• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_26

    214 10.3 De aanpak van het 062-onderzoek op het LRT Begin  november  nam  het  LRT  het  onderzoek  naar  de  “Taartman”  over  van  het  Carex-team.471  Erg veel  eigen  opsporingsactiviteiten  behoefden  toen  niet  meer  te  worden  verricht.  De  verklaringen  van enkele  aangehouden  verdachten  en  getuigen  uit  het  Carex-onderzoek  en  het  Sri  Lankese  onderzoek gaven  al  veel  inzicht  in  de  organisatie  van  de  hasj-  en  cocaïnetransporten  en  de  rol  hierin  van  de voornaamste verdachten. Er werden door het LRT-team dan ook weinig dwangmiddelen toegepast. In tegenstelling   tot   de   gang   van   zaken   in   het   061-onderzoek   werden   in   het   062-onderzoek   geen telefoontaps geplaatst.472 Het  onderzoek  van  het  LRT  bestond  uit  twee  gescheiden  deelonderzoeken,  omdat  de  criminele groep   die   de   cocaïnetransporten   organiseerde   van   geheel   andere   samenstelling   was   dan   het samenwerkingsverband   dat   achter   de   hasjverschepingen   uit   Sri   Lanka   zat.   Het   enige   dat   beide groepen gemeen hadden was de deelname van de “Taartman”. 10.3.1 De cocaïnetransporten Op  het  moment  dat  het  LRT  de  “Taartman”-zaak  ter  hand  nam,  deed  zich  een  verrassing  voor.  De rijkswacht,   die   de   “Belgische   Sapman”   na   de   opheffing   van   diens   preventieve   hechtenis   onder observatie hield, ging op 12 november 1997 over tot de aanhouding van vier personen. De “Belgische Sapman”,  de  “Taartman”  en  hun  beide  advocaten  werden  in  een  wegrestaurant  aangehouden.  Naar aanleiding  hiervan  werden  nog  diezelfde  dag,  op  verzoek  van  de  Belgische  justitie,  huiszoekingen verricht   bij   de   “Taartman”.   Later   zou   door   de   “Belgische   Sapman”   worden   verklaard   dat   deze samenkomst was belegd om meer informatie te krijgen uit het Carex-onderzoek. De bedoeling was om de verklaringen op elkaar af te stemmen. Tot het moment van zijn aanhouding was de “Taartman” nog niet   verhoord.   Hij   wist   dat   er   in   het   Carex-onderzoek   belastende   verklaringen   over   hem   waren afgelegd, omdat de advocaat, door wie hij zich liet bijstaan, ook de verdediging van R. voerde. De   verhoren   door   de   Belgische   politie   van   de   “Belgische   Sapman”   leverden   gedetailleerde verklaringen  op  over  zes  cocaïnetransporten  in  de  periode  1994-1997  waarbij  ook  de  “Taartman” betrokken zou zijn geweest. In totaal zou het gaan om 1420 kilo cocaïne, waarvan 1100 kilo in beslag genomen  was.  In  tegenstelling  tot  vrijwel  alle  andere  aangehouden  verdachten  legde  de  “Taartman” geen  verklaringen  af.  Hij  ontkende  alle  betrokkenheid  bij  de  cocaïnetransporten.  Op  23  januari  1998 werd hij in afwachting van zijn berechting door de Belgische justitie in vrijheid gesteld. In de eerste maanden van 1998 dreigde de situatie te ontstaan dat zowel de Belgische politie als het  LRT  tegen  de  “Taartman”  opsporingsonderzoeken  naar  dezelfde  misdrijven  verrichtten.  Op  28 april   1998   werd   hieraan   een   einde   gemaakt   toen   de   strafvervolging   van   de   “Taartman”   door   de Belgische autoriteiten aan Nederland werd overgedragen. In feite heeft het LRT geen verdere onderzoeksactiviteiten behoeven te ontplooien. Men heeft nog wel gepoogd  om  de  “Taartman”  te  verhoren  over  de  cocaïnetransporten,  maar  hij  weigerde  categorisch hierover iets te zeggen. 10.3.2 De hasjtransporten uit Sri Lanka Op  het  Sri  Lankese  rechtshulpverzoek  volgde  een  Nederlands  rechtshulpverzoek  aan  Sri  Lanka  om daar  een  aantal  personen  te  mogen  horen.  Na  verkregen  toestemming  werden  enkele  weken  later twee rechercheurs van het LRT naar Sri Lanka gestuurd om personen te horen over de wijze waarop                                                 471 Het onderzoek naar de overige verdachten, onder wie R., werd geheel afgewerkt door het Carex-team van het Zaanse regiokorps. 472 Er  werden  ook  geen  printgegevens  opgevraagd  en  observatieacties  gepleegd.  Het  dossier  “ambtshandelingen”  in  dit onderzoek telt 71 handelingen; vergeleken met de 1111 handelingen uit het 061-onderzoek is dit aantal bijzonder laag.