• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Oproep Europese commissie

    Europese Oproep

    De democratische rechten mogen niet de “collateral damage” van de oorlog tegen terrorisme worden.

    Iedereen die deze oproep wenst te ondersteunen kan een email sturen

    De Europese Commissie heeft een ontwerp kaderbesluit opgesteld inzake de bestrijding van terrorisme. Dit voorstel heeft de uniformering van de wetgeving van de lidstaten tot doel, zowel ten aanzien van de definitie van ´ terrorisme ª als wat betreft de opgelegde straffen.

    Het ontwerp wordt voorgesteld als een reactie op de aanslagen van New York en Washington. Ook bij de huidige stand van de wetgeving zullen, ongeacht in welk land van de Unie daders van dergelijke feiten echter niet ongestraft blijven. De wetgevingen van de landen van de Europese Unie maken natuurlijk mogelijk om de deelname, onder welke vorm dan ook, aan dit soort van aanslagen streng te bestraffen. Dat geldt zowel voor de lidstaten die in het verleden een bijzondere antiterrorisme wetgeving hebben aangenomen als voor de landen die zulke uitzonderingswetgeving niet kennen.

    De nieuwe wetgeving die wordt voorgesteld in het kaderbesluit van de Raad voegt derhalve niets toe aan het huidige wettelijk arsenaal ter bestrijding van dit soort daden.

    Daarentegen is de uniforme definitie die wordt voorgesteld door de Commissie zo breed geformuleerd dat ze de ruimte biedt om elke vorm van sociale strijd te criminaliseren en als “terrorisme” te kwalificeren.

    “Het wederrechterlijk in zijn macht brengen van infrastructurele voorzieningen met het oogmerk om de sociale of economische structuren op ernstige wijze te veranderen” vervat in de voorgestelde definitie maakt het mogelijk om elke bezetting van openbare plaatsen of bedrijven als “terrorisme” te bestempelen. “Het verstoren van de watertoevoer, de stroomtoevoer of van andere fundamentele bronnen” maakt het mogelijk om elke sociale actie van de werknemers in die sectoren tot “terrorisme” te herleiden. Het éénvoudigweg “behoren” tot een gestructureerde organisatie die tot dergelijke acties oproept kan eveneens als terroristische actie worden beschouwd.

    Tenslotte zou het “promoten en ondersteunen” van zulke acties door een individu of groep ook een misdrijf worden met maximaal 7 jaar gevangenis te bestraffen. Daarmee doet opiniedelict weer zijn intrede.

    De vrijheid van vereniging, het stakingsrecht, de vrijheid van meningsuiting, … worden door dit voorstel ernstig bedreigd.

    Bovendien wordt dit soort wetgeving doorgaans gevolgd door de invoering van procedurele uitzonderingsregels, zoals de instelling van speciale rechtbanken of de verlenging van de toegestande detentie op het politiebureau, waardoor uiteindelijk de bekentenis de overhand neemt als bewijsmiddel.

    Het kaderbesluit past in een logica van “oorlog tegen het terrorisme”. In werkelijkheid zal een dergelijke uniforme antiterrorismewetgeving een ware oorlogsmachine worden tegen democratische basisrechten en tegen al diegenen die, om verschillende redenen, “in verzet” zouden willen komen tegen een economisch, politiek en sociaal systeem dat meer en meer gemondialiseerd en onrechtvaardig is.

    De ondertekenaars roepen alle krachten op die staan voor de verdediging van de democratische rechten om zich te verzetten tegen dit kaderbesluit dat overigens dwingend is voor de lidstaten.

    Zij vragen aan de Europese instanties en aan hun vertegenwoordigers in het Parlement om te beletten dat dit voorstel, dat dodelijk is voor de vrijheden, wordt aangenomen.

    Antoine COMTE, advocaat in Parijs

    Ties PRAKKEN, advocaat in Amsterdam, hoogleraar strafrecht aan de Universiteit van Maastricht

    Jan FERMON, advocaat in Brussel