• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Opsporingsmethoden

    De politie heeft meer manieren om een zaak rond te krijgen dan (getuige)verhoren en de verklaringen van politiemensen. Ze kunnen ook hun toevlucht nemen tot bijvoorbeeld technisch onderzoek, observatie en afluisteren. Technisch onderzoek wordt vrij veel gebruikt, zo staat na de doorsnee inbraak meestal de technische recherche voor de deur, die dan onderzoekt of er vingerafdrukken, voetsporen en gereedschapssporen zijn. Uitgebreid technisch onderzoek, waarbij gelet wordt op elke splinter, stofje, vezeltje of speeksel, wordt alleen gebruikt in de zwaardere zaken. In dat soort zaken wordt ook regelmatig gebruik gemaakt van afluisteren en observatie. De laatste twee methoden worden ook door inlichtingendiensten gebruikt met een ander doel: informatie verzamelen. Afluisteren wordt besproken in een apart hoofdstuk, de overige opsporingsmethoden komen hier aan bod.

    Je zult als actievoerder dus lang niet altijd met dit soort opsporingsmethoden te maken krijgen. Ten eerste lenen veel acties zich bijvoorbeeld helemaal niet voor technisch onderzoek, zo is bij een openlijke actie vaak wel duidelijk wie wat doet en hoeven er dus geen vingerafdrukken gezocht te worden. Ten tweede is technisch onderzoek en observatie moeilijk en vaak duur en bij de gemiddelde plak- of kladactie is dan het sop de kool niet waard. Bovendien hebben de specialisten die dit onderzoek doen ook de medewerking nodig van de gewone politie. Als die de incriminerende spuitbus gewoon in de container gooit, dan houdt het voor een technisch rechercheur ook op. Tot slot heeft de politie soms ook genoeg aan de verklaringen van zichzelf, getuigen en verdachten, hoewel het meestal wel moeilijk wordt als de laatste partij zijn mond houdt.

    Toch zijn er ook redenen waarom het ook voor minder radicale activisten geen kwaad kan om op de hoogte te zijn en eventueel rekening te houden met technisch onderzoek en observatie. Of een zaak zwaar genoeg is voor dit soort onderzoek hangt namelijk niet alleen af van wat er nou echt gebeurd is (bijvoorbeeld kladden), maar ook van de context van de actie. Zijn rond een bepaald onderwerp ook heftiger acties gevoerd dan kan de politie wel degelijk interesse hebben in het handschrift of het soort verf dat bij het kladden is gebruikt. Bovendien bepalen niet wij, maar zij wat onschuldig is en wat zwaar en dat wil nog weleens tegenvallen. Dat je te maken kan krijgen met technisch onderzoek en observatie wil trouwens niet zeggen dat je er ook wat van te vrezen hebt, misschien heb je inderdaad niks te verbergen. Realiseer je wel dat dat in de toekomst misschien anders is : kun je niet absoluut uitsluiten dat je ooit wel heftiger acties zult gaan doen, wees dan ook nu al voorzichtig met sporen Dan word je later niet gepakt voor je jeugdzonden. Het kan trouwens voor bijna niemand kwaad om iets te weten over wat de politie zoal met vingerafdrukken kan doen, van een groot deel van de activisten worden ten slotte wel een keer vingerafdrukken genomen.

    Technische opsporingsmiddelen

    Als mensen acties gaan doen, bijvoorbeeld kladden of kleine prikacties, zou ik ze wel aanraden om voorzorgsmaatregelen of maatregelen achteraf te nemen. Natuurlijk hangt het er wel een beetje van af wat je doet. Een leus schilderen zou ik wel zonder handschoenen doen, maar ruiten ingooien weer niet.

    In het algemeen draait het in technisch onderzoek om het vinden van sporen die jou in verband kunnen brengen met de misdaad en de misdaad met jou. Het mooist voor de politie is natuurlijk als het allebei lukt. Technisch onderzoek wordt gedaan op de plaats van de misdaad, op spullen waarvan men vermoedt dat ze iets met het gebeurde te maken hebben en zich in de omgeving van de verdachte bevinden, bijvoorbeeld jouw huis, werkplek, schuurtje of auto. Alle sporen worden zo goed mogelijk bewaard en kunnen dus ook jaren later nog gebruikt worden. Erg specialistisch onderzoek gebeurt in het Gerechtelijk Laboratorium in Rijswijk. Als je rekening wil houden met sporenonderzoek moet je dus niet alleen tijdens de actie zelf voorzichtig zijn, maar ook bij de voorbereiding en na afloop. Zorg vooral ook dat je geen spullen in huis hebt liggen waarvan je niet wil dat ze tegen je gebruikt worden (bijvoorbeeld bonnetjes of restjes van actiemateriaal).

    Vingerafdrukken

    Een van de bekendste sporen is de vingerafdruk. Als je het nog niet wist: ieder mens heeft unieke vingerafdrukken. De politie heeft een enorm archief van vingerafdrukken, dit archief zit tegenwoordig in de computer, waardoor vingerafdrukken binnen enkele seconden met elkaar vergeleken kunnen worden. Jij komt in het archief als je bent opgepakt en je weigert je naam te zeggen of in verzekering wordt gesteld, de politie mag dan je vingerafdrukken nemen. Ze doen dit tegenwoordig vrij uitgebreid, dus ook afdrukken van de zijkant van de hand en de vingertopjes. Als je ergens hebt aangezeten (gereedschap, spuitbus), dan kan de politie je vingerafdrukken zichtbaar maken en ze met behulp van de computer vergelijken met hun archief. Zit jij in het archief, dan weten ze dus op die manier dat jij die betonschaar in handen hebt gehad. Via vingerafdrukken kun je ook jaren later nog worden gekoppeld aan een onopgeloste misdaad. Vingerafdrukken op gladde oppervlakken (plastic, metaal) zijn het gemakkelijkst zichtbaar te maken. Voor ruw materiaal (papier, steen, stof, hout) zijn er speciale, soms ingewikkelde, technieken.

    Vingerafdrukken zijn erg populair als bewijsmiddel, maar ook gemakkelijk te voorkomen. Draag handschoenen tijdens een actie en bij de voorbereiding ervan. Let wel even op het soort handschoenen: rubber operatiehandschoenen zijn niet geschikt voor het voorkomen van vingerafdrukken, die gaan er doorheen. Zorg dat gereedschap en andere dingen die je gebruikt vingerafdrukvrij zijn. In paniek laat je dit soort dingen namelijk vaak achter met alle gevolgen van dien. Gladde dingen kun je schoonmaken met terpentine, wasbenzine of iets anders wat vetoplossend is, vingerafdrukken zijn namelijk vet. Wil je geen herkenbare sporen van een doekje achterlaten, gebruik dan WC-papier. Het voorwerp in kwestie poets je zo helemaal schoon, handschoenen aan natuurlijk en er daarna niet meer aanzitten. Verwijder etiketten en haal bij bierflesjes het zilverfolie weg, vingerafdrukken vallen van die oppervlakken niet te verwijderen. Stoffen dingen kun je wassen, papier moet je gewoon niet aanraken, zie daarover meer in het stukje over persverklaringen. Gebruik plakband alleen met handschoenen aan (moeilijk, moeilijk) omdat je vingerafdrukken op de kleverige kant niet meer kunt verwijderen. (Vezel)sporen van de handschoenen blijven dan wel achter op het plakband. Vanwege deze vezelsporen kun je handschoenen het best maar één keer gebruiken. Met je geschoende handen zit je namelijk overal aan en zo laat je heel wat handschoensporen achter. Vinden ze de gebruikte handschoenen bij je thuis dan kunnen ze jou in verband brengen met die acties. Gebruikte je die handschoenen vaker dan kunnen ze ook nog eens meerdere acties met elkaar in verband brengen. Aan de binnenkant van handschoenen laat je vaak ook nog vingerafdrukken achter, gooi ze dus zo weg dat ze niet op jou zijn terug te voeren.

    Soms trek ik wel bewust handschoenen aan of veeg ik vingerafdrukken van gereedschap af van tevoren, dan ben ik wel heel voorzichtig. Ook in een groep wel hoor, van nou laten we maar zorgen dat er geen vingerafdrukken op het gereedschap komen, dat weer niet op gepakt kunnen worden als ze het vinden. Het zijn toch wel hele duidelijke bewijsstukken.

    Voetafdrukken / Bandensporen

    Met name bij wat serieuzere actiemethoden (bijvoorbeeld brandaanslagen of inbraken op gevoelige plekken) zal de politie zoeken naar voetafdrukken en andere afdrukken zoals die van fiets- of autobanden. Vooral met voetafdrukken moet je rekening houden als je dergelijke acties wilt gaan ondernemen. Een goede voetafdruk is namelijk,in combinatie met de bijpassende schoen, net zon hard bewijs als een vingerafdruk. Voetafdrukken laat je achter als je door zacht terrein loopt. De politie stelt ze veilig door er gips in te gieten. Ook zonder bijpassende schoen geven voetafdrukken een hoop informatie, bijvoorbeeld over gewicht, postuur en houding van de loopster. Voor bandensporen geldt min of meer hetzelfde als voor voetsporen: je laat ze achter in zacht terrein en de politie kan ze koppelen aan een gebruikte fiets of auto als ze die in handen krijgen.

    De eenvoudigste manier om voetsporen te voorkomen is sokken over je schoenen dragen, het profiel is dan niet te zien (sokken na gebruik weggooien zodat je geen sporen mee naar huis neemt). Ook kun je schoenen die je bij de actie gebruikt na afloop weggooien, er zitten dan echter nog wel sporen van je sokken en huidschilfers in en ze kunnen de manier waarop het profiel is afgesleten vergelijken met schoenen die je wel in de kast hebt staan. De perfectionisten onder ons gebruiken eenmalig nieuwe schoenen (geen herkenbare slijtage) met nieuwe sokken en schone voeten. Als je schoenen voor meerdere acties gebruikt kunnen ze via de voetsporen al die acties met elkaar in verband brengen, dat was misschien niet de bedoeling. Per actie andere schoenen gebruiken voorkomt dit probleem. Problemen met bandensporen voorkom je door ze niet te maken of door een voertuig te gebruiken dat niet aan jou, of mensen uit je omgeving, gebonden is.

    Gereedschapssporen

    Als je gereedschap gebruikt, bijvoorbeeld om een deur open te breken, laat dat gereedschap sporen achter op de deur en het kozijn. Die sporen verschillen per stuk gereedschap: de ene koevoet is de andere niet. De deur en het kozijn laten ook weer sporen achter op de koevoet, die sporen verschillen ook weer per deur en kozijn. Met name verfsporen zijn heel verradelijk: zelfs de meest minieme restjes verf, die je met het blote oog niet kunt zien, zijn door speciale teams nog te traceren en te vergelijken. Als de politie het gereedschap zelf heeft kunnen ze dus zien of het gebruikt is bij andere acties waar ze gereedschapssporen hebben verzameld. Meerdere acties kunnen zo met elkaar in verband worden gebracht (en natuurlijk met een persoon als er vingerafdrukken op staan). Heeft de politie het gereedschap niet dan kunnen de sporen bewaard blijven om ze te gebruiken voor als ze het gereedschap wel vinden. Bij jou in de schuur bijvoorbeeld.

    Gereedschap gebruik je het veiligst als je het maar een keer gebruikt en daarna veilig weggooit (in het water ofzo). Je hebt dan niet meerdere sporen op een stuk gereedschap, of een reeks acties met de handtekening van een schroevdraaier. Bovendien kan een stuk gereedschap moeilijk als bewijs voor een onderzoek worden gebruikt als het niet terug te vinden is.

    Lichamelijke sporen / DNA

    Lichamelijke sporen als haren, bloed, urine en huidschilfers werden vroeger vooral gebruikt om wat algemene informatie over een persoon te krijgen (bloedgroep, ziektes), tegenwoordig is het mogelijk om dit soort materiaal te gebruiken voor DNA-onderzoek. DNA is net als een vingerafdruk een individueel kenmerk: ieder mens heeft ander DNA. DNA geeft echter veel meer informatie dan een vingerafdruk, het is het genetische bouwplan van ieder individu. In de toekomst zullen onderzoekers veel meer kunnen afleiden uit dit bouwplan dan nu, de ontwikkelingen in de genetica gaan immers snel. Op dit moment (begin 2000) mag DNA alleen als bewijs gebruikt worden bij misdrijven waar een maximumstraf opstaat van 8 jaar of meer, zoals moordzaken of verkrachtingen. Er zijn echter plannen om dit maximum te verlagen naar 4 jaar, en dan komt het dus ook voor bepaalde actiemethoden in zicht. DNA bevindt zich onder andere in bloed, haarzakjes, huidschilfers en speeksel. Uit minieme hoeveelheden kan al een DNA-profiel gemaakt worden. Deze DNA-profielen worden allemaal opgeslagen in een databank. Ook jaren later kunnen jouw DNA-gegevens zo nog gelinkt worden aan bepaalde misdrijven, de verjaringstermijn is 18 jaar. Het kan dus gebeuren dat je tien jaar later alsnog gepakt wordt voor een bepaalde actie (dit was bij vingerafdrukken natuurlijk ook al zo).

    Het achterlaten van lichamelijke sporen is moeilijk te voorkomen. Plassen en poepen kun je natuurlijk ergens anders doen en je kan opletten dat je je niet snijdt (bloed). Verlies van haren kun je voorkomen door iets over je hoofd te doen, maar een losse haar op een niet voor de hand liggende plek (ingeslagen ruit) zal niet zo snel gevonden worden. Het is vooral belangrijk dat je geen sporen achterlaat door voorwerpen te laten liggen waar bloed of spuug op zit. Dit kunnen dagelijkse dingen zijn als blikjes, sigarettenpeuken of tampons, maar ook actiemateriaal, gereedschap en dergelijke. Zeker als je heftige en dus strafbare acties doet, moet je zo hygiënisch mogelijk te werk gaan en dat niet alleen tijdens de actie zelf, maar ook bij de voorbereiding ervan. Werk zo schoon mogelijk als je dingen thuis in elkaar zet. Dit voorkomt bovendien een hoop problemen met andere sporen (verfschilvers, vezels, stof). Kijk hierbij in het bijzonder uit met het gebruik van plakband, daar blijft gemakkelijk van alles aan kleven. Dit was bijvoorbeeld het geval bij een van de RARA-verdachten. Een van de ontstekingsmechanismes die werden gebruikt bij het plegen van aanslagen was onder meer in elkaar gezet met behulp van plakband. Dit plakband was voor gebruik vastgeplakt aan de rand van een tafel. Verfschilfers van dit tafelblad werden later veiliggesteld door de technische recherche, en vergeleken met het tafelblad van de verdachte, waarbij werd vastgesteld dat het om dezelfde verf ging. Ook zat er een vingerafddruk van deze persoon op. Overigens werd de verdachte na een aanvankelijke veroordeling van 6 jaar vrijgesproken wegens vormfouten.

     

    Bankpas, klantenkaart, telefoonkaart

    Het digitale tijdperk heeft naast een aantal voordelen ook zeker een aantal nadelen die in het kader van dit boek van belang zijn. Het belangrijkste is eigenlijk dat alles wat je via die o-zo-handige pasjes doet, opgeslagen wordt en, als het nodig is, in een handomdraai weer terug te vinden is. Dus met wie je gebeld hebt, dat je op een bepaalde datum een bepaald stuk gereedschap via je pinpas hebt betaald, dat je op datum X een weekendretour naar een plaats Y, waar datzelfde weekend een vleesbedrijf in vlammen opging, hebt betaald met je bankpas enzovoort.

    Als je verdachte bent is het voor de politie erg simpel om toestemming te krijgen om in allerlei bestanden rond te neuzen of uitdraaien te verkrijgen. Dit kan niet alleen voor jouzelf vervelende consequenties hebben, ook degene die jij vlak voor of na een actie hebt gebeld met dezelfde telefoonkaart kan hierdoor in de problemen komen.

    Cameras

    Na de grote commotie rond het zinloos geweld van de laatste jaren gaan steeds meer gemeenten over tot het plaatsen van cameras. Gebeurde dit voorheen voornamelijk op plekken als stations en overdekte winkelcentra als Hoog Catherijne in Utrecht, de laatse tijd worden er steeds meer cameras geplaatst op de openbare weg, en dan met name in en rond uitgaanscentra, en langs snelwegen. Op het ogenblik is er eigenlijk geen wetgeving over cameratoezicht, en is er (dus) ook geen beleid op dit gebied. Dit betekent dat gemeenten zelf kunnen bepalen waar en hoeveel cameras geplaatst worden en hoelang de beelden bewaard blijven voordat ze gewist worden. Men moet wel duidelijk aangeven dat er op een bepaalde plek cameratoezicht plaatsvindt, hetzij door het plaatsen van borden, hetzij door de cameras zeer zichtbaar op te hangen. In de praktijk blijkt dit echter niet altijd te gebeuren, ook wil er nog wel eens een hoekje meegepikt worden, dat buiten het gebied valt waar officieel cameratoezicht plaats vindt. Ook bij toegangsdeuren van bedrijven en winkels en in deze gebouwen zelf hangt het vaak vol met cameras, al dan niet zichtbaar geplaatst.

    In de toekomst zullen cameras steeds intelligenter worden, ze kunnen dan bijvoorbeeld reageren op bepaalde geuren of geluiden (glasgerinkel) of gekoppeld worden aan computersystemen die letten op allerlei individuele kenmerken van mensen zoals hun manier van bewegen. In Duitsland worden nu al bewegingsprofielen gemaakt van arrestanten en ook in Nederland worden mensen nu al weleens gefilmd in plaats van gefotografeerd. Hang als je dat gebeurt dus zelf maar lekker de robot uit, dan maak je het ze in ieder geval moeilijker.

    Als je dus een actie wilt doen is het raadzaam om van te voren eerst even (onopvallend) te gaan kijken of er cameras hangen. Maar eigenlijk kun je er beter altijd van uit gaan dat er cameras hangen, en je maatregelen nemen. Zeker als er een onderzoek loopt tegen iemand of een bepaalde groep kunnen er cameras geplaats worden die niet zichtbaar zijn (zie ook verhaal Milieuactivist). Jezelf onherkenbaar maken, en dan vooral je gezicht, blijft aan te raden.

     

    Overige sporen

    De oorafdruk is iets nieuws in technisch rechercheland. Het onderzoek er naar wordt vooral tegen inbrekers gebruikt. Die drukken namelijk vaak hun oor tegen ramen of deuren om te horen of er iemand thuis is. Oorafdrukken heten net zo individueel te zijn als vingerafdrukken en de politie is daarom een bescheiden archiefje begonnen. Oorsporen kun je voorkomen door je blote oor niet tegen iets te drukken voor zover je dat al van plan was natuurlijk.

    Stukjes van kleding kunnen in verband gebracht worden met het hele kledingstuk en als dat bij jou in de kast hangt ook met de drager. Kleding is vaak ook gevaarlijk omdat er sporen van de plaats van de misdaad en de actie zelf inzitten. Denk bij het eerste aan stof, vuil, zand, planten, zaden, dit soort dingen komen vaak terecht in de naden en hoeken van kleding. Denk bij het tweede aan verf en chemicaliën, maar ook aan de duizenden ragfijne splintertjes van een ingeslagen ruit. Vanwege al dit besmettingsgevaar zijn de veiligste kleren weggooikleren, ze kunnen gevonden stukjes stof en vezels dan niet met jou of met andere acties in verband brengen. Bovendien neem je niet een half natuurgebied mee naar huis in de zoom van je jas. Gebruikte kleren wassen helpt niet tegen meegenomen sporen, die verzamelen zich namelijk in de stofvlokken die in naden en zakken zitten en die was je er niet uit. Het handigst is om twee lagen kleren over elkaar aan te doen. De tweede laag gooi je weg als dat onopvallend kan. Dit kan al nadat je je ijlings uit de voeten hebt gemaakt, je maakt het voor de politie dan ook moeilijker om je te pakken op grond van je signalement.

    Als mensen leuzen kladden doen ze dat meestal in een bepaald handschrift. De politie fotografeert dergelijke leuzen vaak en kan daaruit afleiden of diverse leuzen door dezelfde persoon zijn geschreven. Soms weet de politie ook wie dat is, als die persoon al eens eerder veroordeeld is wegens kladden bijvoorbeeld. Voor handschrift in brieven en dergelijke zie het stukje over persverklaringen. Ook herkenbaar taalgebruik en sporen van typemachines, computers en printers komen daar aan bod. Problemen met handschriftherkenning bij geschilderde leuzen kun je alleen voorkomen door sjablonen te gebruiken met één of ander algemeen lettertype. Dit is echter vaak hopeloos omslachtig, zeker bij grotere oppervlakten. Je zou kunnen overwegen om thuis op rollen papier alvast wat met sjablonen te spuiten, maar het plakken van die rollen is dan weer nogal tijdrovend en bovendien is het moeilijk om vingerafdrukken op de rollen te voorkomen. Zo neutraal en blokletterachtig schrijven kan het probleem wat verkleinen en je zou kunnen overwegen om bij het wat heftiger sloopwerk geen geschreven leuzen achter te laten.

    Conclusie

    Er zijn dus veel mogelijkheden om de technische recherche te slim af te zijn. Sommige van die mogelijkheden zullen soms wat overdreven of omslachtig lijken. Als jouw actie niet heel erg verboden of opzienbarend is zijn ze dat ook, de politie haalt dan tenslotte niet alles uit de kast. Je hoeft dus echt je fiets niet weg te gooien na een fietsdemonstratie. Toch heeft het zin om voorzichtiger te zijn dan jezelf nodig acht, dingen vallen dan namelijk mee en niet tegen en bovendien is voorzichtigheid iets wat je moet leren. Voorzichtigheid bij min of meer onschuldige acties is een goede voorbereiding op eventueel minder onschuldige acties.

     

    Observatie

    Sommige mensen denken altijd dat ze gevolgd worden. Sommige mensen denken dat alle mensen die zeggen dat ze gevolgd worden paranoia zijn. De waarheid ligt ergens in het midden. Observatie is een tijdrovende onderzoeksmethode, maar soms wel de enige die politie en inlichtingendiensten tot hun beschikking hebben. Lees hieronder wanneer je ermee te maken kan krijgen, hoe het in zn werk gaat en wat je ertegen kan doen.

    Wanneer

    • Als de politie een actie ernstig neemt en ze een vermoeden hebben wie de daders zijn. Door middel van observatie proberen ze hun vermoedens bevestigd te krijgen en bewijzen te verzamelen of zelfs mensen op heterdaad te betrappen.
    • Als de politie vermoedt dat er iets staat te gebeuren, bijvoorbeeld bij een grote ontruiming of een grote actie. Observatie is dan een middel om zoveel mogelijk over die actie te weten te komen en zo goed mogelijk voorbereid te zijn. Bovendien kan opvallende observatie een manier zijn om een actie in de kiem te smoren: mensen merken dat ze geobserveerd worden en zien van hun plannen af omdat ze niet meer geheim zijn of omdat ze zich geïntimideerd voelen.
    • Als een inlichtingendienst een groep of individu erg interessant en/of gevaarlijk vindt. Observatie is dan een manier om het archief over die persoon of groep uit te breiden: wie komt bij wie op de koffie, wat doen ze.

    Observatie wordt vaak gebruikt in combinatie met andere snuffelmethoden zoals afluisteren, telefoontappen en electronisch rechercheren, zie hiervoor elders in dit boek.

    Door wie

    In principe kan iedere agent je observeren, maar observatie door de politie gebeurt toch vooral door speciale teams. Dit zijn soms groepen van de lokale politie, bijvoorbeeld de AE (ArrestatieEenheid, is minder specialistisch dan een AT, een ArrestatieTeam) of adhoc samengestelde groepjes rechercheurs. Er zijn ook speciale observatieteams (OTs), daar zijn er niet zoveel van: soms niet eens één per politieregio. Inlichtingendiensten hebben eigen observatieteams.

    Hoe

    Er zijn twee soorten observatie: statische en dynamische. Bij statische observatie blijven de snuffelaars op één plek, bijvoorbeeld tegenover je huis. Bij dynamische observatie bewegen de snuffelaars met je mee, bijvoorbeeld door achter je aan te lopen. Vaak worden deze methoden met elkaar gecombineerd, ze houden dan het huis van mensen of hun stamkroeg en de mensen zelf in de gaten.

    Een vaste observatiepost kan van alles zijn, bijvoorbeeld het huis van de overburen, een tent met bouwvakkers of onopvallende busjes tjokvol apparatuur. Volgen gebeurt over het algemeen niet door één persoon, maar door meerdere mensen die niet alleen achter je, maar ook voor je en naast je lopen of fietsen. De volgers wisselen elkaar af zodat je niet de hele tijd dezelfde mensen ziet. Als je met het openbaar vervoer reist kopen ze ook een kaartje en staan ze je vaak ook op te wachten op de plaats van bestemming. De CRI heeft een speciaal observatieteam voor politieke activisten dat ook goed met de fiets overweg kan. Denk erom dat observatieteams een van de weinige afdelingen van de politie is waar ze echt hun best doen om vrouwen te werven: je krijgt dus niet alleen maar kerels achter je aan. Een goede observator probeert clichés te vermijden (regenjas, snor). Ga er dus niet vanuit dat ze eruit zien als stereotype stillen. Observanten communiceren met elkaar via de ether (mobilofoons, portofoons, mobiele telefoon), ze gebruiken vaak spraakversluieringssystemen (crypto) zodat je alleen maar rare piepjes hoort en niet kunt verstaan wat ze zeggen, of zelfs helemaal niets hoort.

    Bij het observeren wordt tegenwoordig sowieso veel technologie gebruikt zoals (aan bewegingsmelders gekoppelde) cameras bij statische observatie en peilbakens bij dynamische. Een peilbaken is een zendertje dat aan een auto of fiets wordt vastgemaakt waardoor dit voertuig makkelijker te volgen is. Informatie uit telefoontaps is vaak direct beschikbaar voor het observatieteam.

    Tegenmaatregelen

    Als je zelf verdacht zou kunnen worden van een heftige actie dan is angst voor observatie terecht. Of je bij een enge groep hoort is echter moeilijk in te schatten en een potentiële verdachte ben je al snel. In de laatste twee gevallen heeft het niet zoveel zin om voortdurend bang te zijn voor observatie, de kans erop is niet heel groot en je wordt er alleen maar paranoïde van. De tegenmaatregelen hieronder hebben dan ook vooral zin voor mensen die ook echt wat te vrezen hebben.

    • Je kan proberen te ontdekken of je gevolgd wordt in een rustige omgeving. Mensen die altijd om je heen hangen en verder nergens wat te zoeken hebben vallen dan op. Jij valt echter ook op als je de hele tijd om je heen kijkt en een goede volger kan ook in een rustige straat onopvallend zijn.
    • Als je gevolgd wordt en je wilt iets doen wat je volgers beter niet kunnen weten, dan kun je proberen ze af te schudden. Dit gaat het best in een drukke omgeving, een warenhuis met meerdere uitgangen is een klassieker. Vaak van vervoermiddel wisselen plaatst volgers ook voor problemen. Je kunt er echter nooit zeker van zijn dat je de snuffelaars kwijt bent, ga er dus niet vanuit dat je ongezien kan doen wat je wilt.
    • Observatieposten vallen soms op als je weet waar je op moet letten. Onbekende busjes die opeens dag en nacht in de straat staan, dat werk aan de riolering wat wel erg veel tijd in beslag neemt, de overburen die op zeer gezette tijden bezoek van mannen van middelbare leeftijd krijgen Maar misschien heeft ook gewoon iemand een busje te leen, is het riool echt kapot en heeft je overbuurman een intensief contact met zijn visvrienden.

     

    Binnentreden en huiszoeking

    Soms wil de politie je woning binnengaan, om wat voor reden dan ook. Zij moeten hierbij direct na het aanbellen vragen of ze binnen mogen komen, de reden geven waarom ze naar binnen willen en ze moeten zich legitimeren. Als je geen zin in bezoek hebt, mag je ze weigeren. Als ze een schriftelijke machtiging van de (hulp)officier van justitie hebben kun je ze weigeren, maar dan mogen ze wel de deur openbreken. Dit mag ook als je niet thuis bent.

    Bekijk een machtiging goed : klopt de datum, is de machtiging door een (hulp)officier van justitie afgegeven, zijn ze wel bij de goede woning, waarvoor is de machtiging precies afgegeven ?

    In sommige gevallen mogen ze ook zonder machtiging naar binnen gaan. Dit is het geval als er ernstig en onmiddellijk gevaar dreigt voor personen en / of goederen. Dit kan het geval zijn als ze een beginnend brandje zien, of als ze vermoeden dat er serieuze aanwijzingen zijn dat iemand zichzelf of iemand anders om wil brengen.

    Een huiszoeking is niet helemaal hetzelfde als het binnentreden van een gebouw. Volgens de Hoge Raad is een huiszoeking het stelselmatig en gericht zoeken naar voor inbeslagneming vatbare onderwerpen. Wie een woning mag binnentreden mag zoekend rondkijken, maar niet meteen het hele huis doorzoeken. Bij binnentreding ter aanhouding mogen ze zoeken op plaatsen waar een persoon zich kan ophouden, dus niet in een bureaula. Bij binnentreding voor een huiszoeking of inbeslagname mag alles doorzocht worden, dus ook een bureaula. (Overigens: Bij woongroepen mogen ze alleen in de kamer van de betreffende persoon en in gezamelijke ruimtes als woonkamer en keuken zoeken, en niet in de kamers van de medebewoners.)

    In principe moeten bij een huiszoeking een rechter-commisaris en een officier van justitie aanwezig zijn. In sommige gevallen mag een officier van justitie alleen een huiszoeking doen, dit is het geval als er echt niet op een rechter-commissaris gewacht kan worden, bijvoorbeeld in een geval van heterdaad zodat er geen sporen gewist kunnen worden. Tijdens een huiszoeking heb je recht op een advocaat. Je mag deze bellen, maar ze hoeven er niet op te wachten.

    In principe heb je als er spullen van je in beslag worden genomen, recht op teruggave van deze spullen nadat het onderzoek tegen je is afgerond.

    Bovenstaand verhaaltje geeft aan hoe het zou moeten gaan, het is overbodig te vertellen dat de werkelijkheid er nog wel eens anders uit kan zien