• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_29

    217 toneel  verdwenen  en  liet  R.  zich  bijstaan  door  een  nieuwe  raadsman.  Zowel  Snijders  als  Noordhoek verwachtten veel van een dergelijke deal. Noordhoek477: “Vooral Snijders was erg enthousiast. Hij sprak er altijd over dat de “Taartman”, wanneer hij een fikse straf zou krijgen, zou leeglopen op de achterbank van de politieauto”. Noordhoek verklaarde in het interview dat hij het niet zo gek vond om het hoger beroep als drukmiddel te  gebruiken.  Bij  de  onderhandelingen  over  de  voorwaarden  van  de  deal  zou  het  hoger  beroep  dan één van de tegemoetkomingen kunnen zijn aan R.478 Volgens Van Brummen  stond de beslissing van de  Haarlemse  zaaksofficier  van  justitie  om  hoger  beroep  aan  te  tekenen  echter  geheel  los  van  de deal479: “Zij  wist  helemaal  niets  van  de  deal  en  het  was  voor  haar  geen  overweging  bij  het  instellen van het hoger beroep. Zij vindt overigens, en dat vinden ik en de CTC ook, dat het intrekken van het appèl geen onderdeel van een deal kan zijn.” Noordhoek  kwam  met  R.  en  diens  advocaat  begin  juli  1998  tot  een  akkoord.  Overeenkomstig  de geldende  procedures  legde  Noordhoek  zijn  onderhandelingsresultaat  ter  goedkeuring  voor  aan  de Centrale  Toetsingscommissie  (CTC).  Het  resultaat  behelsde  dat  in  ruil  voor  verklaringen  van  R.  over de  cocaïnetransporten  waarbij  hij  betrokken  was  geweest,  door  Justitie  enkele  tegemoetkomingen zouden    worden    gedaan.    De    belangrijkste    hiervan    waren    dat    het    hoger    beroep    zou    worden ingetrokken, dat het openbaar ministerie positief zou adviseren op een verzoek tot partiële gratie (1/3 deel van de gevangenisstraf) en dat de ontnemingsvordering jegens R. beperkt van omvang zou zijn. Bovendien  werd  hem  een  sepot  in  het  vooruitzicht  gesteld  omtrent  door  hem  gepleegde  strafbare feiten waarover hij zou gaan verklaren. De CTC oordeelde evenwel negatief en het college van procureurs-generaal berichtte op 27 augustus 1998  aan  Noordhoek  dat  van  een  positieve  beslissing  van  het  college  geen  sprake  kon  zijn.  Enkele belangrijke overwegingen hierbij waren480: 1.     dat    het    verzoek    onvoldoende    informatie    bevatte    voor    een    goede    beoordeling    van    de proportionaliteit   en   de   subsidiariteit   van   de   deal;   cruciaal   was   daarbij   de   vraag   of   de   deal essentieel was voor de opsporing en vervolging van de door de “Taartman” gepleegde feiten; 2.     dat  de  tegemoetkomingen  aan  R.  verder  gingen  dan  in  het  wetsvoorstel  omtrent  afspraken  met criminelen  werd  voorzien;  in  het  wetsvoorstel  werd  uitsluitend  gesproken  over  een  vermindering van de vrijheidsstraf met maximaal 1/3 deel; 3.     dat   de   door   Noordhoek   gegeven   informatie   geen   uitsluitsel   had   gegeven   of   er   overleg   was geweest  over  de  vraag  of  het  Haarlemse  parket  bereid  was  mee  te  werken  aan  de  gratiëring;  dit parket was hiertoe op grond van de Gratiewet immers bevoegd. Bij  de  onder  2  geformuleerde  overweging  werd  onder  meer  gerefereerd  aan  het  intrekken  van  het hoger beroep. Hiermee keerde het “drukmiddel” zich tegen Noordhoek zelf 481: “Ik had juist het appèl als drukmiddel willen gebruiken, nu werkte het als het ware tegen mij toen gezegd werd dat ik te veel concessies deed.”                                                 477 Interview E. Noordhoek d.d. 31 januari 2001. 478 Interview E. Noordhoek d.d. 31 januari 2001. 479 Interview H. van Brummen d.d. 2 februari 2001. 480 Brief van C. Ficq d.d. 27 augustus 1998 aan H. Holthuis (B1). 481 Interview E. Noordhoek d.d. 31 januari 2001.