• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_11

    199 de  vorm  van  een  wat  agressieve  houding  ten  opzichte  van  de  advocatuur.  Maar  hoe  dan ook,  het  komt  allemaal  aan  op  de  vraag:  “wat  wil  je  als  officier  van  justitie  voor  je  rekening nemen in de zittingzaal?” Dit is op zichzelf natuurlijk een zakelijk discussiepunt. Maar het heeft alles te maken met de manier  waarop  je  je  beroep  wilt  uitoefenen.  Het  is  een  professionele  kwestie.  Tegen  Rick Noordhoek  heb  ik  gezegd  dat  hij  nooit  moest  accepteren  dat  hij  geen  kennis  droeg  van  de dreigingsanalyse     van     NN1     en     van     de     wijze     waarop     de     rechter-commissaris     werd voorgelicht.” Deze  zaak  speelde  hoog  op  en  heeft  vanaf  dat  moment  een  zeer  zware  wissel  getrokken  op  de persoonlijke verhoudingen tussen Noordhoek en Snijders. 9.4.4 Gerechtelijk vooronderzoek op naam of NN-GVO? Een  derde  punt  van  discussie  rondom  de  NN-verklaringen  betrof  de  vraag  in  het  kader  van  welk gerechtelijk  vooronderzoek  de  getuigenverhoren  plaats  zouden  vinden.  Volgens  Snijders  was  bij  alle betrokkenen    van    meet    af    aan    duidelijk    dat    het    niet    lang    daarvoor    geopende    gerechtelijk vooronderzoek tegen J. zich hiervoor niet leende424: “Noordhoek   wilde   het   nadrukkelijk   niet   in   zijn   gerechtelijk   vooronderzoek.   Hij   wilde   het onderzoek tegen J. nog niet open spelen en wist dat bij het horen van een bedreigde getuige er een betekening dient plaats te vinden in de richting van de verdachte en diens raadsman. Hij  wilde  geen  slapende  honden  wakker  maken.  Wij  hebben  toen  aangegeven  dat  wij  de verklaring wel wilden borgen in een eigen gerechtelijk vooronderzoek, nu er geen zekerheid was dat de verklaring in de toekomst nog steeds te halen was. Bijkomend voordeel daarvan was  dat  de  verklaring  ook  voor  andere  onderzoeken  van  belang  zou  kunnen  zijn,  nu  de getuige wel vier richtingen opging. Dat is de reden geweest dat we een NN-GVO gerechtelijk vooronderzoek   ter   zake   van   het   in   georganiseerd   verband   plegen   van   corruptie   hebben gevorderd.” Noordhoek gaf in het interview met hem aan dat hij zich altijd tegen de figuur van het NN-GVO heeft verzet en wel om de volgende reden425: “Er  werd  verklaard  over  een  bekend  persoon  waarover  al  eerder  verklaard  was  tijdens  het Fort-onderzoek.” Noordhoek  ging  er  met  andere  woorden  van  uit  dat  er  oneigenlijk  gebruik  gemaakt  werd  van  de mogelijkheid  om  een  gerechtelijk  vooronderzoek  te  openen  tegen  een  nog  niet  bekende  verdachte. Door  de  betrokken  leden  van  het  Haarlemse  parket  is  altijd  ten  stelligste  ontkend  dat  zij  eigenlijk precies  wisten  wie  de  verdachten  waren.  In  een  memo  aan  zijn  hoofdofficier  lichtte  Van  Straelen,  die min  of  meer  pro-forma  als  zaaksofficier  fungeerde  in  het  NN-GVO,  uitgebreid  de  motieven  toe  om  de getuigen  NN  in  een  NN-GVO  te  doen  horen.  Het  belang  van  de  getuigenissen  schuilde  in  zijn  optiek vooral    in    het    corruptie-element.    Aangezien    de    getuigen    in    algemene    zin    over    douane    en politieambtenaren   spraken   vond   Van   Straelen   het   alleszins   verdedigbaar   om   een   GVO   NN   te vorderen.426   Hoofdofficier   Van   Brummen   stelde   zich   onverkort   achter   dit   standpunt   op.427   In   het interview voegde hij er nog een element aan toe428:                                                 424 Interview J. Snijders d.d. 12 februari 2001. 425 Interview E. Noordhoek d.d. 31 januari 2001. 426 Memo van F. van Straelen d.d. 14 juni 1999 aan H. van Brummen over NN-GVO en NN-getuigen (B2).