• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202/06-34339533, info@burojansen.nl.
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • Voorkomen is beter dan genezen

    Iedereen die acties organiseert heeft een bepaald doel. Een doel dat op verschillende manieren bereikt kan worden. Een voorlichtingsavond, een demonstratie, een bezetting, een ingraving, een vastketening, een bevrijding, een bom, ga zo maar door.

    Degene tegen wie de actie gericht is zal meestal niet al te blij zijn met de aandacht van een actiegroep. Of het nu de overheid is, het bedrijfsleven of individuen, allemaal zullen ze graag willen weten wie de actie organiseert en wat de plannen zijn. Alle mogelijke informatie over jou en je actiegroep kan voor hen van belang zijn. Dat geldt zeker als je strafbare feiten hebt gepleegd. Politie en justitie zullen hun best doen om de uitvoerders van bepaalde acties op te sporen.Dit hoofdstuk gaat er dan ook over hoe je problemen kunt voorkomen door zorgvuldig om te gaan met informatie en je acties goed te organiseren. Welke diensten op wat voor manier interesse hebben in informatie over jouw actie of actiegroep beschrijven we in een later hoofdstuk.

    Informatie

    Slordig omgaan met informatie heeft een aantal gevolgen. Het kan ongewenste arrestaties en veroordelingen opleveren, je actie kan van te voren uitlekken, maar ook tijdens de actie kunnen er daardoor dingen misgaan.
    Dit geldt naturlijk niet alleen voor illegale acties. Ook bij legale actiegroepen is het van te voren uitlekken van een actie of een hele campagne niet echt gewenst.

    Harde en zachte informatie

    Grofweg valt de informatie die anderen te weten willen komen uiteen in harde en zachte informatie. De eerste categorie bestaat de naam zegt het al- uit harde feiten. WIE doet WAT, WANNEER, HOE en WAAR. De tweede categorie bestaat uit vagere dingen: meningen, verbanden, relaties, inschattingen. Oftewel: wat vinden mensen van dit onderwerp?; wie is voor, wie is tegen?; wie gaat er met wie om?; wat voor persoon is dat eigenlijk?; waarom heeft hij met hem een probleem?

    Harde informatie veroorzaakt vaak meer zichtbare problemen (uitgelekte acties, arrestaties). Zachte informatie is gevaarlijk doordat het harde informatie minder steriel en daardoor bruikbaarder maakt.

    Inlichtingendiensten en politie zijn in beide soorten informatie geïnteresseerd. Zij willen een groep vaak helemaal in kaart brengen. Niet alleen de formele structuur is dan van belang, maar ook de informele. Naar wie wordt er geluisterd, wie ligt eruit, wat voor kliekjes en tegenstellingen zijn er. Allemaal dingen die je kan gebruiken om tweedracht te zaaien; om mensen onder druk te zetten bij een verhoor; om een goede basis te hebben voor een artikel 140 onderzoek (zie hoofdstuk 6); om uit te zoeken hoe je een groep kunt beinvloeden waarmee je onderhandelt etc. Hoe zij te werk gaan kun je lezen in hoofdstuk .

    Combineren en deduceren

    Informatie ligt vaak voor het grijpen. Dat geldt eigenlijk ook voor de politie en inlichtingendiensten. Ze kunnen zonder spectaculaire onderzoeksmethoden al heel wat aan de weet komen, twee voorbeelden :

    In 1990 werden in Nederland enkele honderden actievoerders gemobiliseerd voor een anti-apartheidsactie. Een startbaan op Schiphol zou bezet gaan worden. Van die baan zou immers een vlucht naar Zuid-Afrika vertrekken. De actie was goed voorbereid,maar uitgelekt. Het wemelde van de politie, met ondermeer pantserwagens en helikopters. Wat was hier misgegaan? Eén van de fouten in de voorbereiding was in Nijmegen gemaakt. Een van de mensen die daar bij de voorbereiding betrokken was had, niet zo heel lang voor de actie, een afspraak met een vriendin in een café in Nijmegen. Zij trof die vriendin daar met een bekende. Zowel de vriendin als de bekende hadden niks met de actie van doen. Toch vertelde zij erover. Die bekende was Han D., die zich later bekend zou maken als agent voor de BVD. Han bezocht na het gesprek in de kroeg een vergadering van anti-militaristen, de doelgroep waar hij door de BVD op was gezet. Daar vertelde hij over de voorgenomen actie waar hij van gehoord had. Joop de Boer, een medeactivist, waarschuwde dat hij over dat soort acties beter niet zomaar kon praten; die moesten geheim blijven. Joop de Boer was echter niet alleen medeactivist. Ook hij was, zoals na zijn ontmaskering in oktober 1990 bleek, werkzaam voor de BVD. De grote fout in dit verhaal was natuurlijk dat de Nijmeegse activiste niet in de kroeg met haar vriendin over de actie had moeten praten. En al helemaal niet terwijl daar iemand bij was die zij niet kende. Dat dat ook nog een BVD agent was, kon zij niet weten. Maar zo kunnen die dingen lopen.

    Gesprek 1, in de kroeg: “Ja, maar dat gebouw ligt daar ook zo onhandig aan het water maar één ingang weet je wel, hoe komen we daar ooit met 50 mensen binnen?”

    Gesprek 2, bij de deur: “Hé, ga je nou mee of niet? Ik moet immers nog even bij de van Slingelandkade kijken, weet je nog wel”

    Gesprek 3, in de volgende kroeg: “Nou blij dat we hier zijn, het stikt daar van de studenten, volgens mij zijn ze weer wat van plan. Als ik de universiteit was zou ik de zandzakken voor de deur leggen als zaterdag de minister komt!” “Ja mooi niet dus, hè! Je hoorde toch dat ze het over het partijkantoor daar aan de kade hadden.”

    Uit rondslingerende notulen: “de bezetting vindt plaats vrijdagnacht om 4 uur, Henk regelt de megafoon en het eten”

    Uit de krant: “ongeveer 30 studenten kwamen van de koude kermis thuis toen een bezetting van het PvdA-kantoor mislukte. De bezetters werden verrast door het aanwezige Security BV personeel wat snel de politie inschakelde”

    Nou hoor je in dit soort gevallen nogal eens dat de actie is uitgelekt omdat Henk een politie-informant is (of Jan Willem, of Marijke). Dat zou natuurlijk kunnen, je weet nooit zeker dat het zo is. Misschien zat er ook wel een observatiepost met richtmicrofoons, cameras en infraroodkijkers tegenover de studentenvereniging, de overbuurman heeft tenslotte een snor. Misschien kunnen we wel helemaal niks meer doen omdat ze het toch altijd in de smiezen hebben. Maar veel waarschijnlijker is dat de actie is uitgelekt omdat bijvoorbeeld één van de twee mensen in de tweede kroeg de volgende dag op een verjaardag kwam waar ook een fractiemedewerker van de PvdA was. Of omdat de barman van de eerste kroeg een vriendin heeft die de broer is van de beheerder van het PvdA-pand. Dat soort dingen de wereld is klein en informatie reist snel en de gevolgen daarvan krijg je vaker op je brood dan je lief is.

    Voorzichtigheid is de moeder van de dossierkast

    Ik hou er altijd op een bepaalde manier rekening mee dat inlichtingendiensten me in de gaten houden. Bijvoorbeeld doordat ik bepaalde dingen niet over de telefoon zeg, dat gaat dan vooral om de voorbereiding van acties. Ik vind het zonde dat een actie uitlekt omdat je toevallig iets verkeerds hebt doorgegeven over de telefoon. Ik geef dus bepaalde gevoelige informatie niet door en soms vertel ik zelfs zo weinig mogelijk door de telefoon, maar als ik het dan weer over veel algemenere dingen heb dan merk ik dat ik er lak aan heb en wel alles zeg.

     

    Als je het verhaal hierboven hebt gelezen zou je kunnen denken dat je helemaal niks meer mag zeggen: de vijand is overal en alles kan tegen je gebruikt worden. Maar hoe realistisch is dat?

    Voor een stiekeme (verf)bommengooier is een wolk van geheimzinnigheid nog een mogelijkheid, als openlijke pressiegroep kun je dat wel vergeten. Informatie naar buiten brengen is dan namelijk noodzakelijk en werkt in je voordeel. Je stuurt jaarverslagen rond om bekendheid te verwerven, je houdt voorlichtingsbijeenkomsten en open dagen en je overlegt met de politie om het verkeer rond het driedaagse jeugd- en fietsspektakel in goede banen te leiden.

    Voorzichtig zijn betekent dan ook niet dat je overal voorzichtig mee moet zijn. Het betekent dat je open bent als dat kan en gesloten bent als dat nodig is. Waar de grens ligt hangt af van wat je wil bereiken en wat voor risico’s je daarvoor wilt dragen. Per activiteit of groep moet je bepalen welke mate van voorzichtigheid je doelen dichterbij brengt of belemmert. Wil je schade aanrichten bij een vleesbedrijf dan is het in je belang om zo gesloten mogelijk te zijn. Beperk je tot het naar buiten brengen van een persverklaring. Je wint er niks mee als je het er met anderen over hebt, je riskeert wel een hoop. Ga je bij hetzelfde vleesbedrijf verkleed als bebloede varkens voor de deur gaan liggen, dan is het niet in je belang als het bedrijf dat van te voren weet. Wel is het fijn als je met een redelijk grote groep bent en als er journalisten bij zijn. Wil je organisatie dat iedereen die tegen de bio-industrie is op een bepaalde dag een roze laken buitenhangt, dan moeten zoveel mogelijk mensen dat weten. De onderhandelingen met de Vereniging van Scharrelboeren om de actie te ondersteunen hoeven weer niet op straat te liggen.

    Gevoelige informatie

    Per activiteit of groep kan je bepalen welke informatie wanneer voor wie gevoelig is.

    In het eerste voorbeeld is alle informatie over de actie gevoelig zolang de actie nog niet gebeurd is. De informatie moet dan alleen in handen zijn van de mensen die de actie doen. Is de actie voorbij, dan zijn alleen gegevens die kunnen leiden tot arrestatie en veroordeling van daders gevoelig (wie het waren, bepaalde werkmethoden, vluchtroutes etc). Deze informatie moet dus alleen tussen de oren van de daders zitten, de rest kan in een persverklaring naar buiten.

    In het tweede voorbeeld zijn, totdat de actie begonnen is, alleen de plaats en het tijdstip van de actie gevoelig. Voor die tijd moeten alleen mensen daarvan op de hoogte zijn die die kennis echt nodig hebben. De rest van de mensen hoeft alleen te weten dat er rond een bepaalde tijd een actie is.

    In het laatste voorbeeld is het onderhandelen met de Vereniging van Scharrelboeren gevoelige informatie. Afhankelijk van het resultaat en het verloop van de onderhandelingen kan de informatie gevoelig blijven tot ver na het tijdstip van de actie. Willen de boeren de actie alleen in het geheim steunen of heb je ze in ruil voor hun steun een positief stukje in je tijdschrift beloofd, dan is het meestal niet de bedoeling dat dit ooit bekend wordt.

    Bovenstaande voorbeelden geven aan hoe gevoelige informatie een activiteit of groep direct kan schaden. Er is echter ook veel informatie die jou of je groep op de langere termijn kan schaden. Blijf dan ook na een actie of na een overleg alert op de gevoeligheid van de informatie. Ook al verliep de actie zelf goed, achteraf hoeft ook niemand te weten hoe en met wie je de actie georganiseerd hebt.

     

    Veiligheidsklepjes

    Bij preventie denk ik als eerste aan de telefoon, afluisteren. Ik ga bijvoorbeeld bij iemand langs in plaats van te bellen. Maar als iets niet heel erg beladen is, bijvoorbeeld of je naar een demonstratie gaat of niet, dan bel ik soms toch als ik geen tijd heb om langs te gaan. Ik maak wel notulen op de computer, maar nooit met namen. Ik gooi papieren die niet iedereen hoeft te zien in de papierversnipperaar. Het is een soort tweede natuur geworden

    Duidelijk is dus dat je niet overal geheimzinnig over hoeft te doen. De grenzen bepaal je zelf en zijn afhankelijk van de inspanning die moet doen in verhouding tot de acties die je voert. Bedenk je in ieder geval dat veiligheid staat of valt met meerdere oplossingen die elkaar aanvullen. Werkt de ene niet, dan heb je in ieder geval nog een andere achter de hand. Hieronder vier algemene richtlijnen die er aan bijdragen dat gevoelige informatie minder snel in de verkeerde handen terechtkomt.

    • De eerste richtlijn werd al eerder genoemd: zo min mogelijk mensen mogen iets weten wat niet mag uitlekken. Het officiële woord hiervoor is het need-to-know-principe. Als het niet nodig is dat iemand iets weet, dan moet hij het ook niet weten. De nieuweling die dingen op internet gaat uitzoeken over een pand moet dus wel het adres weten en de betrouwbare oude rot die je in de kroeg ontmoet niet.
    • Tweede richtlijn: dingen lekken minder snel uit als de gevoelige informatie kortere tijd in omloop is. Mensen hoeven niet twee weken van te voren te weten dat er op 23 januari om 16.00 uur een bezetting is van het PvdA-kantoor. De precieze tijd en plek kun je mensen ook een uur van te voren vertellen. Ze hebben dan minder gelegenheid om het er in de kroeg uitgebreid over te hebben. Lekken dingen dan alsnog uit, dan is het ook voor de boys van Security BV vaak nog te laat om te reageren.
    • De derde richtlijn heeft niet zozeer betrekking op wie wat weet, maar ook om wie wat te weten kan komen. Een ervaren inbreker hou je niet snel buiten de deur, maar snuffelaars hebben dit soort methoden vaak niet nodig. Het ligt dus voor de hand dat je niet in openbare gelegenheden over minder openbare dingen moet praten. Denk ook aan de papierwinkel die een actie met zich meebrengt. Om maar te zwijgen over wat er zoal op floppies en harde schijven rondzwerft. Is het bijvoorbeeld beslist nodig om datum en tijd van de actie in voor iedereen toegankelijke notulen te zetten?
    • De vierde richtlijn: je kunt het snuffelaars behoorlijk moeilijk maken als je harde informatie minder hard maakt. Harde informatie biedt namelijk meer mogelijkheden tot handelen en verder onderzoek. Als iemand dan toch het verslag van de onderhandelingen met de scharrelboeren heeft bemachtigd heeft hij er veel minder aan als er in het verslag alleen sprake is van partij 1 en partij 2, in plaats van dat de namen van de organisaties genoemd worden. Namen van personen en organisaties zijn vaak ook hèt middel om informatie uit verschillende bronnen aan elkaar te koppelen. Zeker voor mensen die ook weleens verboden acties doen heeft het zin om zo min mogelijk namen te noemen in aantekeningen en gesprekken, in ieder geval als je het over politieke dingen hebt. In veel (sterke) verhalen over mensen doen namen er ook niet zoveel toe, laat ze weg of verander ze, want wat maakt het uit of Michel, Jantien of iemand die agent een klap heeft gegeven.

    Gevoelige informatie is dus het veiligst als:

    zo min mogelijk mensen er

    zo kort mogelijk van weten en

    zo zorgvuldig mogelijk mee omgaan: dus

    zo min mogelijk over praten of schrijven en als je dat wel doet de informatie eerst ontharden.

     

    Organisatie

    Het is absoluut zo dat een goede organisatie van een actie helpt tegen het mislukken ervan en het voorkomen van arrestaties. Op het moment van de actie zelf is het vaak erg moeilijk om nog dingen of mensen te organiseren of te overleggen, vaak is het dan gewoon te hectisch en chaotisch

    Slechte organisatie kan heel veel betekenen (bijvoorbeeld rommelige financien). Hier gaat het vooral slechte organisatie als voedingsbodem voor succesvol politieoptreden. Oftewel ongewenste arrestaties en gedemotiveerde arrestanten. Door bij het organiseren goed rekening te houden met risicos kunnen deze problemen worden voorkomen.

    Risicos

    De meeste acties brengen risicos met zich mee. Wil je problemen met politie en justitie voorkomen dan zul deze risicos onder ogen moeten zien. Elke plaats, tijd en actiemethode brengt weer eigen risicos met zich mee. Hieronder enkele voorbeelden.

    • Als je een demonstratie organiseert dan heb je te maken met het risico dat allerlei mensen zich met de demonstratie gaan bemoeien (politie, nazis, boze burgers). Omdat jezelf met een relatief grote groep bent en de bemoeials ook kunnen dingen snel uit de hand lopen en vaak niet op een manier waar jij blij mee bent (arrestaties, knokkerij), mensen gedragen zich in een groep tenslotte vaak niet al te snugger. Deze risicos kunnen groter worden door de route van de demonstratie en de tijd waarop je demonstreert .Ga je langs het politiebureau, dan zul je eerder met de politie te maken krijgen, zeker als je daar bent op een tijdstip dat er veel politie is (b.v. als er een voetbalwedstrijd is).
    • Als je leuzen wil schilderen op een pand dan loop je het risico dat je opgepakt wordt, dit risico wordt groter naarmate het pand beter bewaakt wordt (beveiliging, buren) en je op een drukker tijdstip aan de slag gaat.
    • Als je een pand kraakt of bezet loop je het risico dat je er niet inkomt of dat je er veel te snel wordt uitgehaald. Verzet tegen arrestatie is meestal strafbaar dus dat wordt dan alternatieve huisvesting op het politiebureau. De risicos worden groter naarmate het pand moeilijker binnen te komen is (portier, stevige deur) en naarmate er beter op gelet wordt (buren die de politie bellen, beveiliging), dit heeft natuurlijk ook met het tijdstip te maken (wanneer slapen de buren, wanneer komt de beveiliging).

    Door je plan kritisch onder de loep te nemen kun je ontdekken wat voor risicos er aan vast zitten. Doe dit gedetailleerder als hier boven. Dus: waar gaat de route precies langs? Als je een stuk afsnijdt door die straat wat levert dat dan voor problemen op? Wanneer opent voetbalkroeg de Pitbull? Is die portier er de hele dag? Wanneer sluit de viskraam tegenover de ingang? Etc. Denk er wel aan dat uitzoekwerk weer een risico op zich is. Als je onopvallend met vijftien piercings dertig keer om vier uur s middags rond een pand loopt dan wek je heel wat argwaan.

    Een grondige inventarisatie betekent dat je ook rekening houdt met dingen waarvan je je niet kan voorstellen dat ze gebeuren. Vertrouw niet teveel op je eigen zekerheden, maar staar je ook niet blind op de meest onwaarschijnlijke problemen. Hou bovendien ook rekening met dingen waarvan je niet wilt dat ze gebeuren. Dat jij een vreedzame demonstratie wil, hoeft niet te betekenen dat hij niet uit de hand kan lopen, laat je door dit soort mogelijkheden niet overvallen, want dan ben je altijd verder van huis.

    Een goed plan is het halve werk

    Na de inventarisatie is het tijd voor het afwegen van het doel van een actie tegen de risicos van die actie: is het doel het risico waard? Zijn er alternatieve manieren om het doel te bereiken? Wat zijn de risicos van die alternatieven? Zet het allemaal op een rijtje, hak de knoop door en kies voor een plan.

    Dan is het tijd om je zo goed mogelijk voor te bereiden op de risicos die aan dat plan vastzitten. Bij die voorbereiding kun je gebruikmaken van de informatie die je opdeed tijdens het inventariseren. Heb je bijvoorbeeld besloten de leuzen toch te schilderen tijdens de openingstijden van de viskraam dan kun je dit risico kleiner maken door extra snel te werken (sjablonen b.v.), door de mobiele telefoon van de visboer even te lenen, door de visboer af te leiden of voor diens zicht te gaan staan: de mogelijkheden zijn eindeloos!

    De andere helft

    Een goed plan is het halve werk, maar ook bij de uitvoering van je plan zul je je best moeten doen om risicos te beheersen. Je hebt dan vaak te maken met onverwachte en onvoorspelbare gebeurtenissen waar je plan niet in voorziet. Deze problemen kun je het best het hoofd bieden als de mensen die het plan uitvoeren de ruimte krijgen voor improvisatie. Deze ruimte creëer je door een plan niet te strak in elkaar te zetten: maak niet voor elke mogelijkheid extreem gedetailleerde afspraken. Verder is het belangrijk om de uitvoerders de ruimte te geven om hun eigen capaciteiten zo goed mogelijk te benutten.

    Bij een actie waarbij je zo snel en onopvallend mogelijk te werk moet gaan betekent dit dat je met niet meer mensen bent dan nodig is. Je loopt elkaar anders maar voor de voeten. Kun je het met vier mensen af doe het dat niet met zn vijfen.

    Bij openlijke acties waarbij je met veel mensen bent betekent dit, dat mensen taken hebben die hen ook liggen. Bij wat voor actie dan ook moeten de deelneemsters bovendien met elkaar samen kunnen werken. Voor een goede samenwerking is het niet nodig dat ze elkaars beste vriendinnen zijn, maar als mensen elkaar niet vertrouwen of niet met elkaar kunnen praten kun je een goede actie wel op je buik schrijven. Ze voelen zich dan vaak niet gehouden aan afspraken, houden elkaar niet op de hoogte van belangrijke dingen en zijn in het algemeen meer met elkaar bezig dan met de actie. Vertrouwen opbouwen is een zaak van de lange termijn, terwijl acties vaak op de korte termijn gepland worden. Reken er daarom niet op dat je een grondig verziekte sfeer voor de actie wel even de wereld uithelpt. Vraag dus mensen die enigszins met elkaar overweg kunnen of laat mensen die dat niet kunnen zoveel mogelijk gescheiden van elkaar werken.

    Ondanks al deze voorzorgen kan het toch misgaan, zorg dat je daarop voorbereid bent, zodat de mensen die opgepakt worden de tijd zo goed mogelijk doorkomen. Regel van te voren een arrestantengroep en een advocaat. Op het moment dat dingen misgaan heb je daar geen tijd meer voor. Geef zoveel mogelijk informatie over de actie en de risicos aan de mensen die meedoen. Geef voorlichting over wat er kan gebeuren als je gepakt wordt ook al is de pakkans klein. Vraag of dingen ook echt duidelijk zijn. Zorg daardoor dat iedereen die meedoet achter de actie staat en op de hoogte is van de risicos. Doe je dit niet dan kan het gebeuren dat mensen onvoorbereid en slecht geïnformeerd in de bak komen. Ze voelen zich dan (vaak terecht) verraden door de organisatie en zijn daardoor een gewillige prooi voor verhoorders. Belastende verklaringen komen behalve de politie niemand ten goede en daarom is voorlichting over risicos een belangrijk onderdeel van het organiseren van een actie.

    Een evaluatie na afloop kan dingen die beter hadden gekund aan het licht brengen. Door kritisch naar je eigen ervaringen te kijken kun je vaak meer leren dan uit een (dit) boekje. Het is daarom jammer dat een evaluatie er zo vaak bij inschiet. Natuurlijk is er altijd veel te doen, maar een goede evaluatie kan je ook veel tijd besparen. Bovendien is een evaluatie niet alleen bedoeld om fouten in de toekomst te voorkomen, je kan ook veel leren van wat goed is gegaan. Plotselinge invallen, ideetjes en improvisaties tijdens een actie kunnen zo aan de basis liggen van toekomstige succesvolle actiemethoden.

    Met bepaalde mensen kun je goed praten over wat er is mis gegaan, of hoe het beter zou kunnen. Mensen die bereid zijn om daar over na te denken of er over te praten zijn ook de mensen waarmee je verder gaat. Mensen die dat allemaal flauwekul vinden, daar ga ik geen actie meer mee voeren, zeker als het om wat serieuzere acties gaat.

     

    Meedoen

    Vaak organiseer je niet zelf een actie, maar doe je mee aan een actie van iemand anders. Als je je laat reduceren tot actievee kun je echter jezelf, anderen en de organisatie in de problemen brengen. Laat jezelf dus niet als een willoos kuddebeest richting politiebureau dirigeren en lees hier hoe jouw zelfstandigheid iedereen ten goede komt.

    Als je meedoet aan een actie doe je dat niet zomaar. Probeer dus uit te vinden wat voor soort actie het is: wat is het doel, wat gaat er ongeveer gebeuren. Organisatoren kunnen je dit best vertellen zonder meteen allerlei gevoelige informatie prijs te geven. Probeer je een beeld te vormen van de actie en bedenk dan of je er wel echt heen wilt. Veel doelen zul je vaak wel steunen, maar liggen de middelen jou ook? Als je bijvoorbeeld een heetgebakerd persoon bent kun je je afvragen of die geweldloze demonstratie wel iets voor jou is. Waarschijnlijk loop jij je suf te irriteren, terwijl de rest van de mensen last van je hebben. Zo bereikt niemand wat hij wil. In de meeste gevallen leiden er meerdere wegen naar Rome. Een goede zaak kun je op verschillende manieren steunen, kies een manier die bij je past.

    Als ik me niet prettig voel in een groep dan ga ik ook weg ofzo, of ik hou me een beetje afzijdig ik kwam op die demonstratie en iedereen wilde in dat zwarte blok lopen en daar liepen dan van die autonome ordetroepertjes langs van ja je moet perse met zoveel mensen naast elkaar lopen en dit en dat en die sfeer was zo grimmig in de groep, dat ik zoiets had van nou dit vind ik echt niet leuk meer. We zijn daar toen maar een beetje in de buurt blijven lopen op onze eigen manier. Bij die demonstratie voelde ik me echt niet prettig : ik voelde me niet veilig

    Word je gearresteerd bij acties die je niet ziet zitten, dan kun je in de bak ondermijnd worden door je slechte motivatie. Op zn best heb je een rottijd, op zn slechtst leg je onder druk van je eigen twijfels een verklaring af waarmee je jezelf of anderen in de problemen brengt.

    Risicos

    Hiermee zijn we aangekomen bij de risicos van een actie. Informeer je hier zo goed mogelijk over en bedenk dan of je deze risicos ook kunt en wilt nemen. Loop je bijvoorbeeld grote kans om opgepakt te worden en heb je de volgende dag een belangrijk tentamen dan kun je misschien beter niet meedoen. Anders raak je als je vastzit behoorlijk in de stress, met alle gevolgen van dien.

    Zoek ook uit wat de organisatie heeft gedaan om risicos te verminderen. Zijn er uitgewerkte plannen? Zitten die goed in elkaar? Weten mensen wat ze doen? Heel belangrijk is ook of er dingen geregeld zijn voor als het misgaat: is er een advocaat en een arrestantengroep? Als een organisatie het bestaan van risicos min of meer ontkent door er geen rekening mee te houden kun je je afvragen hoe veilig je bent als je meedoet. Zelfs al zie je de actie op zich zitten, als je opgepakt wordt en de organisatie laat je als een baksteen vallen dan is dat koren op de molen van verhorende rechercheurs en treiterende bewaarders.

    Van die actie bij de vluchtelingengevangenis had ik niet verwacht dat het uit de hand zou lopen, ik had er eigenlijk helemaal niet echt een voorstelling van. Toen ben ik er wel achter gekomen dat een arrestantengroep wel belangrijk is, na die tijd, toen er mensen waren opgepakt. Ik heb gesproken met mensen die in de arrestantengroep zaten en gezien dat het heel belangrijk is om zoiets te doen. Je zorgt dat de arrestanten zo snel mogelijk vrijkomen en dat je informatie krijgt over hoe het met ze gaat en je zorgt voor advocaten. Als je zelf aan een actie meedoet en je zit vast, dan is het fijn om te weten dat er een arrestantengroep is, dat er mensen met je bezig zijn.

    Er zijn natuurlijk ook acties die zo groot en massaal zijn dat je zelf vaak geen enkele inspraak hebt. Het gaat hierbij dan vooral om grote demonstratie. Toch kun je ook bij dit soort acties risicos lopen. Bescherm jezelf tegen moeilijkheden door er georganiseerd heen te gaan. Problemen bij demonstratie ontstaan bijna altijd als mensen in het wilde weg gaan rondrennen, omdat andere mensen gaan rondrennen die ook niet weten wat nou de aanleiding van de problemen was. De politie gebruikt en veroorzaakt dit soort paniek om zelf effectiever te kunnen optreden. Met een groep mensen ben je weerbaarder tegen dit cowboygedrag. Je kan namelijk op elkaar letten, zorgen dat er niemand valt of achterblijft, je hebt getuigen bij arrestatie of zelfs mensen om zon arrestatie te voorkomen. Verdeel de groep onder in stelletjes van twee mensen omdat het in een massa vaak al moeilijk genoeg is om met twee mensen bij elkaar te blijven. Als er geen arrestantengroep is kun je samen eventueel zelf iets regelen, als er wel een arrestantengroep is verlichten dit soort regelingen het werk van die groep.

    Je informeren, je mond opendoen en je organiseren zijn manieren om jezelf te beschermen bij deelname aan acties. Veel organisaties zitten niet te wachten op dit soort kritische consumenten, toch is het wel in hun belang dat mensen zelf nadenken. Hoeveel acties lopen niet in de soep omdat mensen slecht geïnformeerd of ongemotiveerd meedoen? En verklaringen bij de politie kunnen ook belastend zijn voor de organisatie (artikel 140), eventueel verstrekte zachte informatie kan de organisatie op de lange termijn schaden. Gezeur over slechte en onveilige planning is vervelend, maar ook iets waar een organisatie van kan leren.