• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_35

    99 4.3.1 De nadere plannen van spoor 1 Op  13  oktober  werd  er  binnen  het  LRT  een  eerste  versie  vervaardigd  voor  een  plan  van  aanpak  voor fase 1.124 Dit plan bestreek de periode 1 november 1996 tot 1 maart 1997. Er werd een onderscheid in gemaakt   tussen   zogenaamde   vooractiviteiten   en   hoofdactiviteiten.   Tot   de   vooractiviteiten   werden gerekend:  de  beantwoording  van  vragen  omtrent  de  bruikbaarheid  van  de  beschikbare  informatie  in relatie tot de status van de leden van het team, de verwerving van de informatie die had gediend voor de  samenstelling  van  het  rapport  van  de  rijksrecherche  (Fort-team),  het  onderbrengen  van  lopende onderzoeken  en  dientengevolge  het  beschikbaar  krijgen  van  de  betrokken  onderzoeksinformatie  en het   scannen   van   open   bronnen.   De   hoofdactiviteiten   omvatten   drie   dingen:   de   inventarisatie   en analyse   van   de   beschikbare   informatie,   de   formulering   van   een   voorstel   met   betrekking   tot   de haalbaarheid   van   een   tactisch   onderzoek   en   het   maken   van   een   projectplan   als   vervolg   op   dit voorstel. De  planning  van  al  deze  activiteiten  werd  in  de  vorm  van  een  stappenplan  gegoten.  De  eerste drie  stappen  die  moesten  worden  gezet  behelsden  de  lezing  van  beschikbare  literatuur,  de  inzage  in de   projecten   die   binnen   het   Fort-onderzoek   hadden   gelopen   en   de   formulering   van   “vragen   en verwonderpunten”   naar   aanleiding   van   de   kennisneming   van   het   Fort-archief.   Hiervoor   werd   de periode  1  november  1996  tot  8  december  1996  ingepland.  In  de  periode  9  december  1996  tot  20 december   1996   zouden   –   de   vierde   stap   –   de   beschikbare   gegevens   worden   aangevuld   via gesprekken   met   rechercheurs   die   aan   het   Fort-onderzoek   hadden   meegewerkt,   het   bijlopen   van lopende onderzoeken, het nalezen van de rapporten van de Commissie-Van Traa en andere. Stap vijf –  de  periode  20  december  1996  t/m  1  januari  1997  –  kwam  neer  op  het  opnieuw  benoemen  van “vragen en verwonderpunten” en op het vaststellen van deelprojecten. Tot 15 januari 1997 – stap zes –  zou  het  archief  opnieuw  in  ogenschouw  worden  genomen  in  functie  van  de  besluiten  uit  de  vorige periode en moest worden gepoogd om de verkregen gegevens te valideren en zo het afbreukrisico te beperken.  De  eerste  mijlpaal  –  stap  zeven  –  in  de  voorbereiding  zou  zijn  om  vanuit  de  doelstellingen 060   en   de   missie   van   het   LRT   de   rendabele   projecten   te   kiezen   en   de   omvang   ervan   en   de verantwoordelijkheid  ervoor  af  te  kaderen.  Stap  acht,  die  zou  duren  tot  15  februari  1997,  zou  in  het teken van het veredelen van de rendabele projecten staan, inclusief een “vermogensrechtelijke toets”. En stap negen tenslotte vormde de tweede “mijlpaal”, namelijk het formuleren van een projectvoorstel. Deze stap werd in de tijd bepaald op 1 maart 1997. Op  26  november  1996,  dus  nadat  men  reeds  enkele  weken  had  kunnen  kennisnemen  van  het Fort-archief,    vond    er    een    teamvergadering    plaats    over    de    concrete    aanpak    van    het    verdere onderzoek.   Op   deze   vergadering   werd   de   volgende   werkwijze   afgesproken:   de   verwonderingen vertalen  in  projecten,  deze  projecten  vervolgens  toewijzen  aan  diverse  personen,  vervolgens  elkeen belasten    met    de    analyse    van    een    deel    van    “de    kast”    voor    alle    projecten,    en    tenslotte    de projectverantwoordelijken  een  verslag  laten  opstellen  omtrent  hun  projecten,  uitmondend  in  concrete projectvoorstellen.   Deze   afspraak   was   niet   direct   voor   ieder   lid   van   het   team   even   helder   en/of geschikt en/of praktisch. Zo werd in het begin van december door een van hen een wat ander voorstel uitgewerkt.  In  dit  plan  werd  geopperd  om  de  informatie  betreffende  een  negental  personen  en  de bijbehorende rechtspersonen in een aparte database op te nemen. Welke informatie? Vooral die over hun  vermogen  (roerende  en  onroerende  goederen),  over  hun  administratieve  en  financiële  identiteit en  natuurlijk  ook  over  de  “verwonderpunten”  die  bij  de  kennisneming  van  het  Fort-archief  waren genoteerd.  Een  ander  drong  erop  aan  –  gegeven  ook  de  grote  tijdsproblemen  –  om  de  analyse  zo                                                 124 KLPD/LRT, “Plan van aanpak fase 1 onderzoek 96060”  d.d..  13  oktober  1996  (C7  en  F13).  Het  hierna  te  bespreken stappenplan maakt deel uit van dit plan. Volgens de beschikbare stukken zijn er overigens geen volgende versies van dit plan van aanpak gemaakt.