• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Overige trajecten – Ambtelijke Integriteit

    6.8. AMBTELIJKE INTEGRITEIT

    6.8.0. Inleiding

    In de administratie van de RCID Kennemerland zijn CID-informatierapporten aangetroffen waaruit zou kunnen blijken dat voorafgaande aan de grootschalige toepassing van de Deltamethode althans één van de informanten/infiltranten kon beschikken over (een) corrupte douaneambtena(a)r(en). Deze ambtena(a)r(en) zou(den) behulpzaam geweest kunnen zijn bij het binnenbrengen van niet gecontroleerde partijen verdovende middelen.

    Om de Deltamethode goed te laten verlopen was de medewerking noodzakelijk van de douane, die op verzoek van de politie de containers, waarin drugs verborgen zaten, niet controleerde.

    De criminele Organisatie betaalde voor het inklaren en transporteren van elke container een bedrag van ongeveer f 35.000 waarvan f 25.000 voor het transport. De informant/infiltrant gaf een dergelijk bedrag ook aan de RCID voor het inklaren en het transport.

    Criminele organisaties hielden rekening met het feit dat gedeelten van de door hen vervoerde partijen verdovende middelen inbeslaggenomen konden worden. Voor de geloofwaardigheid van de desbetreffende informanten/infiltranten, die voor de invoer en het transport zorgden, was het dan ook noodzakelijk dat zij naar hun opdrachtgevers een overtuigende reden aan konden geven waarom de door hen binnengebrachte partijen verdovende middelen niet inbeslag werden genomen. Uit verklaringen is vast komen te staan dat de informanten/infiltranten zich er op voor lieten staan te kunnen beschikken over ‘platte douanemensen’. Ook een bepaalde informant’ infiltrant gebruikte als onderdeel van zijn dekmantel het verhaal, dat hij een ‘douaneman plat had’ en op die wijze containers uit de haven kon halen.

    CID-informatie over ‘corrupte douanemedewerkers’ is derhalve voor tweeërlei uitleg vatbaar. Het kan informatie zijn ter bevestiging van het door een informant gebruikte dekmantelverhaal en het kan een werkelijk geval van mogelijke corruptie betreffen.

    6.8.1. CID-informatierapporten

    In de administratie van de RCID Kennemerland zijn twee CID-informatierapporten aangetroffen, waarin gesproken wordt over het betalen van geldbedragen aan douanemensen om containers weg te kunnen halen van het douaneterrein in de haven. De informatie is beide keren afkomstig van dezelfde twee informanten. De informaties met betrekking tot de corrumptieve contacten staan vermeld op het vierde exemplaar van het CID-informatierapport. Dit exemplaar bevat geheime extra informatie alsmede de codenaam van de aanleverende informant.

    6.8.1.1. CID-informatierapport 815191 gedateerd 21 oktober 1991

     

    Op het eerste exemplaar van dit rapport staat zakelijk weergegeven de volgende informatie: ‘Een aantal mensen hebben in Libanon ( ) Zeecontainers klaarstaan met daarin elk ( ) kilo hash, verborgen in blikken olijfolie. Er gaan faxen naar het bedrijf die de containers van het douaneterrein haalt. Ze willen stuk voor stuk afzenden.

    Op het vierde exemplaar van het rapport staat de volgende informatie:

    ‘ haalt de containers met eigen vervoer van het douaneterrein CTA. De douanemensen krijgen vooraf tussen de 15-20 duizend betaald en als het eraf is nog een keer hetzelfde bedrag. Info krijgt bij levering van de container 1 miijoen en als de partij verkocht is nog een keer 1.25 miljoen. (f500 per kilo).

    Vo.

    Ontmoeting gecontroleerd Pullman Amsterdam -datum en tijd staan in dit informatie rapport vermeld-”

    Opmerkingen:

    1. Genoemde en de informant’ infiltrant zijn dezelfde persoon;

    2. Kennelijk kan beschikken over corrumperend contacten binnen de douane;

    3.Kennelijk staan vooraf de verdiensten van de informant’ infiltrant vast en wordt de politie hiervan op de hoogte gesteld;

    4.Kennelijk wordt het bedrijf van informant/infiltrant als correspondentieadres gebruikt;

    5.Kennelijk wordt ultimo 1991 reeds een eerste versie van de Delta-methode overwogen;

    6.Kennelijk is de politie op de hoogte van corrupte handelingen van douaneambtenaren;

    7. Op het CID rapport staat alleen Vo (Vondel) als rapporteur vermeld;

    8. Kennelijk heeft er een ontmoeting plaatsgevonden tussen informant’ infiltrant en een onbekende bij ‘Pullman te Amsterdam’, welke werd geobserveerd;

    9.De genoemde geldbedragen welke aan douanemensen zouden worden betaald, bedragen totaal ongeveer f 30.000 tot f 40.000. Dit zou kunnen duiden op de geldbedragen die een informant meestal aan de RCID gaf om een container te laten inklaren en te laten transporteren;

    10.Uit hoofdstuk V blijkt dat de Delta-methode, waarin het hebben van een’platte douane-man’ voor de informant/infiltrant van cruciaal belang is, pas sinds medio 1992 door de RCID Kennemerland wordt toegepast, bijna een jaar na de datum van dit CID-informatierapport Ook FIOD/douaneman De Jongh gaat pas in die periode voor het eerst voor de RCID kennemerland werken.

    6.8.1.2. CID-informatierapport 924191 gedateerd 18 november 1991

    Op het eerste exemplaar van dit rapport staat, zakelijk weergegeven, de volgende informatie: ‘Een -met name genoemde- crimineel zat vandaag op een -met name genoemde- plaats met een -niet met name genoemde- man. Deze laatste man wil een adres hebben waar ze een container naar toe kunnen sturen. De container zal daar echter nooit aankomen. In de container zit 2.500 kilo hasj. De container komt aan bij CTA Amsterdam.’

    Op het vierde exemplaar van het rapport staat de volgende informatie:

    ‘Er wordt f 30.000 vooruit betaald voor de douaneman en f 500.000 bij levering container. Faxen lopen via onze man’.

    Opmerkingen:

    1.Het betreft dezelfde informant’ infiltrant als in CID-informatierapport 815/91;

    2.De informatie betreft een andere criminele organisatie;

    3.Kennelijk staan ook hier vooraf de verdiensten van de informant’ infiltrant vast en wordt de politie hiervan op de hoogte gesteld;

    4.Kennelijk wordt het bedrijf van informant’ infiltrant ook hier als correspondentie-adres gebruikt;

    5.Kennelijk wordt ultimo 1991 reeds een eerste versie van de Delta-methode overwogen;

    6.Kennelijk is de politie op de hoogte van corrumptieve handelingen van douaneambtenaren;

    7.Op het CID rapport staan Vo (Vondel) en Gi (Giesberts) als rapporteurs vermeld;

    8.Het genoemde geldbedrag van f 30.000 dat aan douanemensen zouden worden betaald, komt overeen met de f 30.000 die een informant meestal aan de RCID gaf om een container te laten inklaren en te laten transporteren;

    9.Uit hoofdstuk V blijkt dat de Delta-methode, waarin het hebben van een’platte douane-man’ voor de informant’ infiltrant van cruciaal belang is, pas sinds medio 1992 door de RCID Kennemerland wordt toegepast, bijna een jaar na de datum van dit CID-informatierapport.

    Ook FIOD/douaneman De Jongh gaat pas in die periode voor het eerst voor de RCID Kennemerland werken.

    6.8.1.3. Behandeling van de CID-informatie

    Voornoemde informatie zou door het hoofd van de CID ter kennis gebracht moeten worden van de CID-OVJ, zodat deze kan beoordelen of hij de informatie kan exploiteren naar de rijksrecherche en/of de FIOD ten behoeve van een (strafrechtelijk) onderzoek. O p de CID-informatierapporten zijn geen aantekeningen gemaakt dat de informatie ter kennis is gebracht van een derde.

    Toeter daarover:

    “Het is beslist niet zo -want dat suggereert u mogelijk- dat we bewust ‘platte douaniers’ hebben laten zitten om daar mooi mee verder te kunnen laten werken.”

    De informatie is niet bekend geworden bij de FIOD.

    6.8.2. Bevindingen

    * Het moet niet worden uitgesloten dat een informant’ infiltrant kon beschikken over corrumptieve contacten bij de Douane teneinde containers met verdovende middelen binnen het grondgebied van Nederland te brengen;

    * Indien bovenstaande conclusie wordt geaccepteerd dient geconstateerd te worden dat deze corrumptieve contacten door de politie mogelijk zijn gedoogd en/of misbruikt;

    * De CID-informatie met betrekking tot corruptie bij de douane is zeer waarschijnlijk niet ter kennis gebracht van de CID-OVJ en niet bekend geworden bij de FIOD;

    * Voorafgaande aan het binnenbrengen van de containers werden afspraken gemaakt tussen criminelen onderling over de verdiensten van de informant’ infiltrant. De informant’ infiltrant deed hiervan mededeling aan de runners;

    * Het is denkbaar dat de CID-informaties dienen ter bevestiging en afscherming van het door de informant’ infiltrant gebruikte dekmantelverhaal over ‘platte douanemensen’. De Delta-methode zou dan bijna een jaar eerder moeten zijn toegepast dan in hoofdstuk V wordt aangegeven. Ook is niet duidelijk waarom, binnen een afgeschermde administratie als die van een RCID, dergelijke ‘desinformatie’ ter afscherming wordt ingebracht.

    Deze optie is daarom niet aannemelijk.