• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_64

    128 “(…)   geen   bijzondere   status   aan   het   team   geven   (wil   de   minister   persé   niet!).   In   het verlengde hiervan is een art. 18 lid 5 WpolReg. niet meer bespreekbaar. Procureur-generaal Gonsalves  zal  projectvoorstel  toelichten  en  de  noodzaak  van  de  voorgestelde  inbedding benadrukken.” Hij baseerde deze mededeling kennelijk op het gesprek dat hij en de andere teamleiders op diezelfde dag hadden gehad met Gonsalves en Holthuis tijdens hun bezoek aan het team.212 Voormalig minister van Justitie Sorgdrager ontkende tijdens het interview evenwel een zware stempel op dit vraagstuk te hebben gedrukt. Sterker nog213: “Ik  herinner  mij  de  discussie  over  het  al  dan  niet  toekennen  van  de  CID-status  aan  het onderzoek van Zwerwer niet.” Een ander punt dat tijdens het bezoek van Gonsalves en Holthuis aan het team uitvoerig aan de orde is geweest betrof de vraag waarom het onderzoek van spoor 2 niet door het LRT kon worden gedaan. Er werden 6 argumenten genoteerd waarom dit niet kon of althans niet wenselijk was: — het  onderzoek  was  nu  eenmaal  anders  gestart,  met  andere  woorden,  de  politiemensen  waren afgestaan  voor  een  bijzonder  integriteitonderzoek;  zou  het  LRT  het  onderzoek  overnemen  dan zouden die zeker worden teruggehaald; — het was een bijzonder onderzoek, “fenomeenachtig, maar opsporing” en geen “2 kapiteins op een schip” (de notulist plaatste achter deze laatste zinsnede overigens een ?); — omdat   het   twee   verschillende   typen   onderzoek   waren   moesten   ze   ook   beheersmatig   en budgettair gescheiden blijven; — onderbrenging  van  het  onderzoek  bij  het  LRT  zou  betekenen  dat  de  chef  LRT  erover  zou  gaan “en dat geeft problemen (welke? 2 kapiteins op een schip)”: — “wij   zijn   voorbereidend”;   pas   als   het   onderzoek   executief   zou   worden   zou   een   kernteam   of wellicht het LRT het kunnen gaan doen; — en de minister en de Kamer wilden zelf dit onderzoek “en er zal ook wel een resultaat uit rollen”. De   besluitenlijst   van   de   overlegvergadering   tussen   de   minister   van   Justitie   en   het   college   van procureurs-generaal op 12 februari 1997 vermeldt dat het college informatie gaf over de stand van het onderzoek en bevestigde dat er over de ophanging van het team zou worden gesproken in uitgebreid driehoekverband   (kennelijk   doelende   op   het   team   van   spoor   2).   Ook   werd   aangetekend   dat   de opdracht  aan  het  team  was  aangescherpt.  De  eerste  voortgangsrapportage  zou  in  maart  verschijnen en   op   basis   daarvan   zou   worden   bekeken   of   en   zo   ja   in   welke   vorm   de   Kamer   zou   worden geïnformeerd.214   In   de   notulen   van   deze   overlegvergadering   staan   bij   de   besluiten   enkele   niet onbelangrijke aanvullingen. Ten eerste dat – wat betreft de ophanging van het team bij het KLPD – er sprake was van enige weerstand bij leverende regiokorpsen om mee te werken aan een ophanging bij het KLPD/LRT. En ten tweede – in verband met de opdracht – dat de eerste aanwijzingen duidden op grote bereidheid bij de CID-chefs om informatie te verstrekken.215 Wat een en ander concreet betekende werd op 13 februari 1997 door Welschen door middel van een faxbericht doorgegeven aan Godlieb.216 Hierin schreef hij dat door het college was benadrukt dat in  het  voorbereidend  onderzoek  (spoor  2)  zou  worden  getracht  een  beeld  te  krijgen  van  de  bredere achtergronden die het criminele handelen dat in spoor 1 werd onderzocht, hadden gefaciliteerd; deze                                                 212 Van dit bezoek werd door een van de betrokkenen een verslag gemaakt: “Bezoek van Gonsalves en Holthuis” d.d. 10 februari 1997 (C 9). 213 Interview W. Sorgdrager d.d. 1 mei 2001. 214 Besluitenlijst van de overlegvergadering d.d. 12 februari 1997 (C7). 215 Notulen van de overlegvergadering d.d. 12 februari 1997 (F1). 216 Brief A. Welschen aan A. Godlieb d.d. 13 februari 1997 (C7).