• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_59

    247 De procureur-generaal in kwestie  was  kennelijk  met  dit  antwoord  niet  geheel  tevreden,  want  hij kwam later in de vergadering op de kwestie terug. Naar zijn oordeel was de OM-organisatie uitsluitend met   deblaming   bezig.   Hij   pleitte   voor   meer   distantie,   in   de   vorm   van   de   oprichting   van   een controleteam dat regelmatig kon worden bevraagd over het waarom van een bepaalde aanpak..563 In de  nabespreking  van  de  collegevergadering,  waarbij  uitsluitend  de  leden  van  het  college  aanwezig waren,   werd   kort   gediscussieerd   over   de   mogelijke   samenstelling   van   deze   controlegroep.   Een procureur-generaal  gaf  daarbij  aan  zitting  te  willen  nemen  in  dit  orgaan.  Als  overige  leden  van  de controlegroep    werden    genoemd    een    (sociaal)    wetenschapper,    een    officier    van    justitie,    een strafrechtsjurist en een topambtenaar van het departement van Justitie. De uitwerking van het voorstel zou door twee procureurs-generaal ter hand worden genomen.564 Een  ander  punt  van  zorg  van  het  college  betrof  de  vraag  of  het  openbaar  ministerie,  nu  de onderzoeken  061  en  063  zich  vooralsnog  toespitsten  op  de  rol  van  twee  personen,  geen  selectiviteit kon   worden   verweten.   Volgens   Van   Brummen   was   dit   niet   het   geval   en   zou   een   ieder   die   voor strafrechtelijk onderzoek in aanmerking kwam tezijnertijd aan de beurt komen.565 Holthuis greep deze discussie  onmiddellijk  aan  om  te  wijzen  op  de  consequenties  die  de  gekozen  aanpak  had  voor  de hoeveelheid  werk,  die  politie  en  justitie  te  wachten  stond.  In  het  verlengde  van  dit  punt  kwam  de capaciteit  van  het  landelijk  parket  ter  sprake.  Overleg  met  de  plaatsvervangend  procureur-generaal van   het   ressortsparket   te   Amsterdam   had   geresulteerd   in   de   toezegging   aan   Holthuis   dat   een Amsterdamse   advocaat-generaal   als   tweede   zaaksofficier   leiding   zou   gaan   geven   aan   het   060- onderzoek.566   Ook   in   de   063-zaak   moest   een   tweede   zaaksofficier   komen,   was   de   algemene opvatting.  Holthuis  en  Van  Brummen  deden  de  toezegging  dit  punt  verder  uit  te  werken  en  een voorstel voor personele invulling te doen.567 Door Van Brummen werd de vraag aan de orde gesteld of de overheid bij de aanpak  van  zo  veel grote zaken de veiligheid wel voldoende kon garanderen van de daarbij betrokken personen. Dit punt had niet alleen betrekking op de veiligheidsgaranties die aan de anonieme, bedreigde getuigen waren afgegeven, maar ook op de verantwoordelijkheid die bestond in de richting van politiemedewerkers en officieren  van  justitie  die  deze  onderzoeken  begeleidden.  Na  een  korte  discussie  besloot  het  college om eerst een inventarisatie te maken van de personen die voor bescherming in aanmerking kwamen. Deze exercitie zou door Snijders worden uitgevoerd. Aan   het   einde   van   de   vergadering   concludeerde   de   voorzitter   dat   in   de   zaken   061   en   063 principebesluiten  door  het  college  genomen  waren.  Op  het  062-onderzoek  zou  men,  in  verband  met de  noodzaak  om  de  deal  met  R.  nogmaals  aan  de  CTC  ter  toetsing  voor  te  leggen,  in  een  later stadium  terugkomen.  Het  laatste  gebeurde  overigens  zeer  snel,  want  in  de  tweede  voetnoot  van  de vastgestelde  notulen  van  de  collegevergadering  van  6  oktober  wordt  reeds  vermeld  dat  het  college inmiddels had ingestemd met de deal in zaak 062. Op  verzoek  van  Ficq  zette  Snijders  de  overige  relevante  deelonderzoeken  nog  even  op  een  rij, waarop   het   college   terzake   van   sommige   van   deze   projecten   een   besluit   nam.   De   belangrijkste vaststellingen, al dan niet vergezeld van een besluit van het college, waren: — Het  onderzoek  naar  de  liquidatie  van  Jaap  van  der  Heiden  moet  worden  overgedragen  aan  het Kernteam Randstad Noord en Midden;                                                 563 Zij worden althans met naam genoemd in de vastgestelde notulen van 6 oktober 1998 (C5). 564 Addendum – “Alleen voor collegeleden” – bij vastgestelde notulen van de vergadering van het college van procureurs- generaal d.d. 6-10-1998 (A4). 565 Vastgestelde notulen van de vergadering van het college van procureurs-generaal d.d. 6-10-1998 (C5). 566 Deze toezegging is nooit gestand gedaan. Opmerkelijk genoeg keerde het onderwerp van een tweede officier ook niet meer terug op de agenda van de collegevergadering. 567 Brief van J. Snijders d.d. 16 oktober 1998 aan de secretaris van het college van procureurs-generaal (D21). Terzijde: ook dit voornemen is nimmer ten uitvoer gebracht.