

    Huur opslagruimte f 12.000

    Borg opslagruimte f 1.200

    Voertuigen f 40.000

    Totaal (afgerond) f 345.000

    7.4.2. Overzicht investeringen 1993

    In het overzicht investeringen 1993 wordt aangegeven dat in dat jaar met criminele gelden (afkomstig van dezelfde informant als waarvan ook sprake was in 1992) is betaald c.q. aangeschaft:

    -aan huur betaald voor opslag en kantoorruimte een bedrag van ruim f 107.000 verder is betaald voor afvoerkosten en is de opbrengst van de deklading van 1 container met soft drugs gemuteerd;

    -er worden aanschaffingen van voertuigen vermeld tot een bedrag van ca. f 232.000 en

    -aan inrichtings- en andere kantoorkosten wordt ruim f 23.000 opgevoerd.

    Ook nu weer zijn voertuigen en communicatieapparatuur door de informant aan de CID ter beschikking gesteld.

    Het totaal van de gemuteerde betalingen c.q. investeringen beloopt een bedrag van bijna f 500.000.

    Op verzoek stelde B. in kopie enkele facturen ter beschikking welke betrekking hebben op de door hem namens het autobedrijf T. aan de politie Haarlem in de persoon van Langendoen verkochte voertuigen.

    In september 1993 werd, blijkens de facturen, een auto ingeruild die in augustus van dat jaar was aangeschaft. De afschrijving bedroeg ruim f 26.000. Dit gegeven is niet overeenkomstig de investeringslijst welke een hogere inruil vermeld.

    Overigens bleken meer bedragen in dat overzicht onjuist te zijn.

    B. verklaarde dat de aan het team verstrekte facturen betrekking hebben op automobielen welke het autobedrijf T. verkocht en afleverde aan de politie Haarlem in de persoon van Klaas Langendoen. De op de facturen vermeldde bedragen werden, aldus B., telkenmale in contant geld door Langendoen betaald.

    Langendoen bevestigde in grote lijnen de verklaring ter zake van B.

    Op gestelde vragen evenwel bleef hij het antwoord schuldig.

    B. heeft verder nog medegedeeld dat hij in mei 1995 een voertuig van de politieHaarlem in de persoon van Langendoen heeft gekocht voor f 17.500. Hieruit blijkt dat dit voertuig niet via de betreffende informant is gegaan. Het ontvangen bedrag komt niet voor op het financieel overzicht.

    De hele financiële gang van zaken met betrekking tot de voertuigen blijft onduidelijk, niet alleen vanwege de herkomst van de gelden, maar ook vanwege de wijze van investeren.

    Op basis van het bovenstaande en hetgeen over financiën verklaard werd, is het waarschijnlijk dat in 1993 door de RCID Kennemerland het volgende bedrag is betaald:

    Overzicht Langendoen f 468.203

    Huur opslagruimte f 132

    Huur werkloods f 8.718

    Totaal (afgerond) f 475.000

    7.4.3. Overzicht investeringen 1994/95

    Ook met betrekking tot investeringen in het jaar 1994 bevat het reeds meermalen aangeduide document gegevens.

    Van belang is allereerst de vermelding dat in begin 1994 alle opslag en kantoorruimtes inclusief inventaris en materialen aan de betreffende informant zijn overgedragen.

    De belangrijkste investering wordt gevormd door de aanschaf van voertuigen tot een totaal bedrag van ca. f 125.000. Aan klein materiaal is ca. f 5.000 besteed.

    Ook nu is er weer melding van aanschaffingen van voertuigen en communicatieapparatuur door informant welke ter beschikking zouden zijn gesteld aan de CID.

    Ook ter zake genoemde investeringen verschafte B. in kopie de facturen welkebetrekking hebben op de door hem namens het autobedrijf T. aan de politie Haarlem in de persoon van Langendoen verkochte automobielen.

    De op de facturen vermelde bedragen werden, aldus B., telkenmale in contant geld door Langendoen betaald.

    Op hoofdlijnen wordt ook deze verklaring van B. door Langendoen bevestigd. Ook nu echter was hij niet in staat alle vragen ter zake bevredigend te beantwoorden.

    In 1994 is aan huur betaald een bedrag van f 93.000. Aannemelijk is dat in 1994 een bedrag van in totaal f 223.000 is betaald.

    In 1995 tenslotte zijn nog enkele bedragen verantwoord als ‘huur opslagruimtes’ met een totaal bedrag van f 85.000.

    Langendoen verklaarde met betrekking tot de overzichten nog dat de betreffende financiële verantwoording moet worden beschouwd als een verantwoording van de RCID Kennemerland jegens de informanten.

    Er zou in die tijd nooit van zijn uitgegaan dat deze administratie zou moeten voldoen aan de eisen te stellen aan een normaal te voeren administratie.

    7.4.4. Samenvatting investeringen Langendoen

    * De overzichten zijn allesbehalve volledig. Geld dat is gebruikt voor de betaling van chauffeurs, invoerrechten en dergelijke, een deel van de investeringen in voertuigen en de bedragen die door de informant zelf zijn geïnvesteerd ontbreken;

    * De aan het Fort-team ter beschikking gestelde overzichten met investeringen informant/informanten zijn volstrekt oncontroleerbaar. De overzichten voldoen in ieder geval niet aan de criteria om te kunnen spreken over een controleerbare verantwoording. In dat geval toch zou een afschrift aan de informant zijn verstrekt omdat het immers een verantwoording was ten behoeve van die informant;

    * Er is zeker geen sprake van een kasboekverantwoording zoals Langendoentegenover de PEC heeft doen voorkomen. Aan die kwalificatie voldoen de overzichten alleen al daarom niet omdat de ontvangen geldstromen nergens anders zijn te traceren. De herkomst van de gelden is onbekend gebleven, maar vast staat dat de gelden niet afkomstig zijn uit bekende (formele) geldstromen;

    * Uit de overzichten kan worden opgemaakt dat de RCID Kennemerland in ieder geval voor grote bedragen investeringen heeft verricht, die veelal via één of meerdere informanten zijn afgevoerd. Uit het feit dat op de overzichten tevens melding wordt gemaakt van investeringen die door de informant(en) zelf zijn verricht kan worden opgemaakt dat het bedrag dat met de CID activiteiten was gemoeid groter was dan het bedrag dat op grond van de vermeldingen op de investeringsstaten en onderzoek als beschreven is getotaliseerd;

    * Getotaliseerd is (inclusief aangebrachte correcties):

    in 1992 geïnvesteerd/betaald f 345.000

    in 1993 geïnvesteerd/betaald f 475.000

    in 1994 geïnvesteerd/betaald f 223.000

    in 1995 geïnvesteerd/betaald f 85.000

    totaal f 1.128.000

    * Vastgesteld is dat deze gelden niet afkomstig kunnen zijn van bekende (formele) geldstromen voor het financieren van CID-projecten van regiopolitie Kennemerland;

    * Deze conclusie is overeenkomstig de verklaring van Langendoen afgelegd voor de PEC. Aldaar verklaarde hij dat die gelden afkomstig waren van een tweetal informanten;

    * De herkomst van de gelden is voor het Fort-team echter volstrekt onduidelijk gebleven en dat is uit een oogpunt van controleerbaarheid en beheersbaarheid uiterst ongewenst en

    * De eerder genoemde brief van Reitsma aan Langendoen, waaruit blijkt dat Langendoen vond dat er feitelijk weinig interne en externe controle op hettraject (inclusief administratie) van tip-, toon- en voorkoopgelden plaats vond en dat Langendoen ten aanzien van beheershandelingen graag gedechargeerd wilde worden, staat in schril contrast met de wijze waarop Langendoen zelf met financiële verantwoording is omgegaan.