• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_51

    239 12 De informatievoorziening aan het college van procureurs-generaal 12.1 Inleiding De beschrijving in de vorige hoofdstukken van de commotie die het NN-GVO, de verklaringen van de bedreigde getuigen, het parallel-proces-verbaal, de deal met R. in het 062-onderzoek en de pre-deal met  K.  in  Amsterdam  veroorzaakten,  maakt  reeds  duidelijk  dat  de  verhouding  tussen  Noordhoek  en Snijders,   alsmede   die   tussen   Teeven   en   Snijders   ernstig   onder   druk   was   komen   te   staan.   De vertroebelde werkrelatie tussen het eerstgenoemde tweetal drong in de zomer van 1998 ook door tot Ficq. In dit hoofdstuk wordt achtereenvolgens beschreven hoe het college werd geïnformeerd over de voortgang  en  in  het  bijzonder  de  knelpunten  die  zich  voordeden  en  welke  initiatieven  vervolgens werden  ontplooid  om  de  ernst  van  de  situatie  in  te  schatten  en  een  verdere  escalatie  te  voorkomen. Eén   van   deze   initiatieven   betrof   het   beleggen   van   een   bijeenkomst   op   6   oktober   1998,   waarop Noordhoek en Snijders in de gelegenheid werden gesteld in de vorm van presentaties het college van procureurs-generaal  te  informeren.  Met  de  bespreking  van  deze  presentaties  –  waarvan  er  één,  te weten  die  van  Noordhoek,  ook  werd  gehouden  ten  overstaan  van  de  minister  van  Justitie  en  de secretaris-generaal van Justitie – wordt het hoofdstuk afgesloten. 12.2 De inventarisatie van de gerezen problemen in de zomer van 1998 Op  3  juli  1998  vond  een  periodiek  overleg  plaats  tussen  Ficq,  Holthuis  en  Noordhoek.  Ficq  leidde  uit die  bijeenkomst  af  dat  de  verhouding  tussen  een  aantal  leden  van  het  landelijk  parket  en  het  parket Haarlem behoorlijk vertroebeld was geraakt. Tevens werd hem duidelijk dat de landsadvocaat door de verschillende  partijen  over  de  gang  van  zaken  was  geïnformeerd.  In  een  handgeschreven  briefje  aan een ambtenaar van het parket-generaal van een dag later sprak Ficq zijn zorgen uit over de ontstane situatie   en   deed   hij   het   verzoek   om   bij   de   landsadvocaat   te   informeren   wat   hij   precies   had meegekregen van de controverse.532 De  betreffende  ambtenaar  reageerde  op  30  juli  1998  via  een  vertrouwelijke  nota.  Een  gesprek met de landsadvocaat op 6 juli 1998 had hem duidelijk gemaakt dat533: — zowel  Snijders  als  Noordhoek  de  landsadvocaat  gebruikten  als  uitlaatklep  voor  kritiek  op  elkaar; in mildere vorm had dat volgens de landsadvocaat wel eens eerder gespeeld, maar hij schatte de zaak dit keer veel ernstiger in en meende daarom dat van hogerhand moest worden ingegrepen; — Snijders en Noordhoek wel met elkaar praatten, maar elkaar niet wilden verstaan; — beiden te weinig vertrouwen hadden in elkaars professionaliteit; — de landsadvocaat een tekort signaleerde aan communicatie van beide zijden; — Van Brummen en Holthuis dringend en indringend met elkaar in gesprek moesten. Tot nader overleg tussen Holthuis en Van Brummen kwam het al snel. In juli 1998 voerden zij diverse gesprekken.  Uit  de  correspondentie  die  hieromtrent  voorhanden  is,  ontstaat  de  indruk  dat  de  lucht tijdelijk   was   geklaard.   In   een   brief   van   Holthuis   aan   Ficq   van   30   juli   1998   wordt   bijvoorbeeld uiteengezet   dat   alle   aspecten   van   het   060-onderzoek   werden   besproken,   incluis   de   moeizame                                                 532 Handgeschreven brief van C. Ficq d.d. 4 juni 1998 (B2). 533 Vertrouwelijke nota vanuit het parket-generaal d.d. 30 juli 1998 aan C. Ficq (B2).