• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_103

    167 aan  het  eigen  team.  Enkele  dagen  later,  op  14  november  1997,  werd  de  subjectrapportage  van  de “Taartman” afgerond. 7.4 Het verdere verloop van de sporen 3 en 4 7.4.1 De afwikkeling van het onderzoek naar de bedreiging van een officier van justitie Op  8  juli  1997  verleende  het  college  van  procureurs-generaal  toestemming  tot  een  analyse  van  het zogenaamde   IRT/Delta-dossier   ten   behoeve   van   het   onderzoek   naar   de   bedreiging   van   (een   of meerdere)  officieren  van  justitie.367  Een  dag  later  gaf  de  Haarlemse  hoofdofficier  van  justitie  Van Brummen de opdracht aan de chef CID van het Kernteam Randstad Noord- en Midden (KTR) om het IRT-dossier over te dragen aan CID-officier van justitie Snijders.368 Het dossier werd nog dezelfde dag opgehaald,  dit  tot  onvrede  van  de  kernteamleiding  en  de  zaaksofficier  die  zich  door  de  gang  van zaken  ‘overvallen  voelden’.  Hun  wrevel  werd  nog  versterkt  toen  CID-officier  Snijders  commentaar leverde op de wijze waarop het IRT-dossier sedert de besmetverklaring opgeslagen was geweest.369 De   analyse   van   het   IRT-dossier,   waarmee   op   10   juli   1997   een   begin   werd   gemaakt,   werd uitgevoerd door Schouten en De Wit, onder leiding van Snijders. Op  een  coördinatiebijeenkomst  d.d.   11   augustus   1997,   waar   de   drie   betrokken   parketten   – Amsterdam, Haarlem en Alkmaar – en het college van procureurs-generaal vertegenwoordigd waren, werden mede op basis van de eerste ervaringen de volgende lijnen uitgezet370: 1.     Het    materiaal    moest    in    zijn    geheel    in    kaart    worden    gebracht;    vervolgens    moest    worden beoordeeld of er materiaal aanwezig was dat ten behoeve van enig onderzoek van belang was en moest worden vastgesteld op welke wijze dat materiaal was verkregen. 2.     Ten  aanzien  van  onderzoeken  ten  behoeve  waarvan  na  verkregen  instemming  van  het  college materiaal  ter  beschikking  kon  worden  gesteld,  moest  door  de  onderzoekers  een  eerste  selectie worden   gemaakt;   vervolgens   kon   verstrekking   slechts   plaatsvinden   op   basis   van   aanvullende vragen van de leider van het onderzoek. 3.     Om  het  gewenste  materiaal  op  bruikbaarheid  te  beoordelen,  dienden  toetsingscriteria  te  worden ontwikkeld,  waarbij  in  ieder  geval  beginselen  als  rechtmatigheid,  subsidiariteit  en  proportionaliteit een   rol   zouden   moeten   spelen;   de   ontwikkeling   van   de   criteria   moest   in   overleg   met   het ressortparket  Amsterdam  gebeuren;  de  concrete  toetsing  van  het  materiaal  aan  de  criteria  zou door Snijders worden verricht. 4.     Indien  de  hoofdofficier  Haarlem  van  oordeel  was  dat  het  materiaal  bruikbaar  was,  zou  hij  dit formeel   overdragen   aan   de   hoofdofficier   van   justitie   die   het   gezag   had   over   het   onderzoek waarvoor het materiaal was bedoeld. 5.     De onderzoeken waarin het gebruik van materiaal aan de orde kon komen, waren toen: – bedreiging een of meer leden van het openbaar ministerie onder gezag van de hoofdofficier Alkmaar door Teeven; – liquidatie Van der Heiden onder gezag van de hoofdofficier Alkmaar door Teeven; – XTC-zaak onder gezag van de hoofdofficier Amsterdam door Teeven; – post-Van Traa-onderzoek onder gezag van de hoofdofficier van het LBOM door Noordhoek; – liquidaties (…)-groep onder gezag van hoofdofficier Haarlem door Van Straelen.                                                 367 Brief H. van Brummen d.d. 14 augustus 1997 aan het college van procureurs-generaal (D21). 368 Brief H. van Brummen d.d. 14 augustus 1997 aan de voorzitter van het college van procureurs -generaal (D21). 369 Interview J. Snijders d.d. 9 maart 2000 370 Brief H. van Brummen d.d. 14 augustus 1997 aan de voorzitter van het college van procureurs -generaal (D21).