• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • 5 Actievoerders en ballonnenblazers

    Volledige inhoudsopgave

    Een van de onderwerpen waar de BVD zich mee bezighoudt, is
    ‘politiek (gewelddadig) activisme’, actievoerders dus. Na de
    roerige jaren tachtig concludeert de BVD met name in het
    begin van de jaren negentig dat er van ‘de Beweging’ weinig
    over is. ‘De crisis waarin de Beweging al enige tijd verkeert,
    heeft zich het afgelopen jaar verder verdiept’, schrijft de BVD
    in zijn jaarverslag over 1991. ‘Geringe actiebereidheid’ en
    ‘Geen opleving in de Beweging’ zijn conclusies die de jaren
    daarna getrokken worden. Slechts de aanslagen van rara
    mogen nog op serieuze aandacht van de BVD rekenen.
    Vanaf 1996 komt er volgens de BVD weer wat meer fut in
    de actiebeweging en krijgen met name milieuactivisten een
    vermelding in de jaarverslagen. Aan het aantal benaderingspogingen
    door de BVD of zijn plaatselijke variant, de rid, is
    ook te zien dat men uit de hoek van milieuactivisten een toenemend
    aantal acties verwacht. Zo worden er in 1996 mensen
    benaderd voor het geven van informatie in onder andere
    Groningen, Nijmegen en Arnhem. Ook komt men tot de conclusie
    dat er zich een radicalere stroming ontwikkelt binnen
    de milieubeweging.

    Beroepsactivisten

    Naast milieuactivisten mogen dierenrechtenactivisten en antimilitaristen
    zich op (hernieuwde) aandacht van de BVD verheugen.
    Ook in deze kringen vonden verschillende benaderingspogingen
    plaats. In het jaarverslag van 1998 komt de
    BVD opeens met het begrip ‘beroepsactivisten’ op de proppen.
    ‘Gaandeweg wordt het moeilijker de diverse actieterreinen te
    scheiden. ‘ ‘Steeds meer kan gesproken worden van “beroepsactivisten”
    die op verschillende terreinen actief zijn: het
    milieu, de behandeling van dieren, kernafval en militarisme. ‘
    In 1999 benaderde de Regionale Inlichtingendienst in
    Rotterdam een jonge vrouw. Zij was een van de medeorganisatoren
    van een ‘vredesvoettocht tegen kernwapens’, die van
    16 tot 27 mei 1999 plaatsvond tussen Den Haag en Brussel.
    Deze voettocht was georganiseerd door ‘Voor moeder Aarde’.
    Enkele dagen voor aanvang van de tocht werd de vrouw
    gebeld door ‘Theo’, een medewerker van de Rotterdamse rid,
    die haar begon uit te horen: ‘Waar bestaat de groep uit, zitten
    er ook radicale mensen bij? ‘ Ook was hij erg genteresseerd
    in het thema ‘geweld’ en hoe men daartegenover stond. De
    vrouw vertelde hem dat het een geweldloze actiegroep is
    en hield verder alles af. Een dag of tien later belde dezelfde
    persoon haar opnieuw. Enkele dagen daarvoor had in
    Nootdorp (vlakbij Rotterdam) een nertsenbevrijdingsactie
    plaatsgevonden. Of zij niet toevallig wist wie dat gedaan
    hadden. Waren dat misschien mensen van ‘Voor moeder
    Aarde’? Met de opmerking ‘Ik hou me met kernwapens bezig,
    niet met dierenrechten’ maakte de vrouw een eind aan
    het gesprek.

    Over het algemeen behoren de mensen die benaderd worden
    met de vraag of ze als informant voor de BVD willen werken
    niet tot de ‘harde kern’ van actiegroepen. Vaak gaat het om
    personen die er zijdelings bij betrokken zijn, wel eens in de
    kraakkroeg komen of bijvoorbeeld via hun werk contact hebben
    met activisten. Ook worden er regelmatig mensen benaderd
    die zelf allang niet meer actief zijn, maar nog wel contacten
    hebben binnen actiekringen. Zo werd er eind 2000 na
    de ontruiming van de gekraakte Kalenderpanden in Amsterdam,
    die met hevige rellen gepaard ging, iemand benaderd
    die al jaren niet meer betrokken was bij de kraakbeweging.
    Hem werd gevraagd om tegen betaling informatie door te
    geven over de Amsterdamse ‘kraakscene’.
    In Leiden werd een persoon thuis en op zijn werk bezocht
    met het verzoek om informatie over het anarchistisch actiecentrum
    Eurodusnie. Hij kwam er soms wel, maar echt actief
    was hij er niet. Men was vooral genteresseerd in wat er tijdens
    de aangekondigde acties rond het bezoek van koningin
    Beatrix aan Leiden, op 30 april 2000, te verwachten was.
    Inlichtingendiensten en politie waren erg actief in Leiden.
    Arrestanten werden na de ontruiming van een gekraakt pand
    urenlang ondervraagd over Eurodusnie, over bepaalde personen
    in dit centrum en over de acties rond koninginnedag. Ook
    bezoekers van Las Vegas, een eetcaf annex weggeefwinkel,
    werden gefotografeerd. Enkele dagen voor koninginnedag
    werden overburen van Las Vegas bezocht door ‘een’ inlichtingendienst
    met de vraag of ze hun huis beschikbaar wilden
    stellen voor het plaatsen van richtmicrofoons. De overburen
    hebben dit geweigerd.
    Ook de eerdergenoemde vrouw in Rotterdam behoorde
    niet echt tot de ‘harde kern van gewelddadige actievoerders’.
    Sterker nog, het was de eerste actie waar ze aan meedeed, en
    dan nog zijdelings ook. Zij kende verder nauwelijk andere
    actievoerders, behalve enkele mensen die ook actief waren
    binnen vredesgroepen.
    Toch zal het niet altijd gaan om personen die aan de rand
    van bepaalde actiebewegingen opereren. Verhalen uit het verleden
    maken duidelijk dat er ook BVDin.ltranten geweest zijn
    die wel degelijk tot die zogenaamde harde kern van activisten
    doordrongen en er een zeer actieve rol speelden. Zo is er het
    verhaal van de BVD’er Joop de Boer (alias ‘Joop Tiel’) die jarenlang
    zeer actief was in de vredesbeweging. Ook in Nijmegen
    werd begin jaren negentig een BVDin.ltrant ontmaskerd die
    bijzonder actief was geweest in de plaatselijke kraakbeweging
    en ook betrokken was bij het Rood Verzetsfront, een ‘poldervariant’
    van de raf. 1
    Er zijn ook recentere verhalen. Zo werd in maart 2001 in
    Nijmegen een jongeman benaderd met de vraag of hij voor de
    BVD wilde in.ltreren in (radicale) dierenrechtengroepen.
    BVD’er ‘John’: ‘We willen weten hoe het wereldje in elkaar zit,
    wat er nou eigenlijk leeft en of er een dreiging is, zoals wordt
    geroepen door diverse lieden. Je moet het meer als een onderzoek
    zien en niet zozeer toegespitst op individuen. ‘ 2 De BVD
    bleef informatie over acties en activisten op milieugebied
    verzamelen. Naast het feit dat er op dit terrein de laatste jaren
    gewoonweg veel actie wordt gevoerd, gaat het ook over groeperingen
    die over het algemeen vrij open zijn. Het inbrengen
    van infiltranten door de BVD was dan ook niet een al te ingewikkelde
    zaak.
    Tussen oktober 1995 en april 1996 vonden er in Arnhem en
    Nijmegen verschillende acties tegen Franse instellingen
    plaats. In 1995 hield Frankrijk kernproeven bij Mururoa in de
    Stille Zuidzee, waartegen over de hele wereld actie werd
    gevoerd. In Arnhem werd op 17 oktober 1995 een bom
    geplaatst bij een kantoor van de bank Credit Lyonnais. Deze
    ging echter niet af. Twee weken later werd er in Nijmegen een
    molotovcocktail geworpen naar een kantoor van dezelfde
    bank. In Arnhem ontplofte op 2 januari 1996 een bom bij de
    plaatselijke vestiging van Banque Paribas in de Bastionstraat.
    In hetzelfde pand houdt ook de Franse honorairconsul
    kantoor. De actie werd enkele weken later opgeist door een
    groepering die zich angst (Anti Nucleair Genootschap Stil
    Tegenoffensief) noemde. Deze actiegroep maakte ook melding
    van een een bom aan boord van een Air Francevliegtuig,
    die overigens nooit is aangetroffen. Op 16 april 1996 ging ook
    bij het kantoor van basf in Arnhem een bom af. Deze aanslag
    werd een tijd later in een brief aan het actieblad Ravage
    opgeist door het Earth Liberation Front (elf ). Ravage kreeg
    kort daarop een inval van het Bastionteam, op zoek naar
    de originele brief. Dit origineel was allang, zoals gewoonlijk,
    vernietigd door medewerkers van Ravage. Wel ging het
    Bastionteam er met het complete abonneebestand van het
    blad vandoor.
    Dit Bastionteam was naar aanleiding van de verschillende
    aanslagen opgericht en bestond uit een twintigtal rechercheurs.
    Daarnaast werd ook de BVD ingeschakeld. Het
    Bastionteam liet er met name in Arnhem geen gras over groeien.
    Binnen korte tijd werd daar een tiental mensen benaderd
    voor informatie over mogelijke daders van de aanslagen. Deze
    personen hadden allen een verleden als activist en op verschillende
    manieren een band met het bekende en inmiddels gelegaliseerde
    Arnhemse kraakpand Hotel Bosch. Dit leverde al
    met al geen resultaat op en op 22 augustus 1996 meldde de
    regiopolitie GelderlandMidden dat het Bastionteam was opgeheven.
    In november 1996 werd er in Arnhem echter weer een
    tiental mensen benaderd in verband met de aanslagen. In dit
    geval ging het om mensen die betrokken waren bij het jongerencentrum
    Willemeen. Uiteindelijk is het allemaal op niets
    uitgelopen, en is er niemand opgepakt of veroordeeld voor de
    aanslagen. Wel hebben politie en inlichtingendiensten een aardig
    inkijkje gehad in het Arnhemse actiewezen.
    In Nijmegen benaderde de BVD in 1996 op z’n minst drie personen.
    Twee van hen weigerden medewerking maar een derde,
    Eric (niet z’n echte naam), werkte daadwerkelijk enige tijd voor
    de dienst. Eric was een student psychologie die trompet speelde
    in de Nijmeegse Politiekapel, waar overigens wel meer burgers
    meespelen. Ook was hij actief binnen actiekringen. Zo deed hij
    bijvoorbeeld in 1995 mee aan een mars voor een kernwapenvrije
    wereld, van Brussel naar Moskou. Tijdens een actie bij de
    kerncentrale in Dodewaard, waar Eric in april 1996 bij aanwezig
    was, kwam hij een politieman tegen die ook meespeelde in
    de politiekapel. Deze vroeg hem naar zijn achternaam en korte
    tijd later ontving Eric een uitgenodiging voor een gesprek op
    een Nijmeegse politiebureau. In juni 1996 sprak hij hier met
    Peter Peters, medewerker van de rid van de regio GelderlandZuid.
    Peters vroeg hem of hij bereid was om informatie te verschaffen
    over milieuactivisten. ‘Wij hebben gemerkt dat jij in
    kringen zit waar wij in genteresseerd zijn, ‘ aldus de rid’er. Van
    de kant van de politie zou daar het een en ander, .nancieel,
    tegenover staan. Eric was op dat moment al een beetje uitgekeken
    op de actiebeweging. Later verklaarde hij dat hij voor de BVD
    was gaan werken uit nieuwsgierigheid, voor de spanning en
    ‘omdat ik moeilijk nee kan zeggen’. Ook kon hij als student het
    geld goed gebruiken. De beide partijen komen overeen dat hij
    300 per maand plus onkosten (onder andere voor consumpties
    en een abonnement op Ravage) zou krijgen.
    Bij het eerstvolgende gesprek, in motel Nuland, was er
    naast rid’er Peters ook een BVDmedewerker, die zich voorstelde
    als Arie Valentijn. Bij alle volgende gesprekken was
    deze Valentijn ook aanwezig. Deze vonden plaats in een ‘safehouse’
    in Arnhem. De hier woonachtige vrouw zou bij lastige
    vragen, bijvoorbeeld van de buren, zeggen dat het om een
    bijbelstudieclub ging.
    Het was niet de bedoeling dat Eric meteen de daders van
    de aanslagen in Arnhem en Nijmegen leverde. De hele operatie
    was meer opgezet om in de toekomst verzekerd te zijn van
    informatie (‘ We willen erin zitten als er in de toekomst weer
    zoiets gebeurt’). De opdrachten die hij in eerste instantie
    kreeg, waren er vooral op gericht hem een bekender gezicht te
    laten worden binnen actiekringen. Zo moest hij zich aansluiten
    bij de voedselcoperatie De Tuinbroek, een groep mensen
    die gezamenlijk biologische produkten inkocht. De Tuinbroek
    was gevestigd in het Nijmeegse kraakpand De Grote Broek.
    Eric leverde de rid/ BVD de complete ledenlijst van de coperatie.
    Ook moest hij gaan eten in vegetarisch eethuis De Klinker,
    eveneens in De Grote Broek gevestigd. Hij kreeg vervolgens de
    opdracht binnen de coperatie en het kraakpand contacten te
    leggen met mensen die zich bezighielden met (milieu) acties.
    Andere opdrachten waren er eveneens op gericht hem een
    bekender gezicht te geven. Zo bezocht hij regelmatig een caf
    waar veel activisten kwamen (‘ Zat ik in caf de Bijstand in
    mijn eentje pils te drinken’), ging hij enkele malen langs bij de
    linkse boekwinkel Assata, en bezocht hij een discussieavond
    over radicalisering van de milieubeweging.
    Over zijn bevindingen bracht hij in de tweewekelijkse ontmoetingen
    met z’n runners verslag uit. Zij vroegen hem met
    name te noteren wie er bij de verschillende gelegenheden
    aanwezig waren, het woord voerden of anderszins opvielen.
    Al met al had dit een langdurige BVDoperatie moeten worden.
    Bedoeling was dat Eric in elk geval voor de duur van z’n
    studietijd in.ltreerde bij diverse actiegroepen. Daarna zou
    men wel verder zien. Eric zelf gooide echter na vier maanden
    de handdoek in de ring. Hij kon niet langer leven met het feit
    dat hij mensen die hem vertrouwden aan het verraden was.
    Op 16 oktober 1996 maakt hij z’n beslissing om te stoppen
    aan zijn runners bekend. De twee reageerden nogal gerriteerd
    en verzochten hem het hele verhaal niet aan de grote
    klok te hangen. Ook geven ze hem nog een laatste vijftig gulden
    mee. Eric heeft desondanks iedereen die hij bespioneerd
    heeft ingelicht.

    Een infiltratiepoging bij Milieudefensie

    Op 21 november 1998 plaatste Vrij Nederland onder de kop
    ‘Sabotage op Schiphol’ een artikel over BVDinfiltratie bij de
    Vereniging Milieudefensie. Een (toen) dertigjarige medewerker
    van de afdeling Speciale Operaties van de BVD zou, onder
    de naam Marc Witteveen, in 1996 gen.ltreerd zijn in de anti
    Schipholafdeling van de milieuorganisatie. En dat terwijl de
    dienst gezworen had dat Milieudefensie geen onderwerp van
    onderzoek was.

    Op 18 oktober 1996 meldde De Telegraaf dat de BVD ‘vreest
    voor terreur op Schiphol’. Volgens de BVD zou er sprake zijn
    van een harde kern van milieuactivisten die genoeg had van
    het poldermodel en de ludieke acties, en die harde acties zou
    willen gaan voeren. Een van die acties waar de BVD in het
    Telegraafartikel mogelijk op zou kunnen doelen, vond plaats
    in januari 1996. Toen werd er op een van de taxibanen van
    Schiphol een aantal kraaienpoten gevonden, die tot grote
    ongelukken hadden kunnen leiden. Een vreemde actie, die
    niemand heeft opgeist.
    De Telegraaf suggereerde in hetzelfde artikel dat Wijnand
    Duyvendak, prominent Milieudefensiemedewerker, een van
    die voorstanders van een hardere lijn was. Duyvendak was op
    dat moment campagneleider van de acties tegen Schiphol. Bij
    Milieudefensie was men, op z’n zachtst gezegd, niet echt blij
    met het artikel. De organisatie was juist voorstander van overleg
    met Schiphol en wenste niet neergezet te worden als een
    ‘extremistische’ organisatie. Ze verzocht de BVD eind oktober
    1996 om een gesprek naar aanleiding van het artikel. BVDwoordvoerder
    van Steen schreef op 28 oktober terug: ‘In verband
    met de geheimhoudingsplicht van de BVD kunnen over
    de aandachtsgebieden van de BVD geen speci.eke mededelingen
    worden gedaan. Gelet op de aanleiding van uw verzoek
    wijs ik er overigens op dat de Vereniging Milieudefensie geen
    onderwerp van onderzoek is van de BVD. De belangstelling
    van de BVD richt zich uitsluitend op personen of groepen van
    personen die gelet op de taakstelling van de BVD de aandacht
    van de BVD behoeven. ‘
    Nu kun je over het waarheidsgehalte van mededelingen
    van een geheime dienst sowieso je twijfels hebben, in dit geval
    was het zeker gelogen. Namelijk welgeteld n dag voordat
    Van Steen zijn antwoord aan Milieudefensie doorfaxte, maakte
    Marc Witteveen zijn ‘openbaar debuut’ als activist voor de
    milieuorganisatie (hij was al ‘gewoon’ lid). Op 27 oktober
    1996 hield Milieudefensie een actie in Vertrekhal 1 van
    Schiphol, bestaande uit het oplaten van duizenden ballonnen
    in de hal. Een van de vrijwilligers die hielpen met het oppompen
    van de ballonnen, was Marc Witteveen. Ook zijn andere
    activiteiten bij Milieudefensie waren niet al te spannend. Zo
    bezocht hij een aantal vergaderingen, hielp een handje bij een
    actie op het strand van Wijk aan Zee en nam deel aan de klimgroep,
    die werd getraind in het beklimmen van gebouwen en
    bevestigen van spandoeken. Veel contact met andere Milieudefensiemedewerkers
    had hij niet.
    Hoewel Milieudefensie toch niet echt een radicale organisatie
    te noemen is en Marc Witteveen ook niet de meest
    opwindende karweitjes te doen kreeg, had de BVD de hele operatie
    goed voorbereid. Het feit dat het hier ging om een medewerker
    van de dienst zelf , is al opzienbarend te noemen, want
    over het algemeen probeert de BVD mensen van buiten de
    dienst als informant te werven. Kennelijk was het belang van
    deze operatie zo groot dat men geen enkele risico wilde
    nemen. Ook uit andere feiten bleek dit. Om hun in.ltrant van
    een nieuwe achtergrond te voorzien benaderde de dienst de
    directeur van een bedrijf in Diemen met het verzoek om
    iemand op kosten van de BVD te werk te stellen: Witteveen dus.
    Witteveen werd bovendien aanbevolen als iemand die ‘veel van
    computers weet’. Wat dat betreft zou hij zich dus daadwerkelijk
    nuttig kunnen maken voor de onderneming. In de tijd dat
    hij voor het bedrijf werkte, hebben verschillende runners hem
    hier bezocht. Waarom de BVD uitgerekend dit bedrijf in
    Diemen met dit verzoek benaderde, is niet bekend, ook niet of
    er eerdere contacten waren tussen de directeur en de dienst.
    Tegenover mensen van Milieudefensie liet Witteveen
    weten lange tijd in Amerika gewoond te hebben, maar dat hij
    zo genoeg had van de politiek en het individualisme in dat
    land dat hij besloot naar Nederland te gaan, het land van
    z’n grootouders.
    Marc Witteveen schreef ook enkele ingezonden brieven
    naar Ravage. In mei 1997 liet hij weten dat het actieklimaat in
    Nederland hem nogal tegenviel: ‘er is een activisme dat de
    indruk wekt niet verder te komen dan wat vage, vooral gezellige
    actie’s (of moeten we hier “gezinsuitjes” lezen?) van overigens
    prima groepen als Greenpeace en Milieudefensie. ‘
    Waar zijn sympathie, of misschien liever: interesse meer naar
    uitgaat, is een groep als het elf (Earth Liberation Front), dat
    in 1996 uit protest tegen de kernproeven bij Mururoa enkele
    bommen liet ontploffen. ‘Gelukkig zijn er enkelen opgestaan
    die zich nuttig en potentieel effectief lijken te verzetten. ‘
    Verder pleit hij voor meer samenwerking tussen linkse activisten,
    ook na de Eurotop in Amsterdam, om af te sluiten met:
    ‘Lets put our actions where our mouth is! Genoeg! ‘
    In september 1997 laat hij in Ravage opnieuw van zich
    horen. Ditmaal door middel van een verslag over een Earth
    First!actiekamp in Schotland dat hij in juni bezocht had. Echt
    succesvol uit het oogpunt van de BVD zal dit bezoek waarschijnlijk
    niet geweest zijn. Ongetwijfeld kwam hij daar onder
    meer om te kijken wat voor Nederlandse activisten er aanwezig
    zouden zijn. Buiten de kookploeg van mobiele keuken
    Rampenplan was hij echter de enige Nederlander in het
    kamp. Ook deden er door zijn gedrag en gebrekkige kennis
    van het actiewezen al verhalen over hem de ronde in het kamp
    dat hij weleens van een inlichtingendienst zou kunnen zijn
    Na november 1997 is niet meer van Marc Witteveen vernomen.
    In die maand vertrok hij volgens eigen zeggen weer
    naar de Verenigde Staten om een ziek familielid bij te staan.
    Ook zegde hij die maand zijn abonnement op Ravage op, stopte
    de huur van zijn woning en liep zijn arbeidscontract af. Het
    bevolkingsregister geeft aan dat Marc Witteveen vertrokken is
    naar San Diego.

    Milieudefensie en de BVD kwamen in maart 1997 bijeen. Na
    een aanvankelijke weigering door de BVD van een gesprek met
    Milieudefensie, die hierom gevraagd had na het Telegraafartikel
    van 18 oktober 1996, kwam de dienst korte tijd daarna zelf
    met het verzoek om een gesprek. In dit ‘kennismakingsgesprekje’
    bevestigde de BVD bij monde van Jan Harm Bakhuys
    nogmaals dat de dienst Milieudefensie als organisatie
    niet in de gaten hield. ‘Wel richt de BVD zich op personen, dus
    theoretisch gezien ook op personen binnen Milieudefensie.
    Maar dit is puur hypothetisch’, zei Bakhuys. Ook was de BVD
    noch de cri verantwoordelijk voor het uitlekken van gegevens
    naar De Telegraaf. Dit zou gebeurd zijn door Peter Siebelt, een
    verwoed verzamelaar van alles wat volgens hemzelf ‘links’ is.
    Bakhuys verklaarde dat er met name vanuit het bedrijfsleven
    (onder andere Schiphol, Siemens, akzo, klm) druk zou worden
    uitgeoefend op de BVD om Milieudefensie in de gaten te
    houden. Elke actie en elk vermist verkeersbaken zouden zij in
    verband met Milieudefensie brengen. Ook binnen de BVD zelf
    gingen deze geluiden steeds meer op.
    Het tweede gesprek, in maart 1998, heeft een zelfde soort
    insteek. Bakhuys begint ook hier weer over druk van buitenaf.
    Speci.ek ging het over de bezetting van de Rijksluchtvaartdienst
    en een vliegtuig op Schiphol die Milieudefensie georganiseerd
    had. Vooral Schiphol en de klm zouden de BVD hebben
    verweten waarom deze daar niets van wist. Ook zouden
    zij de BVD opnieuw onder druk hebben gezet om Milieudefensie
    wel als ‘target’ te zien.
    Na aanleiding van de publicatie over Marc Witteveen in
    Vrij Nederland van 21 november 1998 stuurt Milieudefensie
    een boze brief naar de BVD met het dreigement de gesprekken
    te beindigen. Op aandringen van de BVD vindt er een derde
    gesprek plaats op 27 januari 1999. Hierin bevestigt de BVD de
    juistheid van het verhaal dat vn had gepubliceerd, en de vermoedens
    dat Marc Witteveen Milieudefensie had gebruikt als
    opstapje naar radicalere groepen. De infiltratie van Witteveen
    en het eerste gesprek (maart 1997) waren gericht op het oplossen
    van de ‘kraaienpotenactie’, volgens Bakhuys een ‘zeer ernstige,
    zoniet terroristische daad’. Doel was om te bekijken in
    hoeverre het mogelijk zou kunnen zijn dat Milieudefensie, of
    personen binnen Milieudefensie, betrokken was bij deze actie.
    De BVD was tot de conclusie gekomen dat Milieudefensie niet
    het soort organisatie was dat zich van dergelijke middelen
    bediende en had daarom ook de infiltratie van Witteveen in
    Milieudefensie stopgezet.
    Het klinkt allemaal heel redelijk en logisch, maar erg waarschijnlijk
    is het niet. Zo lag er tussen de ‘kraaienpotenactie’ en
    het actief worden van Marc Witteveen, zogenaamd in het kader
    van het onderzoek naar de kraaienpoten, veertien maanden.
    Ook ging er volgens Bakhuys bij de BVD het gerucht dat
    GroenFront! een soort verlengstuk van Milieudefensie zou
    zijn. Wat Milieudefensie niet zou kunnen doen, zou
    GroenFront! ‘opknappen’. De BVD zou zich zorgen maken over
    activisten die naar hardere actiemiddelen grepen omdat er
    toch niet naar hen geluisterd werd. Buitenlandse activisten die
    ‘maling aan onze vorm van democratie hebben’, zouden deze
    gevoelens nog eens versterken.
    De BVD wilde daarom graag een lijntje naar Milieudefensie
    openhouden. Zoiets als ze vroeger met de vakbeweging hadden,
    waardoor bijvoorbeeld cpn’ers geweerd konden worden
    uit de top van de verschillende vakbonden. De scheiding tussen
    ‘redelijke’ milieuorganisaties als Milieudefensie en
    Greenpeace en radicalere groepen als GroenFront! moet dan
    ook voornamelijk in dit daglicht gezien worden. Het zou volgens
    Bakhuys ook in het belang zijn van Milieudefensie als zij
    niet op n lijn werd gesteld met GroenFront!
    Na januari 1999 zijn er geen gesprekken meer geweest tussen
    de BVD en Milieudefensie. De laatste laat overigens weten
    daar ook geen enkele behoefte meer aan te hebben. Toch kan
    de BVD de milieuorganisatie niet helemaal loslaten. Aan de
    vooravond van de Klimaattop, die van 12 tot 25 november 2000
    plaatsvond in Den Haag, nam de dienst contact op met een
    medewerker van Milieudefensie die in werkelijkheid al geruime
    tijd exmedewerker was. De BVD en de politie in Den Haag
    waren enigszins ongerust over de Klimaattop. Met de rellen
    van Seattle en Davos in het achterhoofd was men bang dat het
    ook in Den Haag uit de hand zou lopen. Er was met name geen
    zicht op buitenlandse activisten die zouden komen. De vraag
    aan Milieudefensie was dan ook of zij wel iets hiervan wist: zij
    was immers druk bezig met het voorbereiden van acties.
    Aangezien de persoon die gebeld werd, er niets over kon vertellen,
    nam hij contact op met Milieudefensie. Hier hadden ze
    het echter druk met het voorbereiden van de acties en waren ze
    van mening dat problemen inzake de openbare orde maar door
    de politie moesten worden opgelost. Van rellen of ernstige
    ordeverstoringen is het nooit gekomen.
    Dat milieuactivisten voorlopig nog niet verlost zijn van
    bemoeienissen van de BVD of de rid, bleek uit een klein
    berichtje in mETRO van 7 februari 2001. Hierin viel te lezen dat
    de politie van de regio ZuidHollandZuid de komende jaren
    een hoop milieuacties en activisten verwacht door de aanleg
    van de Betuwelijn en de Hogesnelheidslijn. Om alvast voorbereid
    te zijn verdubbelde de rid het aantal medewerkers.
    Wat iemand op De Aktielijst deed concluderen: ‘Waarmee weer
    is aangetoond dat activisme goed is voor de werkgelegenheid. ‘

    Dierenrechtenactivisten
    Ook dierenrechtenactivisten genieten de aandacht van de BVD.
    Dierenrechten zijn een van de gebieden waarop actievoerders
    zich ?ink roeren. Zo werden er brandaanslagen gepleegd op
    vleesverwerkingsbedrijven, waarbij voor miljoenen euro schade
    werd aangericht. Ook werden er op grote schaal nertsen
    bevrijd. Deze acties werden opgeist door actiegroepen zoals
    het Animal Liberation Front (ALF), het Dierenbevrijdingsfront
    en Rode Haan. Naast de branche zelf , die een beloning uitloofde
    voor informatie over daders, waren ook politie en de
    BVD genteresseerd in deze groeperingen. Omdat de dierenrechtenbeweging
    een relatief jonge en gesloten beweging is,
    voor zover er al van een beweging gesproken kan worden,
    is een van de manieren voor de BVD om meer zicht op de
    verschillende groepen te krijgen, het werven van informanten.
    In 1993 vestigde de uit de Verenigde Staten afkomstige
    dierenrechtenorganisatie PETA (People for the Ethical
    Treatment of Animals) zich in Nederland. In de vs werd
    de organisatie om haar redelijk radicale standpunten scherp
    in de gaten gehouden door de fbi en andere inlichtingendiensten.
    Toen PETA een kantoor opende in Nederland, duurde
    het niet lang voordat de BVD op de stoep stond bij een van
    de bestuursleden. Wist hij eigenlijk wel dat PETA een gewelddadige
    organisatie was, nauw verbonden met het ALF? PETA
    zou zich in Nederland toch wel rustig opstellen? En was
    hij wel op de hoogte van zijn verantwoordelijkheid als
    bestuurslid? Wilde hij trouwens niet als informant voor de
    dienst komen werken? Het bestaan van PETA in Nederland
    was geen lang leven beschoren en de organisatie is enkele
    jaren geleden opgedoekt.
    Naast het werven van informanten zoekt de BVD het ook in
    samenwerking met andere diensten. Zo nemen medewerkers
    van de BVD in oktober 2000 deel aan een ontmoeting met vertegenwoordigers
    van politie, justitie en inlichtingenen vei
    ligheidsdiensten uit Nederland en Belgi. Naast een evaluatie
    van het Europese voetbalkampioenschap dat eerder dat jaar in
    beide landen plaatsvond, werd er gesproken over dierenrechtenactivisme.
    Ook Belgi heeft de laatste jaren te maken
    gehad met diverse aanslagen en nertsenbevrijdingen. Doel
    van de bijeenkomst was onder meer om te kijken of er overeenkomsten
    zijn in de aanslagen, en of aanslagen in Belgi
    mogelijkerwijs door Nederlanders waren gepleegd. ‘Een aantal
    doelwitten van het ALF in Belgi is gelegen langs de autosnelweg
    via welke men Nederland snel kan bereiken’, melden
    de notulen, die via een beroep op de Wet Openbaarheid van
    Bestuur boven tafel kwamen.
    Iets wat de BVD ook doet, is het voorlichten van bijvoorbeeld
    politiemensen of marechaussees voorafgaande aan een
    actie of demonstratie. Zo was er in oktober 1998 in Leiden de
    Animal Rights Gathering, een internationaal treffen van dierenrechtenactivisten.
    Een van de acties zou plaatsvinden bij
    bprc in Rijswijk, waar onder andere proeven met apen
    worden uitgevoerd. Van tevoren werd de Marechaussee, die
    speciaal voor deze actieweek ingeschakeld was, gebrieft door
    een medewerker van de BVD. Volgens de BVD waren de
    deelnemende actievoerders allemaal ALF’ers en zeer militant.
    De marechaussees waren niet erg onder de indruk van de
    voorlichting. Het praatje was zeer algemeen, en de BVD’er wist
    op zeer algemene vragen (dingen die gewoon op de website
    stonden) geen antwoord. Ook bij volgende brie.ngs was dit
    het geval. Deze brie.ngs vinden zo’n beetje standaard plaats
    bij nietaangemelde acties of demonstraties.
    Alleen in het begin van 2000 zijn er in Nederland mensen
    opgepakt in verband met acties tegen nertsenhouders. Het
    ging hier om twee Duitsers die in de buurt van een nertsenfokkerij
    werden aangehouden. Zij hadden weliswaar gereedschap
    en een plattegrond van de fokkerij bij zich, maar werden
    opgepakt buiten het terrein, nog voordat ze iets hadden
    kunnen doen. Ze zijn daarna uitgeleverd aan Duitsland. Maar
    daar bleef het bij wat opgepakte activisten betreft.
    Uiteraard is dit niet tot ieders tevredenheid. Verschillende
    politiekorpsen klagen over de gebrekkige cordinatie. Ook de
    woordvoerder van de Nederlandse Vereniging van Fokkers van
    Edelpelsdieren, Wim Verhagen, beklaagde zich in een radiouitzending
    over de geringe daadkracht van de politie. ‘Het komt
    regelmatig voor dat informatie bij de cri terechtkomt via ons, in
    plaats van via de politie. ‘ Zijn vereniging loofde dan ook zelf
    maar een beloning van 15.000 uit voor tips die leiden tot
    arrestatie van daders van aanslagen of nertsenbevrijdingen.
    Ook in de Tweede Kamer worden er af en toe vragen gesteld
    over het onderwerp. In oktober 2000 antwoordde minister Benk
    Korthals op vragen vanuit de Kamer: ‘De problematiek rondom
    deze gewelddadige acties is bekend bij de politie en de BVD. De
    aanpak hiervan heeft prioriteit en wordt gedegen opgezet. De
    afdeling terrorisme en bijzondere taken van het KLPD vervult een
    ondersteunende en cordinerende rol bij deze onderzoeken.
    Meermalen heeft afstemming en vergelijking plaatsgevonden
    met andere politiediensten in Europa. [] gegeven het grote aantal
    inCIDenten dat zich heeft voorgedaan, wordt inmiddels al op
    beperkt bovenregionaal niveau samengewerkt en worden
    momenteel de mogelijkheden onderzocht om op korte termijn
    een breder opgezette intensieve bovenregionale samenwerking
    op te starten om de aanslagen en inCIDenten in onderlinge
    samenhang nader en nog intensiever te onderzoeken. De eerder
    genoemde afdeling van het KLPD zal actief participeren in dit
    team. Uiteraard vindt er ook afstemming plaats met de BVD. ‘ Op
    14 december 2000 werd daadwerkelijk besloten tot instelling
    van een bovenregionaal rechercheteam dat zich bezighoudt met
    dierenrechtenactivisme. Ruim een jaar later is het team, ‘Escape’
    geheten, al weer van de baan. Het Openbaar Ministerie liet in
    een persbericht weten dat het team in februari 2002 ontbonden
    is. Sinds de oprichting een jaar eerder hebben twaALF rechercheurs
    zich beziggehouden ‘met mogelijke criminele activiteiten
    van extremistisch dierenactivisme’. Aangezien dit niet leidde tot
    de vervolging en/ of veroordeling van verdachten, is het Escapeteam
    opgeheven. De verzamelde informatie is aan de BVD en de
    Afdeling Terrorisme en Bijzondere Taken van het Korps
    Landelijke Politiediensten overgedragen. Wel kan er, als daartoe
    aanleiding bestaat, besloten worden tot het opnieuw instellen
    van een bovenregionaal of ander team dat zich met dierenrechtenactivisme
    bezig gaat houden.
    Ruim een jaar later is het team, ‘Escape’ geheten, al weer
    van de baan. Het Openbaar Ministerie liet in een persbericht
    weten dat het team in februari 2002 ontbonden is. Sinds de
    oprichting een jaar eerder hebben twaALF rechercheurs zich
    beziggehouden ‘met mogelijke criminele activiteiten van
    extremistisch dierenactivisme’. Aangezien dit niet leidde tot
    de vervolging en/ of veroordeling van verdachten, is het
    Escapeteam opgeheven. De verzamelde informatie is aan de
    BVD en de Afdeling Terrorisme en Bijzondere Taken van het
    Korps Landelijke Politiediensten overgedragen. Wel kan er, als
    daartoe aanleiding bestaat, besloten worden tot het opnieuw
    instellen van een bovenregionaal of ander team dat zich met
    dierenrechtenactivisme bezig gaat houden.
    Volgens een getroffen transporteur uit Den Oever is het
    allemaal vrij simpel. Op radio 1 liet hij weten: ‘Er zijn in heel
    Nederland maar 25 mensen die dit soort acties, moreel
    gezien, kunnen doen. Je moet wel een bord voor je kop hebben
    om dat te doen. Het moet toch niet zo moeilijk zijn om
    daar in te in.ltreren of iets dergelijks? ‘

    Kollum

     

    Begin november 2000 krijgt het Anti Discriminatie Buro
    Friesland in Leeuwarden een anonieme telefonische tip over
    een mogelijke aanslag op het asielzoekerscentrum in Kollum.
    In dit dorp was de situatie na de moord op Marianne Vaatstra
    nogal gespannen, met name rond het asielzoekerscentrum.
    Het ADB neemt de tip serieus en belt met het politiebureau
    van Burgum, het district waar ook Kollum in ligt. Kort daarna
    krijgt het ADB een telefoontje van de Centrale Recherche
    en Inlichtingendienst (cri) waaraan nogmaals het verhaal
    wordt verteld.
    Weer enkele dagen later wordt het ADB gebeld door
    ‘Binnenlandse Zaken’ met het verzoek tot een afspraak. Dit
    gesprek vond plaats op 22 november op het kantoor van het
    BVD. Wat de medewerkers van het ADB al vermoedden, werd
    bewaarheid: het ging inderdaad om een gesprek met de BVD,
    en wel met de heer Van Waalderen. De BVD was erg nieuwsgierig
    naar de inschatting van het ADB over de situatie in
    Kollum: ‘Wat is volgens jullie mogelijk, wat denken jullie dat
    zou kunnen gebeuren? ‘ Het ADB gaf zijn mening en vertelde
    nog eens het verhaal van de tip.
    Van Waalderen toonde daarnaast veel interesse in het
    archief van het ADB. Hij wilde daar graag eens een blik in
    werpen: ‘Het zou mooi zijn als we foto’s van de harde kern
    van relschoppers in Kollum zouden hebben. ‘ Volgens Van
    Waalderen verliep de samenwerking met de politiekorpsen
    ‘niet optimaal’ en had hij om die reden geen foto’s van bepaalde
    personen in Kollum. Het ADB reageerde afwijzend. Aan de
    ene kant had het geen behoefte aan snuffelende BVD’ers en
    aan de andere kant zit er over Kollum alleen maar openbronnenmateriaal
    (voornamelijk krantenknipsels) in het archief,
    materiaal dat de BVD zelf ook wel zou hebben.
    Uiteraard zou de BVD graag willen weten wie de tipgever
    was. Omdat het ADB hierop geen antwoord kon of wilde geven,
    kwam Van Waalderen met de vraag of het ADB niet genteresseerd
    was om als ‘tussenpersoon’ op te treden tussen de BVD en
    de bevolking van Kollum. Het ADB zou dan contacten moeten
    leggen tussen de BVD en mensen als de tipgever, maar ook met
    leraren en maatschappelijk werkers. Het ADB wees dit meteen
    af, wat na vier uur praten het einde van het gesprek betekende.
    Twee dagen later nam Van Waalderen opnieuw contact op
    met het ADB en verzocht om een nieuw gesprek. Hoewel men
    bij het ADB het nut daar niet echt van inzag stemde men toch
    in. In grote lijnen was het een zelfde gesprek. Weer ging Van
    Waalderen in op het archief van het ADB en probeerde hij uit
    te vissen wat ze daar in hebben: ‘Heb je niet een leuke foto van
    wat mensen uit Kollum? ‘
    Een goede ingang in Kollum had de BVD blijkbaar nog niet
    gevonden. Daarom was Van Waalderen erg benieuwd naar de
    bronnen van het ADB binnen Kollum en wie er, volgens het
    ADB, eventueel als contactpersoon voor de BVD kon dienen. Hij
    herhaalde zijn vraag of het ADB als tussenpersoon wilde fungeren
    tussen de BVD en de bevolking van Kollum. Tevergeefs.
    De BVD was nog steeds genteresseerd in de tipgever.
    Klaarblijkelijk had de dienst de telefoonlijsten van het ADB
    opgevraagd, want Van Waalderen vroeg nadrukkelijk nog eens
    naar de datum waarop deze persoon het ADB had gebeld.
    De BVD’er was niet alleen benieuwd naar de situatie in
    Kollum, maar ook in het ADB zelf . Naast vragen over de orga
    nisatie van het ADB, wie werken er enzovoort, ging zijn interesse
    met name uit naar Ate de Jong, de ‘baas’ van het ADB.
    Ate de Jong is een oude bekende van de BVD, met name door
    zijn activiteiten voor de cpn. Ook was hij de oprichter van het
    fafk, het Fries AntiFascisme Komitee. Van Waalderen was
    dan ook zeer genteresseerd in de lijnen tussen het ADB en het
    fafk. Kennelijk is de BVD echter niet altijd even accuraat, want
    het fafk was al enkele jaren voordien opgeheven. Met deze
    ‘update’ van de eigen archieven hoefde Van Waalderen dus
    niet helemaal met lege handen terug naar Leidschendam

    De Amsterdamse taxioorlog

     

    Eind 1999, begin 2000 woedde er in Amsterdam een ware
    taxioorlog. Chauffeurs van Taxicentrale Amsterdam (TCA), tot
    dan toe min of meer monopolist in en rond de hoofdstad, en
    chauffeurs van nieuwkomer Taxidirekt lagen regelmatig met
    elkaar in de clinch. TCA’ers waren niet van plan hun vaste
    standplaatsen af te staan aan hun concurrenten van
    Taxidirekt, hoewel deze daar volgens de nieuwe taxiwet wel
    recht op hadden. TCA’ers beriepen zich hierbij op het feit dat
    zij hun taxivergunning voor veel geld (in sommige gevallen
    enkele tonnen) hadden moeten aanschaffen, terwijl
    chauffeurs van Taxidirekt deze bijna voor niks hadden verkregen.
    De TCA’ers beschuldigden Taxidirektchauffeurs van
    broodroof en weigerden hen toe te laten op de standplaatsen.
    Dit leidde onder meer tot het klemrijden van Taxidirektwagens,
    vernielingen en bedreigingen. Maar ook Taxidirektchauffeurs
    lieten zich niet onbetuigd.
    Op het hoogtepunt van de ‘oorlog’ arresteerde de politie op
    26 januari 2000 zes taxichauffeurs in Amsterdam, Rotterdam
    en Den Haag. Zij zouden plannen beramen om onder meer
    het treinverkeer rond Amsterdam plat te leggen, bussen van
    vervoersbedrijf Connexxion, dat ook met taxi’s in Amsterdam
    zou gaan rijden, in de brand te steken en taxi’s omver te gooien.
    Dit alles om te protesteren tegen de nieuwe taxiwet. Ook
    zouden zij een voortrekkersrol spelen in de organisatie van
    een grote demonstratie tegen genoemde wet. De arrestatie
    van de zes leidde tot grote woede onder taxichauffeurs. Zij
    trokken ‘s avonds met enkele honderden naar het Amster
    damse politiebureau Warmoesstraat, waar de twee gearresteerde
    Amsterdammers werden vastgehouden. Hier ontstond
    een massale vechtpartij waarbij de Mobiele Eenheid eraan te
    pas kwam om de demonstranten te verwijderen. Een van de
    twee arrestanten, Jerry van Dijk, werd onwel en moest
    met hartklachten worden afgevoerd naar het ziekenhuis.
    Uiteindelijk zat hij negen dagen in een cel.
    Lange tijd bleef het vervolgens stil. Totdat in april 2001
    opeens naar buiten kwam dat Jerry van Dijk, evenals zijn collega,
    buiten vervolging was gesteld. Zijn hele arrestatie was gebaseerd
    op een ambtsbericht van de BVD. De dienst had een anonieme
    tip gekregen, naar eigen zeggen ‘uit doorgaans betrouwbare
    bron’, over de betrokkenheid van Van Dijk bij de acties en
    speelde die door aan justitie. Bij verhoor voor de rechtercommissaris
    moest het hoofd van de BVD, Van Hulst, echter toegeven
    dat de informatie niet was gecontroleerd op juistheid.
    Omdat er verder geen concrete aanwijzingen waren dat Van
    Dijk betrokken was bij bovengenoemde aantijgingen, restte de
    raadkamer van de rechtkamer niets anders dan hem buiten
    vervolging te stellen. Zij achtte het ‘hoogst onwaarschijnlijk’
    dat de strafrechter de verdenkingen later bewezen zou achten.
    Van Dijks advocaat, mr H. Scholten, was uiterst verbaasd
    over de gang van zaken. ‘Van Dijk werd al geruime tijd afgeluisterd
    door de Amsterdamse politie. Uit die gesprekken
    bleek niets van enige betrokkenheid bij de acties. Er viel juist
    in te horen dat Van Dijk tegen collega’s liet weten helemaal af
    te zien van acties. Ook deed hij herhaalde pogingen om het
    conflict juist te sussen. Hij had daarover veel contact met de
    gemeente en de politie. ‘
    Ook trok Van Dijk zich terug uit voorbereiding van de
    geplande demonstratie tegen de nieuwe taxiwet omdat hij
    voorzag dat die uit zou lopen op geweld.
    Het is een vreemd verhaal, want wat doet de BVD bij een
    lokaal probleem inzake de openbaar orde? Dat de dienst daarbij
    ook nog eens nietgecontroleerde, onjuiste informatie de
    wereld in helpt, is vrij pijnlijk. Zeker gezien het feit dat politie
    en justitie de dienst blijkbaar zo serieus nemen dat ze vergeten
    dat hun eigen informatie, de getapte telefoongesprekken,
    het BVDverhaal nogal tegenspreekt.

    Taartengooiers

     

    Dat de (op) komst van Pim Fortuyn niet op ieders instemming
    kon rekenen mag onderhand bekend zijn. Op 14 maart 2002
    besloot een drietal actievoerders tot het zogenaamd ‘taarten’
    van de politicus. In het Haagse perscentrum Nieuwspoort
    wierpen zij onder het motto ‘Op naar de nul zetels! ‘ drie taarten
    in het gezicht van Fortuyn. De drie wisten vervolgens te
    ontkomen, Fortuyn trok een schoon pak aan en de persconferentie
    vond alsnog plaats. Na de moord op Fortuyn op 6 mei
    2002 kwam de actie opeens in een ander daglicht te staan. De
    taartactie, en het niet oppakken van de daders, zou er mede
    voor gezorgd hebben dat er een klimaat ontstond waarin de
    moord op Fortuyn kon plaatsvinden. Partijleden van de lpf en
    de advocaten Spong en Hammerstein lieten in de pers hun
    ongenoegen blijken over het niet vervolgen en arresteren van
    de drie actievoerders. Onder druk van de publieke opinie
    besloot het openbaar ministerie op 14 mei tot het arresteren
    van drie verdachten. Met veel machtsvertoon werden zij
    ‘s ochtends vroeg door een arrestatieteam van hun bed gelicht.
    Hoe het om achter de naam en verblijfplaats van de drie
    kwam, werd al snel duidelijk. De BVD stuurde namelijk op
    23 april 2002 een ambtsbericht naar de landelijke officier van
    justitie, van de MolenMaesen. De tekst van dit ambtsbericht
    luidde: ‘Hierbij bericht ik u dat de Binnenlandse Veiligheidsdienst
    in het kader van de uitvoering van zijn wettelijke taak
    uit betrouwbare bron de identiteit heeft vastgesteld van de
    drie daders van de “taart”actie tegen Wilhelmus Simon
    Petrus Fortuijn d. d. 14032002 in Den Haag. Het betreft hier:
    xxxxx en zeer waarschijnlijk: xxxxx’.
    De drie verdachten kwamen na drie dagen weer vrij.
    Volgens de rechtercommissaris waren er geen wettelijke gronden
    om hen langer vast te houden. Wel volgt er nog een proces
    over de taartactie. Of er voldoende bewijs is tegen de drie is
    echter de vraag. Het Nederlands Forensisch Instituut vergeleek
    foto’s van de verdachten met videobeelden van de actie in
    Nieuwspoort. Zij kon echter niet tot de conclusie komen dat de
    verdachten ook daadwerkelijk de taarten gegooid hebben.