• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Terrorismebestrijding

    29 754 Terrorismebestrijding

    Nr. Lijst van vragen
    Vastgesteld……….

    De vaste commissie van Justitie heeft de volgende vragen over de brief van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties inzake terrorismebestrijding (29 754, nr. 5). De regering heeft deze vragen beantwoord bij brief van…….De vragen en antwoorden zijn hieronder afgedrukt.

    De voorzitter van de commissie,
    De Pater – van der Meer

    De griffier van de commissie,
    Coenen

    Nr Vraag Blz
    van
    tot
    1 Is er naar mening van de regering een relatie tussen netwerken van mensensmokkel en netwerken van terrorisme? Is deze mogelijke relatie onderzocht? Op welke wijze speelt het perspectief van terrorismebestrijding een rol bij voorkoming, vervolging en bestrijding van mensensmokkel? 0
    2 Kan de regering van de in de paragraaf ‘uitbreiding mogelijkheden tot optreden’ en ‘aanpak bedreigingen radicale uitingen op internet’ voorgestelde maatregelen (waaronder het apologieverbod, beroepsverbod bij haatzaaien en de meldingsplicht zonder verdenking) aangeven of soortgelijke maatregelen ook in andere Europese landen bestaan, zo ja welke landen en welke wetgeving het betreft? 0
    3 Kan de regering voorzien in een heldere analyse waarin per bestaande AIVD- en strafrechtelijke (dwangmiddel)onderzoeksbevoegdheid wordt aangegeven waarin die bevoegdheid te kort schiet bij de bestrijding van terrorisme en op welke wijze uitbreiding en het creëren van bestaande bevoegdheden daarin verandering brengt? 0
    4 Deelt de regering de mening van AIVD-chef Van Hulst dat “één van de grootste uitdagingen van de komende vijf jaar is: het stoppen van radicalisering als één van de allerbelangrijkste voorfases van terrorisme”? (Uitspraak in een interview met NRC-Handelsblad, 31 december 2004) Welke consequenties verbindt de regering hieraan? 0
    5 De minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties heeft bij de persconferentie van de kabinetsbrief gesteld dat op dit moment in Nederland “meer landen dan tijdens de Koude Oorlog zich met heimelijke zaken bezighouden”? Welke landen zijn dit, wil de regering de namen van die landen noemen? Welke heimelijke activiteiten betreft het precies en hoe wordt hiertegen opgetreden, ook op diplomatiek niveau? 0
    6 Kan de regering de essentiële onderdelen aangeven van het wetsvoorstel dat de bevoegdheden van de minister van Justitie regelt om, met gebruikmaking van bevoegdheden die op het terrein van andere ministeries liggen, in urgente gevallen als coördinerend minister voor terrorismebestrijding op te treden? 2
    7 Betekent het feit dat bij wet de doorslaggevende bevoegdheid van de minister van Justitie in bedreigende situaties zal worden geregeld, dat de minister van Justitie deze bevoegdheid thans nog niet heeft? Wie heeft tot het vigerend worden van de aangekondigde wetgeving deze nu al benodigde doorslaggevende bevoegdheid? 2
    8 Kan de regering aangeven wanneer naar verwachting het wetsvoorstel inzake de doorslaggevende bevoegdheid van de minister van Justitie in werking zal treden en of tot die tijd een tijdelijke regeling zal worden getroffen om een adequate aansturing te verzekeren? 2
    9 Welke mogelijkheden heeft de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding (NCTb) om samenwerking door de relevante partners af te dwingen? 2
    10 Heeft de coördinerende minister van terrorismebestrijding gebruik moeten maken van bevoegdheden die liggen op het terrein van andere ministers? Zo ja, is dit telkens met volledige medewerking verlopen? 2
    11 Kan de regering aangeven in welke richting (globaal) de uitkomsten van het overleg met verschillende bedrijfssectoren en bedrijven op vitale maatschappelijke posities over veiligheidsmaatregelen en bewaking volgens de regering moeten opgaan? 2
    12 Is er een effectieve democratische controle op wat er in de samenwerkingsverbanden wordt besloten die zijn gesloten ter versterking van de internationale samenwerking? De Task Force van Politiechefs is een ogenschijnlijk even machtig als ongecontroleerd orgaan; wat gaat de regering doen om het optreden van politie en Justitie op internationaal niveau controleerbaar te maken? 3
    13 Wat wordt er gedaan aan het bestrijden van haatzaaiende, antisemitische media-uitzendingen vanuit Arabische landen, die in ons land te bezien zijn? 3
    14 Overweegt de regering bij het beperken van de voedingsbodem, maatregelen te nemen tegen het verspreiden van salafitisch respectievelijk wahhabitisch gedachtegoed in ons land? 3
    15 Welke onderdelen uit het EU-Actieplan voor de strijd tegen terrorisme van 18 juni 2004 zijn nog niet volledig uitgevoerd? 3
    16 Is het mogelijk om de Kamer (eventueel vertrouwelijk) in te lichten over de concrete resultaten behaald met internationale partners in de strijd tegen het terrorisme die zich evenwel veelal aan directe waarneming onttrekken? 3
    17 Hoeveel personen en groeperingen worden in het oog gehouden door de AIVD? 3
    18 Op welke wijze worden personen verdacht van of veroordeeld voor terroristische misdrijven nu en in de toekomst gedetineerd? 3
    19 Is het mogelijk dat de AIVD in haar dreigingsanalyses en de daarop gebaseerde informatievoorziening aan de Tweede Kamer statistische gegevens, zonder lopende onderzoeken in gevaar te brengen, op te nemen om een realistisch beeld van de aard en de dreiging van dreigingen tegen de nationale veiligheid? 4
    20 Wat is de stand van zaken van het onderzoek naar de financieringsrelaties tussen de georganiseerde misdaad en terreurgroeperingen? Tot welke aanvullende maatregelen zal dit leiden? 4
    21 Gelden er bijzondere criteria voor de intrekking van verblijfsvergunningen met de beperking verblijf als geestelijk bedienaar? Heeft de regering overwogen om betrokkenheid bij terrorisme als criterium voor intrekking van een verblijfsvergunning voor geestelijke bedienaren in te voeren? Wat waren de overwegingen om dit wel of niet te doen? 5
    22 Bestaat er reeds overleg tussen de AIVD en het Openbaar Ministerie (OM) over de wensen van het OM over de te verstrekken informatie in ambtsberichten en de haalbaarheid van die wensen? 5
    23 Waarom wil de regering de personen of groeperingen die mogelijk betrokken zijn bij terroristische activiteiten niet preventief oppakken om de kans op terroristische aanslagen in Nederland of elders te minimaliseren en de Nederlandse burgers en gezinnen te beschermen? 5
    24 Kan nader worden ingaan op de constatering dat er al concrete resultaten geboekt zijn met de ContraTerrorisme-infobox (CT-infobox) ondanks het relatieve korte bestaan ervan? Hoe worden deze resultaten gemeten? Hoeveel personen zijn tot op heden opgenomen in de CT-infobox? 5
    25 Hoe ver is de voorbereiding gevorderd van het wetsvoorstel dat de juridische grondslag legt voor de CT-infobox en wanneer zal het naar verwachting bij de kamer ingediend worden? 5
    26 Volgens welke criteria wordt in voorkomende gevallen overgegaan tot intrekking van de verblijfsvergunning bij (het vermoeden van) betrokkenheid bij terrorisme? 5
    27 Heeft de regering gezien de verhoogde dreiging overwogen om de criteria voor intrekking van de verblijfstitel van bij terrorisme betrokken personen aan te scherpen? Wat was de afweging om dit wel of niet te doen? 5
    28 Leidt intrekking van de verblijfstitel van bij terrorisme betrokken vreemdelingen automatisch tot ongewenstverklaring van de vreemdeling? 5
    29 Kan de regering garanderen dat na intrekking van de verblijfstitel en/of de ongewenstverklaring de bij terrorisme betrokken personen al dan niet in vreemdelingenbewaring worden vastgehouden tot het moment van uitzetting? Zo neen, waarom niet? 5
    30 Hoeveel radicale imams zijn of worden tot ongewenst vreemdeling verklaard en hoeveel radicale islamitische stichtingen zijn of worden ontbonden? 5 6
    31 Kan de regering aangeven op welke wijze verkenningen aanleiding kunnen geven voor opsporingsdiensten om strafrechtelijk onderzoek te starten? Met andere woorden: bevatten verkenningen doorgaans voldoende informatie voor de opsporingsdiensten om een redelijk vermoeden van betrokkenheid bij een strafbaar feit te construeren, om uiteindelijk bij de rechter uit te sluiten dat er rechtmatigheidsproblemen ten aanzien van het bewijs kunnen ontstaan? 6
    32 Op welke rechtsgronden wordt er thans gekeken naar de ontbinding van stichtingen? 6
    33 Waarom is er slechts één ontbindingsprocedure in gang gezet? Welke stichting betreft het? Acht de regering de ontbinding van een enkele stichting werkelijk een teken van daadkrachtig beleid en een intensivering van de kant het OM? Zijn er andere stichtingen die van soortgelijke activiteiten verdacht worden maar nog niet zijn ontbonden? Is het OM ook van plan om binnenkort soortgelijke verzoeken in te dienen voor andere stichtingen in Nederland? Zo ja, wanneer en welke? Als een stichting ontbonden wordt, kan het bestuur van de desbetreffende stichting dan ook strafrechtelijk vervolgd worden? Zo neen, waarom niet? 6
    34 Hoe wordt er gecontroleerd op cybercrime, waarmee vanuit het buitenland vitale bedrijven en bedrijfssectoren bedreigd kunnen worden? Is er adequate capaciteit om dergelijke bedreigingen via internet op te sporen en te verijdelen? Welke overheidsorganen zijn hier mee bezig en met welke resultaten? 6
    35 Betekent de constatering dat er een functioneel ontwerp van het Nationale Alarmeringssysteem tot stand is gebracht, dat er alleen een systeem op papier staat? Hoe lang duurt de invoering en met welke voorlichtingsmiddelen zal de invoering gepaard gaan? 6
    36 Wanneer zal het kleurcodes-systeem honderd procent functioneel zijn? 6
    37 Welke beveiligingsmaatregelen moeten door de overheid en het bedrijfsleven getroffen worden? En welke maatregelen kunnen afgedwongen worden in noodsituaties? Wordt het bedrijfsleven voldoende ingelicht over hun verantwoordelijkheden? 6
    38 In hoeverre en op welke wijze worden burgers, bedrijven en instellingen bij het alerteringssysteem betrokken? 6
    39 Waarin verschilt “fase rood” (bij een hoge dreiging) van “noodsituaties”? 6
    40 Welke regionale en of lokale alerteringssystemen zijn er actief naast het Nationale Alarmeringssysteem? Hoe is de onderlinge afstemming tussen de verschillende systemen geregeld? 6
    41 Wordt het aangekondigde alerteringssysteem afgestemd met andere EU lidstaten, zodat een uniform systeem ontstaat? Zijn de kleurcodes slechts voor instellingen bedoeld of ook voor burgers? Hoe zullen burgers worden geïnformeerd over terroristische dreigingen? 6
    42 Welke structuren bedoelt de regering in de passage “de praktische meerwaarde van het systeem ligt vooral in het structureren van de informatie uitwisseling tussen overheden en bedrijfsleven”? 6
    43 Kan de regering aangeven wat de bevindingen tot nu toe zijn van de antiterrorismecoördinator Gijs de Vries? 7
    44 Wat wordt er in Nederland en op Europees niveau gedaan om de wapensmokkel tegen te gaan? Wat gaat de regering doen aan de constatering, zoals uit een recente uitzending van het televisieprogramma Zembla bleek, dat in Nederland op dit vlak de expertise niet meer aanwezig is en op Europees niveau er nauwelijks meer wordt samengewerkt? 7
    45 Wanneer acht de regering het moment daar te overwegen het Schengen-verdrag op te zeggen en zelf weer de grensbewaking ter hand te nemen? 7
    46 Aan welke maatregelen moet concreet gedacht worden bij de passage “Informatie van belang voor de veiligheid in een andere Lidstaat moet onmiddellijk worden doorgegeven, Lidstaten zullen voor elkaars interne veiligheid waken en terroristen mogen niet profiteren van het overschrijden van grenzen”? 7
    47 Kan beknopt van alle (wettelijke) maatregelen tegen terrorisme die in ons land zijn of worden getroffen worden aangegeven of deze ook in de omliggende EU landen bestaan en omgekeerd welke (wettelijke) maatregelen in bijvoorbeeld Duitsland, Frankrijk, UK, Spanje en België zijn of worden getroffen die niet in Nederland bestaan, en welke ervaring men daarmee heeft? 7
    48 Kunnen de resultaten worden weergegeven van het aandringen van Nederland in Europees verband op een strikte en gelijkvormige beleidslijn bij het signaleren van personen die op grond van de nationale veiligheid de toegang of het verblijf zijn geweigerd, zoals vastligt in het Schengeninstrumentarium? 7
    49 Op welke wijze wordt er in het kader van het Haagse Programma voor gewaakt dat terroristen niet zullen profiteren van het overschrijden van grenzen? 7
    50 Zullen diplomatieke posten die visa verlenen ook toegang krijgen tot de gegevens uit het Europees Visum Informatiesysteem (EU-VIS), dat in 2007 operationeel zal zijn? Waarom zal dit wel of niet gebeuren? 7
    51 Welke programma’s of activiteiten bestaan in andere EU landen of worden overwegen rond het thema “maatschappelijke binding”? 7
    52 Hoe gaat de regering het vermoeden dat de samenstelling van de lijst van terroristen en terroristische organisaties vooral op oncontroleerbare informatie en op basis van politieke overwegingen wordt gevoed, wegnemen? Komt er een manier om effectief te protesteren tegen een vermelding op deze lijst? 8
    53 Kan het gehele evaluatierapport betreffende Nederland, waar zij als één van de 15 oude lidstaten aan is onderworpen, naar de Kamer worden gestuurd? 8
    54 Wat wordt verstaan onder “op korte termijn” uitvoeren van alle onderdelen van de Verklaring van de ER en van het EU-actieplan? 8
    55 Tot welke acties leiden de verbeterpunten die zijn geconstateerd in het evaluatierapport van de Europese Unie? 8
    56 Op welke termijn zullen de onderdelen van het EU-actieplan voor de strijd tegen terrorisme in Nederland zijn geïmplementeerd? Hoe werkt Nederland samen met België en Duitsland bij de bestrijding van grensoverschrijdend terrorisme? 8
    57 Wanneer zullen de verbeteringen naar aanleiding van de evaluatie in het kader van het actieprogramma van de EU door de NCTb zijn doorgevoerd? 9
    58 In welke mate groeien door specifieke nationale (wettelijke) maatregelen de maatregelen in EU verband uit elkaar c.q. remmen ze de effectiviteit van afspraken in EU verband af? 9
    59 Hoe volgt Nederland of specifieke (wettelijke) maatregelen uit andere Europese landen wellicht (in de een of andere vorm) ook toepasbaar zijn in ons land? 9
    60 Ligt de implementatie van EU regelgeving in het kader van het actieprogramma van de EU in de andere lidstaten op koers? 9
    61 Hoe zal ‘profiling’ van terroristische verdachten er concreet uit komen te zien? Welke consequenties zal het voor mensen hebben die voldoen aan een ‘profile’? 9
    62 Kan specifieker worden ingegaan op eventuele verschillen in politieke, bestuurlijke acties en maatschappelijke reacties binnen Nederland en Spanje na de moord op Theo van Gogh respectievelijk de treinaanslag in Madrid? 9
    63 Waarom wordt geen melding gemaakt van ontwikkelingen in VN verband? En kan ook daarop beknopt worden ingegaan, toegespitst op de vraag hoeveel landen gemaakte afspraken en opgenomen verplichtingen daadwerkelijk nakomen? 9 10
    64 Hoe groot is het risico dat een klein aantal landen heel veel maatregelen treft ten behoeve van terrorismebestrijding en een grote groep vrijwel niets? En wat wordt gedaan om dat risico tegen te gaan? 9 10
    65 Kan de regering in een stappenplan aangeven op welke datum en langs welke wegen de intensiveringen bij de AIVD gerealiseerd zullen zijn? 10
    66 Hoe zal de parlementaire controle tot stand komen over de discussies tussen de VS en de EU in JBZ verband? Waar gaan deze discussies concreet over? Hoe zal überhaupt de parlementaire controle van de JBZ (ook op dit punt) worden verbeterd? 10
    67 Op welke wijze wordt gebruik gemaakt van de inzet van derden die niet bij de AIVD zijn aangesloten bij dreigingsanalyses? Op welke wijze is de controle op dergelijke derden geregeld? 10
    68 In hoeverre zijn de algemene dreigingsbeelden die worden opgesteld door NCTb risico-analyses en in hoeverre dreigingsanalyses? 10
    69 Hoe zal het parlement worden ingelicht over dreigingsbeelden, fenomeenanalyses, trendrapportages en adviezen voor te nemen (beleids-) maatregelen die voortvloeien uit de uitgevoerde analyses? 10
    70 Wat zijn concreet de verschillen tussen analyses van de NCTb en de andere diensten? Bestaat er met verdere uitbreiding van de KMar, de IND, het Korps Landelijke Politiediensten (KLPD) niet een grote kans dat de analisten langs elkaar heen zullen werken? Hoe zal de toekomstige samenwerking tussen de diensten in goede banen geleid worden? Hoe wordt de analysecapaciteit concreet uitgebreid? Gaat het hier alleen om kwantitatieve of ook om kwalitatieve uitbreiding? Wat is de beoogde analysecapaciteit van de regering? Wanneer verwacht de regering dat de analysecapaciteit op niveau is? Hoe kan het dat ruim drieëneenhalf jaar na 11 september 2001 de analysecapaciteit van de inlichtingen en veiligheidsdiensten nog niet groot genoeg is? Sinds wanneer kampt het Nederlandse bestel met een analysetekort? 10
    71 Kan de regering aangeven in hoeverre zij maatregelen treft om de kwaliteit van inlichtingen-, veiligheids- en opsporingdiensten te waarborgen in het licht van de voorgenomen capaciteitsuitbreidingen? 11
    72 Is de verhoging van het budget en de formatieve uitbreiding van de AIVD werkelijk voldoende? Zal de AIVD ook extra investeren in het opleiden dan wel werven en trainen van Arabisch sprekende medewerkers? Hoe staat de regering tegenover het idee meer te werven onder Arabisch sprekende christelijke minderheden uit (personen afkomstig uit) landen in het Midden-Oosten zoals Libanon en Syrië? 11
    73 Wat houden de “bijzondere opsporingsactiviteiten” concreet in en welke extra middelen worden ervoor uitgetrokken? 11
    74 Hoe is de vereiste analysecapaciteit van de Staf NCTb berekend? En is de gerealiseerde uitbreiding toereikend? 11
    75 Hoe is de vereiste analysecapaciteit van de KMaR en de andere genoemde diensten berekend? Hoe en door wie wordt getoetst of deze berekeningen realistisch zijn? 11
    76 Hoe zijn de claims van 60 fte, respectievelijk 40 fte extra bij de AIVD onderbouwd en hoe en door wie wordt getoetst of deze berekeningen realistisch zijn? 11
    77 Wanneer in 2005 is het stelsel van bewaken en beveiligen volledig geïmplementeerd? 11
    78 Welke resultaten heeft de IND – wellicht in samenwerking met het NoVo-team (Nationaal Opsporingsteam Voor Oorlogsmisdrijven) – geboekt bij dossieronderzoeken naar potentiële terroristen? Hoe gaat Nederland om met mensen wiens asielverzoek is afgewezen vanwege vermeende terroristische activiteiten die niet teruggetuurd kunnen worden vanwege dreigende mensenrechtenschendingen? Krijgen deze personen, zoals prof. Van Kalmthout destijds voorstelde, een aparte status of dreigen zij in de illegaliteit terecht te komen? 12
    79 Hoe zijn de claims van de onderdelen van de KLPD, respectievelijk de KMaR onderbouwd en hoe en door wie wordt getoetst of deze berekeningen realistisch zijn? 12
    80 Is de regering bereid het onderscheid tussen terrorisme tegen de Staat, dat in de brief aan de orde komt, en herhaald gepleegde misdrijven als straatterrorisme te laten vervallen door ook plegers van straatsterrorisme met een dubbele nationaliteit die voor veel overlast in ons land zorgen, in aanmerking te laten komen voor mogelijke denaturalisatie en uitzettingen? Is de regering bereid de Rijkswet op het Nederlandschap conform te wijzigen? 13
    81 Wordt, zoals professor De Hert recent voorstelde, over het centraal opslaan van biometrische kenmerken dat tot gevolg heeft dat veel persoonlijke gegevens worden opgeslagen, nog een debat gevoerd? Hoe zit het met de door hem genoemde foutenmarge? Komt er de mogelijkheid van het indienen van een schadeclaim indien men onterecht – zoals recent in de VS gebeurde – in verband wordt gebracht met een terroristische aanslag? 13
    82 Zal de IND ook dossieronderzoek doen naar mogelijke banden tussen terrorisme en geestelijke bedienaren die een verzoek om een vergunning tot verblijf indienen? Zo ja, om hoeveel onderzoeken gaat het per jaar? Kan de IND op grond van een vermoeden van terroristische activiteiten weigeren een vergunning tot verblijf of machtiging tot voorlopig verblijf te verstrekken? Zo ja, hoe vaak is dit in de laatste drie jaar voorgevallen? 13
    83 Kan (het vermoeden van) betrokkenheid bij terrorisme worden tegengeworpen in de asielprocedure? Zo ja, hoe vaak is dit de afgelopen drie jaar voorgevallen en in hoeveel van deze gevallen heeft dit geleid tot afwijzing van de asielaanvraag? 13
    84 Wordt na afwijzing van een asielverzoek op grond van betrokkenheid bij terrorisme overgegaan tot daadwerkelijke uitzetting en vastzetting van de betrokkene tot het moment van uitzetting? 13
    85 Worden besluiten (en hun gronden) van de CT-infobox, met betrekking tot vreemdelingrechtelijke maatregelen als weigering toelating en intrekking verblijfsvergunning, inzichtelijk voor de ‘verdachte’ en vatbaar voor bezwaar? 13
    86 Kan de regering ten aanzien van het (straf)wetgevingsprogramma ingaan op het commentaar van het College Bescherming Persoonsgegevens van 22 december 2004? 13
    87 Wat houdt concreet in dat “beveiliging en bewaking in eerste instantie ieders eigen verantwoordelijkheid is”? 14
    88 Welke instantie en personen zijn in principe op de hoogte van de – geheime – verblijflocaties van bedreigde personen, zoals de parlementariërs Hirsi Ali en Wilders? 14
    89 Is de regering bereid om ten aanzien van opiniemakers die binnen een risicoanalyse vallen, respectievelijk waarvoor een bepaalde dreiging geldt, een begeleiding van “deur tot deur” te realiseren op die momenten dat zij publieke spreekbeurten houden omdat de beveiliging/begeleiding van het lokale domein in de woonplaats en plaats van optreden geen oplossing biedt voor de tussenliggende route? 15
    90 In hoeverre is te verwachten, dat als bekende opiniemakers in het stelsel bewaken en beveiligen onder het rijksdomein worden opgenomen zij beter zullen worden beschermd? 15
    91 Kunnen ook cultuurmakers die (zeer) omstreden producties maken in beginsel een beroep doen op beveiliging door Dienst Koninklijke en Diplomatieke Beveiliging (DKDB)? 15
    92 Kan nader worden ingegaan op “de betekenis en de mogelijke consequenties van het element” zelfopoffering voor de inzet en de training van de BBE- Snelle Interventie Eenheid (BBE-SIE)? Werden de leden van de speciale eenheden in ons land anders getraind dan die van vergelijkbare eenheden in Europese landen die al een lange traditie hebben in het bestrijden van terrorisme en/of gewelddadig politiek radicalisme? 15
    93 Is de BBE-SIE sinds 1 september 2004 of vanaf 1 september 2005 operationeel? 15
    94 Onderschrijft de regering de volgende passage uit het AIVD-rapport ‘Van Dawa tot Jihad’ (blz.28): “Met name de op Dawa gerichte radicaal-salafitische organisaties en netwerken uit Pakistan, Saoedi-Arabië, en de Arabische Golfstaten leggen sterk de nadruk op ‘herislamiseren’ van de moslimminderheden in het Westen. Het betreft missionerings-, vormings- en financieringsorganisaties die weliswaar beweren niet gewelddadig georiënteerd te zijn, maar meestal werken vanuit extreem-puriteinse, intolerante en sterk anti-westerse denkkaders. Hun inspanningen zijn er sterk op gericht de moslims in het Westen zich van westerse waarden en normen te doen afwenden. Zij prediken een extreme afzijdigheid van de westerse samenleving en propageren exclusivisme en parallellisme. Zij staan in een aantal gevallen volledig geïslamiseerde wijken in de grote steden in het Westen voor of streven zelfs naar parallelle samenlevingsstructuren in de vorm van autonome sharia-gebieden, als het ware enclaves die een voorafspiegeling zijn van de umma. Deze dient zich in de toekomst immers over de hele wereld uit te strekken, inclusief het Westen.” Kan de regering aangeven in welke instellingen respectievelijk moskeeën in Nederland dit gedachtegoed wordt uitgedragen? 16
    95 Kan de regering meer informatie verstrekken over de radicale invloeden die uitgaan van organisaties en netwerken uit de Arabische Golfstaten (minus Saoedi-Arabië)? Om welke Golfstaten gaat het? Op welke plaatsen in Nederland doet die invloed zich gelden? 16
    96 Kan de regering aangeven op welke wijze zij gedifferentieerde interventiestrategieën van de lokale overheid en lokale partners actief gaat stimuleren? 16
    97 Denkt de regering dat het in de brief aangekondigde plan van aanpak met het accent van de binding van allochtonen aan de Nederlandse samenleving, net zoals de recent gehouden nationale integratiebijeenkomst en het voorstel om 5 mei als bevrijdingsdag in te ruilen vooreen Dag van de Binding ook maar iets bijdraagt aan het terugdringen van islamitisch terrorisme en het straatterrorisme dat Nederland tart? 16
    98 Zal in de Nota Radicalisering een reactie worden gegeven op de concrete aanbevelingen die in de AIVD-nota zijn gedaan? 16
    99 Hoe gaat dit plan van aanpak ervoor zorgen dat docenten in het onderwijs een instructie op trainingsprogramma gaan krijgen waarmee ze vroegtijdig radicaliserende jongeren kunnen herkennen en gaan begeleiden? 16
    100 Waarom wordt in de paragraaf ‘Aanpak van verschijnsel radicalisering’ niet genoemd de uitvoering van de motie Van der Laan (29800 V, nr. 37), waarin de regering gevraagd wordt om een visie op de beperking van de voedingsbodem van het internationaal terrorisme? Wat is de stand van zaken met betrekking tot de uitvoering van deze motie? 16
    101 Op welke wijze zullen preventieve maatregelen, gericht op de voorkoming van radicalisering, betrokken worden in de nota ‘radicalisering in perspectief’? Wordt daarbij ook aandacht aan bijvoorbeeld jeugd- en buurtwerk besteed? Waarom is ervoor gekozen om het programma ‘weerbare samenleving’ afzonderlijk van de nota ‘radicalisering in perspectief’ vast te stellen? 16 17
    102 Kan de regering aangeven wat de effectiviteit van de Wet terroristische misdrijven tot nu toe is geweest, vooral voor wat betreft de opsporing en vervolging van samenspanning en het werven voor de gewapende strijd? 17
    103 Kan de regering een nadere uitleg geven op welke wijze gereageerd kan worden op vermoedens van een voorbereiding van een terroristisch misdrijf? 17
    104 Kan de regering een schatting maken hoeveel personele inzet zal moeten worden ingezet om het apologieverbod te handhaven? 17
    105 Kan de regering uiteenzetten op welke gronden ervoor gekozen wordt om de mogelijkheid te creëren om aan personen die voor de eerste keer worden veroordeeld wegens aanzetten tot haat en geweld een beroepsverbod op te leggen? Zou een dergelijk verbod niet beter passen bij personen waarvan vast te stellen valt dat het overtuigingsdaders zijn? 17
    106 Kan de regering uiteenzetten welke voor soort vermoedens en gedragingen in onderlinge samenhang vermoedelijke voorbereiding van terroristische activiteiten aannemelijk maken? Kan de regering uiteenzetten waarom dergelijke situaties nu niet aan te pakken zijn? 17
    107 Welke strafrechtelijk en bestuursrechtelijk optreden zullen mogelijk worden en welke criteria voor het beoordelen van de ernst van de bestaande vermoedens horen daarbij? Blijft gegarandeerd dat op dergelijk optreden rechtelijke controle mogelijk blijft? 17
    108 Hoe verhoudt zich het optreden bij vermoedens van een mogelijke voorbereiding van terroristische activiteiten tot de strafbaarstelling van samenspanning bij terroristische misdrijven? 17
    109 Betekent de uitbreiding van de toepassingsmogelijkheden van bijzondere opsporingsbevoegdheden bij aanwijzingen van een terroristisch misdrijf dat het verdachtenbegrip geschrapt wordt? Om welke bijzonder opsporingsbevoegdheden gaat het hier? Welke eisen worden er gesteld aan de aard van de aanwijzingen om over te gaan tot de inzet van bijzondere opsporingsbevoegdheden? 17
    110 Wat wordt bedoeld met semi-permanente veiligheidsrisicogebieden? Onder welke omstandigheden mag in een dergelijk gebied worden overgegaan tot fouillering? Welke criteria zouden daarvoor gesteld kunnen worden? Houdt de aanwijzing van luchthaven Schiphol als een dergelijk gebied in, dat ook publiek toegankelijke gebieden in de nabijheid van de luchthaven, zoals het NS- en busstation, de omliggende parkeergarages en industriële/zakelijke gebieden, daaronder vallen? 17
    111 Wat wordt verstaan onder “weerbaarheid”? Welke personen of groepen moeten weerbaar worden gemaakt, en op welke wijze? 17
    112 Is het denkbaar om het bezoeken van een terroristisch trainingskamp in het buitenland harder (strafrechtelijk) aan te pakken als zijnde voorbereidende handelingen met het oog op het plegen van terroristische activiteiten? 17
    113 Is het de regering in het kader van de terrorismebestrijding bereid, naar analogie van het Duitse systeem, in de Grondwet op te nemen dat grondrechten kunnen worden ontnomen aan diegenen die grondrechten misbruiken? 17
    114 Kan meer uitgebreid worden ingegaan op het wetsvoorstel dat in voorbereiding is en waarin wordt voorgesteld om al in geval van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf strafvordelijke maatregelen te treffen? 17
    115 Wie neemt de beslissing dat er over kan worden gegaan op strafvorderlijke maatregelen wanneer er sprake is van aanwijzingen van een terroristisch misdrijf? Wie controleert de persoon of instantie die deze beslissing neemt? Aan de hand van welke criteria wordt deze beslissing genomen? Zijn deze strafvorderlijke maatregelen tijdelijk of permanent van aard? 17
    116 Wie neemt de beslissing over het nemen van strafvorderlijke maatregelen tegen een persoon ten aanzien waarvan aanwijzingen bestaan van een terroristisch misdrijf maar die op zichzelf onvoldoende zijn voor strafrechtelijk optreden, over te gaan tot de verplichting zich te melden op het politiebureau, of voor een verbod om zich te bevinden in de nabijheid van bepaalde personen of objecten? Wie controleert de persoon of instantie die deze beslissing neemt? Aan de hand van welke criteria wordt deze beslissing genomen? Zijn deze strafvorderlijke maatregelen tijdelijk of permanent van aard? 17
    117 Verwacht de regering dat het aanwijzen van (semi-) permanente risicogebieden een effectieve manier van terrorismebestrijding is? Waarop is deze veronderstelling gegrond? Zal de aandacht in een permanent risicogebied op termijn niet verslappen? Kan aanwijzing als risicogebied niet (beter) gekoppeld worden aan het te ontwikkelen alerteringssysteem? Wat wordt binnen een (semi) permanent risicogebied de grond voor het fouilleren van een persoon? Wanneer geen duidelijke grondslag bestaat, dreigt dan willekeur? 17
    118 Is de regering bereid om het bezoeken van een trainingskamp voor terroristen strafbaar te stellen? Hoe is het mogelijk dat dit nog geen strafbaar feit is? Is de regering echt van mening dat het legaal moet zijn dat mensen in een trainingskamp tot terrorist worden opgeleid? 17
    119 Op welke wijze gaat de strafbaarstelling van apologie een strafrechtelijke bescherming bieden tegen radicalisering? Kan de regering aan de hand van de thans beschikbare informatie aangeven in hoeveel gevallen tot nu toe personen die zich schuldig hebben gemaakt aan apologie van terroristische misdrijven daadwerkelijk betrokken zijn geweest bij het begaan van terroristische misdrijven en/of beledigen c.q. haatzaaien? Op welke punten laat de huidige strafrechtelijke bescherming te wensen over om over te gaan tot strafbaarstelling van apologie? Valt hier een vergelijking te maken met het ontkennen of het verheerlijken van de holocaust, hetgeen op dit moment vervolgd wordt als belediging, discriminatie, aanzetten tot haat? 18
    120 Hoe wordt gecontroleerd en gegarandeerd, dat het verbod zich te bevinden in de nabijheid van bepaalde personen of objecten ook daadwerkelijk wordt nageleefd? 18
    121 Wat is een ‘aanwijzing’? Welke strafvorderlijke maatregelen kunnen getroffen worden? Kan iemand tegen wie dergelijke maatregelen getroffen worden onmiddellijk beschikken over een advocaat? 18
    122 Welke beperking van de vrijheid van meningsuiting acht u gewenst bij het strafbaarstellen van apologie? Op wie wordt deze wet van toepassing? 18
    123 Op welke basis zullen de gebiedsontzeggingen en meldplicht worden opgelegd? Door wie? Met welke mogelijkheden voor beroep? 18
    124 Is de regering van mening dat de verruimingsmogelijkheden tot het treffen van maatregelen ten aanzien van personen die aanzetten tot haat of geweld door deze personen een verbod op te leggen tot het verrichten van bepaalde activiteiten ver genoeg gaan en dat deze personen een directe bedreiging vormen voor de samenleving? Dienen deze personen indien zij niet de Nederlandse danwel een dubbele nationaliteit hebben waar mogelijk het land te worden uitgezet, eventueel na denaturalisatie, of door het verlies van hun verblijfsgunning? 18
    125 In welke context is het verheerlijken van terroristische misdrijven strafbaar? 18
    126 Hoe zullen de aangekondigde bestuursrechtelijke instrumenten (meldplicht, plaats- en contactverboden) worden gehandhaafd? Welke reactie zal volgen op het niet naleven van een dergelijk instrument? 18
    127 Waaruit zal de verbreding van de materiele toetsingsgronden van de Wet Bibob bestaan? 18
    128 Hoe verhoudt het te ontwikkelen verbod op apologie zich tot de vrijheid van meningsuiting? Aangezien deze brief betrekking heeft op terrorismebestrijding, waarom wordt dan ook een verbod op het verheerlijken van andersoortige ernstige misdrijven voorgesteld? 18
    129 Hoe zou moeten worden beoordeeld dat sprake is van verheerlijking van juist een terroristisch misdrijf? Kan het prijzen van de ‘Palestijnse vrijheidsstrijd’ hier bijvoorbeeld ook onder vallen? Kan het beoordelingscriterium ‘terrorisme’ nader worden ingevuld? 18
    130 Denkt de regering dat potentiële terroristen zich desgevraagd (periodiek) bij het politiebureau zullen melden? Is de gedachte, dat door een periodieke meldingsplicht op het politiebureau of door het opleggen van bepaalde verboden, (potentiële) terroristen ervan zal weerhouden om terroristische activiteiten te ontplooien, niet naïef? Is overwogen om betrokken direct zonder tussenkomst van de rechter vast te zetten danwel met een elektronische enkel- of polsband onder huisarrest te plaatsen, naar analogie van de situatie in het Verenigd Koninkrijk? 18
    131 Kan worden uitgelegd in termen van kwetsbaarheid, risico’s en de intensiteit van het gebruik waarom de structurele fouilleringsbevoegdheid wel structureel op het publieke deel van luchthaven Schiphol gaat gelden, maar bijvoorbeeld niet op het publieke deel van het Rotterdamse havengebied en het gebied van Utrecht Centraal Station/ Hoog Catharijne? 18
    132 Waarom leidt het bezoeken van een buitenlands trainingskamp niet tot denaturalisatie? 18
    133 Hoe wordt het voornemen uitgewerkt om in het bestuursrechterlijk instrumentarium een beroepsverbod op te nemen? En hoe wordt in dat verband afgebakend wat onder een imam wordt verstaan? 18
    134 Wil de regering dat een verbod op apologie ook betrekking kan hebben op een nog te plegen ernstig misdrijf of terroristisch misdrijf? 18
    135 Hoe verhoudt een beroepsverbod bij het aanzetten tot haat zich tot de vrijheid om een beroep uit te oefenen? 18
    136 De regering wil maatregelen kunnen treffen op grond van contacten of activiteiten die ‘van dusdanige aard zijn dat maatregelen gerechtvaardigd zijn’, kan dit criterium nader worden geduid? Ligt bij een dusdanig vaag criterium willekeur niet op de loer? Is het de bedoeling dat dit instrument alleen wordt ingezet ter bestrijding van terrorisme of ook van andere misdrijven? Hoe worden terroristische misdrijven afgegrensd van andere ernstige misdrijven? 18
    137 Verwacht de regering een verbod op het zich ophouden bij bepaalde personen of gebouwen te kunnen handhaven? 18
    138 Kan aan de Kamer een lijst worden gegeven van de namen van de 25 moskeeën in Nederland, die zoals de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties eerder heeft aangegeven, radicaal zijn?Kan hetzelfde gebeuren ten aanzien van de radicale imams in Nederland? 18 19
    139 Op welke wijze zullen organisaties die worden beschouwd als anti-integratief in kennis worden gesteld van dit feit en zich kunnen verweren tegen deze aantijging? 19
    140 Hoe zal de regering afdwingen dat een bestuur van een organisatie die zich bezighoudt met anti-integratieve activiteiten of die een broedplaats voor radicalisering, zich uitspreekt voor de normen en waarden van de Nederlandse samenleving? Wat is de sanctie indien men zich niet conform uitspreekt? Hoe duurzaam zal een dergelijke koerswijziging kunnen zijn en hoe kan dit gemeten worden? Waarom worden de imams die het radicaliseringproces bevorderen niet direct strafrechtelijk- en vreemdelingrechtelijk aangepakt? 19
    141 Is de regering bereid een verplichting tot het preken in moskeeën in de Nederlandse taal per direct in te voeren? Zo neen, waarom niet? 19
    142 Naar welke stichtingen en moskeeën wordt de aanpak van de pilot van het NCTb uitgebreid? 19
    143 Is de regering van mening dat de Nederlandse burgers ingelicht dienen te worden over de exacte locatie van radicaliseringshaarden in Nederland? En is de regering van mening dat deze radicaliseringshaarden preventief aangepakt dienen te worden voordat terroristische acties het gevolg zijn? Zo niet, op welk moment zouden er wel preventief maatregelen getroffen worden tegen deze kruitvaten van radicalisering? 19
    144 Welke prioriteitstelling wordt gehanteerd bij het voorgenomen wetgevingspakket en kan deze prioriteitstelling worden beargumenteerd? 19
    145 Welk beslag legt dit wetgevingspakket op de beschikbare capaciteit? 19
    146 Hoe wordt de kwaliteit van deze wetgevingsvoorstellen gewaarborgd? 19
    147 Wanneer zal de “groep van 150” personen die door de AIVD worden gevolgd vanwege hun radicale en islamo-fascistische inslag en bereidheid hiervoor geweld te gebruiken, preventief worden opgepakt, eventueel onder gebruikmaking van artikel 103 van de Grondwet, en ter bescherming van de Nederlandse burgers en gezinnen? 19
    148 Hoe zal de regering omgaan met de grote groep – hoewel een minderheid van de moslimpopulatie in Nederland – islamieten in ons land die hebben gekozen respectievelijk sympathiek staan ten opzichte van de radicale islam? Kan daarbij ook worden ingegaan op repressieve maatregelen zoals denaturalisatie en uitzetting? 19
    149 Kan de regering uiteenzetten: hoeveel radicale moskeeën al zijn gesloten, hoeveel radicale moskeestichtingen al zijn ontbonden, hoeveel radicale imams al zijn gearresteerd respectievelijk gedenaturaliseerd en uitgezet en hoeveel radicale moslims zijn gearresteerd en gedenaturaliseerd en uitgezet? 19
    150 Welke criteria gaat de IND hanteren om ongewenste gastsprekers te verwijderen? Welke criteria zal de IND hanteren om gastsprekers toe te laten voor een kort verblijf? 20
    151 Welke precieze taak heeft het kabinet voor ogen als het gaat om de door haar genoemde wijkagent, in het kader van terrorismebestrijding? Zijn wijkagenten voldoende opgeleid om toezicht kunnen houden op radicaliseringprocessen onder moslims? 20
    152 Kan de regering inzicht geven hoe effectief de onderling samenhangende maatregelen tegen het radicaliseringproces tot nu toe zijn gebleken? 20
    153 Als niet kan worden meegedeeld welke radicaliseringshaarden voorwerp van onderzoek zijn, kan dan wel worden gezegd om hoeveel (potentiële) haarden het gaat? 20
    154 Is voldoende capaciteit beschikbaar om van al de racicaliseringshaarden een vergelijkbare multidisciplinaire case studie te maken? 20
    155 Gaan politie, Justitie of andere instanties ook zelf actief op zoek naar nieuw illegaal (radicaal/terroristisch) materiaal op het internet, of wordt dit uitsluitend overgelaten aan de – oplettende – burger? Hoe wordt verkomen dat in het buitenland “gehost” illegaal materiaal via het internet toch Nederland bereikt? 21
    156 Waarom hakt de regering geen knopen door maar “beraadt” zij zich op aanpassingen van de wetgeving? Kan de regering nu al aangeven welke wetgeving aangepast zou kunnen en moeten worden naar aanleiding van de ervaringen die worden opgedaan bij het gebruik van ‘verstoren’ door de verschillende diensten? 21
    157 Wie zal uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor een notice en takedown procedure, en voor de inhoud van de gehoste website? Zullen de provider en host hiervoor verantwoordelijk worden gehouden? 21
    158 Hoeveel radicale internetsites zijn er de afgelopen maanden al uit de lucht gehaald? Kan de regering actiever en daadkrachtiger zijn dan het enkel voeren van gesprekken met de branchevereniging van Internet Service Providers? 21
    159 In hoeverre is er sprake van een verplichting voor de provider om op basis van een “notice” de betreffende informatie weg te halen? 21
    160 Betekent de opmerking dat “het kabinet zich beraadt op die aanpassingen van de wetgeving” dat weer andere of aanvullende wetgeving worden overwogen dan onder 5.2 en 5.3 is aangegeven en zo ja, kan dat dan nader worden toegelicht? 21
    161 Wat wordt verstaan onder “illegale informatie” op het internet? 21
    162 Wat dient te worden verstaan onder ‘schadelijke’ informatie op het internet? Hoe verhoudt het door de overheid weren van ‘schadelijke’ informatie op internet zich tot de vrijheid van meningsuiting? 21
    163 De regering stelt dat als het gaat om de aanpak van terrorismefinanciering op dit moment een verdere uitwerking en coördinatie van die maatregelen plaatsvindt. Gekeken wordt bijvoorbeeld naar de publicatieplicht van stichtingen. Waarom is dit alles niet reeds ten uitvoer gebracht? 22
    164 Wat zal worden ondernomen tegen radicaliserende televisie- en radio-uitzendingen die vanuit het buitenland tot ons komen? 22
    165 Wanneer is voor het eerst aangekondigd dat wordt bekeken hoe ondermeer een publicatieplicht van jaarrekeningen van stichtingen kan worden vormgegeven? Waarom verloopt dit zo traag? En wanneer wordt hier definitief duidelijkheid over geschaft? 22
    166 Hoever is de internationale samenwerking gevorderd om bedreigingen en radicale uitingen op internet tegen te gaan en te verwijderen en wat doen we met name als websites zich vanuit het buitenland op Nederland richten? Welke knelpunten doen zich hierbij voor? Wat gaat de AIVD concreet doen om haatzaaiende websites te ontregelen? 22
    167 Wordt bij het systeem van ‘notice and take down’ internationaal samengewerkt? Zou de overheid ook de bevoegdheid moeten krijgen om bepaalde informatie van internet dwingend te (laten) verwijderen? Zal het systeem van ‘notice and take down’ uitsluitend gelden voor radicale uitingen in verband met terroristisme of ook voor andere radicale uitingen? 22
    168 Hoeveel menskracht komt beschikbaar voor het tegengaan van misbruik van goede doelen/stichtingen en wat zijn de concrete prestaties die op dit vlak moeten worden bereikt? 23
    169 Wat zijn op dit moment – als het gaat om samenwerking tussen internationale diensten en instanties – de drie grootste knelpunten? 23
    170 Wat zijn op dit moment – als het gaat om samenwerking tussen nationale diensten en instanties – de drie grootste knelpunten? 23
    171 Zijn er claims gedaan in het kader van terrorismebestrijding die niet zijn gehonoreerd? Zo ja welke en waarom? 24