• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_30

    94 4 Najaar 1996: de start van de beide teams 4.1 Inleiding Uit de onderzoeksvoorstellen die hiervoor zijn weergegeven blijkt dat de beide teams enige maanden nodig  dachten  te  hebben  voor  de  voorbereiding  van  de  definitieve  projecten.  Zij  hoopten  eind  januari 1997   of   uiterlijk   1   februari   1997   hiermee   klaar   te   zijn.   Deze   termijn   werd   echter   niet   gehaald. Uiteindelijk  konden  er  pas  in  maart  1997  meer  concrete  voorstellen  worden  gepresenteerd  aan  het college  van  procureurs-generaal.  Deze  vertraging  wijst  er  reeds  op  dat  de  zaken  in  de  maanden daarvoor  minder  gemakkelijk  zijn  verlopen  dan  men  begin  september  had  gedacht  of  gehoopt.  Er deden  zich  inderdaad  in  deze  periode  heel  wat  complicaties  voor.  Om  een  ordentelijk  overzicht  te geven  van  de  belangrijkste  ontwikkelingen  en  problemen  die  zich  in  deze  relatief  lange  periode  – zeven  maanden  –  hebben  afgespeeld,  is  dan  ook  geen  sinecure.  De  reconstructie  daarvan  kan  het beste in fasen gebeuren. De eerste fase die kan worden onderscheiden loopt van begin september tot begin  december  1996  toen  het  college  van  procureurs-generaal  en  de  minister  van  Justitie  de  eerste keer werden geconfronteerd met rapportages over de voortgang van de onderzoeken. De tweede fase –  van  begin  december  tot  eind  maart  –  wordt  in  hoofdstuk  vijf  besproken.  In  deze  laatste  fase  werd zoveel als mogelijk gewerkt aan de voorbereiding van operationele projecten. 4.2 De invulling van de randvoorwaarden Op  10  september  –  dus  daags  voordat  de  onderzoeksplannen  ter  kennis  werden  gebracht  van  de minister  van  Justitie  –  vond  er  een  kennismakingsgesprek  plaats  tussen  Zwerwer  enerzijds  en  Van Gemert  en  diens  plaatsvervanger  anderzijds.  Blijkens  de  aantekeningen  van  beide  laatstgenoemden voor een agenda kwamen er in dit gesprek heel wat punten aan de orde: het delen van de voorkennis, de   uitwisseling   van   informatie,   en   natuurlijk   ook   allerhande   materiële,   financiële   en   personele kwesties.100   Zonder   huisvesting,   mensen,   middelen   en   informatie   valt   er   nu   eenmaal   weinig   te onderzoeken. Hierom wordt hierna eerst kort ingegaan op de realisering van deze basisvoorwaarden. Die  verliep  bepaald  niet  gemakkelijk.  Gegeven  het  feit  dat  het  onderzoek  door  het  LRT  moest worden verricht pleitte Holthuis ervoor om de twee sporen101: “(…)  vlak  bij  elkaar  te  zetten  op  één  locatie.  Ik  ben  een  praktisch  ingesteld  iemand  en  ook optimistisch. Ik had de hoop dat het toch nog zou lukken met de samenwerking als men op één locatie zou zitten.” Het  gebouw  waarop  men  eerder  al  zijn  zinnen  had  gezet,  bleek  uiteindelijk  toch  niet  beschikbaar  te zijn. Halverwege september moest dan ook hals over kop naar een andere ruimte worden gezocht. Na de  nodige  moeite  werd  begin  oktober  een  gebouw  getraceerd  dat  op  zichzelf  wel  geschikt  was  maar nog helemaal moest worden ingericht. Met behulp van gelden uit de “BOP-pot” werd een verdieping in                                                 100 Zie de aantekening “Gesprek AG S. Zwerwer d.d. 10.9.1996/10.00 uur” in F24. Verder maakt W. van Gemert ook in zijn persoonlijk dagrapport melding van dit gesprek (F24). 101 Interview H. Holthuis d.d. 17 januari 2001. S. Zwerwer stelde in zijn interview dat er uit zuinigheid werd gekozen voor een en dezelfde locatie.