• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_16

    80 een   goede   vervanger   kreeg   op   het   parket   te   Leeuwarden.77   Holthuis   schatte   de   opstelling   van Zwerwer heel anders in78: “Ja, voor wat betreft de samenstelling is het zo dat Sieb Zwerwer heel eager was om ermee door te gaan. Hij was beschikbaar, hij wilde graag, hij had goede contacten met Docters, en hij kwam dus al snel op spoor 2 terecht.” Achteraf gezien pakte de aanwijzing van deze twee officieren minder gelukkig uit. De spanningen die tussen  hen  beiden  ontstonden  waren  volgens  Holthuis  mede  een  gevolg  van  het  feit  dat  de  een  niet zo’n ervaren officier van justitie was terwijl79: “(…)     Zwerwer     een     enorme     kennisvoorsprong     op     Noordhoek     (had),     en     ook     een senioruitstraling. Hij straalde uit precies te weten wat er gebeuren moest.” 3.4 Het gebruik van de archieven van het IRT en het Fort-team In  het  scenario  werd  er  niet  over  gerept  maar  het  was  ondertussen  wel  een  discussiepunt  geworden dat later in het onderzoek voor heel wat problemen zou zorgen: het gebruik van het archief van zowel het  IRT  als  van  het  Fort-team  in  het  kader  van,  respectievelijk  naar  aanleiding  van  strafrechtelijk onderzoeken. Wat was het geval? 3.4.1 Het archief van het IRT Wat  het  archief  van  het  IRT  betreft  moet  hiervoor  worden  teruggegaan  naar  het  voorjaar  van  1994. Toen   werd   door   een   officier   van   justitie   in   een   bericht   d.d.   14   maart   aan   de   ressortvergadering Amsterdam onder meer voorgesteld om een bepaald onderzoek door het kernteam Randstad Noord & Midden te laten verrichten op basis van geheel nieuw en “onbesmet” informatiemateriaal en dus – met andere  woorden  –  bepaalde  “besmette”  gegevens  niet  hiervoor  te  gebruiken.  In  een  departementale discussie  over  bepaalde  openbare  verhoren  door  de  Commissie-Van  Traa  in  het  najaar  van  1995 kwam  deze  kwestie  opnieuw  ter  sprake.  Hierop  berichtte  Vrakking  op  23  oktober  1995  aan  Van Randwijck   (op   diens   verzoek)   dat   er   bij   zijn   weten   geen   besluit   van   de   ressortvergadering   ten grondslag  lag  aan  de  beslissing  om  bepaalde  gegevens  “apart”  te  laten  zetten.  De  Beaufort  ging  in zijn antwoord d.d. 24 oktober 1995 iets explicieter in op de gang van zaken: “Het  is  juist  dat  bedoelde  gegevens  apart  zijn  gezet  en  niet  meer  worden  gebruikt  (…).  De beslissing  is  genomen  in  ressortelijk  verband  in  de  maanden  februari  en  maart  1994.  De ratio vormde dreigende procesrisico’s die een inktvlekwerking zouden hebben in het gehele land.” In zijn brief aan de minister d.d. 27 oktober 1995 gaf Van Randwijck nog wat meer tekst en uitleg: “De   reden   voor   het   apart   zetten   van   de   informatie   is   geweest   de   vrees   voor   eindeloze herhalingen    door    raadslieden    in    rechtszaken    over    vermeend    gebruik    van    informatie afkomstig  uit  het  Delta-onderzoek  (…)  en  procesrisico’s  zoals  eventuele  niet-ontvankelijk verklaringen  indien  mocht  blijken  dat  informatie  uit  het  Delta-onderzoek  zou  zijn  gebruikt  in een bepaalde strafzaak.”                                                 77 Interview S. Zwerwer d.d. 16 januari 2001. 78 Interview H. Holthuis d.d. 17 januari 2001. 79 Interview H. Holthuis d.d. 17 januari 2001.