• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Slot: nut en nadeel van inlichtingendiensten

    Volledige inhoudsopgave

    De wereld is na 11 september 2001 niet meer dezelfde als
    voorheen, concludeerde menigeen na de aanslagen in de
    Verenigde Staten. Deze wijsheid geldt onder andere voor de
    wereld van inlichtingen-en veiligheidsdiensten. Aan de ene
    kant was er wereldwijde verbazing en verontwaardiging dat
    met name de Amerikaanse inlichtingendiensten de aanslagen
    niet hadden weten te voorkomen, aan de andere kant werd er
    vooral richting inlichtingendiensten gekeken om dergelijke
    aanslagen in de toekomst juist wel te voorkomen.
    Publiekelijk werd de vraag gesteld of de Nederlandse
    inlichtingendiensten bij machte zouden zijn een grote ter-reuraanval
    tegen te gaan. Zonder deze vraag op een zinnige
    manier te beantwoorden wordt de BVD aangemerkt als de
    instantie die ons moet beschermen tegen (islamitisch) ter-rorisme
    en daarvoor vele miljoenen extra krijgt toegeworpen.


    De BVD probeerde zich de afgelopen tien jaar doorlopend als
    broodnodig te presenteren. Onder directeur Arthur Docters
    van Leeuwen zocht de dienst begin jaren negentig de open-heid
    om aan te geven dat er nog voldoende bedreigingen voor
    de samenleving waren om het bestaan van de BVD te recht-vaardigen.
    Zo presenteerde Docters van Leeuwen een video-band
    van een militante neonazi-bijeenkomst om aan te geven
    dat er een risico was waar de BVD bovenop zat.
    Na deze periode van openheid pro.leerde de BVD zich als
    hoeder van het nationale veiligheidsgevoel. Wanneer ergens in
    de samenleving commotie ontstond, presenteerde de dienst
    zich als oplossing. De in de oude stadswijken spelende proble-men
    kregen in de jaren negentig zeer veel aandacht in de
    media en in de politieke discussie. De BVD zag hierin voor zich-zelf
    een taak. Er werd een ‘Toekomstgerichte Veiligheids-analyse’
    opgestart om te bekijken of er in bepaalde wijken dus-danige
    problemen ontstaan dat er een machtsvacum tot stand
    komt. De dienst wilde onderzoek doen naar intimidatie door
    politieke en religieuze organisaties en door ‘informele macht-circuits’.
    De BVD wilde een aantal wijken onder de loep nemen
    en oplossingen aandragen. Na een jaar onderzoek werd in het
    jaarverslag gemeld dat het toch geen taak voor de BVD bleek te
    zijn. Volgens de BVD was de overheid voldoende bij machte
    haar gezag te handhaven zonder bijstand van de inlichtingen-diensten.
    Het zal er ook wel iets mee te maken hebben dat de
    politieke steun wel erg minimaal was. Zo verklaarde het cda -kamerlid
    Wim Mateman: ‘Ik moet er niet aan denken dat er in
    het buitenland verhalen zouden verschijnen dat in Nederland
    de problemen in de grote steden zo groot zijn geworden dat
    zelfs de spionagediensten zich ermee bezighouden. Dat is
    ?auwekul. Ik zou willen zeggen: schoenmaker, blijf bij je leest. ‘
    Tegelijkertijd werkte de BVD hard aan zijn imago. Door
    meer aanwezig te zijn in de samenleving werd de dienst nor-maler
    en meer geaccepteerd gevonden. Allerlei organisaties
    en instituten knoopten voor korte of lange tijd banden met de
    BVD aan. De dienst zelf laat regelmatig onderzoek doen door
    wetenschappers en begon begin jaren negentig met een
    klankbordgroep, voornamelijk bestaande uit medewerkers
    van maatschappelijke organisaties als de Anne Frank
    Stichting en het Nederlands Centrum Buitenlanders. Eens in
    de zoveel tijd had men overleg met deze groep. Al stierf het
    project een zachte dood, beetje bij beetje verdween wel het
    gleufhoedenimago en ontstond een beeld van een normale
    ambtenarenorganisatie vol goede bedoelingen.
    Maar het ging natuurlijk om meer dan alleen image-building.
    Er moest ook daadwerkelijk arbeid gecreerd wor-den.
    Daartoe heeft de dienst zichzelf ook diverse keren nieu-we
    werkterreinen toebedeeld. Het verband tussen deze nieu-we
    onderwerpen en de taken van de BVD is nogal eens ver te
    zoeken. De opdracht van de BVD is kort gezegd het verzame-len
    van gegevens over organisaties en personen die door de
    doelen die zij nastreven of door hun activiteiten een potentieel
    gevaar vormen voor het voortbestaan van de democratische
    rechtsorde, de staatveiligheid of andere gewichtige belangen.
    Tal van terreinen waarop de BVD zich de laatste jaren heeft
    begeven hebben hiermee niets of nauwelijks iets te maken.
    Ook de werkwijze op een terrein dat wel binnen het taken-pakket
    van de BVD zou passen, de mogelijke aanwezigheid van
    gewelddadige fundamentalistische organisaties in Nederland,
    geeft te denken. De BVD bracht grote delen van de islamitische
    nut en nadeel van inlichtingendiensten | 201
    gemeenschap in Nederland in kaart en moest telkens weer tot
    de conclusie te komen dat er weliswaar fundamentalisten
    zijn, maar dat hun gedachtegoed bij de overgrote meerderheid
    van de in Nederland verblijvende moslims niet aanslaat.
    Reden om te stoppen met het in de gaten houden van islami-tische
    personen en organisaties was dit echter niet.
    Daarnaast belemmert onderzoek van de BVD juist ook de
    nodige publieke discussie over fundamentalisme in de
    Nederlandse samenleving. Ook de openbare rapportages van
    de dienst blijven namelijk gebaseerd op geheime bronnen.
    Dat maakt de uitkomst oncontroleerbaar, wat de openbare
    discussie remt.
    Openbare discussie over deze onderwerpen is juist gebaat
    bij openbaarheid. Dat het ook juist anders kan bewees nova
    met een uitzending over fundamentalistische imams op 13
    juni 2002. Met een verborgen camera had nova uitspraken
    van een aantal imams vastgelegd, die de nodige vragen oprie-pen.
    De oproepen tot martelaarschap tegen de vs en Israel en
    de uitspraken over de behandeling van vrouwen volgens de
    islamitische wetten leidden tot algemene verontwaardiging en
    openbare discussies.
    Waarom kiest de BVD er eigenlijk voor om deze herorin-tatie
    te zoeken in plaats van zich neer te leggen bij het weg-vallen
    van zijn belangrijkste taakgebied (‘ De Russen’) en naar-gelang
    in te krimpen? Het klassieke verhaal is dat de dienst
    zich, net als iedere andere organisatie, in tijden van verande-ring
    met name richt op het eigen voortbestaan. Dit is zeker
    voor een deel waarheid, maar tegelijkertijd is een inlichtin-gen-
    en veiligheidsdienst ook een organisatie waar vaak een
    beroep op wordt gedaan als andere middelen falen of wanneer
    er een algemeen gevoel van angst of onzekerheid heerst.
    De wil tot behoud van de dienst kwam niet alleen van de BVD
    zelf . Met name vanuit de politiek bestond grote aarzeling om
    de dienst in te krimpen. Van deze aarzeling heeft de dienst
    handig gebruik gemaakt. Door de veranderde presentatie en
    nieuwe doelgroepen heeft de BVD nu veel meer speelruimte
    dan menigeen begin jaren negentig had verwacht. De vraag
    waar dit allemaal toe zou kunnen leiden werd niet gesteld.
    Het is niet vanzelfsprekend dat de politiek zich zo ruimhartig
    achter de BVD stelt, een dienst die uitsluitend kan functione-
    ren door het consequent schenden van privacy en grondrech-ten.
    De dienst is in het verleden vaak niet in staat geweest om
    bijvoorbeeld aanslagen te voorkomen. De successen die de
    BVD wel boekte, lagen dikwijls op het terrein van politie en jus-titie,
    zoals de opsporing van extreem-rechtse activisten die een
    joodse begraafplaats hadden vernield. Er wordt vaak verwezen
    naar de noodzaak van een geheime dienst in de strijd tegen
    bijvoorbeeld internationaal terrorisme en de verspreiding van
    (kennis over) atoom-, bacteriologische en chemische wapens.
    Ook op deze terreinen is zelden of nooit iets gebleken van
    enig succes. Wat terrorisme betreft, zijn er zelfs voorbeelden
    van het tegendeel, namelijk dat de BVD en andere inlichtin-gendiensten
    ten behoeve van een verbeterde inlichtingenposi-tie
    zelf actief deelnemen in terroristische groepen. Daarbij
    komt nog eens dat, zeker in Europees verband, lang niet altijd
    duidelijk is wat er onder terrorisme en ondersteuning van
    terrorisme verstaan moet worden. Wanneer Nederland zich
    zou verbinden aan een Europese strijd tegen terrorisme, moet
    het rekening houden met de veel repressievere wetgeving van
    bijvoorbeeld Spanje, Itali en Duitsland op dit gebied.
    Door het gebrek aan enige serieuze (politieke) controle
    hebben we te maken met diverse ernstige risico’s. Ten eerste
    is er geen duidelijkheid over de activiteiten van de dienst. In
    hoeverre houdt hij zich aan de wet? Hanteert hij begrippen als
    proportionaliteit (zet men niet veel te zware middelen in
    tegen relatief kleine problemen) en subsidiariteit (kunnen
    bepaalde problemen niet beter door een andere dienst behan-deld
    worden dan door een geheime dienst)? Heeft hij enig oog
    voor privacy? Deze en andere vragen kunnen niet of hooguit
    negatief worden beantwoord. Evenmin is er controle mogelijk
    op de e=ectiviteit en rentabiliteit van de dienst. Is hij wel bezig
    met het bestrijden van risico’s of is er, ten behoeve van de
    eigen informatiepositie, eerder sprake van ondersteuning van
    deze risico’s. Wordt er geen geld en menskracht genvesteerd in
    grote onzin? Door gebrek aan toezicht is hier moeilijk antwoord
    op te geven, maar wat er mondjesmaat naar buiten komt over
    de BVD, doet vermoeden dat het lang niet altijd goed gaat.
    Voor veel van de terreinen waar de nieuwe BVD, de AIVD
    zich op begeeft, hebben we allang andere (overheids) diensten.
    nut en nadeel van inlichtingendiensten | 203
    Georganiseerde misdaad is een taak van politie en justitie.
    Corruptie van ambtenaren kan onderzocht worden door (over-heids)
    accountants. En voor zover er al een probleem is rond
    integratie van allochtonen, ligt hier meer een taak voor regio-nale
    overheden, scholen, migrantenorganisatie’s en derge-lijke,
    dan voor een geheime dienst. Economische spionage is
    voor een deel de verantwoordelijkheid van het bedrijfsleven
    zelf . Daarnaast houden ook bijvoorbeeld de Economische
    Controledienst en het ministerie van Economische Zaken
    zich hier al mee bezig.
    Dan blijft er nog een categorie over waar de AIVD nu feite-lijk
    alleen actief is: (internationaal) terrorisme en de versprei-ding
    van massavernietigingswapens. Aangezien in beide
    gevallen sprake is van strafbare feiten, hebben politie en justi-tie
    hier ook bevoegdheid. Zij kunnen, binnen de huidige
    wetgeving, ook voorbereidingshandelingen opsporen en orga-nisaties
    in kaart brengen die zich (mogelijk) bezighouden met
    strafbare feiten of van plan zijn strafbare daden (misschien) te
    plegen. Daarvoor hebben zij bovendien een zeer breed scala
    aan bevoegdheden tot hun beschikking, zoals bijvoorbeeld
    vastgelegd in de wet Bijzondere Opsporingsbevoegdheden.
    Politie en justitie zijn weliswaar ook geen bolwerken van
    openheid, maar zij kunnen in elk geval veel beter gecontro-leerd
    worden door rechters en politiek. Een goed voorbeeld
    hiervan is de Commissie-Van Traa die politie en justitie op de
    vingers tikte over ongeoorloofde opsporingsmethoden.
    De val van de Berlijnse muur was een mooi moment
    geweest om een uitgebreide discussie te houden over de func-tie
    en het functioneren van de BVD. Helaas is dit niet of nau-welijks
    gebeurd. Toch blijft er ook ruim tien jaar later maar
    n conclusie over. Het is de hoogste tijd de AIVD grondig in
    te krimpen of, misschien nog beter, helemaal af te scha=en.
    Geheime diensten hebben nu eenmaal een geheel eigen dyna-miek
    en over het algemeen een eigen agenda. Dit maakt dat
    zij een geschiedenis hebben van meer kwaad dan goed doen.
    Dat de controle op deze diensten volledig tekortschiet draagt
    hier zeker aan bij. Het zou een grote stap vooruit zijn om het
    takenpakket over te hevelen naar andere capabele, beter
    gecontroleerde organisaties.