• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_12

    76 “Spoor  1  zal  een  operationeel  strafrechtelijk  onderzoek  zijn  contra  de  verdachte.  Strafbare feiten:  overtreding  van  art.  140  Sr.  en  art.  10  Opiumwet.  Daarnaast  is  er  op  basis  van  de geanalyseerde  gegevens  voldoende  aanleiding  voor  een  apart  financieel  traject.  Zoals  de gegevens   thans   luiden,   zou   direct   gestart   kunnen   worden   met   het   vorderen   van   een gerechtelijk vooronderzoek.” Wat  de  organisatie  van  dit  onderzoek  betreft  werd  voorgesteld  om  het  te  laten  uitvoeren  door  (een gedeelte  van)  het  kernteam  Noord-  en  Oost-Nederland  (KT  NON),  meer  in  het  bijzonder  het  gedeelte dat was gestationeerd in Groningen, inclusief de betrokken officier van justitie en de vaste teamleider van de politie. Een van de overwegingen van Holthuis hierbij was64: “(…)  dat  dit  onderzoek  weg  uit  de  Randstad  moest  worden  verricht.  Het  leek  mij  een  goed idee  om  het  reeds  ingewerkte  kernteam  Noord-  en  Oost-Nederland,  onder  leiding  van  (…) die een goed teamhoofd is, aan het onderzoek te zetten. Weg uit de Randstad, weg van de besmettingshaard.” In  tijd  gezien  meenden  de  opstellers  van  het  scenario  dat  het  onderzoek  van  relatief  korte  duur  zou moeten zijn, bijvoorbeeld tussen een ½ en 1 jaar. Het onderzoek binnen spoor 2 Dit spoor zou volgens hetzelfde scenario een65: “(…)    los    van    het    hiervoor    beschreven    operationele    onderzoek    te    starten    verkennend opsporingsonderzoek  (moeten  behelzen),  dat  begint  daar  waar  het  Fortteam  is  geëindigd. De gepresenteerde analyses laten nog een aantal vragen onbeantwoord. Het is noodzakelijk om  zoveel  mogelijk  van  die  vragen  beantwoord  te  krijgen,  alvorens  te  beslissen  hoe  dit traject verder zijn beslag zal moeten krijgen.” Met  betrekking  tot  de  organisatie  van  dit  onderzoek  werd  door  de  auteurs  een  team  noodzakelijk geacht  dat  eveneens  onder  het  gezag  van  het  LBOM  zou  staan.  De  teamleiding  zou  moeten  worden gevormd door een advocaat-generaal of een officier van justitie 1e  klasse,  die  daarvoor  voorlopig  een half   jaar   werd   vrijgesteld,   die   beschikte   over   CID-ervaring,   politieke   feeling   had,   en   aan   wie   een speciale CID-officier zou worden toegevoegd. Wat de inbreng van de politie betreft zou het team moeten bestaan uit een teamleider, met grote ervaring en communicatief ingesteld, 1 of 2 misdaadanalisten, 1 à 2 rijksrechercheurs met ervaring in het  Fort-team  en  1  of  2  (informatie)rechercheurs.  Voor  de  samenstelling  van  dit  team  zou  moeten worden  teruggegrepen  op  de  mensen  –  zowel  officieren  van  justitie  als  politieambtenaren  –  die  deel hadden   uitgemaakt   van   het   Fort-team.   Het   team   zou   rechtstreeks,   zij   het   via   het   hoofd   LBOM, verantwoording moeten afleggen aan een van de leden van het college van procureurs-generaal. Het  team  zou  moeten  opereren  op  een  afgeschermde  locatie  in  het  centrum  van  het  land,  bij voorkeur in een bepaalde marechausseekazerne. Het zou eveneens selfsupporting dienen te zijn, ook wat betreft de materiële middelen. Aangaande  de  planning  dachten  de  schrijvers  van  het  stuk  dat  het  team  de  opdracht  moest krijgen om66:                                                 64 Interview H. Holthuis d.d. 17 januari 2001. 65 Scenario  van  een  strafrechtelijk  onderzoek  naar  aanleiding  van  de  bevindingen  van  het  Fort-team  d.d.  19  juni  1996 (B6). 66 Scenario  van  een  strafrechtelijk  onderzoek  naar  aanleiding  van  de  bevindingen  van  het  Fort-team  d.d.  19  juni  1996 (B6).