• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_107

    171 mogelijk   te   maken.385   Op   7   oktober   1997   antwoordde   Borghouts   hem   dat   met   ingang   van   23 september de classificatie “stg.-geheim” was opgeheven en dat hij zich moest wenden tot Van Gemert en   Holthuis;   dezen   zouden   moeten   toezien   op   het   ter   beschikking   stellen   van   de   benodigde stukken.386 De plaatsvervanger van Holthuis, De Groot, maakte op 9 oktober 1997 deze brief over aan Van Gemert met het verzoek om hem op de hoogte te houden van de afwikkeling van dit verzoek. In het verlengde van deze procedure vroeg Slits – hiertoe uitgenodigd door de betrokken rechter- commissaris – op 23 oktober 1997 aan Holthuis om een aantal stukken uit het Fort-archief in het kader van  het  eerstgenoemde  onderzoek.  Diens  vervanger  maakte  dit  verzoek  eveneens  over  aan  Van Gemert met het verzoek om overeenkomstig de zojuist genoemde procedure te handelen.387 Om  welke  stukken  het  in  beide  gevallen  ging  is  hier  niet  relevant.  Wel  relevant  is  het  feit  dat  de lange duur van deze onderzoeken een aanzienlijke hypotheek legde op de aanpak van het onderzoek naar  L.  en  Van  V.  Mede  om  de  loop  van  deze  onderzoeken  niet  te  verstoren  zag  het  LRT-team immers alsmaar af van initiatieven in hun richting. 7.4.4 Het vervolg van de kwestie-Van T. Zoals  eerder  al  werd  gememoreerd  formuleerde  de  advocaat  van  Van  T.,  Korvinus,  op  1  augustus 1997  in  een  brief  aan  Docters  van  Leeuwen  een  reeks  concrete  vragen  met  betrekking  tot  de  rol  van Van  T.  in  het  XTC-Engeland-traject  van  het  IRT.  Hij  was  hiertoe  uitgenodigd  door  Gonsalves  met  het oog op de verkrijging van inlichtingen uit stukken in het Fort-archief.   De   kabinetschef   van   het   college   van   procureurs-generaal   stuurde   dit   verzoek   op   20 augustus   aan   Noordhoek   met   het   verzoek   om   liefst   voor   14   september   1997   een   voorstel   voor afhandeling te doen. Dit kwam er echter niet van. Pas op 5 november 1997 bracht Noordhoek advies uit aan Holthuis. Het kwam erop neer dat het verzoek niet ontvankelijk was onder meer niet omdat er geen machtiging voorlag van Van T. zelf maar ook omdat het rechtstreeks had moeten worden gericht aan Van Gemert, de registerbeheerder.388 Verder wees hij erop dat, wanneer het verzoek wel juist zou zijn  opgesteld,  er  toch  nog  heel  wat  obstakels  te  verwachten  waren  bij  de  feitelijke  inwilliging  ervan, zoals de toezeggingen die waren gedaan aan mensen in het Fort-onderzoek. Holthuis nam dit advies in zijn brieven d.d. 12 en 17 november 1997 aan respectievelijk de bedoelde kabinetschef en aan Ficq over.389 Daarna bleef het lange tijd stil. Zo stil dat Korvinus op 26 februari 1998 opnieuw een brief schreef aan  Ficq  waarin  hij  hem  vroeg  hem  mee  te  delen  waarom  beantwoording  van  zijn  verzoek  tot  heden was  uitgebleven  en  wanneer  het  wel  zou  worden  beantwoord.  Hij  herhaalde  hierin  nog  eens  zijn opvatting dat er in dit geval sprake was geweest van uitlokking, maar voegde er aan toe dat Zwerwer hem in december 1997 in een gesprek had medegedeeld dat hij ook vond dat Nederland verplicht was voor Van T. in actie te komen.390 7.5 Conclusie Eerst en vooral mag er in deze conclusie op worden gewezen dat spoor 2 waaraan een jaar voordien nog  zoveel  belang  was  toegekend,  in  de  zomer  van  1997  vrij  geruisloos  uit  beeld  verdween.  In  het algemeen riep de overdracht van de diverse deelprojecten geen problemen op, maar niet toevallig die                                                 385 Brief F. Slits d.d. 15 augustus 1997 aan H. Borghouts (C8). 386 Brief H. Borghouts d.d. 7 oktober 1997 aan F. Slits (C8). 387 Brief F. de Groot d.d. 24 oktober 1997 aan W. van Gemert (C8). 388 Brief E. Noordhoek d.d. 5 november 1997 aan H. Holthuis (C8). 389 Brief H. Holthuis d.d. 12 november 1997 (D16). 390 Brief C. Korvinus d.d. 26 februari 1998 aan C. Ficq (D16).