• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_54

    242 Tegen  de  achtergrond  van  de  presentatie  in  oktober  1998,  die  anderhalf  uur  duurde,  komt die   opmerking   enigszins   vreemd   over.   Van   een   zo   complex   onderzoek   kun   je   na   een presentatie    niet    anders    zeggen    dan    dat    wij    de    minister    “op    hoofdlijnen”    hebben geïnformeerd.” De stelling van Ficq dat de minister van Justitie op dezelfde wijze werd geïnformeerd als het college is wat  betreft  de  presentatie  van  Noordhoek  weliswaar  juist,  maar  gaat  voorbij  aan  het  feit  dat  Snijders niet  in  de  gelegenheid  werd  gesteld  bij  de  minister  een  presentatie  te  verzorgen.  Derhalve  moet worden  geconcludeerd  dat  het  college  van  procureurs-generaal  op  6  oktober  1998  uitgebreider  werd voorgelicht dan de minister. In deze paragraaf wordt allereerst uiteengezet wat de presentaties van Noordhoek en Snijders op hoofdlijnen   behelsden.   Vervolgens   wordt   beschreven   tot   welke   discussie   en   besluitvorming   de presentaties leidden in het college en binnen het departement. 12.4.1 Inhoud van de presentaties De presentatie van Noordhoek De    beschouwing    van    Noordhoek    werd    door    middel    van    zeven    dia’s    gevisualiseerd.    Na    een uiteenzetting over de vier doelstellingen en het verloop van het 060-onderzoek spitste Noordhoek zijn betoog  toe  op  de  parallel-importen.  Dit  tot  verrassing  van  Van  Brummen,  Schouten  en  Snijders.  Om met de laatste te spreken543: “Het  heeft  mij  zeer  verbaasd  dat  Noordhoek  in  het  college,  en  ’s  ochtends  bij  de  minister, bepaalde zaken op tafel heeft gelegd die gebaseerd waren op onze informatie. Hij sloeg op sommige  punten  wel  de  plank  mis,  maar  na  alle  weerzin  die  hij  had  geuit  tegen  de  NN- verklaringen  en  het  parallel-pv  was  het  toch  op  zijn  minst  opmerkelijk  dat  hij  de  hypothese van de parallel-importen onderschreef.” Tijdens  de  collegevergadering  ontpopte  Noordhoek  zich  zelfs  als  een  aanhanger  van  de  parallel- hypothese.  Op  een  vraag  van  een  procureur-generaal  of  het  bewijs  niet  aan  de  dunne  kant  was, repliceerde  Noordhoek  dat  er  veel  meer  harde  informatie  was  om  de  hypothese  te  onderbouwen.  Hij verwees in dat verband onder meer naar het parallel-pv.544 In  retrospectief  had  Noordhoek  enige  spijt  dat  hij  zich  tijdens  de  presentaties  onverkort  achter  de parallel-hypothese had geschaard. Hij voerde daarvoor de volgende verklaring aan545: “Ik had toen nog de illusie dat er wellicht iets uit die parallel-hypothese zou kunnen komen. Ik had niet het gevoel dat het een krankzinnig idee was. Het had zo gegaan kunnen zijn. Maar achteraf  was  het  niet  zo  handig  om  mij  op  die  NN-verklaringen  en  op  het  parallel-pv  te baseren.  Met  name  dat  laatste  was,  zoals  later  bleek,  een  epistel  dat  gebaseerd  was  op aannames. Het was heel moeilijk om dat hard te maken.” Snijders   had   gemengde   gevoelens   over   het   optreden   van   Noordhoek.   Zoals   uit   het   citaat   dat hierboven   is   afgedrukt   valt   af   te   leiden,   was   hij   enerzijds   ingenomen   met   de   ogenschijnlijke ommezwaai   van   Noordhoek,   anderzijds   was   hij   over   de   uitleg   van   Noordhoek   van   de   parallel- transporten  minder  te  spreken.  Zijns  inziens  was  de  presentatie  op  dit  punt  “kort  door  de  bocht”  en was het noodzakelijk dat de gang van zaken als bedoeld in het parallel-proces-verbaal nogmaals aan                                                 543 Interview J. Snijders d.d. 12 februari 2001. 544 Vastgestelde notulen van de vergadering van het college van procureurs-generaal d.d. 6-10-1998 (C5). 545 Interview E. Noordhoek d.d. 31 januari 2001