• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_24

    212 10 Het verloop van het onderzoek 062 10.1 Inleiding In deel I is op verschillende plaatsen (onder andere paragraaf 6.4 en paragraaf 7.3) reeds gerefereerd aan het onderzoek naar C. Aangestipt is dat enkele maanden na de start van het opsporingsonderzoek  naar  J.  onverwachts  informatie  binnenkwam  over  de  betrokkenheid  van  C.  bij omvangrijke   drugstransporten   (cocaïne   en   hasj).   Binnen   het   regiokorps   Zaanstreek-Waterland   liep reeds  een  opsporingsonderzoek,  waarbij  ook  C.  als  verdachte  betrokken  was.  Hoewel  hij  niet  tot  de zes   onderzoeksubjecten   van   het   LRT   behoorde,   werd   toch   besloten   om   het   tegen   C.   lopende onderzoek  door  het  LRT  te  laten  overnemen.  C.  was  namelijk  geen  onbekende.  Tijdens  het  Fort- onderzoek  en  de  verhoren  van  de  Commissie-Van  Traa  werd  hij  bekend  als  de  “Taartman”.  Hij  zou een  drugslijn  hebben  willen  opzetten  met  Marokko,  met  behulp  van  een  bedrijf  dat  sinaasappelen betrok  uit  dit  land.  De  zogeheten  “Sapman”,  een  informant  van  Van  V.,  zou  als  bedrijfsleider  voor  de “Taartman” hebben opgetreden.466 Het expliciete doel van het LRT-onderzoek was om de “Taartman” voor   de   “nieuwe”   feiten   uit   het   lopende   onderzoek   te   laten   berechten,   in   de   hoop   dat   hij   na   zijn veroordeling zou willen gaan praten over zijn relaties met Van V., L. en De J. Het onderzoek werd in kringen van het LRT aangeduid als het 062-onderzoek.467 10.2 De aanleiding In de loop van 1997 kwam van twee kanten informatie binnen bij het LRT samen over de “Taartman”. Het   eerste   informatiepakket   was   een   onverwachte   bijvangst   van   een   ‘gewoon’   drugsonderzoek, verricht     door     leden     van     het     regiokorps     Zaanstreek-Waterland.     De     tweede     bron     betrof     een rechtshulpverzoek  uit  Sri  Lanka.  Hierin  werd  informatie  gevraagd  over  de  “Taartman”  vanwege  diens betrokkenheid bij een onderschept drugstransport in dat land. 10.2.1 De eerste bron: het Carex-onderzoek Op  basis  van  een  binnengekomen  tip  en  CID-info  werd  door  de  regiopolitie  Zaanstreek/Waterland  in december 1996 een opsporingsonderzoek (Carex) gestart tegen een plaatselijk bekende drugshandelaar.  Deze  zou  een  XTC-  en  amfetaminelijn  op  Spanje  exploiteren.  Enige  tijd  later  werd een   gerechtelijk   vooronderzoek   tegen   hem   geopend   en   werd   zijn   telefoon   afgetapt.   Op   basis   van afgeluisterde gesprekken werd duidelijk dat hij contact onderhield met ene R. Deze R., zo zal verderop nog     duidelijk     worden,     bleek     samen     te     werken     met     de     “Taartman”     bij     de     organisatie     van cocaïnetransporten. Begin juni 1997 werd tot actie besloten, toen ‘over de tap’ bekend werd dat de drugshandelaar met R. aanwezig was bij een partij van 400 kilo cocaïne.468  Enkele  maanden  later  volgde  de  aanhouding  van                                                 466 Zie rijksrecherche Fort-Team; Rapport van hetonderzoek naar het functioneren van de RCID Kennemerland, 1996, blz. 311-315. 467 De gegevens die in dit hoofdstuk worden gepresenteerd zijn afkomstig uit de LRT-ordners 96062; het merendeel van deze gegevens is gehaald uit het stamproces-verbaal. 468 De  drugshandelaar  werd  op  26  mei  1998  door  de  Haarlemse  rechtbank  veroordeeld  tot  een  gevangenisstraf  van  vier jaar.