• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_30

    218 In hun vergadering van 6 oktober 1998 besteedden de leden van het college van procureurs-generaal opnieuw aandacht aan de voorgenomen deal met R. Het college besliste dat de zaak opnieuw aan de CTC  moest  worden  voorgelegd  en  dat  de  deal  met  R.  binnen  de  wettelijke  marges  zou  dienen  te blijven. Als  gevolg  van  de  afwijzende  CTC-beslissing  ontstond  er  druk  op  het  hoger  beroep.  Noordhoek trad  in  overleg  met  “Haarlem”  om  te  vragen  of  zij  bereid  waren  om  –  los  van  de  deal  –  het  hoger beroep  in  te  trekken.  Vanaf  dat  moment  ging  het  mis  in  de  communicatie.  Noordhoek  meende  van Van  Brummen  begrepen  te  hebben  dat  het  hoger  beroep  zou  worden  ingetrokken.  De  laatste  zou  dit in een overleg, waarbij Van Gemert en Holthuis aanwezig waren, hebben gezegd en nadien zou Van Brummen   dit   Haarlemse   voornemen   hebben   bevestigd   in   een   telefoongesprek   met   Noordhoek. Noordhoek hierover482: “Ik  heb  toen  overleg  gevoerd  met  Haarlem  om  te  vragen  of  ze  bereid  waren  het  hoger beroep  in  te  trekken.  Ik  had  gehoord  dat  in  een  overleg,  waar  ik  niet  bij  was,  maar  wel  Wil van Gemert en Hans Holthuis, dat van Brummen had gezegd dat als de CTC het van belang vond  om  het  intrekken  van  het  appèl  los  te  koppelen  van  de  deal,  hij  tot  intrekken  van  het appèl opdracht zou geven. Voor de zekerheid heb ik toen nog Van Brummen gebeld met de vraag:  is  Haarlem  bereid  het  appèl  in  te  trekken?  Van  Brummen  zei  dat  Haarlem  dat  wilde doen.  Ik  heb  toen  ten  tweede  male  een  verzoek  gericht  tot  de  CTC  en  heb  daarin  vermeld dat   Haarlem   de   bereidheid   had   uitgesproken   om   het   hoger   beroep   in   te   trekken.   Van Brummen   heeft   vervolgens   Manschot,   de   voorzitter   van   de   CTC,   gebeld   en   verteld   dat Haarlem absoluut niet van plan was om het hoger beroep in te trekken, omdat men destijds over  het  instellen  van  het  hoger  beroep  goed  had  nagedacht  en  men  van  mening  was  dat het  alle  kans  van  slagen  had.  Toen  werd  ik  erop  aangekeken  dat  ik  de  CTC  onjuist  zou hebben   ingelicht.   Ik   heb   toen   tegen   Holthuis   gezegd:   “weet   je   dan   niet   meer   dat   Van Brummen in dat overleg heeft gezegd dat ze het zouden intrekken?” Maar Holthuis zei: “dat weet ik niet meer”. Gelukkig konden enkele anderen het zich nog wel herinneren. Maar toch kreeg ik een officiële schrobbering van Ficq. Ook Hans Holthuis kreeg een “veeg uit de pan”. Daarna is er nog iets van een halfbakken rectificatie gekomen.”483 Van Brummen had een andere lezing over de gang van zaken484: “Toen Rick Noordhoek werd teruggefloten door de CTC is er druk gekomen op het appèl; het idee  was  dat  het  appèl  maar  moest  worden  ingetrokken.  Er  is  toen  overleg  geweest  en  ik heb  toen  tegen  Holthuis  gezegd  dat  ik  bereid  was  om  het  al  of  niet  intrekken  van  het  appèl afhankelijk  te  laten  zijn  van  het  oordeel  van  de  advocaat-generaal  in  Amsterdam.  Het  was dus wachten op het oordeel van de advocaat-generaal. Dat was het bereikte compromis. Ik heb  nooit  beweerd  in  dat  overleg  dat  Haarlem  het  appèl  zou  intrekken,  dat  zou  ook  niet logisch zijn want waarom zou dan nog advies gevraagd worden aan de advocaat-generaal?” De advocaat-generaal beoordeelde de zaak en kwam tot de conclusie dat het om strafmaattechnische en  bewijstechnische  redenen  geen  zin  had  om  het  hoger  beroep  door  te  zetten.  Op  grond  hiervan besloot de Haarlemse zaaksofficier om het hoger beroep in te trekken. Uiteindelijk   nam   het   college   op   20   oktober   1998   een   positief   besluit   over   het   tweede,   door Noordhoek,  ingediende  voorstel.  De  overeenkomst  werd  op  6  november  1998  met  R.  gesloten.  De                                                 482 Interview E. Noordhoek d.d. 31 januari 2001. 483 De  “halfbakken  rectificatie”  vond  plaats  nadat  was  gebleken  dat  over  de  opvatting  van  Van  Brummen  kennelijk  een misverstand was ontstaan. 484 Interview H. van Brummen d.d. 2 februari 2001.