• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_14

    202 “De  betrokkene  (…)  wist  dat  de  status  van  bedreigde  getuige  verloren  zou  gaan  wanneer hij/zij  onwaarheid  zou  spreken.  En  het  is  aan  de  rechter-commissaris  om  te  toetsen  of  de getuige een betrouwbare verklaring aflegt. Op dat punt waren we het in december 1997 ook allemaal eens.” Zoals  te  doen  gebruikelijk  gaf  de  rechter-commissaris  aan  het  eind  van  de  getuigenverklaring  een beoordeling  van  de  betrouwbaarheid  van  de  getuige.  Zij  merkte  op  dat  gezien  de  wijze  waarop  het verhoor  was  gelopen  en  de  inhoud  van  hetgeen  was  verklaard  de  getuige  NN  op  haar  betrouwbaar was overgekomen.437 In het najaar van 1998 werd de tweede anonieme getuige gehoord. Omtrent de betrouwbaarheid van deze getuige kwam de rechter-commissaris tot dezelfde conclusie als bij NN1.438 Tot  slot  zij  opgemerkt  dat  diverse  respondenten  er  op  hebben  gewezen  dat  in  de  vaak  heftige discussies  die  rondom  de  totstandkoming  en  het  gebruik  van  de  NN-verklaringen  zijn  gevoerd,  het element van de betrouwbaarheid van de getuigen van ondergeschikt belang was. Zoals Schouten het verwoordde439: “De  vraag  of  de  persoon  in  kwestie  al  dan  niet  betrouwbaar  was  heeft  in  de  discussie  geen enkele  rol  van  betekenis  gespeeld.  Dit  element  is  pas  weer  naar  boven  gekomen  ten  tijde van het verschijnen van het rapport van de Commissie-Kalsbeek.” 9.4.7 Discussie over het gebruik van de getuigenverklaringen Toen   de   verklaring   van   NN1,   en   naderhand   die   van   NN2,   was   opgenomen,   ontspon   zich   een langdurige discussie over het gebruik ervan. De Haarlemse officieren hebben nooit de intentie gehad om    met    het    starten    van    het    NN-GVO    in    Haarlem    een    begin    te    maken    met    een    eigen opsporingsonderzoek. Het gerechtelijk vooronderzoek was bedoeld om ten overstaan van de rechter- commissaris   twee   getuigenverklaringen   op   te   doen   nemen   ten   behoeve   van   het   060-onderzoek. Hoewel  de  informatie  van  de  getuigen  wellicht  de  bewijslast  had  kunnen  ondersteunen  in  andere strafzaken, zag Snijders hiervan naar eigen zeggen bewust af. In eigen woorden440: “Het  is  wrang  te  constateren  dat  we  indertijd  de  NN-verklaringen  doelbewust  niet  hebben ingebracht  in  de  zaak  van  U.  Dat  had  de  bewijsvoering  in  die  zaak  kunnen  ondersteunen. Het feit dat wij dat niet hebben gedaan had alles te maken met het voornemen om het 060- onderzoek niet negatief te beïnvloeden. Ik heb er, gelet op de huidige gang van zaken in de afwikkeling van de onderzoeken, nu spijt van als haren op mijn hoofd.” Volgens van Straelen is het echter nooit de bedoeling geweest om de NN-verklaringen in de zaak van U. te gebruiken441: “De NN-verklaringen zijn niet gebruikt in het onderzoek tegen U. en daar waren drie redenen voor. De eerste reden was dat het onderzoek tegen U. betrekking had op feiten na 1 januari 1994.  Wij  wilden  geen  problemen  met  besmette  feiten.  De  NN-verklaringen  hadden  juist betrekking  op  een  periode  daaraan  voorafgaand.  De  tweede  reden  was  dat  in  het  gehele onderzoek   tegen   U.   hard   drugs   nauwelijks   een   rol   speelden.   In   de   NN-verklaringen                                                 437 Verklaring gevoegd bij getuigenverklaring NN1 (D19). 438 Verklaring gevoegd bij getuigenverklaring NN2 (D19). 439 Interview P. Schouten d.d. 9 februari 2001. 440 Interview J. Snijders d.d. 12 februari 2001. 441 Interview F. van Straelen d.d. 15 januari 2001.