• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_60

    248 — De   informatie   met   betrekking   tot   corruptie   moet   worden   overgedragen   aan   de   ID   van   de rijksrecherche;   exploitatie   van   deze   gegevens   moet   plaatsvinden   in   overleg   met   het   parket Haarlem; — Er is weinig belastende informatie tegen De J.; — Het  parket  Amsterdam  heeft  te  kennen  gegeven  af  te  zien  van  vervolgonderzoek  in  het  XTC- traject (in het bijzonder in relatie tot het dumpen van grondstoffen); voor zover relevant wordt dit onderzoek ingepast in de 063-zaak; — Het   “Schilderstraject”   is   bevroren;   de   stand   van   zaken   wordt   opgemaakt   en   de   zaak   wordt overgedragen aan het parket Den Haag. Na afloop van de collegevergadering was er, zoals eerder is aangestipt, nog kort intern beraad tussen de  collegeleden  onderling.  Uit  het  korte  verslag  dat  hiervan  is  opgemaakt  blijkt  dat  de  procureurs- generaal  zich  bewust  waren  van  en  zorgen  maakten  over  de  persoonlijke  verhoudingen  tussen  de betrokken officieren van justitie. Zo maakte een procureur-generaal uit de opmerkingen die Snijders in de  richting  van  zijn  collega  Teeven  had  gemaakt  op  dat  de  samenwerking  tussen  beiden  gebrekkig was en dat de officieren in kwestie elkaar kennelijk niet vertrouwden. Daaraan werd door een andere procureur-generaal    toegevoegd    dat    hetzelfde    gold    voor    de    verhouding    tussen    Snijders    en Noordhoek.568 Op   grond   van   deze   inschatting   van   de   problematiek   besloot   het   college   om   dichter   op   het onderzoek te gaan zitten. Hiertoe werd allereerst Van Daalen aangewezen als back-up van Ficq voor ZwaCri-aangelegenheden  in  het  algemeen.  Ruim  een  maand  later  zou  dezelfde  Van  Daalen  worden benoemd tot aanspreekpunt vanuit het college voor het post-Fort-onderzoek.569 12.5 De nasleep van de collegevergadering De  beslissing  van  het  college  van  procureurs-generaal  om  Van  Daalen  een  coördinerende  rol  toe  te bedelen,  bleek  geen  overbodige  luxe.  De  kou  was  namelijk,  ondanks  dat  bij  sommigen  tijdens  de presentaties in het college d.d. 6 oktober 1998 de schijn van het tegendeel was gewekt, allesbehalve uit   de   lucht.   Diverse   documenten   tonen   aan   dat   kort   na   afloop   van   de   collegevergadering   de onderlinge verhoudingen door een aantal partijen verder op scherp werden gesteld. In deze paragraaf volgt een momentopname van de wijze waarop de betrokken partijen eind 1998 naar elkaar keken en van de pogingen om de coördinatie tussen de sporen te verbeteren. 12.5.1 Een nieuw signaal van ongerustheid Niet  lang  na  de  collegevergadering  kwam  er  een  nieuw  signaal  van  een  buitenstaander  over  de slechte  onderlinge  samenwerking  in  het  post-Fort-onderzoek.  Directe  aanleiding  voor  het  schrijven van deze brief was dat de opsteller van de brief betrokken was geraakt bij de onenigheid over het feit dat  Teeven  uitgesloten  was  van  deelname  aan  de  klankbordgroep.  De  schrijver  van  de  brief  ging vervolgens dieper in op de achtergronden van het conflict. Hij plaatste enkele kritische kanttekeningen bij  het  functioneren  van  een  van  de  officieren  en  uitte  zich  daarentegen  positief  over  één  van  de andere  hoofdrolspelers.  Tenslotte  liet  de  briefschrijver  zich  in  positieve  bewoordingen  uit  over  het besluit  van  het  college  om  zich  nadrukkelijker  te  gaan  belasten  met  de  aansturing  van  het  post-Fort- onderzoek.570                                                 568 Addendum – “Alleen voor collegeleden” – bij vastgestelde notulen van de vergadering van het college van procureurs- generaal d.d. 6-10-1998 (A4). 569 Vastgestelde notulen van de vergadering van het college van procureurs-generaal d.d. 17 november 1998. 570 Brief aan het college van procureurs-generaal d.d. 20 oktober 1998 (B1).