• Buro Jansen & Janssen is een onderzoeksburo dat politie, justitie, inlichtingendiensten, de overheid in Nederland en Europa kritisch volgt. Een grond-rechten kollektief dat al 30 jaar publiceert over uitbreiding van repressieve wetgeving, publiek-private samenwerking, bevoegdheden, overheids-optreden en andere staatsaangelegenheden.
    Buro Jansen & Janssen Postbus 10591, 1001EN Amsterdam, 020-6123202, 06-34339533, signal +31684065516, info@burojansen.nl (pgp)
    Steun Buro Jansen & Janssen. Word donateur, NL43 ASNB 0856 9868 52 of NL56 INGB 0000 6039 04 ten name van Stichting Res Publica, Postbus 11556, 1001 GN Amsterdam.
  • Publicaties

  • Europa

  • Politieklachten

  • fort3_61

    249 12.5.2 Een nieuwe klankbordgroep Mede naar aanleiding van de zojuist genoemde brief werd tijdens de vergadering van het college van procureurs-generaal  van  3  november  1998  besloten  de  oude  klankbordgroep  op  te  heffen  en  een nieuwe  klankbordgroep  in  het  leven  te  roepen.571  Als  voorzitter  zou  Van  Daalen  gaan  fungeren.  De “controlegroep”,  waarover  in  de  vergadering  van  6  oktober  was  gesproken  en  die  in  de  notulen  van het  college  inmiddels  was  omgedoopt  tot  “horzelgroep”,  kwam  te  vervallen.  Volgens  een  procureur- generaal  was  de  oprichting  van  een  nieuwe  klankbordgroep  en  een  “horzelgroep”  teveel  van  het goede en zouden beide gremia elkaar in de weg kunnen zitten. Afgesproken werd dat Steenhuis zich op de achtergrond beschikbaar hield om op ad hoc basis – en op initiatief van Van Daalen – zijn licht over de aansturing van de post-Fort-onderzoeken te laten schijnen.572 In   een   periodiek   overleg   dat   Ficq   hield   met   Holthuis   op   7   oktober   1998   –   één   dag   na   de presentaties   dus   –   was   afgesproken   dat   op   korte   termijn   (nogmaals)   een   afspraak   zou   worden gemaakt   met   de   drie   betrokken   hoofdofficieren   teneinde   de   voorwaarden   te   creëren   waaronder Noordhoek optimaal zou kunnen werken.573  Begin  november  1998  vond  dit  overleg,  in  aanwezigheid van Ficq en Van Daalen, plaats. De belangrijkste conclusies van dit gesprek waren:574 — De operationele leiding berust bij het hoofd van het landelijk parket; — Snijders blijft belast met de selectie van het oude IRT-materiaal; hij bouwt zijn CID-activiteiten af en zal waar nodig als adviseur van Noordhoek optreden; — Teeven  zal  de  officieren  van  justitie  van  het  landelijk  parket  Noordhoek  en  Don  (CID-officier  van justitie) rechtstreeks informeren; — Van  Daalen  zal  namens  het  college  als  vast  aanspreekpunt  optreden;  hij  zal  tevens  deelnemen aan de klankbordgroep; op de momenten dat hij dat nuttig vindt, zal hij Steenhuis vragen om als “horzel” op te treden. De  vier  conclusies  die  hierboven  worden  genoemd,  roepen  enige  vragen  op.  In  het  bijzonder  het tweede  en  het  derde  punt  zijn  dusdanig  geformuleerd,  dat  niet  duidelijk  is  hoe  een  en  ander  moet worden   geïnterpreteerd.   Zo   is   niet   nader   gespecificeerd   waarover   Teeven   zijn   collega’s   van   het landelijk    parket    moest    informeren.    Had    dit    uitsluitend    betrekking    op    de    voortgang    van    de onderhandelingen met K. of ging de informatieplicht verder? Ook de opdracht aan Snijders is niet eenduidig geformuleerd, in die zin dat niet duidelijk is welke CID-activiteiten hij precies geacht werd af te bouwen. Bovendien konden, gezien de ernstig verstoorde persoonlijke   verhoudingen,   kanttekeningen   worden   geplaatst   bij   de   keuze   om   juist   Snijders   als adviseur  van  Noordhoek  aan  te  wijzen.  De  laatste  kon  in  de  ogen  van  Snijders  weinig  goeds  meer doen, getuige een memo dat de Haarlemse CID-officier nog geen drie weken na de presentaties in het college  en  bij  de  minister  zond  aan  Van  Brummen.  In  dit  schrijven  riep  Snijders  impliciet  op  tot  het varen van een eigen koers, aangezien “Haarlem” voortdurend nul op het rekest kreeg van het landelijk parket.575                                                 571 Daags  na  de  presentaties  in  het  college  was  tijdens   een   periodiek   overleg   tussen   Ficq,   Holthuis,   De   Groot   en Noordhoek overigens al over de mogelijke samenstelling van de nieuwe klankbordgroep 060 gesproken. Vermoedelijk werd  dit  begrip  verward  met  de  door  Steenhuis  gesuggereerde  “controlegroep”.  Diens  naam  kwam  namelijk  op  het lijstje  van  kandidaten  voor  en  niet  die  van  Van  Daalen.  Behalve  Steenhuis  werd  met  het  oog  op  de  “controlegroep” gedacht aan de landsadvocaat, een ambtenaar van het parket-generaal, een nader aan te wijzen officier van justitie en een recherchechef. Over deelname van een sociaal wetenschapper en een strafrechtsgeleerde werd niet meer gesproken. Uit: Overzicht post-Fort-onderzoek opgesteld op basis van de schriftelijke gegevens aanwezig bij het college (B2). 572 Vastgestelde notulen van de vergadering van het college van procureurs-generaal d.d. 3 november 1998 (B1). 573 Behalve Ficq en Holthuis waren ook onder andere Noordhoek en De Groot aanwezig bij dit periodieke overleg. Uit: Overzicht post-Fort-onderzoek opgesteld op basis van de schriftelijke gegevens aanwezig bij het college (B2). 574 Conceptnotulen  van  de  vergadering  van  college  van  procureurs-generaal  d.d.  17  november  1998;  de  “horzelfunctie” van Steenhuis kwam overigens nog tijdens deze vergadering te vervallen (B1). 575 Memo van J. Snijders d.d. 26-10-1998 aan H. van Brummen (D21) .