• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Aanscherping Briefgeheim

    Het faxen van een persverklaring, e-mailen van een discussiestuk of pagen van een alarm worden langzaam maar zeker gemeengoed. Met de toename van elektronische communicatie raken steeds meer mensen overtuigd van de voordelen ervan. Maar ook de nadelen zijn evident. Een van de belangrijkere nadelen is de eenvoudige toegang die buitenstaanders tot deze media hebben, en dan met name politie en veiligheidsdiensten. Met de toegenomen technische mogelijkheden om af te luisteren zou je verwachten dat er strengere wetten komen om je te beschermen tegen ongewenste luistervinken. Niks is echter minder waar.
    Op dit moment worden er aan twee nieuwe wetten gewerkt. De ene moet het brief- en communicatiegeheim indammen en een tweede moet het coderen van berichten gaan verbieden.

    Sinds 1993 mag de politie, zonder tussenkomst van een rechter, zowel telefoons, faxen als andere elektronische communicatie (bijvoorbeeld e-mail) afluisteren (1).
    Maar dit is nog niet genoeg. Daarom is onlangs een voorontwerp ingediend voor een herziening van het grondwetsartikel dat het briefgeheim en het communicatiegeheim garandeert. Met de huidige wetgeving (inclusief het grondwetsartikel) mag er zonder al te veel administratieve rompslomp een telefoontap worden geïnstalleerd, maar moet een rechter toestemming geven om een brief te mogen openen.
    In het voorstel voor een nieuwe grondwetsartikel worden alle methodes van communicatie op een hoop gegooid. Bovendien wordt het veel eenvoudiger om inzage te krijgen in deze communicatie. In het wetsvoorstel wordt onderscheid gemaakt tussen vertrouwelijke en niet-vertrouwelijke communicatie. De logica van wat vertrouwelijk is en wat niet is ver te zoeken. Wel is duidelijk dat dit onderscheid door de zender van een bericht aangegeven moet worden. Zo is een dichtgeplakte brief of een gecodeerd e-mailbericht wel vertrouwelijk, maar een ansichtkaart of een gewone fax niet. Een gewoon telefoongesprek geldt weer wel als vertrouwelijke communicatie.
    Vervolgens stelt de wet dat niet-vertrouwelijke communicatie straffeloos kan worden afgeluisterd. Er is dus geen grondwettelijke bescherming van e-mail, ansichtkaarten of faxen. Pas wanneer de gebruiker aangeeft dat de communicatie vertrouwelijk is wordt het iets ingewikkelder, maar zelfs dan hoeft er geen rechter meer aan te pas te komen: een handtekening van een bevoegde ambtenaar is voldoende om een brief te mogen openen.
    Over dit voorontwerp is grote commotie ontstaan. In kranten en vaktijdschriften verschijnen veel negatieve kritieken. Het lijkt onwaarschijnlijk dat dit wetsartikel zonder meer door de politiek geaccepteerd zal worden.

    Om misverstanden te voorkomen: Het gaat hier om een grondwetsartikel. Dit is een artikel dat grondrechten van burgers regelt. Het vormt de basis voor verdere wetgeving waarin strengere eisen aan bijvoorbeeld afluisteren kúnnen worden gesteld, maar dat hoeft niet.

    Naast dit nieuwe grondwetsartikel zijn er vergevorderde plannen om het coderen van elektronische communicatie sterk aan banden te leggen.
    Met de opkomst van de elektronische communicatie ontstond er begin jaren ’90 een opsporingsvacuüm in de wet: Er mochten wel telefoons worden afgetapt, maar geen faxen en modems. Met de Wet Computercriminaliteit deed de regering in 1993 een poging dit gat te dichten. Vanaf dat moment mocht alle communicatie via telefoonlijnen worden afgetapt. Niet iedereen was hier echter van gecharmeerd. Vooral toen de politie in 1994 in een onderzoek naar een bende duizenden willekeurige autotelefoons bleek te hebben afgeluisterd werd door velen gezocht naar een manier om te kunnen communiceren zonder dat er meegeluisterd zou worden. Met het gebruiken van encryptie leek deze manier gevonden te zijn. Relatief makkelijk zijn er programma’s en apparaten te krijgen die berichten onbegrijpelijk maken door gebruik van encryptie. Wat is Encryptie?

    Hiermee kwamen politie- en inlichtingendiensten opnieuw voor een probleem te staan. Nu konden ze wel van alles afluisteren, om vervolgens tot de conclusie te komen dat ze het niet, of slechts met heel veel moeite, konden lezen. Volgens de Wet Computercriminaliteit kan iemand wel verplicht worden om versleutelde bestanden op zijn/haar computer voor justitie leesbaar te maken tenzij diegene zelf verdachte is. Maar deze verplichting geldt niet voor versleutelde berichten die verzonden zijn. En het kan natuurlijk altijd zijn dat je de toegangscode bent vergeten. Toen bijvoorbeeld de Nijmeegse justitie in mei 1996 de in beslag genomen ledenadministratie van Ravage wilde inzien stuitte ze op een versleuteld bestand. Dit bleek een niet te nemen hindernis en de ledenlijst bleef onzichtbaar.
    Om dit nieuwe probleem het hoofd te bieden kwam het Ministerie van Justitie in het voorjaar van 1994 al met een voorontwerp van een wet, waarin encryptie volledig verboden zou worden. Alleen met een vergunning zou je voortaan nog mogen versleutelen, mits je de gebruikte sleutel afgeeft bij de overheid. Het uitlekken van dit voorontwerp leidde tot zoveel protesten dat het plan snel weer werd ingetrokken.

    Dat het hier echter niet bij is gebleven bleek twee maanden geleden, bij het verschijnen van het BVD-jaarverslag over 1996. Daarin vermeldt de dienst dat zij in Europees verband overlegt om tot afspraken inzake cryptografie te komen. Dit zou door middel van zogenaamde Trusted Third Parties (TTP) moeten gebeuren. Een TTP is een particuliere organisatie, die gebruikte encryptie-sleutels beheert. Wanneer de politie of inlichtingendienst berichten van anderen wil ontsleutelen doet zij een beroep op de TTP. Wanneer het verzoek rechtmatig is zal de TTP de gevraagde sleutel afgeven (2).

    Deze ingewikkelde constructie is gekozen om het Big Brother-effect enigszins in te dammen: Niet iedereen kan afgeluisterd worden, alleen personen die onder verdenking staan. Wat hierbij wel goed voor ogen moet worden gehouden is dat het nu ook al mogelijk is om gecodeerde berichten en bestanden te kraken, als je er maar tijd en geld in stopt. Zo had de familie Van der Valk een boekhouding die versleuteld was. Toen de politie trachtte een vinger achter de boekhouding te krijgen bleek het met enige moeite mogelijk om het systeem te kraken. De wens om encryptie te verbieden gaat dus niet, zoals wel wordt gesuggereerd, om grote criminelen het leven onmogelijk te maken. Het idee is dat hiermee de grote hoop van (mogelijk) verdachte communicatie van actievoerders, jeugdbendes en potentiële amateur-terroristen in de gaten te kunnen blijven houden.

    Waarmee het cirkeltje rond is: Versleutelen mag niet meer. Wanneer je niet versleutelt is je communicatie kennelijk niet vertrouwelijk en dus mag iedereen kennis nemen van de inhoud.

    NOTEN

    1. Voor 1993 was dit alleen mogelijk met telefoon en telegraaf.
    2. Overigens is in alle plannen tot nu toe alleen sprake van vergunningen voor het bedrijfsleven. Particulieren zullen dus kennelijk sowieso worden uitgesloten van elke vorm van veilige communicatie.