• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort2_93

    157 dat het college van mening was dat er nog steeds geen zicht was op de bron van de ellende en dat er iets aan de hand was waar men de vinger niet achter kon krijgen. Er zou een orgaan moeten komen dat de informatie hierover coördineerde. Het college zag hierin een taak weggelegd voor de BVD. Het materiaal  dat  niet  strafrechtelijk  kon  worden  overgedragen  aan  de  politie  of  rijksrecherche  kon  dan worden overgemaakt aan de BVD. Docters van Leeuwen verklaart achteraf328: “Wat  medio  1997  duidelijk  was:  spoor  2  deed  zoals  gezegd  goed  z’n  best,  maar  men  had gewoon  de  bevoegdheden  en  de  mogelijkheden  niet  om  verder  te  komen.  Ik  heb  indertijd ook tegen Harry Borghouts gezegd: ”er is een actievere inbreng van de BVD nodig, want zo komen we er niet, zo blijft het te dun”. En als het niet via de BVD kan, dan moet er maar een politiële inlichtingendienst komen”. Borghouts had geen hoge dunk van dit spoor329: “Ik  vond  spoor  2  een  fiasco;  opgericht  en  opgeheven  door  het  openbaar  ministerie  zelf,  het departement  is  daar  buiten  gebleven.  Gezien  de  onduidelijke  doelen  vingen  zij  bot  bij  CID- registerbeheerders.” Ficq was eerder opgelucht dat spoor 2 werd opgeheven330: “In spoor 2 werden vele bellen geblazen en als puntje bij paaltje kwam had men toch weinig concreets   in   handen.   Het   traject   van   Zwerwer   was   wazig   en   genereerde   onrust.   De beslissing  in  de  zomer  van  1997  om  dit  traject  af  te  bouwen  kon  dan  ook  mijn  volledige goedkeuring als portefeuillehouder zware criminaliteit wegdragen.” Het  college  verzocht  het  team  verder  om  het  materiaal  zo  te  prepareren  tot  dossiers,  dat  het  in  de vorm van concrete opsporingsonderzoeken zou kunnen worden overgedragen aan andere eenheden. En   tenslotte   dankte   het   college   Zwerwer   voor   zijn   inzet   in   de   voorbije   jaren   met   de   woorden   het Nederlandse volk zowel Zwerwer als Pijl veel dank was verschuldigd.331 De  dag  daarop  –  op  26  juni  1997  –  kwam  het  team  van  spoor  2  samen.  Volgens  het  verslag werden   de   leden   door   Zwerwer   beknopt   geïnformeerd   over   het   besluit   van   het   college.   Op   een belangrijk  punt  lopen  de  verslagen  betreffende  deze  vergadering  uiteen.  Waar  in  de  notulen  van  het college duidelijk werd verwezen naar de BVD als zijnde de meest geschikte instantie om het bedoelde onderzoek   te   doen,   staat   in   het   onderhavige   verslag   dat   de   beoogde   “inlichtingendienst”   bij   de rijksrecherche    diende    te    worden    ondergebracht.    Verder    werd    er    nog    wat    nagepraat    over    de afwikkeling  van  de  eigen  activiteiten  en  over  de  toekomst  van  die  teamleden  die  hun  functie  hadden opgegeven  om  zich  bij  spoor  2  te  vervoegen…332  Wat  deze  verslagen  niet  zeggen  maar  wel  in  de interviews naar boven kwam, is de ontgoocheling die zich ondertussen had meester gemaakt van de leiding van spoor 2. Zo zei Godlieb333: “We   kregen   achteraf   wel   mooie   brieven,   maar   we   wisten   voor   onszelf   wel   beter   wat   de werkelijke  situatie  was.  Was  het  uiteindelijk  toch  niet  allemaal  “window  dressing”  geweest? De  Kamer  was  gelukkig  want  er  was  een  onderzoek  gedaan,  maar  er  was  niets  gevonden. Wij  hadden  ondertussen  echter  het  gevoel  dat  we  misbruikt  waren.  In  goed  vertrouwen  op                                                 328 Interview A. Docters van Leeuwen d.d. 17 januari 2001. 329 Interview H. Borghouts d.d. 24 april 2001. 330 Interview C. Ficq d.d. 29 januari 2001. 331 Vastgestelde notulen van de vergadering van het college van procureurs-generaal d.d. 25 juni 1997 (C10). 332 Samenvattend verslag teamvergadering KL 26-01 d.d. 26 juni 1997 (F11). 333 Interview A. Godlieb d.d. 1 februari 2001.