• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_35

    223 aanvaring  kwamen,  maar  botste  Noordhoek  frontaal  met  Van  Brummen.  Noordhoek  verspeelde  als gevolg   van   dit   incident   niet   alleen   het   laatste   restje   krediet   dat   hij   in   Haarlem   nog   had,   maar ondervond  ook  in  een  tweetal  andere  opzichten  nadelige  gevolgen  van  het  incident.  In  de  eerste plaats  voelde  hij  zich  onvoldoende  gedekt  door  zijn  eigen  hoofdofficier  Holthuis;  in  de  tweede  plaats werd hij berispt door het college van procureurs-generaal. Het  misverstand  dat  tussen  “Haarlem”  en  het  landelijk   parket   ontstond   over   het   al   dan   niet intrekken   van   het   hoger   beroep,   stond   uiteraard   niet   op   zelf.   Het   onderlinge   wantrouwen   was inmiddels zo groot geworden, dat de bereidheid om goed naar elkaar te luisteren en uit te gaan van de zuiverheid van elkaars argumenten, gering was. Het onderzoek tegen De J. stond eigenlijk in de schaduw van het grote onderzoek tegen J. Dat is op  zichzelf  merkwaardig,  omdat  het  onderzoek  tegen  J.  indertijd  strategisch  bedoeld  was  om  meer klaarheid  te  brengen  in  mogelijke  strafbare  feiten,  gepleegd  door  De  J.,  L.  en  Van  V.  Opmerkelijk  is ook   dat   enkele   rijksrechercheurs,   kennelijk   ongestuurd   door   superieuren495,    wekenlang    De    J. bestookten met een vraag over een in het geheel der feiten bezien volkomen ondergeschikt punt: het origineel   van   de   machtiging   om   vuurwapens   te   mogen   hebben.   De   confrontaties   leidden   tot   een definitieve  verwijdering  tussen  het  061-team  en  De  J.  Wellicht  had  een  andere  benadering  van  De  J. in de aanvangsfase tot een meer coöperatieve houding van zijn kant geleid. Afgezien  van  het  stilvallen  van  het  onderzoek  naar  De  J.  is  het  opmerkelijk  te  noemen  dat  er  in deze periode geen activiteiten werden ontplooid inzake de overige subjecten. Deze observatie betreft in  het  bijzonder  Van  V.  In  deel  I  van  dit  rapport  is  immers  vastgesteld  dat  gedurende  enige  tijd  het vaste  voornemen  bestond  om  Van  V.  tot  subject  van  nader  strafrechtelijk  onderzoek  te  maken,  maar in de praktijk werd dit voornemen niet in daden omgezet. Capaciteitsgebrek, maar in het bijzonder een gebrek aan voldoende aanwijzingen, waren hier debet aan.                                                 495 De op het LRT werkzame rijksrechercheurs werden overigens niet aangestuurd door de leider van het 060-team, maar door de unitcoördinator van de rijksrecherche uit Amsterdam.