• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_28

    216 heeft   bijgedragen   aan   een   verdere   verwijdering   tussen   twee   hoofdrolspelers,   Noordhoek   en   Van Brummen. 10.4.1 De mislukte deal van Snijders Reeds  bij  zijn  aanhouding  in  juni  1997  gaf  R.  te  kennen  dat  hij  bereid  was  een  deal  te  sluiten  met justitie.  In  ruil  voor  strafvermindering  zou  hij  verklaringen  willen  afleggen  over  de  organisatie  van  de cocaïnetransporten  en  over  de  betrokkenheid  van  de  verschillende  verdachten  hierin.  De  betrokken CID-officier   in   deze   Zaanse   zaak   was   Snijders.   Hij   hoopte   dat   door   gesprekken   met   R.   meer duidelijkheid kon worden verkregen over de financiers en leidinggevenden van de cocaïnetransporten, onder  wie  de  “Taartman”.  Deze  informatie  zou  dan  in  het  tactische  onderzoek  tegen  de  “Taartman” gebruikt  kunnen  worden.  Daarnaast  had  Snijders,  zo  verklaarde  hij  in  het  interview,  de  hoop  dat  R. “CID-matig uitgemolken zou kunnen worden over Van V. en L..”473 Uiteindelijk zouden de contacten tussen R. en Snijders op niets uitlopen. De transcripten van de gesprekken   die   inmiddels   waren   gehouden   zouden   nooit   worden   gebruikt.   Het   breekpunt   tussen Snijders   en   R.   vormde   diens   raadsman.   Deze   advocaat   was,   zo   wist   Snijders,   al   jarenlang   de raadsman van de “Taartman”.474  Snijders  was  van  oordeel  dat  het  niet  juist  en  niet  werkbaar  was  om tot een overeenkomst te komen met R. zolang hij een advocaat had die ook de belangen behartigde van de verdachte tegen wie R. juist als “kroongetuige” zou moeten optreden. Zoals Snijders het tijdens het interview uitdrukte475: “Met  R.  zijn  twee  of  drie  gesprekken  gevoerd.  Onmiddellijk  heb  ik  aangegeven  dat  hij  een andere  advocaat  moest  nemen.  Hij  had  namelijk  dezelfde  advocaat  als  de  “Taartman”.  R. kwam  in  dezen  zijn  afspraken  niet  na.  Het  werd  mij  bijvoorbeeld  duidelijk  dat  hij  direct  na afloop van een gesprek de advocaat van de inhoud op de hoogte bracht. (…)Toen bleek dat R. zijn afspraken niet nakwam heb ik in overleg met de zaaksofficier in het Carex-onderzoek, besloten om de contacten met R. te verbreken.” R.  voelde  zich  door  Snijders  onheus  bejegend  en  weigerde  nog  langer  verklaringen  af  te  leggen.  In januari 1998 werd hij naar België gebracht, om aldaar te worden verhoord in het onderzoek dat tegen de  “Belgische  Sapman”  liep.  Deze  verhoren  leverden  geen  nieuwe  informatie  op.  R.  werd  weer  naar Nederland teruggestuurd en verbleef tot aan zijn berechting in preventieve hechtenis. Hij werd in mei 1998 door de Haarlemse rechtbank veroordeeld tot 8 jaar onvoorwaardelijke gevangenisstraf. 10.4.2 De geslaagde deal van Noordhoek Ondanks  de  hoogte  van  de  straf  besloot  de  Haarlemse  zaaksofficier  van  justitie  hoger  beroep  in  te stellen. De rechtbank had R. voor een cocaïnetransport vrijgesproken. De zaaksofficier meende dat de kans op veroordeling door het hof voor dit transport betrekkelijk groot was en dat derhalve een hogere strafmaat tot de mogelijkheden behoorde. Intussen  brachten  twee  rechercheurs  van  het  LRT  R.  twee  weken  na  zijn  vonnis  een  bezoek  in zijn   cel.   Het   “aanlopen”   van   veroordeelden   is   volgens   één   van   de   betrokken   rechercheurs   een gebruikelijke manier van doen. R. gaf in het gesprek te kennen dat “de deur op een kier” stond.476 Hij zou, anders gezegd, wel willen meewerken aan een deal. Inmiddels was R.’s oude advocaat van het                                                 473 Interview J. Snijders d.d. 12 februari 2001. 474 Naderhand  zou  inderdaad  blijken  dat  de  “Taartman”  de  bewuste  advocaat  in  de  hand  nam  ten  behoeve  van  zijn verdediging in de strafzaak. 475 Interview J. Snijders d.d. 12 februari 2001. 476 Interview E. Noordhoek d.d. 31 januari 2001.