• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_109

    173 8 Het beraad met het college op 26 november 1997 8.1 Inleiding Hiervoor is duidelijk gebleken dat het college van procureurs-generaal vanaf maart 1996 op geregelde tijdstippen   de   start   en   de   voortgang   van   de   verschillende   onderzoekssporen   heeft   georganiseerd respectievelijk  geaccordeerd.  Dit  is  volgens  onze  zegslieden  reeds  een  hele  bijzondere  gang  van zaken. Normaal bemoeit het college zich niet zo vaak zo intensief met één enkel onderzoek. Helemaal bijzonder was dan ook het initiatief om op 26 november 1997 een speciale vergadering te wijden aan de presentatie en bespreking van de diverse onderzoekslijnen die hiervoor zijn behandeld. Om   meer   dan   één   reden   was   dit   een   belangrijke   bijeenkomst:   behalve   dat   het   college   een overzicht  kreeg  van  de  lopende  en  voorgenomen  activiteiten,  werd  het  ook  gevraagd  om  een  paar belangrijke  knopen  door  te  hakken.  In  het  onderhavige  hoofdstuk  wordt  eerst  uiteengezet  op  welke wijze  het  college  door  de  verschillende  “partijen”  werd  geïnformeerd  en  welke  kwesties  ter  beslissing werden voorgelegd. Vervolgens wordt bekeken waarover uiteindelijk een besluit is gevallen. Tenslotte wordt ingegaan op de nasleep van deze belangrijke beraadslaging. 8.2 De presentatie van de onderzoeken De   vergadering   van   26   november   1997   werd   opgeluisterd   door   de   aanwezigheid   van   vrijwel   alle hoofdrolspelers  in  het  post-Fort-traject.  Alleen  een  vertegenwoordiging  van  het  Amsterdamse  parket ontbrak.391 De presentatie viel uiteen in vier delen: 1. het inlichtingentraject/“Schilders” (verzorgd door J. de Wit);392 2. de voorlopige inventarisatie van het IRT-dossier (door P. Schouten); 3. het onderzoek van het LRT (door een lid van het LRT); 4. slotopmerkingen. De presentatie van de onderdelen 1 en 2 ging gepaard met het vertonen van tientallen dia’s. Ad 1 De  Wit  ging  in  zijn  presentatie  uitvoerig  in  op  de  vermeende  parallel-transporten.  Hij  deed  dit  aan  de hand  van  de  notitie  “Colombiaans  dubbelspel”.393  In  deze  notitie  wordt  beschreven  hoe  in  oktober 1995  tijdens  het  Fort-onderzoek  informatie  werd  verkregen  over  “dé  regeling”  tussen  het  “Cali-kartel” en  enkele  Nederlandse  criminelen.  In  de  periode  zomer  1992  –  januari  1995  zou  10.000-20.000  kilo cocaïne Nederland zijn ingevoerd. Daarbij speelde volgens de berichten een informant een dubbelrol en zouden enkele douanemensen zijn omgekocht. In de notitie wordt het begrip parallel-transport als volgt gedefinieerd:                                                 391 Kort verslag van de presentatie post-Fort-traject in Utrecht d.d. 26 november 1997, getekend LG (B1) 392 Twee dagen eerder hadden J. de Wit en P. Schouten een proefpresentatie gehouden ten overstaan van P. Aalbersberg (hoofd NCID/CRI) 393 Behalve dat deze notitie gebruikt werd bij de presentatie ten overstaan van het college van procureurs-generaal d.d. 26 november  1997  is  zij  als  bijlage  toegevoegd  aan  de  brief  van  H.  Holthuis  en  H.  van  Brummen  aan  het  college  van procureurs-generaal d.d. 9 december 1997 (B1).