• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_25

    213 een   verdachte,   een   Colombiaan,   die   de   cocaïne   zou   hebben   geleverd.   De   partij   cocaïne   werd aangetroffen  in  een  bestelbus,  die  op  naam  bleek  te  staan  van  De  M.,  die  tijdens  het  onderzoek  van de Enquêtecommissie Opsporingsmethoden bekendheid verkreeg als de “Sapman” uit België.469 Ook bevond  zich  in  de  bestelbus  een  partij  sinaasappelen  afkomstig  van  het  bedrijf  van  de  “Belgische Sapman”.   De   Belgische   autoriteiten   werden   hierover   geïnformeerd   en   zo   ging   ook   daar   een onderzoek van start. Uit dit Belgische onderzoek bleek dat de container uit Venezuela was verscheept en in Rotterdam was    gelost.    Vervolgens    was    de    container    naar    het    sapbedrijf    van    de    “Belgische    Sapman” getransporteerd,  waar  de  cocaïne  onder  de  deklading  van  –  rotte  –  sinaasappelen  werd  weggehaald en  vervoerd  naar  Nederland.  Er  bleek  nog  een  tweede  container  te  zijn  aangekomen  met  hetzelfde schip en te zijn gebracht naar het bedrijf van de “Belgische Sapman”. Deze tweede container werd, op basis  van  een  tip  van  een  van  de  aangehouden  verdachten,  op  7  juni  1997  in  Hoorn  gevonden  met ongeveer  700  kg  cocaïne.  De  partij  was  in  het  geprepareerde  dak  van  de  container  verborgen.  De “Belgische Sapman” was overigens al een dag eerder door de Belgische politie aangehouden. Al  tijdens  de  taps  op  de  lokale  drugshandelaar  in  het  voorjaar  1997  en  met  name  tijdens  de verhoren  van  de  aangehouden  verdachten  kwam  de  “Taartman”  in  beeld.  Hij  zou  de  financier  en initiator  achter  de  cocaïnetransporten  zijn  geweest.  R.  zou  in  opdracht  van  de  “Taartman”  en  op  zijn kosten  het  uitvoerende  werk  hebben  verricht.  Deze  verdenkingen  vormden  in  september  1997  de aanleiding voor het LRT om een LRT-rechercheur deel uit te laten maken van het Zaanse Carex-team. Enkele  maanden  later  zou  het  onderzoek  naar  de  rol  van  de  “Taartman”  door  het  060-team  geheel worden overgenomen.470 10.2.2 De tweede bron: het rechtshulpverzoek uit Sri Lanka Naast het Carex-onderzoek was er nog een tweede aanleiding voor het LRT om een onderzoek naar de “Taartman” in te stellen. Het betrof een rechtshulpverzoek uit Sri Lanka dat aan het Amsterdamse parket was gericht. Het verzoek werd in februari 1997 verzonden naar aanleiding van een door de Sri Lankese  politie  onderschepte  vissersboot  met  ruim  10.000  kilo  hasj  aan  boord.  Uit  het  ingestelde onderzoek  bleek  dat  bij  de  organisatie  en  financiering  van  dit  transport  vier  Nederlanders  betrokken waren.  Eén  van  hen  was  de  “Taartman”.  Met  behulp  van  het  rechtshulpverzoek  probeerden  de  Sri Lankanen meer informatie over deze verdachten te verkrijgen. Het Amsterdamse parket toonde weinig belangstelling  voor  deze  zaak  en  stuurde  het  verzoek  door  naar  het  Rotterdamse  parket  omdat  twee van de vier verdachten in Rotterdam woonden. Het Rotterdamse parket zag er kennelijk ook niet veel heil in en stuurde het verzoek eind oktober 1997 weer door naar het LBOM. Op  het  LBOM  kwam  het  verzoek  als  geroepen.  Noordhoek  droeg  op  dat  moment  immers  al kennis    van    het    Carex-onderzoek    en    van    de    mogelijke    betrokkenheid    van    de    “Taartman”    bij drugshandel.   Hij   besloot   vrijwel   onmiddellijk,   op   5   november   1997,   om   het   rechtshulpverzoek   in behandeling  te  nemen  en  een  opsporingsonderzoek  in  Nederland  in  te  stellen  naar  de  vermoedelijk door de “Taartman” gepleegde strafbare feiten. Samen met twee rechercheurs reisde hij nog diezelfde maand   af   naar   Sri   Lanka   om   kennis   te   nemen   van   de   daar   aanwezige   gegevens.   De   drie functionarissen  keerden  niet  met  lege  handen  naar  huis  terug.  Zij  kregen  een  groot  aantal  kopieën mee  van  verhoren,  bills  of  lading,  printgegevens,  hotelrekeningen,  die  wezen  op  de  aanwezigheid  en werkzaamheden van de “Taartman” in Sri Lanka.                                                 469 Niet  te  verwarren  met  de  zojuist  genoemde  “Sapman”  uit  Nederland  die  een  informant  was  van  Van  V.  Voor  alle duidelijkheid zal in het vervolg gesproken worden over de “Belgische Sapman” en de “Nederlandse Sapman”. 470 Op 2 maart 1998 is er overleg geweest tussen Van Brummen en Ficq, waarin werd besloten de  “Taartman” van Carex over te hevelen naar het LRT. In feite had deze overheveling al in november plaatsgevonden. Uit: Tijdlijn (B2).