• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_19

    207 gebaseerd   op   de   in   het   proces-verbaal   omschreven   negen   parallel-importen.   Het   rapport   is   met andere woorden een uittreksel van het proces-verbaal. De   bevindingen   in   de   eindrapportage   kwamen   in   hoofdlijnen   overeen   met   de   voorlopige bevindingen. Het feit dat tussen beide rapportages een half jaar verstreek, werd door Van Stormbroek als volgt verklaard458: “Peter  Snijders  vond  dat  we  beter  even  konden  wachten  met  het  insteken  van  het  proces- verbaal, omdat het er naar uitzag dat het LRT er voorlopig toch niets mee wilde doen.” Volgens Schouten lag er nog een andere reden aan het tijdsverloop ten grondslag459: “Dat  er  zoveel  tijd  tussen  het  interim-rapport  en  de  definitieve  versie  zat,  had  gewoon  te maken  met  het  feit  dat  we  ook  met  andere  dingen  bezig  waren.  De  logistieke  operatie rondom  de  getuigenverklaring  van  NN1  nam  bijvoorbeeld  veel  tijd  in  beslag.  Veel  van  de dingen die we deden, moesten in de avonduren of in het weekend gebeuren.” 9.5.1 Methode van onderzoek Zoals  reeds  vermeld  is  in  paragraaf  7.4.2,  werd  bij  de  analyse  van  de  parallel-importen  uitsluitend gebruik  gemaakt  van  de  bronnen  waartoe  Van  Stormbroek  en  Schouten  toegang  hadden,  zoals  het Fort-dossier,  delen  van  het  IRT-dossier,  het  IIPS460  en  een  aantal  open  bronnen.  Allerhande  externe bronnen, zoals douanebestanden, bleven om veiligheidsredenen buiten beschouwing.461 Een  cruciaal  punt  ten  aanzien  van  de  analyse  betrof  de  –  ook  later  regelmatig  terugkerende  – vraag wat nu eigenlijk onder een parallel-import moest worden verstaan. Van Stormbroek en Schouten onderscheidden in dit verband twee varianten: 1.     Het in één container invoeren in Nederland van hard en soft drugs op één en hetzelfde schip; 2.     Het  met  twee  of  meer  containers  invoeren  van  verdovende  middelen,  waarbij  de  containers  op hetzelfde schip staan. In de voortgangsrapportage van de minister van Justitie van 31 mei 2000 aan de Tweede Kamer over de uitvoering van de aanbevelingen van de Commissie Kalsbeek speelt deze definitiekwestie ook een belangrijke  rol.  De  minister  onderscheidt  in  dit  stuk  een  ruime  en  een  enge  definitie  van  het  begrip parallel-import.   De   enge   variant   veronderstelt   het   bestaan   van   een   regeling   tussen   criminelen, waaronder  de  groei-informant,  en  overheidsdienaren;  in  de  ruime  variant  is  corruptie  geen  conditio sine qua non.462 In het parallel-proces-verbaal wordt uitgegaan van de   ruime  variant.  In  het  stuk  wordt  corruptie van overheidsdienaren althans niet als noodzakelijk bestanddeel van de beschreven parallel-importen beschouwd.  Zoals  we  reeds  hebben  gezien  –  bij  de  presentatie  aan  het  college  van  procureurs- generaal van november 1997; zie hoofdstuk 8 – en nog zullen zien – met betrekking tot de presentatie bij datzelfde college in oktober 1998; zie hoofdstuk 12 – werd tijdens de diverse presentaties over de parallel-importen  echter  de    enge   variant   over   het   voetlicht   gebracht.   Het   corruptie-element   werd daarbij in één adem genoemd met de parallel-importen. Daarbij moet uiteraard worden bedacht dat de presentaties   niet   alleen   gebaseerd   waren   op   het   parallel-proces-verbaal,   maar   dat   daaraan   ook andere bronnen, zoals de NN-verklaringen, ten grondslag lagen.                                                 458 Interview A. van Stormbroek d.d. 23 januari 2001. 459 Interview P. Schouten d.d. 9 februari 2001. 460 Het Interim Informatie Processen Systeem (IIPS) van de CRI is een geautomatiseerd systeem waarin onder andere het register van de Nationale Criminele Inlichtingen Dienst (NCID) is ondergebracht. 461 Interview A. van Stormbroek d.d. 23 januari 2001. 462 Kamerstukken II, vergaderjaar 1999-2000, 26269, nr. 29.